Stroomuitval in Zuid-Afrika vindt men hier heel normaal

Ik ga in deze blog eens lekker klagen. Volgende keer weer iets leuks of wijs-neuserigs.

Zit je net voor de televisie voor iets dat je graag wilt zien. Plop! Televisie uit, alle apparaten uit, licht uit. Stikdonker. In een fractie van een seconde. Gelukkig ben je er al enigszins op ingesteld. Een zaklamp op de telefoon met behoorlijk wat lichtopbrengst bij de hand. En van alle kampeerspullen, die we bij vertrek uit Nederland hebben verkocht, hebben we de oplaadbare kampeerlamp achter-gehouden. Erg praktisch bij stroomuitval in Zuid-Afrika.

Tot voor een jaar geleden hadden we een periode van wat ze hier load sheddings noemen. Een geregelde stroomuitval in Zuid-Afrika vanwege het gebrek aan capaciteit en de slechte onderhoudstoestand van de elektriciteits-centrales. Op internet staat een schema, wanneer je als dorp of stadsdeel aan de beurt bent. Het duurt ongeveer twee uur. Niet leuk, maar je weet waar je aan toe bent en je kan je er op voorbereiden. Bijvoorbeeld je computer op tijd uit het stopcontact. En activiteiten gaan doen, waarbij je niet afhankelijk bent van elektriciteit. Wel een beetje lastig vandaag de dag, maar die activiteiten bestaan nog steeds. Met de hond gaan lopen, bijvoorbeeld.

De tijd van load sheddings, en dus de geregelde stroomuitval in Zuid-Afrika, is sinds een jaar voorbij. De directeur van Eskom, de staatsenergiemaatschappij van Zuid-Afrika, maakt dat bekend in een interview in de krant. Hij zegt daarin, dat hij alles weer op orde heeft gebracht. Het onderhoud van de centrales is weer op niveau. Er is een nieuwe centrale in gebruik genomen. Kolengestookt, dat weer wel. Dus zegt hij, alles doet het weer. Kort na dat interview wordt de man wegens corruptie ontslagen door de president van Zuid-Afrika. Die toch ook niet vies is van corruptie.

Ondertussen gaat de stroomuitval in Zuid-Afrika gewoon door. Maar dan zonder schema of vooraankondiging. En niet een keer in de maand, maar soms zelfs meerdere keren per week. Dus ook vorige week, wanneer we net voor de televisie zitten. Na een uur gaan alle lichten weer aan. Ah, het doet het weer! Gauw de televisie aan, kunnen we nog een stukje journaal meepikken. Maar na vijf minuten gaat alles weer uit. Tja, het is donker, dus ze zullen wel op de verkeerde knop hebben gedrukt. Zo tegen twaalf uur vinden we het mooi geweest en gaan we naar bed. Net als we in bed stappen: plop, alles weer aan. Even wachten, het blijft aan! Maar ja, nu moet het donker zijn, want we willen slapen.

Gisteren, midden in een stuk dat ik aan het schrijven ben. Plop, computer uit. Kijk om me heen, ja alle apparaten zijn uit. Je vloekt even. Want, dit is slecht voor de computer. Waarom heb je anders zo’n uitgebreide afsluitprocedure? Het is nu nog licht, dus de juiste knop zal wel gemakkelijker te vinden zijn. En ja hoor, na een kwartier gaat alles weer aan. Om meteen weer uit te gaan. Toch niet de juiste knop? Ik denk het, want het duurt daarna twee uur voor er weer stroom is.

En vannacht was het weer raak. Daar heb je toch geen last van als je slaapt? Jawel. In de eerste plaats gaat de klok op de wekker uit en niet automatisch weer aan. En je moet eens weten hoeveel apparaten in huis een piepje afgeven als ze weer aangaan. Daar word je dus wakker van. En je kan niet eens zien hoe laat het is.

Kortom, heel irritant. Maar, het gekke is, in de lokale nieuwsbrief van ons dorp wordt er over van alles geklaagd. Het kan niet klein genoeg zijn, of mensen hebben het er over. Maar, over de stroomuitvallen lees je helemaal niets. Breng ik het ter sprake bij buren of zo, dan halen ze hun schouders op. Dat is nu eenmaal zo in dit land. En een beetje blanke, die de apartheid nog heeft meegemaakt, zal ook meteen zeggen dat deze regering het niet kan.

Het voordeel van de stroomuitval in Zuid-Afrika is wel, dat je veel boeken kan lezen. Mits je genoeg boeken op je iPad hebt staan. En je iPad is opgeladen, natuurlijk.

Inkomensverschillen in Zuid-Afrika zijn erg groot.

Ik verbaas me regelmatig over de enorme inkomensverschillen in Zuid-Afrika. Die verschillen zijn er met name tussen de bevolkingsgroepen. In 2011 is het gemiddelde bruto huishoudeninkomen per maand voor: blank € 3200, kleurling € 1200, zwart € 600. (3) In dat jaar is het gemiddelde bruto maaninkomen per huishouden in Zuid-Afrika € 1000, in Nederland € 4700. (4)

Ik ga in dit stuk er maar gemakshalve van uit dat iedereen met hetzelfde werk, dezelfde opleiding en dezelfde werkervaring evenveel verdient, ongeacht afkomst.

De belangrijkste oorzaak van de inkomensverschillen in Zuid-Afrika tussen de bevolkingsgroepen is het verschil in opleidingsniveau. Een groter aandeel van de blanken dan van de kleurlingen en de zwarten ronden hun middelbare school en universitaire studie succesvol af. Hier staat tegenover dat een groot aandeel van de kleurlingen en de zwarten ongeschoold is. Zij hebben ook hun lagere school niet afgemaakt. Bij blanken komt dat nauwelijks voor. Als ongeschoolden al aan werk komen, worden ze heel slecht betaald. Maandlonen van € 150 vormen geen uitzondering. Als je nooit hebt gewerkt, heb je geen uitkering, dus heb je geen inkomen.

Als wij in huis een klus hebben, komt er vrijwel altijd een ploeg van drie of vier mensen, waarbij volgens mij één, hooguit twee, voldoende zou zijn. Er is er dan één man om te vertellen wat de anderen moeten doen, één om het technische werk (bijvoorbeeld een loodgieter of een elektricien) te doen, één om het juiste gereedschap aan te geven en één om de rommel op te ruimen. Nu lijkt het of ik een karikatuur maak, maar dit is zoals het in Zuid-Afrika gaat. Voor de klus betaal je voor de hele ploeg een uurtarief van € 20, alles inbegrepen. De man die het werk verdeelt, is meestal de baas van het bedrijf. Hij strijkt ongetwijfeld een flink deel van het uurbedrag op. Dus het loon voor de andere mannen van de ploeg kan niet hoog zijn. Ook dit verklaart de grote inkomensverschillen in Zuid-Afrika.

