Eén van de lichtpunten onder de Zuid-Afrikaanse ondernemers

Ik ben niet erg enthousiast over Zuid-Afrikaanse ondernemers. Ze kunnen er lang over doen voor ze het werk leveren waarom je hebt gevraagd. Tijdens het werk moet je met je neus er bovenop staan om een enigszins aanvaardbaar resultaat te krijgen. Daarentegen kunnen ze er wel bijzonder snel bij zijn als er betaald moet worden (vandaag krijg je de rekening, morgen bellen ze al met de vraag wanneer je gaat betalen). Maar gelukkig zijn er ook uitzonderingen op deze regel. Ik noem ze de lichtpunten onder de Zuid-Afrikaanse ondernemers.

Eén van die lichtpunten onder de Zuid-Afrikaanse ondernemers is Esmari met haar IT-bedrijf ML-Solutions in mijn dorp Tulbagh. Zij is mijn internet provider. Bij Esmari kan je tijdens kantooruren gewoon binnen lopen en je klacht achterlaten. Zij zorgt er dan met haar mannen voor dat het probleem snel is verholpen. Buiten kantooruren volstaat meestal een SMS.

In Tulbagh, 125 km van Kaapstad, is het internet niet zo geweldig van kwaliteit. Daar kan Esmari niet meer aan doen, dan met pappen en nat houden het zo goed mogelijk proberen te leveren.

In Kaapstad bestaat al een uitgebreid glasvezelnetwerk. Daar hebben ze dan ook weinig problemen met download en upload. In ons dorp komen de internet-signalen door de lucht. Op één van de uiterste punten van de Kaapstadse glasvezels worden de signalen via een uitzendtoren naar een ontvangsttoren bij Tulbagh gezonden. Die toren verspreidt ze weer via de lucht over de internetgebruikers in het dorp.

Er zijn regelmatig problemen met de verzending van de signalen van Kaapstad naar Tulbagh. Meest voorkomend zijn een zeer lage snelheid van het signaal of helemaal geen signaal. De weersomstandigheden zijn sterk van invloed. Maar ook sabotage komt veel voor. Er wordt nogal eens ingebroken in de uitzend- en ontvangsttorens. Dan wordt cruciale apparatuur meegenomen, waardoor alles voor een tijdje plat ligt. Of het elektriciteitsbedrijf Eskom besluit zonder vooraankondiging bij één van de torens onderhoudswerk te doen en schakelt voor een tijdje de stroom van die toren uit. Dan ligt dus ook alles plat.

Bij zulke problemen zijn Esmari en haar mannen het olievrouwtje en -mannetjes voor hun klanten. Bij langdurig slecht of geen internet vertellen ze keurig wat er aan de hand is. Ondertussen zetten ze de verantwoordelijken voor de problemen onder druk om zo snel mogelijk tot een oplossing te komen.

Laatst had ik een heel ander probleem dan langzaam of geen internet. Bij het versturen van de aankondiging van een nieuwe blog kreeg ik van alle mensen, die een email adres van Ziggo of van een daaraan gerelateerd bedrijf hebben, een foutmelding. Die melding kwam er op neer dat mijn mail bij Ziggo c.s. niet door het spamfilter was gekomen. Er van overtuigd dat ik geen rare dingen op internet heb gedaan en consequent alle door mij vermeende hacks en phissings heb geweigerd en meteen weggegooid, verbaasde mij deze mededeling.

Ik probeerde een dag later een nieuwe verzendpoging met het zelfde resultaat. Daarna enkele vrienden met een Ziggo-adres gewhatsapped of zij meer last hadden van niet aangekomen e-mails (en daarvan natuurlijk ook door de verzender op de hoogte waren gesteld). Nee, dat hadden ze niet.

Vervolgens ging vriend Gerard in Nederland er mee aan de slag. Zoals eigenlijk bij alle internet providers in Nederland, kan je bij Ziggo niet zomaar binnenlopen en met een ter zake deskundige je probleem bespreken. Dus plaatste Gerard een boodschap op de website van Ziggo. Hij kreeg daar snel antwoord op. Het kwam er op neer dat het probleem niet bij Ziggo lag, maar aan de Zuid-Afrikaanse kant (bij mij dus). Het veiligheidssysteem van Ziggo zei dat ik een besmet IP-adres had. Ze noemden het IP-adres dat door mij zou zijn gebruikt. Dat was een heel andere dan mijn computer aangaf…

Ik weer naar het kantoortje van Esmari in Tulbagh. Ze schrok van het verhaal. Zij bevestigde dat het door Ziggo genoemde IP-adres juist was. Dat was van haar netwerk, waar alle uitgaande mails van de klanten worden verzameld en verder het net op worden gestuurd. Ze ging achter het probleem aan. Even later meldde Esmari dat ik op een zwarte lijst zou staan. Waarom? Wist ze ook niet. Gebeurt bij de provider van haar. Ook overtuigd van mijn nette gedrag zegde ze toe mijn naam van de lijst te laten halen. Dat lukte en ik stuurde de getroffen blogverzending alsnog naar wie hem niet had ontvangen. Ging goed.