Ik vraag Zuid-Afrikaanse ondernemers geregeld waarom er zoveel man op een klus moet. Met minder mensen voor hetzelfde uurtarief zouden die ook meer verdienen. Ja, maar nu hebben ze tenminste werk, is de reactie. Mijn Nederlandse liberale redenering is dan, als mensen meer verdienen, geven ze ook meer uit, waardoor weer werk ontstaat voor die anderen, die dan ook meer verdienen dan ze nu doen. Zij geven dan weer meer geld uit, en zie daar, er ontstaat zomaar een bloeiende economie met ook nog kleinere inkomens-verschillen in Zuid-Afrika. Misschien een beetje simpele redenering (waarin liberalen ook erg goed kunnen zijn, vind ik, en ben ik dus eigenlijk helemaal niet liberaal), maar op den duur zou het toch moeten werken. En daar zit nu net de kneep.

Als mijn redenering werkt, dan werkt dat pas op de langere termijn. Immers, eerst moeten mensen meer geld verdienen om meer uit te kunnen geven. Ondertussen zitten anderen werkloos en met een lage of geen uitkering thuis. De werkloosheid, die in Zuid-Afrika toch al ruim een derde van de beroeps-bevolking (en meer dan de helft van de jongeren) treft, wordt dan nog groter. Pas als door extra bestedingen nieuw werk ontstaat, zal de werkloosheid gaan dalen. Hoe lang duurt het, voor het zover is?

Daarom houden zoveel mensen vast aan het laag betaalde werk en dus aan de grote inkomensverschillen in Zuid-Afrika. Dan kunnen, zeggen zij, veel (onge-schoolde) mensen aan werk worden geholpen.

De regering heeft nu een programma lopen om voor ongeschoolde werklozen werk te creëren. Bedrijven worden financieel tegemoet gekomen als ze deze mensen in dienst nemen. Ze mogen dan een maandloon van € 100 aanhouden. Geen geringe bevordering van de inkomensverschillen in Zuid-Afrika, als je weet dat in de discussie over de invoering van een wettelijk minimumloon € 250 per maand als redelijk wordt gezien.

De president van Zuid-Afrika heeft een jaarsalaris van 3,3 miljoen rand, omgerekend is dat een maandsalaris van zo’n 18.000 euro. (5) Maar dit terzijde.
_________________________________________________________________

(1) In bijgaande afbeelding staan de jaarinkomens per huishouden in randen in 2011. De bron is de publicatie Income and Expenditure of Households 2010/2011 van Statistics South Africa (StatSA).
(2) Mensen van Indische en/of Aziatische afkomst maken sinds het einde van de apartheid qua inkomen een inhaalslag en zullen, naar verwachting, binnen enkele jaren gelijk staan aan de blanken. Bron: de hiervoor genoemde publicatie van StatSA.
(3) De inkomens heb ik in euro’s vermeld. In 2011 is één rand gelijk aan 0,10 euro. In 2016 is één rand gelijk aan 0,065 euro.
(4) De bron van het gemiddelde maandinkomen per huishouden in Nederland is de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
(5) De bron van het jaarsalaris van de president van Zuid-Afrika is de Sunday Times van 13 november 2016.

Gaat Zuma nu echt aftreden als president van Zuid-Afrika?

Jacob Zuma is zeer omstreden als president van Zuid-Afrika. Hij heeft veel last van corruptie, fraude, machtsmisbruik en nepotisme. Ik noem een aantal voor-vallen in de afgelopen tien jaar.

Al als vice-president, onder zijn voorganger Thabo Mbeki, moet Jacob Zuma in 2007 aftreden vanwege een groot aantal corruptieaanklachten tegen hem. Op dat moment laat hij het er niet bij zitten en gebruikt zijn machtsbasis binnen het ANC. Nog in hetzelfde jaar laat Zuma zich door het ANC-congres kiezen tot presidentskandidaat voor de verkiezingen van 2009. En passant zorgt hij er nog voor dat Mbeki nog vóór het aflopen van zijn zittingstermijn van het ANC (in meerderheid in het parlement) moet aftreden als president van Zuid-Afrika. Als Zuma in 2009 eenmaal president van Zuid-Afrika is, worden alle onderzoeken naar aanklachten tegen hem stop gezet.

In Pretoria heeft de president de beschikking over een ambtswoning. Zuma verblijft liever in zijn eigen dorp Nkandla in Kwazulu-Natal. Daar bezit hij een villacomplex om onderdak te bieden aan hemzelf, zijn 5 vrouwen en hun 20 kinderen. Nu hij president van Zuid-Afrika is, vindt Jacob Zuma dat dit complex moet worden aangepast aan zijn nieuwe status. Er wordt op kosten van de staat voor een bedrag van € 20 miljoen verbouwd. Omdat de oppositie in het parlement, en met hen veel burgers, dit niet begrijpen, komt er een onderzoek door de public protector.

De public protector is door het parlement aangesteld om onderzoek te doen naar gemelde misstanden. De functie is vergelijkbaar met de nationale ombudsman in Nederland, maar heeft verdergaande bevoegdheden. De uitkomsten en de aanbevelingen van het onderzoek hebben een wettelijke status en moeten worden uitgevoerd.

Public protector Thuli Madonsela komt tot de conclusie dat financiering van de verbouwingen in Nkandla op kosten van de staat ongeoorloofd is en stelt dat de president van Zuid-Afrika het geld moet terugbetalen. Jacob Zuma reageert niet op het rapport. De oppositie (DA en EFF) vindt uiteraard dat hij wel moet reageren en stelt dat in het parlement aan de orde. Het ANC blokkeert ieder debat over dit punt. Vervolgens klagen DA en EFF de president van Zuid-Afrika aan bij de rechtbank om hem te dwingen tot terugbetalen. De rechter beslist dat hij dat inderdaad moet doen. Zuma gaat er niet op in. DA en EFF eisen daarop het aftreden van de president. Het ANC, in het parlement in de meerderheid, stemt tegen.

Eind 2015 dwingt de president van Zuid-Afrika de minister van financiën, Nhlanhla Nene, tot aftreden. Hij geeft daarvoor geen duidelijke reden. Nene wordt alom gewaardeerd als een goed minister van financiën. Voor hem in de plaats komt Des van Rooyen. Hij is tot dan een backbencher in het parlement, vrijwel niemand heeft eerder van hem gehoord. De rand, de valuta van Zuid-Afrika, daalt onmiddellijk zo’n 15% in waarde. Maar, al na vier dagen maakt Des van Rooyen plaats voor Pravin Gordhan. Deze was al eerder een gewaardeerd minister van financiën. Gordhan maakt meteen duidelijk dat Zuma het geld, besteed in Nkandla, moet terugbetalen. De rand leeft weer op.

Afgelopen oktober wordt door een speciale opsporingsdienst van de regering een aanklacht tegen Pravin Gordhan ingediend. Hij heeft in een vorige functie, als directeur van de belastingdienst, onderzoek laten doen naar de financiële praktijken van mensen, waarvan (tenminste) het vermoeden van corruptie bestaat. Eén van hen is ene Jacob Zuma.

Veel mensen zijn bang dat Pravin Gordhan moet aftreden als minister van financiën. De waarde van de rand maakt opnieuw een duikeling. Maar Gordhan krijgt veel steun. Uit het bedrijfsleven, van de vakbonden, vanuit de politiek. Niet alleen van de oppositiepartijen, maar ook van veel ANC’ers. Waaronder verschil-lende ministers en zelfs vice-president Cyril Ramaphosa. Dit verzwakt de positie van Jacob Zuma als president van Zuid-Afrika. Hij wordt opgeroepen tot aftreden. Daar gaat hij (nog) niet op in. Wel wordt een dag vóór de rechtszitting de aanklacht tegen Pravin Gordhan ingetrokken. Gordhan blijft en de waarde van de rand stijgt weer.

Er zijn al een tijdje hardnekkige geruchten, maar het is nu duidelijk dat op de achtergrond een in Zuid-Afrika wonende Indische zakenfamilie, Gupta, de lijntjes met de regering stevig in handen heeft. Zij bepalen zo ongeveer wat het regeringsbeleid is en wie er wel of niet minister mag zijn. Jacob Zuma is persoonlijk bevriend met de broers Gupta. Kinderen van Zuma leiden Gupta-bedrijven. Andere kinderen van Zuma worden gefêteerd met mooie kleren en dure auto’s. Zuma overlegt regelmatig persoonlijk ten huize van Gupta over regeringszaken.

Eind 2015 wordt de positie van de minister van financiën bij de Gupta’s besproken. Enkele ANC-ers worden verzocht langs te komen. Zij krijgen de vraag of ze minister van financiën willen worden om Nhlanhla Nene te vervangen. De meeste weigeren, maar Des van Rooyen stemt toe. Omdat zijn financiële kennis niet erg groot is, zal hij begeleiding vanuit de Gupta-bedrijven krijgen.

Ook de bemoeienissen van de Gupta familie worden bij de public protector aanhangig gemaakt. Thuli Madonsela doet uitgebreid onderzoek door middel van interviews met betrokkenen. Iedereen is volgens de wet verplicht tot medewerking, dus ook de president van Zuid-Afrika. Toeval of niet, in oktober 2016 loopt de termijn van Madonsela als public protector af. Zij wil haar onderzoek nog vóór haar terugtreden aan het parlement aanbieden. Jacob Zuma houdt dat als president van Zuid-Afrika tegen. Hij dient een verzoek in bij de rechtbank. Thuli Madonsela vertrekt als public protector zonder dat zij haar onderzoeksrapport heeft kunnen publiceren. Maar, de rechter beslist kort daarna dat de resultaten van het onderzoek wel openbaar mogen zijn. Het rapport bevestigt de relatie van Zuma met de familie Gupta. Opnieuw een ernstige verzwakking van de positie van de president van Zuid-Afrika.

In de straten van Pretoria, Johannesburg en Kaapstad zijn nu demonstraties onder het motto “Zuma must fall”. DA en EFF eisen opnieuw het aftreden van Jacob Zuma als president van Zuid-Afrika. Een grote groep binnen het ANC wil nu ook dat Zuma aftreedt, maar er zijn nog steeds ANC-ers die vinden dat er nauwelijks iets aan de hand is. Een parlementair debat over deze zaak moet nog plaats vinden.

Wordt vervolgd.

Verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika. Een merkwaardig proces. Blijven we nu voor altijd?

Als wij ruim twee jaar geleden in Zuid-Afrika gaan wonen, ga ik al snel rond-vragen hoeveel tijd er nodig is om een definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika aan te vragen. Ongeveer een jaar, hoor ik van bijna iedereen: van Neder-landers met recente ervaring en van professionals die je kunnen ondersteunen bij de aanvraag.

Mijn tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika loopt tot juli 2016. Dus ik denk dat ik in april 2015 op tijd aan de procedure begin. Omdat er onderweg van alles mis kan gaan, zoals het zoek raken of het domweg op een bureau blijven liggen van documenten, laat ik me ondersteunen door een professioneel bureau. Zij doen dan voor mij de verzendingen en het duw- en trekwerk binnen de Zuid-Afrikaanse bureaucratie.

Alles wat ik al in Nederland heb gedaan voor de aanvraag van een tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika, moet nu weer gebeuren: een geboorte-bewijs van de gemeente waar je bent geboren (Amsterdam dus, in mijn geval), een bewijs van goed gedrag (zowel in Zuid-Afrika als in Nederland), een verklaring van goede gezondheid (van je huisarts), een radiologisch onderzoek (in een ziekenhuis). Na drie maanden is alles voor elkaar en mag ik naar het kantoor van Home Affairs in Kaapstad om de aanvraag voor mijn verblijfs-vergunning voor Zuid-Afrika persoonlijk in te dienen. Om een lange rij en wachttijd te vermijden, is er de mogelijkheid om dat op afspraak in een Premium Room te doen. Kost R 500 of € 30. Omdat ik nu eenmaal een hekel heb aan rijen en wachttijden, doe ik dat. Maar wie zie je daar? Allemaal blanke mensen. In de rij zie je alleen maar zwarte mensen. Ik dacht toch echt dat de apartheid voorbij was. Ik realiseer me dat ik aan dit onderscheid meewerk, domweg omdat ik het me kan veroorloven.

Als de aanvraag is ingediend, krijg je een tracking nummer. Je kan dan op de website van Home Affairs volgen hoe je aanvraag verloopt. Nu, dat valt tegen. Heel lang zie ik de volgende boodschap: Application has been forwarded to the Department of Home Affairs for adjudication on 20-Jul-2015. Op die datum gaan ook de acht tot tien maanden in. Maar, de boodschap op internet verandert niet.