Bij de volgende blog deed zich hetzelfde probleem voor. Ik weer naar Esmari. Zij begreep er niets van, want ik zou de enige zijn die dit probleem had. Een paar dagen later vertelde ze me, dat er toch meer klanten met dit probleem bleken te zijn. En, één van haar klanten had zich op internet misdragen en dat had waarschijnlijk de status van het gezamenlijke IP-adres beïnvloed.

Het IP-adres is sinds kort vervangen. En nu maar hopen, dat degene die niet zo netjes was het nu wel is. Of beter, is opgespoord en uit het klantenbestand verwijderd.

Naast ergernis over slecht ondernemerschap is er bij mij ook de vreugde over de lichtpunten onder de Zuid-Afrikaanse ondernemers. Esmari is zo’n lichtpunt. Alleen al dat je zomaar bij haar langs kan gaan om je internetprobleem te bespreken. En dat ze er dan ook snel iets aan doet.

22 uur zonder stroom

Ik zit om een uur of negen ’s avonds televisie te kijken. Opeens alle lampen en apparaten uit en meteen weer aan. Het is een paar seconden donker. Ik zoek op de televisie naar het programma, waarnaar ik zat te kijken. En dan: alles weer uit. Het blijft nu donker. Op de tast zoek ik mijn telefoon en zet de zaklamp app aan. Ik zoek met de telefoon in de hand de oplaadbare kampeerlamp, die ergens onder bereik moet zijn. Dat is één van de weinige kampeerspullen die we niet hebben verkocht, toen we Nederland verlieten. Ik vind de lamp en loop er mee door het huis. Ik realiseer me dat we de rest van de avond weleens zonder stroom kunnen zitten.

Dit hebben we al meer meegemaakt. Ergens in het leidingennet iets geknapt. Kost meestal een paar uurtjes herstel. Dus maar een alternatief bedenken voor het televisie kijken. Het wordt lezen. Ik heb al mijn e-boeken op mijn iPad uit en ga een ouderwets papieren boek lezen. Het licht van de kampeerlamp is niet zo sterk. Die moet je regelmatig opladen en dat vergeet je. Het lezen doet me wat pijn aan mijn ogen en tegen half elf ga ik maar naar bed. Een beetje vroeg voor mijn doen, maar dan sta ik morgen lekker vroeg op. Ik neem aan dat in de loop van de nacht het euvel zal zijn verholpen.

Ik word inderdaad vroeg wakker (ongeveer vijf uur). Alles nog steeds stikdonker. Ik probeer het licht bij mijn bed. Niets. Sht! Ik blijf maar liggen tot het licht wordt (pas om een uur of zeven). Dat duurt lang als je al klaarwakker bent.

Wanneer je zonder stroom zit, merk je hoe afhankelijk je tegenwoordig bent van elektriciteit. En bij ons telt het nog eens extra. We koken elektrisch. Het water wordt met een elektrische pomp het huis ingebracht (de waterdruk stelt zonder pomp niets voor). Zonder stroom is er geen water om de wc door te spoelen. Uit de douche komen slechts druppels. Die zijn ook nog onverwarmd, omdat de geiser het niet doet. Koffie zetten is er even niet bij. Geen download van de Volkskrant, want er is geen internet.

De computer kan ik natuurlijk ook niet gebruiken. Gelukkig heb ik ook een laptop. Ik doe daar vandaag mijn werk op. Maar ja, alleen draaiend op de batterij loopt die langzaam maar zeker leeg. Dat geldt ook voor de iPad en voor de iPhone. Het laatste vind ik nog het ergste, want het is nog mijn enige lijntje naar de echte wereld. Een vaste telefoon hebben we niet meer. Ik ga daarom maar een paar keer met de auto rijden om de telefoon wat bij te laden.

Nu wil ook het geval dat net deze week ons huis wordt geschilderd. Omdat het huis van buiten is gepleisterd, is dat een grote klus. Er zitten wat scheuren en bladeren in en op het pleisterwerk, die gerepareerd moeten worden. De schilders gebruiken daarvoor elektrische apparatuur. Kan vandaag niet, dus moet het met de hand. En de heren moeten natuurlijk ook af en toe naar de wc. Hoewel ik er niet om vraag, zeggen ze dat ze die niet zullen gebruiken. In ben bang dat deze dag de tuin het alternatief is.

In de loop van de middag hoor ik wat er eigenlijk aan de hand is. Er is een stuk van de hoofdkabel, die ons dorp van elektriciteit moet voorzien, gestolen. Het kan nog tot de middag van de volgende dag duren voor die is hersteld. Opnieuw: Sht!

Ik denk: welke idioot snijdt een stuk zware elektriciteitskabel af? Hoeveel voltage staat daar eigenlijk op? Veel meer dan 220V. Nu heb ik wat ervaring met het per ongeluk aanraken van een openstaande 220V-kabel. Dat is geen fijn gevoel. Dus, hoe meer voltage, hoe riskanter. Natuurlijk gaat het de dief om het koper, maar dan nog. Nu hoor ik ook dat het stelen van zware elektriciteitskabels in Zuid-Afrika de gewoonste zaak van de wereld is. En dat ook het daardoor langdurig zonder stroom zitten in dit land heel gewoon kan zijn. Ook hieraan schijn ik maar te moeten wennen…

Ik vraag me af wat ik met het eten zal doen. Toch proberen iets te koken? Behalve de kampeerlamp hebben we ook nog een campinggasje achterge-houden. Ik kan daarop in ieder geval water koken voor koffie. De supermarkt schijnt gewoon open te zijn (heeft generatoren). Ik kan daar een eenpans-maaltijd kopen en die opwarmen. En wijn kan je altijd drinken, al is de kamertemperatuur hier wel hoog (± 30º).

Om zeven uur ’s avonds heb ik me helemaal geïnstalleerd bij het pitje van de kampeerlamp. Boek direct er naast. Het campinggasje staat klaar om de eenpansmaaltijd op te warmen. Ik ben nog even met de auto weggeweest om mijn telefoon wat bij te laden. Maar tot mijn schrik zie ik nu dat het telefoonnetwerk ook al is uitgevallen. Alweer: Sht!

En dan opeens: alles is weer aan. Ik wacht nog even af. Maar na tien minuten blijft alles nog steeds aan. Het internet komt ook op gang. En de telefoon doet het weer. Ik maak toch nog een echte maaltijd op de kookplaat. En alle apparaten kunnen weer aan het infuus. Ook de kampeerlamp.

Ben ik nu zielig na zo’n dag? Nee, natuurlijk niet. Het is allemaal luxe, waar ik over praat. In de township verderop zijn ze nauwelijks anders gewend. In ieder geval hebben ze niet al die apparaten, die wij hebben. Maar lastig is het wel om zo lang zonder stroom te zitten.

Het is bij mij vooral ergernis over hoe de samenleving hier is georganiseerd. Het is er allemaal wel, maar het kan het zo beroerd doen. Er is nauwelijks onderhoud. Alle kabels lopen ook boven de grond. Daardoor kan je bij het minste geringste, zoals een regenbui of harde wind, zonder stroom komen te zitten. Of valt het internet zomaar voor een tijdje uit. En bovengrondse kabels vormen een uitnodiging voor sabotage.

Voor president Zuma is over twee jaar de armoede in Zuid-Afrika voorbij

De armoede in Zuid-Afrika is groot. In de wereld is het één van de landen met de grootste verschillen tussen arm en rijk. Grofweg staat in Zuid-Afrika arm gelijk aan zwart en rijk aan blank. Zwarten wonen in de armoedige townships, blanken wonen in de weldadige stadscentra en villawijken. Een erfenis van de apartheid, die nog steeds niet is opgelost. Natuurlijk zijn er inmiddels rijke zwarten en zijn er nu ook arme blanken. En er groeit een zwarte middenklasse. Ook worden veel sociale woningen gebouwd. Maar, de meerderheid van zwart is nog steeds arm. De werkloosheid onder hen is groot (meer dan 40%), net als het deel van de leerlingen dat de school niet afmaakt (ongeveer 35%).

President Zuma van Zuid-Afrika wil nu een eind maken aan de grote verschillen tussen blank en zwart. Weliswaar is hij al 8 jaar president en was hij daarvoor 6 jaar vice-president en voert zijn ANC al 23 jaar de regering in Zuid-Afrika, Zuma vindt het tijd voor actie. Hij keurt het economisch beleid, zoals dat tot nu toe ook onder zijn leiding is gevoerd, af. Zuma wil meer zwarte ondernemers, meer zwarten in de leiding van grote bedrijven en overdracht van boerderijen aan zwarten zonder financiële vergoeding voor de eigenaren.

Zuma heeft haast, want zijn tweede en laatste termijn als president loopt over twee jaar af. In die tijd moet voor hem de armoede in Zuid-Afrika voorbij zijn. Om dat doel te bereiken heeft Zuma ruim een week geleden, onder veel andere, de minister van Financiën Pravin Gorhan ontslagen.

Pravin Gordhan was een goede minister van Financiën. Hij probeerde uit alle macht de kwakkelende economie van Zuid-Afrika weer op gang te krijgen. Na jaren hoge economische groei dreigt sinds enige tijd een recessie, het groeipercentage is nog maar net boven nul. De inflatie is hoog (6%), net als de rente (10%). De nationale munt, de Rand, daalt al jaren in waarde. Gordhan sprak met het bedrijfsleven om het aantal arbeidsplaatsen flink uit te breiden. Hij pleitte voor sterke verbetering van het onderwijs en bood daarvoor geld aan. Hij reisde de wereld rond om investeerders te bewegen hun geld in Zuid-Afrika te besteden. Allemaal maatregelen om de economie weer te laten groeien en zo de werkgelegenheid en het opleidingsniveau voor de zwarten te verbeteren. Daarentegen stelde Pravin Gordhan zich fel op tegen de corruptiepraktijken binnen de regering en van de president. Hij was kritisch op verlieslijdende staatsbedrijven. Ook hield hij in zijn rol als kasbeheerder onverantwoorde uitgaven tegen, zoals de door de president gewenste bouw van acht nieuwe kerncentrales. Het beleid van Gordhan begon net vruchten af te werpen: de inflatie nam af, de rente daalde en de Rand was bezig met een sterke stijging.