In maart 2016 ga ik maar eens informeren bij mijn professionele ondersteuner. Als ik naar zijn kantoor bel, is hij er niet. Een collega staat me te woord en vertelt me dat de aanvraagtijd voor een verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika vijftien (15) maanden is. Ik reageer geschrokken en zeg dat me altijd anders is verteld. Dan is het veranderd, zegt ze doodgemoedereerd. Ik vraag aan haar de collega, die mij zegt te ondersteunen, te vragen om mij terug te bellen.

De ondersteuner belt terug. Ik ben inmiddels over de schrik heen en zeg hem, dat hij me best op de hoogte had kunnen stellen van de bijna verdubbeling van de afgiftetijd. En, dat ik nu in de problemen kom, omdat mijn tijdelijke vergunning al in juni afloopt en dat wij kort daarna voor vakantie naar het buitenland gaan. Hij zegt sorry en stelt me voor een nieuwe tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika aan te vragen. Okay, dat moet dan maar.

Dan weer het hele circus van bewijs van goed gedrag (ja, ook weer van Nederland, waar ik al bijna twee jaar weg ben), gezondheidsverklaring en radio-logisch onderzoek. Alleen het geboortebewijs hoeft niet, want dat hebben ze al. Als het niet is zoek geraakt, denk ik bij mezelf. Weer naar Kaapstad voor de persoonlijke indiening van de aanvraag. En, oh wonder, snel daarna heb ik mijn nieuwe tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika. Ik mag weer twee jaar blijven.

Maar voorlopig staat voor de aanvraag van definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika de oude boodschap. En ineens verandert er iets op internet: Appli-cation has been forwarded to the Department of Home Affairs for adjudication on 10/18/2016. De tekst is hetzelfde, maar de datum is anders. Hebben ze er nu vijftien maanden over gedaan om de aanvraag het kantoor in Kaapstad uit te krijgen? Ik weer bellen met mijn ondersteuner. Is dit nieuws? Ja, dat betekent dat ze er mee bezig zijn. Oh, en dan? Dan kan het snel gaan.

Zomaar, twee dagen later is de internetboodschap een heel andere : Adjudicated Application has been received at Visa Facilitation Centre on 10/20/20 and is ready for collection. Dus weer gebeld met mijn ondersteuner. Ja, je kan je definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika gaan halen. Weet wel dat Home Affairs veel fouten maakt. Het kan zomaar zijn dat ze in Kaapstad er helemaal niets van weten. Maar, zegt hij nog geruststellend, alle problemen zijn er om opgelost te worden. Dus we komen er altijd wel uit. En, oh ja, Home Affairs in Kaapstad is verhuisd en je kan voor afhalen alleen nog maar tussen twee en vier uur in de middag terecht.

Ik probeer op tijd (vóór twee uur) bij het nieuwe kantoor van Home Affairs in Kaapstad te zijn. Als ik de straat inloop, zie ik een lange rij. Ik vraag aan een vriendelijk kijkende meneer of deze rij voor Home Affairs is. Hij zegt ja, het is dan een kwartier voor openingstijd. Moet ik toch nog in een rij staan en wachttijd ondergaan. Het eerstvolgende uur staan we op straat te wachten. Ik heb geluk met die vriendelijke meneer. Hij woont in Namibië, waar we net op vakantie zijn geweest. Al wachtend staan we gezellig te praten.

Op een gegeven moment komt een ambtenaar naar buiten en geeft iedereen een nummer. Ik heb 46. Na weer een tijdje mogen we in kleine groepen naar binnen. De groepen zijn zo groot als het aantal mensen dat in een lift past (tegen elkaar aan). De lift gaat slechts één verdieping naar boven (achteraf zie ik dat er ook een brede trap is). We gaan naar een zaal, waar we op volgorde van de gegeven nummers moeten zitten. Dat geeft nog veel gepraat en geloop. Dan blijkt dat iemand anders ook nummer 46 heeft. Hoe kan dat, vraagt een ambtenaar aan mij. Dat heeft een collega van je gedaan, antwoord ik hem. Ik vraag me af of ik nu de verblijfsvergunning van die ander ga krijgen. Home Affairs maakt tenslotte veel fouten, zegt mijn ondersteuner. Ik zie dat de man een paspoort met Arabische tekens op de voorkant heeft.

Als iedereen op volgorde van nummer zit, gaan we weer in liftgrote groepen verder. Naar de 5e verdieping dit keer. Een zaal in, we gaan zitten, en meteen weer naar een andere zaal (waarom, geen idee). In die zaal moeten we weer op nummervolgorde zitten. Degene met het laagste nummer is aan de beurt. De rest schuift steeds een stoel op, tot je vanzelf aan de beurt bent.

Ik krijg mijn definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika. En, het is ook de mijne! Dus niet van die ander met nummer 46. Twee uur nadat ik in de rij op straat ben gaan staan, mag ik weer naar buiten. Nu staat op de website van Home Affairs: Adjudicated application has been collected on 10/25/2016.

Na een merkwaardig verlopen proces heb ik nu mijn definitieve verblijfs-vergunning voor Zuid-Afrika. We mogen nu voor altijd in Zuid-Afrika blijven. Maar, doen we dat ook? Dat weten we nog niet. Dat hangt af van wat in de komende tijd gaat gebeuren. Dan besluiten we of we blijven of terug gaan naar Nederland. Misschien verdelen we wel onze tijd over de twee landen. Ach, het is alweer een maand volop zomer hier, en dat blijft zo tot april of mei. Dat is één van de aantrekkelijke kanten van Zuid-Afrika. Maar ik heb wel het gevoel dat het in Nederland allemaal wat efficiënter gaat. We zien wel.

De ouderwetse winkel in Zuid-Afrika: het bestaat nog

Als je in Zuid-Afrika een elektronisch of een huishoudelijk apparaat nodig hebt, dan kan je bij Game terecht. Een keten van elektronica winkels, zoals in Nederland Mediamarkt. En lage prijzen. Maar je hebt ook nog de ouderwetse winkel in Zuid-Afrika, die lijkt op die van de tv serie “Are You Being Served?”.

Wij willen een vrieskast kopen en gaan daarvoor naar Tafelberg Furnishers. Een ouderwetse winkel in Zuid-Afrika volgepakt met stoelen en banken, van het meest afschuwelijke ontwerp, bedden, kasten, tafels, koffiezetapparaten, was-machines en koelkasten. En nog veel meer, wat met de inrichting van je huis te maken heeft. Wij hebben er al eerder een koelkast en een vaatwasser gekocht. Dat beviel, want de verkopers hebben verstand van zaken en de prijzen zijn vrijwel gelijk aan die van Game.

We lopen de ouderwetse winkel in Zuid-Afrika binnen en gaan eerst naar de afdeling met kleine huishoudelijke apparaten. Wij zoeken voor vrienden in Nederland een broodsnijmachine. Eén die je met de hand bedient. Meteen komt er een verkoopster op ons af, die vraagt of ze ons kan helpen. Niet meteen, antwoorden we. Maar, misschien kan ze ons vertellen of de handbediende broodsnijmachines nog bestaan. Nee, maar ze heeft wel een elektrische vleessnijmachine. Wij zoeken iets om brood te snijden, maar laat maar zien wat u heeft. De verkoopster haalt een machine, die nog in de doos zit. Ze wil de doos open maken. Nee, zeggen wij, doe maar niet. We zien het zo wel en we maken wel foto’s om naar onze vrienden te sturen. Het is echter geen probleem voor haar, ze maakt de doos al open. Als hij open is, zeg ik nog eens dat dit wel erg veel moeite is, want we zijn niet van plan om nu zo’n apparaat te kopen. Maar de verkoopster gaat gewoon door. Ik maak nog een foto van het apparaat zelf. We bedanken de verkoopster voor de moeite. Zij bedankt ons en pakt de vleessnijmachine weer zorgvuldig in.

We lopen naar de afdeling witgoed, zoals het deel met grote huishoudelijke apparaten in een ouderwetse winkel in Zuid-Afrika ongetwijfeld zal heten. Opnieuw komt een verkoper aangesneld. Kan ik u helpen? Ja, wij zoeken een vrieskist. Hij brengt ons naar een rij vrieskisten van Devy. Nooit van gehoord? Ik ook niet voordat we in Zuid-Afrika woonden. Devy is een grote Zuid-Afrikaanse fabrikant van huishoudelijke apparaten. Gewoon rechttoe-rechtaan spul van een goede kwaliteit. Eén vrieskist is afgeprijsd vanwege het prijzencarnaval van Tafelberg Furnishers. Hij lijkt voor ons de juiste en we kopen hem. Kopen? Ja, maar dan moet je eerst nog langs de administratie.

De verkoper loopt met ons naar één van de bureaus, die verspreid over deze ouderwetse winkel in Zuid-Afrika staan. Wij mogen tegenover de verkoper zitten. Hij neemt plaats achter de computer en vraagt allerlei privé gegevens aan ons: naam, adres, telefoonnummer, naam bank, e-mailadres, enz. Hij tikt het allemaal in, maakt een A4-print en loopt met ons naar de kassier. Daar betalen we met pinpas (jawel, ze zijn ook nog modern). En dan, het prijzencarnaval.

Eerst mag ik een lootje trekken. Daarop staat dat ik aan het grote prijzenrad mag draaien (wat zou er op de andere lootjes staan?). Onze prijs: keuze uit de rij van product 1. Dat is wat prullaria. We kiezen een door de zon oplaadbaar terras-lampje (hadden we al net gekocht, maar goed: nu hebben we er twee).

Als we klaar zijn, lopen we naar de uitgang van deze ouderwetse winkel in Zuid-Afrika en daar staat onze zojuist gekochte vrieskist al klaar om achterin de auto te laden. De vriezer heeft ons 2700 rand of 175 euro gekost. Hetzelfde als bij Game en slechts de helft van een vergelijkbaar merk bij Mediamarkt.

Het bestaat nog: de ouderwetse winkel in Zuid-Afrika.

Platteland van Zuid-Afrika beter voor persoonlijke ontwikkeling dan stad?

In de Zuid-Afrikaanse Sunday Times stond laatst een interessant artikel, ge-schreven door Albert Thembinkosi Modi, hoogleraar aan de Universiteit van Kwazulu-Natal. Modi stelt dat het opgroeien op het platteland van Zuid-Afrika beter is voor de persoonlijke ontwikkeling dan in de stad. Voorwaarde is wel, dat de dorpsbewoners weer zelfvoorzienend worden. Modi vindt dat de regering van Zuid-Afrika daarvoor de economische ontwikkeling dient te stimuleren.

Modi is geboren en getogen in een agrarische gemeenschap in Transkei, nu de Eastern Cape. Die gemeenschap werd in zijn jeugd geleid door vrouwen. Dat was al volgens de gemeenschapstraditie, maar tijdens de apartheid werd dit nog versterkt. De meeste van de mannen werkten en woonden toen in de grote steden van Zuid-Afrika. Modi’s moeder was één van de leidende vrouwen in zijn dorp. We spreken over de periode van de 70-er en 80-er jaren van de vorige eeuw.

Geen van de vrouwen in het dorp van Modi was ooit naar school geweest. Zij konden dan ook niet lezen of schrijven. Zij waren daarentegen wel heel goed in organiseren en wisten wat belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Zij werkten aan een hechte gemeenschap van families, zorgden voor gezond en veilig voedsel, en wisten hoe goede huizen te bouwen.

Vrouwen uit agrarische gemeenschappen, als die van Modi, waren trots op wie ze waren. Ze hadden geen uitkeringen. Zij leefden op een duurzame manier en konden zo in hun levensonderhoud voorzien. Modi kreeg als kind drie maaltijden per dag, bereid van wat de boerderijen in zijn dorp voortbrachten. Zijn moeder hield kippen, geiten en varkens. In de weekenden ging zij naar zee om vis te vangen. Dus vlees en vis kwam uit eigen huis. Groenten kwamen van de andere families.

De vrouwen brachten hun kinderen morele waarden bij en zij verzekerden zich er van dat alle kinderen altijd op school waren en de school ook afmaakten. Mede hierdoor kwam Modi met hoge cijfers van school. Hij kreeg van de regering van Transkei een beurs om te gaan studeren. Volgens Modi stond hij daarin niet alleen. Hij stelt dat veel goed opgeleide Zuid-Afrikanen zijn voortgekomen uit agrarische gemeenschappen.

Nu, ongeveer 30 jaar later, is de situatie op het platteland van Zuid-Afrika een heel andere. Tegenwoordig wordt het platteland van Zuid-Afrika geassocieerd met armoede en honger. De duurzame wijze van leven, zoals Modi in zijn jeugd kende, bestaat nauwelijks meer. Mensen kopen hun eten in de supermarkt. Omdat er nauwelijks werk is, leven veel mensen van een uitkering. Er is een grote migratiestroom naar grote steden als Kaapstad, Johannesburg en Durban. Mensen denken het daar beter te krijgen.

Wie naar de stad verhuist, komt terecht in een squater camp van een township. De mensen leven daar qua gezondheid en veiligheid onder veel slechtere omstandigheden dan in hun oude dorpsgemeenschappen. Bovendien is de kans op werk klein, mede omdat de mensen niet de juiste opleiding hebben. Het niveau van onderwijs op het platteland van Zuid-Afrika is tegenwoordig veel lager dan in de steden.