Zuma had last van Gordhan en zag een mogelijkheid om hem er uit te gooien. Onder het mom van armoedebestrijding slaat de president een andere economische weg in. Hij zegt letterlijk dat de waarden van inflatie, rente en de Rand hem weinig zeggen, dat zijn in zijn ogen maar manipulatieve mechanis-men van de westerse kapitalistische wereld. Hij wil nu echt geld in het land pompen om mensen uit de armoede te helpen. Hoe Zuma dat wil doen? Waar hij dat geld vandaan haalt? Dat vertelt hij niet.

Nu heeft Zuma de ruimte om de bouw van de acht nieuwe kerncentrales er door te drukken. Hij heeft al een paar jaar geleden een deal met Rusland afgesloten voor de levering van cruciale onderdelen. En dat in een land waar je de zon en de wind zo ongeveer kan oprapen en waar al veel ervaring is met deze duurzame vormen van energie. Ook kunnen de vrienden van Zuma, waarmee hij in het geniep zaken doet, opgelucht adem halen. De nieuwe minister van Financiën is jong en ambitieus, hij zal keurig doen wat baas Zuma zegt. Allemaal mensen die het geld wel laten rollen, maar in hun eigen zakken.

Wordt dit nu in Zuid-Afrika allemaal voor zoete koek geslikt? Nee, er is veel protest. Voor veel mensen –burgers, ondernemers, bestuurders, politici (ook binnen het ANC)- is de maat nu vol. Voor hen is het mooi geweest met Zuma en zijn corruptie, fraude, nepotisme en zelfverrijking. Afgelopen vrijdag waren door het hele land protestacties, vanuit alle bevolkingsgroepen. Er is van veel kanten druk op Zuma om nu af te treden, zelfs van vice-president Ramaphosa.

Het ANC lost dit soort zaken binnenskamers op. Er zijn de afgelopen week vergaderingen geweest. De uitkomst is dat Zuma weigert af te treden (en dat is het dan). Volgende week dienen de oppositiepartijen in het parlement een motie van wantrouwen in tegen Zuma. Alle ANC’ers in het parlement is, op straffe van ontslag uit het parlement, verboden vóór de motie te stemmen.

Zuma is een waar machtspoliticus. Zijn persoonlijke belang staat voorop. En dat is voor hem uit de handen van de rechter blijven. Veel van zijn corruptie-praktijken zijn al bewezen en liggen klaar om door de rechtbank beoordeeld te worden. Als president is Zuma onschendbaar en hij kan nu niet worden veroordeeld. Hij moet dus wel zijn termijn uitzitten. Ondertussen werkt hij hard aan zijn eigen opvolging en probeert zo binnen het ANC een meerderheid voor de kandidatuur van de door hem beoogde kandidaat te regelen, al dan niet volgens de partijregels. Zuma wil zijn ex-vrouw mevrouw Zuma 1 als volgende president (er zijn nog vier mevrouw Zuma’s, maar die doen nu even niet mee). Hij verwacht van haar, dat zij zijn onschendbaarheid bij wet voortzet als hij president af is. Hun gezamenlijke kinderen zitten net zo diep in de corruptiezaken als hun vader. Als het tot een rechtszaak komt tegen pa, zullen zij daarin vanzelf worden meegesleept. En dat wil ma Zuma natuurlijk niet, denkt pa Zuma.

Sinds vorige week stijgen de inflatie en de rente weer en is de waarde van de Rand met meer dan 10% gedaald.

Zal over twee jaar de armoede in Zuid-Afrika voorbij zijn? Ik denk het niet.

District Six Kaapstad, 50 jaar geleden ontruimd en gesloopt, nu nog steeds leegstaand gebied

In 1966 wijst de apartheidsregering van Zuid-Afrika de Kaapstadse wijk District Six aan tot een ‘whites only area’. Alle niet-blanke bewoners moeten hun huizen verlaten en worden gedwongen in een township 25 tot 40 kilometer verderop te gaan wonen. Vrijwel alle huizen in Distrct Six worden afgebroken.

sociaal en solidair

In de tijd dat de regering tot ontruiming besluit, is District Six een gemeenschap van verschillende volken en culturen. Kleurlingen vormen de grootste groep. Maar er wonen ook veel blanken, zwarten en indiërs. Er leven verschillende maatschappelijke groepen naast elkaar. Arbeiders, intellectuelen, kunstenaars en politici wonen vlak bij elkaar of zelfs onder één dak. Er is tolerantie en respect voor elkaars politieke keuze en religieuze overtuiging.