Modi vraagt zich af of deze ontwikkeling niet kan worden omgedraaid. Volgens hem zijn de omstandigheden op het platteland van Zuid-Afrika nog steeds dusdanig dat mensen in een duurzaam levensonderhoud kunnen voorzien. Modi pleit bij de regering voor een beleid om de economische ontwikkeling van het platteland van Zuid-Afrika te stimuleren. Dit komt de mensen zelf ten goede, is goed voor de landelijke economie en is aantrekkelijk voor het toerisme.

Modi is zijn moeder dankbaar voor wat zij voor hem heeft gedaan. Hij heeft het tenslotte tot professor gebracht. Alleen begrijpt zijn moeder niet dat haar zoon professor is.

Lekke band in Namibië: de oplossing is als een schouwspel

Namibië is een geweldige vakantiebestemming voor wie van rondreizen houdt. Je ziet bijzondere woestijnlandschappen. Ideaal voor de kilometervreter. Wij leggen binnen Namibië zo’n 4200 km af. Daarbij komen nog de twee keer 600 km van ons huis naar de grens van Zuid-Afrika en Namibië. In totaal rijden we in 20 dagen 5400 km.

Ondanks dat Namibië vooral uit woestijn van zand en steen bestaat, is er een enorme variatie aan landschappen. Zandduinen van honderden meters hoog. Eindeloze vlakten, zowel op zeeniveau als op hoogten van meer dan 1000 m. Bergen, die als puisten uit het platte land omhoog schieten. In enkele van die bergen zijn oude muurschilderingen van vroegere Afrikaanse volken bewaard gebleven. Veel verschillende boomsoorten, waaronder kokerbomen.

En er zijn wilde dieren in Namibië. In reservaten, maar naar het schijnt ook vrij rondlopend. Langs de wegen staan in ieder geval gevarendriehoeken met daarop o.m. getekend: olifanten, elanden en buffels. Die zien we helaas geen van alle buiten de reservaten. Wel koeien, schapen en geiten. Die waarschuw-ende borden kloppen in ons geval dus wel.

Binnen het grote wildreservaat van Namibië, Etosha, kunnen we de door ons gewilde wilde dieren wel bekijken, zoals: olifanten, buffels, wildebeesten, zebra’s, vogels in allerlei maten en kleuren, dik-diks, impala’s en springbokken. Volgens de reisboeken moeten de leeuwen in Etosha voor het oprapen liggen. Helaas, we zien er geen een. Maar de andere wel vertoonde dieren compen-seren dat ruimschoots.

Namibië is een droog land. Nog meer dan Zuid-Afrika heeft het te lijden van de droogte als gevolg van El Niño. Al drie jaar is er geen regen gevallen. We kruizen veel rivieren. In geen enkele rivier zien we water. Alleen maar droge beddingen. Waar reservoirs voor drinkwater zouden moeten zijn, zie je slechts de droge zandbodems.

Alleen de belangrijke doorgaande verkeerswegen in Namibië zijn geasfalteerd. Alle andere wegen hebben een verharding van gravel, grind of zout. Dat betekent oplettend en voorzichtig rijden. Dat je daar alleen met 4×4 auto’s kan rijden, zoals de reisorganisaties beweren, is onzin. Dat zeggen ze alleen maar om dat type auto’s voor veel geld te kunnen verhuren. Een tweewiel aangedre-ven auto is voldoende, waarbij het wel handig is als hij hoog op zijn wielen staat. Het risico van lekke banden door scherpe stenen is wel groot. Voor alle typen auto’s.

Ook wij vallen een keer in de prijzen van het lekkebandenfeest van Namibië. Eigenlijk al heel snel, zodra we op de eerste gravelweg van onze rondrit zijn. Eerst baal je, want waarom al zo snel? Maar dan speelt zich het volgende schouwspel af.
Wij krijgen het reservewiel, dat achter onder de auto hangt, niet los. Het blijkt bevestigd met een slotje, waarvan ik de sleutel nooit heb meegekregen. Stom, maar dat kan gebeuren als je een auto tweedehands koopt.
Hoewel we langs een stille weg staan, komen net twee Zuid-Afrikaanse Toyota Prado’s op hoge snelheid aangereden. Ik stop ze en vraag of ze iets hebben om het slot open te breken. Er stappen vijf mannen uit de auto’s. Ze kijken even naar de lekke band en naar de bevestiging van het reservewiel. Ze roepen elkaar wat korte zinnen toe. Eén van hun auto’s wordt naast de onze gereden. Er wordt gereedschap en een compressorpomp uitgeladen. De mannen gaan aan de slag.
Wiel met lekke band er af. Slotje van reservewiel gebroken. Wielen omgeruid. Geprobeerd lekke band met een soort silicone te plakken. Zijn er niet zeker van dat het is gelukt, dus reservewiel moet maar worden gebruikt als een echt wiel. Alle gereedschap en pomp weer ingeladen. En wij alleen maar toekijken. Ze willen niet dat we helpen.
Dan blijkt er nog een vrouw van één van de mannen in een auto te zitten. Ze komt er alsnog vrolijk bij. Verontschuldigend zegt ze: ben ik gewend met deze vijf alfamannen en blijf dan maar even uit de buurt. We bieden nog iets te drinken aan, maar dat wordt afgeslagen. De vrouw wijst veelbetekenend naar hun volgepakte auto’s.
Wij bedanken de mannen voor het werk. We nemen afscheid en de twee Prado’s scheuren weer net zo hard weg als ze zijn gekomen. En wij rijden in ons eigen tempo verder over de tot wasbord vervormde gravelweg.

Toevallig (nou ja toevallig…) is er in ieder dorp in Namibië, hoe klein ook, een bandenreparatieplek. Ze staan daar meteen voor je klaar. Binnen een half uur en voor maar € 7,50 is de klus geklaard.

Gelukkig is het deze reis door Namibië bij deze ene lekke band gebleven.

Shacks een veel voorkomende woonvorm in townships in Zuid-Afrika

Ondanks dat de overheid er hard aan werkt om alle mensen in een fatsoenlijke huis te laten wonen, zijn er in de townships in Zuid-Afrika nog veel shacks. Dit zijn door de mensen zelf gebouwde huisjes van op straat gevonden spullen. De groei van de townships met overheidshuizen gaat sinds het einde van de apartheid in 1994 snel. Maar de groei van het aantal shacks lijkt een minstens even grote snelheid te hebben.