Ook in welvaart zijn er verschillen. Er zijn rijke mensen, veelal de eigenaren van winkels en bedrijven in de wijk. Er zijn middenklassers, die er al van oudsher wonen. Maar een groot deel van de mensen in District Six is arm. Er is onder hen veel werkloosheid. Als er al iemand werk heeft, dan zijn dat klussen voor een appel en een ei. Niet veel verdiensten dus.

In District Six is de extended family een opvallend fenomeen. Van één familie wonen meer generaties (grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen) dicht bij elkaar, veel zelfs in één huis. Dit geldt voor bijna iedereen: de rijke, de midden-klasse en de arme families. De extended family is een vangnet voor wie het moeilijk heeft: ziek, geen werk of geen geld. De sociale controle is groot. Mensen voelen zich daardoor beschermd.

gang legend

In de loop van de tijd groeit in District Six de zogenoemde gang legend. Een cultuur van jeugdbenden, die van vrij onschuldig uitgroeit to hoogst crimineel, van weinig last van hebben tot het als een last ervaren. Het begint met arme jongeren van buiten de wijk, die op zoek zijn naar eten. Zij bedelen en pikken uit winkels. Ze werken veel alleen of in groepjes van hooguit drie. Later groeien die groepjes aaneen tot echte gangs, die winkels of mensen op straat beroven. Voor de bescherming van hun spullen vormen de eigenaren van winkels knokploegen, die optreden tegen de gangs.

De knokploegen werken met de politie samen en voelen zich daardoor vrij om hun eigen, in de praktijk criminele, dingen te doen. De politie knijpt als weder-dienst voor de hulp van de knokploegen alle ogen toe. Uit de knokploegen groeit een nieuwe gang, die uiteindelijk, met stille goedkeuring van de politie, de controle heeft over alle afpersingen, illegale handel, de eerste Kaapse drugs (dagga), smokkelpraktijken, shebeens (illegale bars) en gokhuizen in District Six.

sociale structuur kapot gemaakt

De gedwongen verhuizing van de bewoners van District Six naar de townships op de Kaapse Vlakte maakt sociaal veel kapot. De verhuizingen gaan per huishouden, dus hooguit twee ouders met hun kinderen. Grootouders en inwonende getrouwde kinderen hebben hun eigen verhuizing. Dit betekent dat extended families uit elkaar worden getrokken en op (grote) afstand van elkaar komen te wonen.

De huizen, die de mensen in de Kaapse Vlakte betrekken, zijn weliswaar moderner dan wat ze in District Six achterlaten, maar niet echt groter. De omvang van een woning is toegesneden op de grootte van een gezin op het moment van verhuizing. Groei van gezinnen zal toch weer gaan knellen.

Het achterlaten van het toenemende geweld van gangs in District Six vinden veel mensen een prettige bijkomstigheid van de verhuizing. Maar uiteraard verhuizen de gangs mee naar de townships. Die bestaan immers uit de jeugd van District Six. Dus de criminaliteit gaat gewoon door, maar veel heftiger dan voorheen. Bendeoorlogen, met veel vuurwapengeweld, en drugshandel worden deel van het leven in de townships.

moeizame herbouw

De herbouw van District Six met woningen komt nauwelijks op gang. De gemeente Kaapstad maakt weliswaar de nodige plannen, maar private ontwikkelaars, die de plannen moeten uitvoeren, durven hun vingers niet aan het gebied te branden. Door alles wat er is gebeurd, met name de deportatie-praktijken, is het gebied besmet geraakt. Dat maakt wel de weg vrij voor de bouw van universiteitsgebouwen, door de overheid zelf, in de jaren 1980. In het ontwerp van het universiteitscomplex is geen rekening gehouden met het oorspronkelijke stratenpatroon van District Six. Herbouw van woningen volgens het oude stratenplan is daardoor lastig zo niet onmogelijk geworden.

Na de apartheid doet Nelson Mandela als president persoonlijk de belofte dat District Six in de oorspronkelijke staat voor de oorspronkelijke bewoners wordt herbouwd. De oude bewoners krijgen de gelegenheid om via een zogenoemde grondclaim hun recht op terugkeer kenbaar te maken. In totaal melden zich 2.500 huishoudens (uit de oorspronkelijk 3.500 woningen).

Sinds de toezegging van Mandela in 1994 is een deel van de mensen, die recht hebben op terugkeer, inmiddels overleden. De anderen zijn nu, in 2017, oud (uiteenlopend van 80 tot 110 jaar). Toch houdt een flink aantal de hoop op terugkeer vast. Maar er zijn er ook die beslist niet terug willen. Zoals één van hen zegt: “Alles wat vertrouwd was –gebouwen, vrienden, familie, sfeer- is verdwenen. Je bouwt nooit het zelfde terug”.