Shacks staan vooral in grote squater camps. Deze liggen aan de randen van de townships en bepalen daardoor het beeld daarvan. Als je met het vliegtuig in Kaapstad aankomt en je rijdt daarna vanaf de luchthaven over de snelweg, dan zijn de vele shacks langs de weg het eerste wat je ziet van Zuid-Afrika.

Behalve in squater camps zijn er ook shacks op achtererven van “gewone” huizen. De zogenoemde backyard shacks. Ze vormen voor de bewoners van die huizen een extra inkomstenbron. Sommigen zijn daarmee zo inventief dat er wel zes huishoudens wonen op een erf, dat door zijn omvang eigenlijk voor één huishouden is bedoeld.

In de meeste shacks is het wooncomfort laag. De ruimten zijn klein. In de winter is het er koud en nat door de vele gaten in muren en daken. Wind en regen hebben bijna vrij spel. De vloerbedekking ligt meestal gewoon op het zand. Directe aansluitingen op leidingen zijn er niet, waardoor gebruik moet worden gemaakt van publieke kranen, douches en toiletten.

De capaciteit van de riolering in een township is beperkt. Er is sprake van overgebruik, slecht onderhoud, veel gebreken, verstoppingen en overloop van riolen en publieke toiletten. Riolen en publieke toiletten zijn haarden van besmettelijke ziekten. De waterdruk is laag en er is dus weinig water per huishouden beschikbaar. Ook het aanbod van elektriciteit is te laag. Bovendien wordt door de bewoners van shacks illegaal stroom afgetapt van de openbare verlichtingspalen. Als gevolg van de door de jaren ontstane dichte bebouwing is het moeilijk om bij de leidingsystemen te komen voor verbeteringen.

De groei van townships is nog lang ten einde. De vraag naar woningen blijft veel groter dan het officiële aanbod. De creativiteit van de woningzoekenden en de inwoners van de townships om ruimte te vinden of te creëren voor nieuwe shacks is groot. Helaas kijken ze niet of de plek, waar ze bouwen, ook geschikt is voor woningen. De Kaapse Vlakte bijvoorbeeld, waar zo’n twee miljoen mensen in de townships van Kaapstad wonen, is een deltagebied voor veel rivieren en beken vanuit de omliggende bergen. Bij zware regenval zoekt het water zijn weg via dit gebied. De afvoercapaciteit is zwaar onvoldoende, waardoor er wateroverlast ontstaat. Straten en huizen raken ondergelopen met water. Regelmatig spoelen shacks weg onder druk van het watergeweld.

Shacks zullen volgens mij als woonvorm nog lang blijven bestaan. De toestroom van mensen naar de stad is in Zuid-Afrika nog erg groot. Bovendien kent ook Zuid-Afrika een vluchtelingeninstroom, vanuit de andere Afrikaanse landen. Deze mensen zijn de eerste jaren in dit land illegaal en zijn hoe dan ook aangewezen op de shacks.

En, heel opvallend, er zijn mensen die er bewust voor kiezen om in een shack te wonen. Omdat het goedkoop is, of omdat ze geheel naar eigen idee iets moois voor zich zelf kunnen bouwen. De shack op de foto, gekopieerd uit de Cape Times, is hiervan een voorbeeld. En ook Steven Otter, uit mijn vorige blog, koos als blanke er zelf voor om in een shack in township Khayelitsha te wonen. Hij schrijft er over in zijn boek Khayelitsha. Lezen? Tik de onderstreepte titel aan.

Een blanke woont erg naar zijn zin in zwart township Khayelitsha

Steven Otter woont met zijn Nederlandse vriendin in een grote kamer in het centrum van Kaapstad. Zij gaat op een gegeven moment terug naar Nederland. Steven studeert nog, hij volgt een opleiding tot journalist. Voor hem alleen is de kamer te duur. Hij gaat op zoek naar iets goedkopers. Een collega-journalist bij de krant, waar Steven stage loopt, woont in de zwarte township Khayelitsha. Hij vraagt of dat niet iets voor hem is. Steven denkt even na, realiseert zich zijn politiek correcte standpunten, en zegt: waarom eigenlijk niet?

Steven krijgt van zijn collega een adres en neemt de trein naar de Kaapse Vlakte. In dit gebied zijn alleen maar townships met in totaal zo’n 2 miljoen inwoners, grofweg voor de helft zwart en voor de helft kleurling. Een zwarte mevrouw in de trein vraagt Steven of hij niet in de verkeerde trein zit.

De verhuurder van de kamer ontvangt Steven en toont zich hulpvaardig. Hij vertelt wat van de naaste omgeving. Waar je water haalt, waar je naar de wc gaat, waar je boodschappen doet. Steven bekijkt de kamer. Het lijkt hem op het eerste gezicht wel wat, bovendien vlakbij het treinstation. Hij huurt de kamer voor 350 rand (€ 20) per maand.

In het boek Khayelitsha beschrijft Steven Otter zijn ervaringen in de township. Het zijn positieve en negatieve. Maar voor hem overheersen de positieve ervaringen. Al met al is het allemaal niet zo vreselijk als blanke Zuid-Afrikanen, waarvan de meeste nog nooit in een township zijn geweest, denken.

Steven gaat regelmatig naar een shebeen. Dat is een illegaal gedreven kroeg in een garage of een container. Daar schenken ze zelfgemaakte dranken. Met name het bier is berucht voor het hoge alcoholpercentage. Steven maakt er snel nieuwe vrienden. Eén van hen heet Nigger. Waarom heet je Nigger? Ik ben toch een nigger?

Door zijn nieuwe vrienden merkt Steven dat de inwoners van een township als Khayelitsha erg sociaal zijn. Zij helpen hem met werkelijk alles. Eten deel je altijd. Wie aan de beurt is om de drank in de shebeen te betalen, doet er nooit toe. Heb je meubels nodig voor je kamer? Wij onderhandelen wel voor je en brengen het bij je thuis.

Dat er veel criminaliteit is in een township, is natuurlijk wel vervelend. Als je van huis gaat, moet je alles van waarde meenemen. Beter is, om hoe dan ook geen waardevolle spullen te hebben. Steven loopt regelmatig ’s nachts op straat (als hij bijvoorbeeld van de shebeen komt). In zijn verhalen staat hij tenminste één keer onder schot.

De kamer van Steven blijkt slecht in elkaar te zitten. De muren en het dak zijn nogal dun en zitten vol met gaten. Hij moet overal emmers neerzetten als het regent. De wind waait vrijwel dagelijks door de kamer heen, wat vooral in de winter erg koud maakt. Als Steven op bed ligt, mag hij regelmatig meeluisteren naar de vrijpartijen van het stel in de kamer naast hem.