Er worden weer veel plannen gemaakt. Allemaal met de bedoeling het oude District Six terug te laten keren. Geen van die plannen wordt volledig uitgevoerd. Er worden huizen gebouwd, maar dat zijn er in totaal nog geen 200. Wel krijgt de universiteit nog een uitbreiding.

leegstaand gebied

District Six is nu een groot leegstaand gebied. Zoals ik hiervoor schrijf, er zijn hooguit 200 woningen gebouwd. Het universiteitscomplex is gebouwd, het eerste deel nog tijdens de apartheid, de uitbreiding na de apartheid.

Bijna 50 jaar na de start van de gedwongen verhuizingen, 35 jaar na de voltooide sloop, ruim 20 jaar na het einde van de apartheid.

Stemmen in het buitenland, weer een bijzondere ervaring

Nu wij niet in Nederland wonen, maar ons met onze paspoorten nog wel Nederlander mogen noemen, hebben we nog steeds Nederlands stemrecht. Niet voor de gemeente of de provincie, omdat we nu eenmaal niet in een Nederland-se gemeente of provincie wonen. We mogen wel stemmen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement en bij landelijke referenda.

Stemmen in het buitenland gaat heel anders dan als je gewoon in Nederland woont. Je zou denken, dat er best een veilige manier is te bedenken om dat via internet te doen. Tenslotte doe je dat ook met je bankzaken en de belasting-aangifte. Maar nee, door wat angstnieuws is Nederland bang geworden voor elektronisch stemmen en sluit onze regering voorlopig iedere moderniteit op dat gebied uit.

Als je als Nederlander in het buitenland woont, zie je ca. een half jaar voor de verkiezingsdatum op wat willekeurige websites cookies van de Nederlandse rijksoverheid verschijnen, met de oproep om je als kiezer te registreren. Ja, dan kan internet weer wel, nota bene met cookies. Waarom registeren? Ik denk, ik heb een Nederlands paspoort, dus jullie weten toch dat ik besta? Stuur dan gewoon een stembiljet. Blijkbaar iets te eenvoudig gedacht.

Wij printen van een speciale website (jawel, alweer internet) een formulier, vullen dit in (moet met de hand), scannen het en sturen het weer met een mail terug. Dan een retourmail met de bevestiging van inschrijving. Een paar maanden later komen over de post, wat ze noemen, de stembescheiden. Dat is een formulier, dat je moet tekenen, een witte enveloppe en een oranje enveloppe. Via de mail (inderdaad, internet) krijg je een maand voor de verkiezingsdatum een stembiljet.

Het stembiljet ziet er anders uit dan de enorme vellen in Nederland. Een A4-tje met alle partijen met lijstnummers. En een nummerlijst, waar je de kandidaat van je voorkeur kan aangeven. De kandidatenlijst is echter zonder namen. Die moet je op de speciale website opzoeken (internet dus), het nummer onthouden en op je stembiljet het rondje naast dat nummer inkleuren. Ook moet je het rondje bij de partij van je voorkeur inkleuren.

Als je hebt gestemd doe je het stembiljet in de witte enveloppe. Deze doe je met het getekende formulier in de oranje enveloppe en die stuur je door jezelf gefrankeerd naar het daarop vermelde stembureau. In ons geval is dat de ambassade in Pretoria.

Omdat de post in Zuid-Afrika nogal traag is, hebben wij op 1 maart al gestemd. En wij hebben de oranje enveloppen aangetekend verstuurd. Er mag immers geen stem verloren gaan.

Er is nogal wat te doen over deze manier van stemmen. Het is ingewikkeld en afhankelijk van de luimen in een land. Nu wonen wij in een nogal modern land, maar toch moeten wij al rekening houden met de trage post van Zuid-Afrika. Er zijn best wat Nederlanders die afgelegen wonen, bijvoorbeeld mensen in ontwikkelingswerk. Zij zien pas hun post als ze hun postbus legen, veelal op honderden kilometers afstand van hun woonplaats. En ze komen echt niet iedere week bij hun postbus. Dus de stembescheiden kunnen veel te laat bij die mensen aankomen, soms zo laat dat er niet eens tijd meer is om te stemmen. Ik zou hels zijn, als mij dat overkomt.

Wij hebben dus al gestemd en moesten daardoor al vroeg stoppen met zweven. Ik kijk nog steeds op televisie en internet naar programma’s over de verkie-zingen en vraag me af of ik nog niet wat langer had mogen zweven, al is het bij mij maar tussen twee partijen.

Stemmen in het buitenland, weer een bijzondere ervaring.

Informeel wonen in Zuid-Afrika

Je kent ze misschien wel. Als je buiten Europa hebt gereisd of van de televisie of uit films. Van die grote hoeveelheden krotten bij elkaar, waar de armste mensen van een land wonen. Je ziet ze vanaf de weg. Zo ook in Zuid-Afrika. Als je bijvoorbeeld met de auto de luchthaven van Kaapstad afrijdt.

Bij Kaapstad zijn de krottenwijken onderdeel van de townships. Deze wijken noemen ze hier informal settlements, de krotten heten shacks. Een informal settlement ontstaat spontaan. Mensen bouwen een shack van bij elkaar gevonden spullen (zoals platen hout en ijzer). Ze doen dit op ongebruikte stukken grond. Het begint met één shack, een tweede, een derde tot er honderden of soms zelf duizenden staan en zo dus een informal settlement vormen.

Stromend water en sanitair is er niet in een shack. Daarvoor heeft de overheid op enkele punten gezamenlijk te gebruiken kranen, wc’s en douches geplaatst. Elektriciteit neemt men van de straatlampen. Die lampen hangen aan hoge palen. Er loopt een web aan draden van de lamppalen naar de shacks. Niemand in een informal settlement betaalt voor het gebruik van shack, water, wc en elektriciteit.

De bewoners van de informal settlements wonen daar omdat ze tijdens het lange wachten op een echt huis inmiddels kinderen hebben gekregen en bij hun familie geen plek meer is. Of mensen wonen er omdat ze van elders uit Zuid-Afrika of van andere Afrikaanse landen komen op zoek naar werk in Kaapstad.

De overheid houdt regelmatig acties om een informal settlement te ontruimen en te verwijderen. Voor de grond, waarop de settlement staat, zijn dan bouw-plannen die moeten worden uitgevoerd. Waar de bewoners heen gaan, is niet altijd duidelijk. Sommigen kunnen een huis van de overheid krijgen, de meeste mensen moeten het maar zelf uitzoeken. Ze komen dan weer in een ander informal settlement terecht. In een net leeggekomen shack of ze bouwen er zelf snel één. Als de eigenaar van de grond niet meteen met de bouwwerkzaam-heden begint, dus direct na de sloop van de shacks, is de kans groot dat het terrein de volgende ochtend weer vol staat met shacks.

Naast de informal settlements is er nog een vorm van informeel wonen in Zuid-Afrika: de backyard dwellings. Dit zijn ook shacks, maar in de achtertuinen van stenen woningen.

De township is een uitvinding van het apartheidsregime. Bedoeld voor de kleurlingen en zwarten, die uit de blanke delen van de stad werden verdreven. In de eerste townships werden alleen grote complexen flats gebouwd. Later is men overgegaan tot laagbouw. De gedachte hierachter was dat in de woonkazernes gemakkelijk sociale onrust kan ontstaan. De laagbouwwoningen wilde men bovendien als koopwoningen bouwen. Vanuit de redenering dat een eigen woning van de bewoners meer verantwoordelijkheid vraagt. De bewoners van de laagbouwwoningen hebben inderdaad hun verantwoordelijkheid genomen, maar anders dan het toenmalige regime had bedacht.

De laagbouwwoningen staan op ruime kavels. De overheid bouwt een standaardwoning, die maar beperkt van omvang is. Als de bewoners daaraan behoefte hebben, hebben ze de ruimte voor uitbreiding. Er zijn maar weinig mensen die dat op die manier opvatten. Ondanks dat veel mensen in hun woning in bezit hebben, hebben ze maar een heel laag inkomen. Veel zijn werkloos en hebben een lage of helemaal geen uitkering. Wie werk heeft, heeft maar een klein salaris. Daarom zien mensen de kans voor extra verdiensten in het bouwen van één of meer shacks in de achtertuin. Soms wordt elektriciteit en water er bij geleverd, maar is in ieder geval beschikbaar in de hoofdwoning, wat een groot voordeel is ten opzichte van de informal settlements.

Voor een backyard dwelling wordt wel huur betaald, een belangrijk verschil met een shack in de informal settlements. Hiervoor hebben de bewoners inkomen uit werk nodig. Wat een bijzondere paradox oplevert met de bewoners van de hoofdwoning, waarvan de meeste werkloos zijn.

Naast de verschillen hebben de backyard dwellings en de shacks in een informal settlement één belangrijke overeenkomst: de kwaliteit van de huisjes. Deze is abominabel. Het gaat in vrijwel alle gevallen om één ruimte voor alle activiteiten in huis: koken, eten, slapen, wassen en nog zo wat. De constructie van een huisje zit slecht in elkaar. Bij regen zijn er grote lekkages, bij wind staat het hele bouwwerk te schudden.

Dit is informeel wonen in Zuid-Afrika.

Zuid-Afrika is een vrij land

Er is veel kritiek op hoe het nu allemaal in Zuid-Afrika gaat. De apartheid is al meer dan 20 jaar geleden opgeheven. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de rijke blanken en de arme zwarten. Het onderwijssysteem is slecht. De criminaliteit is groot en geweldadig. De ANC-regering is corrupt. En zo kan je nog wel even doorgaan. Allemaal niet goed, maar er is één ding wat haast niet kapot kan. Zuid-Afrika is een vrij land. Iedere vowassene heeft een stem en iedereen mag zeggen en schrijven wat hij of zij vindt.