Steven beschrijft in zijn boek ook een aantal vermakelijke situaties. Hij is niet te beroerd om zichzelf daarin te betrekken. En hij vermijdt ook niet nogal intieme zaken. Een voorbeeld. Steven past zich in alles aan in wat de zwarte inwoners van Khayelitsha doen. Dus ook het eten. Dat bestaat veel uit bruine bonen en maïs, een nogal vast en zwaar op de maag liggend voedsel. En het veroorzaakt behoorlijk stinkende winden. Op een dag gaat Steven met een taxibusje naar Kaapstad. Deze busjes zijn gewoonlijk helemaal volgepakt. Als blanke ben je altijd de enige tussen de zwarten. Stevens darmen zijn weer druk bezig met het eten van de vorige dag. Steven probeert zich in te houden, maar dat lukt niet. Er ontsnapt een lange geluidloze, maar heel erg stinkende wind. Steven kijkt stoïcijns voor zich uit. Een grote dikke dame voor hem draait zich om en zegt tegen hem: “Het spijt me heel erg, maar sommigen van ons kennen echt geen manieren”.

Als Steven klaar is met zijn journalistenopleiding gaat hij naar zijn vriendin in Nederland. Hij gaat daar voor een Engelstalige krant werken. Steven huurt een benedenhuis in Utrecht. Hij ervaart een compleet tegengestelde situatie van wat hij daarvoor in Khayelitsha heeft meegemaakt.

Het eerste wat Steven opvalt is dat alle treinen en bussen op tijd rijden. Eigenlijk is alles volgens regeltjes georganiseerd. Drankjes in kroegen worden gezamen-lijk betaald, waarbij goed wordt opgelet wie aan de beurt is voor een rondje. En de mensen leven volgens een agenda. Een spontaan bezoek aan iemand wordt niet altijd op prijs gesteld. Ieder weekend maakt Steven, als een goed Zuid-Afrikaan, een braai in zijn achtertuin. Hij laat dat ook weten aan iedereen die hij kent. Voor hem is dat een uitnodiging om vooral langs te komen. Maar niemand komt zonder dat er een duidelijke afspraak over is. En, zijn bovenburen klagen over de barbecuelucht die hij verspreidt. Steven mist het wanordelijke, improvi-serende, tolerante en spontane van “zijn” township. Hij besluit om definitief terug te gaan naar Khayelitsha.

Een leuk geschreven boek over een interessante ervaring. Wil je het boek Kayelitsha ook lezen?

DA met nieuwe leider Maimane winnaar van verkiezingen in Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikanen hebben voor nieuwe gemeenteraden gekozen. De DA (Democratic Alliance) is één van de grote winnaars van de verkiezingen in Zuid-Afrika. De DA wint fors in de steden en scoort, behalve bij de traditionele aanhang van blanken en kleurlingen, bij de zwarte middenklasse. Een andere winnaar is de EFF (Economic Freedom Fighters), die arme zwarten in townships voor zich heeft kunnen winnen. Het ANC is de grote verliezer in de steden, op het platteland hebben ze niet of nauwelijks verloren. Landelijk is de aanhang van het ANC teruggelopen van 62% bij de laatste parlementsverkiezingen in 2014 naar 54% nu.

In zeven van de acht grote steden in Zuid-Afrika had het ANC tot afgelopen week de meerderheid. Deze is er in nog maar drie steden: eThekwini (Durban), Mangaung (Bloemfontein) en Buffalo City (East-London). In Johannesburg en Ekurhuleni (East-Rand) is het ANC nog wel de grootste partij. In Kaapstad had de DA al de meerderheid, die nu verder is gegroeid. In Tshwane (Pretoria) en Nelson Mandela Bay (Port Elizabeth) is de DA nu de grootste partij. In deze twee steden zullen waarschijnlijk coalities zonder het ANC worden gevormd. Met name in Nelson Mandela Bay is dat extra gevoelig voor het ANC vanwege de nieuwe naam van het gebied.

De belangrijkste redenen voor het verlies van het ANC in de verkiezingen in Zuid-Afrika zijn het slechte bestuur onder president Zuma, de € 20 miljoen kostende verbouwing van het huis van Zuma op kosten van de staat en de slechte levering van diensten in door het ANC bestuurde gemeenten. Bij het laatste gaat het om stroomuitvallen, onderbrekingen van waterlevering, verstopte rioleringen, achterstallig wegonderhoud, gebrekkige ophaal van huisvuil. De winnaars van de verkiezingen in Zuid-Afrika, DA en EFF, hebben de zwakke punten van het ANC in hun campagnes goed uitgebuit. Zij weten dat dit de mensen rechtstreeks aangaat en dat ze zich er kwaad om maken.

De DA wordt nu echt een bedreiging voor de hegemonie van het ANC. De meerderheid van de DA in Kaapstad en in de Western Cape Province werd door het ANC nog afgedaan als een kwestie van de blanken en de kleurlingen. Die maken daar immers de meerderheid van de bevolking uit. En in de ogen van de ANC’ers is de DA nog steeds een blanke partij. Inderdaad heeft de DA een blanke oorsprong en werd ze tot vorig jaar geleid door blanken. Maar een jaar geleden is Mmusi Maimane gekozen tot partijleider. Hij weet nu met een charismatische uitstraling in te breken bij de zwarte achterban van het ANC. Bij de laatste parlementsverkiezingen, toen hij nog geen partijleider was, kreeg hij van zwarte kiezers nog te horen dat ze hem persoonlijk wel vertrouwen maar niet zijn “witte” partij. Nu hij de voorman van de DA is, ligt dat dus kennelijk anders. Dat smaakt naar meer en Maimane zou ooit president van Zuid-Afrika kunnen worden. Misschien niet bij de eerstvolgende verkiezingen in Zuid-Afrika in 2019 voor het parlement. Daarvoor lijkt de sprong vanaf de nu gescoorde 27% wel erg groot. Maar in 2024? Maimane, geboren in 1980, is er nog jong genoeg voor.

Tot slot is er bij deze verkiezingen in Zuid-Afrika een opmerkelijke comeback. In Kwazulu-Natal is Mangosuthu Buthelezi en zijn IFP (Inkatha Freedom Party) terug van weggeweest. Als aanvoerder van de Zulu’s leidde Buthelezi de eerste jaren na de apartheid de regering van deze provincie. Door Zuma als Zulu in te zetten heeft het ANC in Kwazulu-Natal terrein veroverd op de IFP en op een gegeven moment Buthelezi opzij geschoven. Nu is de IFP de grootste geworden in de gemeenten in en rond Nkandla. Daar staat het huis van Zuma met de door de staat betaalde hoge verbouwingskosten.