Peter Bruce is een columnist in de Zuid-Afrikaanse Sunday Times. Hij is zeer kritisch op wat er in Zuid-Afrika gebeurt. Zijn commentaren op president Zuma en zijn regering zijn niet mals. Dit wetende is een column van een paar weken gelden wel heel opmerkelijk. Peter Bruce geeft daarin zomaar een lofzang op Zuid-Afrika, als een land waarin de Zuid-Afrikanen in vrijheid leven.

Er gaat veel mis, schrijft Bruce, maar we weten er van omdat de kranten er over schrijven. Die blijven het onder de aandacht houden tot politiek bestuurders er wat over zeggen, tot het tot een onderzoek komt, tot er een rechtszaak van komt, tot de rechter heeft gesproken. Hiermee zegt hij dat politici wel denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en daarmee het beste met de burgers zeggen voor te hebben. Maar ze vergeten dat ze het ook wel eens verkeerd kunnen doen, dat ze soms eerst aan zichzelf denken en dan pas aan de burgers. Dan is er de pers om dat bekend te maken.

Peter Bruce is een lange tijd hoofdredacteur (geweest) van een aantal kranten in Zuid-Afrika. Al die tijd was het ANC al aan de macht. Soms vragen mensen hem of hij geen last heeft met politici over wat hij schrijft. Nooit, is zijn antwoord.

Er zijn regelmatig demonstraties tegen de president. Zo voeren studenten acties om de colleges aan de universiteit gratis te maken onder de leuze “Fees Must Fall”. Omdat Zuma daarop niet regaeert is de leuze nu “Zuma Must Fall”. Ook daarop reageert hij niet: hij treedt niet af, maar hij treedt ook niet op. Demonstreren en actie voeren behoren tot de grondrechten van Zuid-Afrika.

Net als Nederland kent Zuid-Afrika inmiddels een rijke cultuur van discussie en overleg. Ook hier wordt niet ieder voorstel van het politiek bestuur door burgers voor zoete koek aangenomen. Er zijn veel inspreekavonden, waar het hard kan toegaan. Ik ken een wethouder die, toen we een morgen ergens koffie zaten te drinken, hij er nog uitgeput bij zat van de avond er voor. Hij had een bijeenkomst met bewoners van een wijk, waarvoor hij bouwplannen had. Werkelijk iedereen in de zaal, meer dan 100 mensen, deed mee. Op hoge en luide toon. De wethouder paste na die avond zijn plannen aan en toen was het geen probleem meer. De gemeenteraad heeft de voorstellen goedgekeurd.

Bruce vergelijkt Zuid-Afrika met enkele andere landen. China, waar ze niet te beroerd zijn om de geschiedenis te herschrijven. Argentinië, waar de president de statistieken laat aanpassen. En, denk ik dan, voeg daar maar gerust Brazilië en het Rusland van Poetin aan toe. En wat te denken van dat “great” Amerika, die de hele wereld wil vertellen wat democratie is, maar waar nu de alternatieve feiten opgang doen? Waar Trump van zijn regeren een zooitje maakt? Net als in Amerika is er in Zuid-Afrika nog steeds een vrije pers, die wat niet goed gaat aan de kaak stelt. En de ANC-regering accepteert dat, zoals het hoort.

Peter Bruce sluit zijn column af door te stellen, dat “het een feit is dat de Zuid-Afrikanen een glorieuze, luidruchtige, argumenterende, strijdbare en open democratie vormen. En kenmerkend is dat, ondanks dat Zuma wordt beschuldigd voor heel veel wat hij onwettig heeft gedaan, hij nooit heeft geprobeerd om de kern van de democratie aan te tasten.” Zuma probeert wel om het spel zo te spelen dat hij er voorlopig gunstig vanaf komt. Maar hij zal er volgens Bruce nooit in slagen om er mee weg te komen. We zullen zien, als Zuma president af is.

Zeggen, schrijven en stemmen wat je wilt. Zuid-Afrika is een vrij land.

Ondernemen in Zuid-Afrika: een wereld van verschillen

Laatst weer een staaltje meegemaakt hoe ondernemers in Zuid-Afrika met elkaar kunnen omgaan.

Wij hebben best een grote tuin en voor grote klussen doen we regelmatig een beroep op anderen. Zo wordt eens in de twee tot drie weken het gras gemaaid door een ploeg van zes mensen, die er met een maaitractor en maaischijven in een kwartier doorheen gaan. Ik noem ze Anrie en haar Grasshoppers. Omdat het in de zomer nauwelijks regent, moet de tuin intensief worden besproeid. Drinkwater is hier schaars, dus is het besproeiingsysteem aangesloten op een grondwaterput. Dat systeem vereist regelmatig onderhoud, wat een daarin gespecialiseerd bedrijf voor ons doet. Dat van Pieter Dutoit (niet op zijn Frans uitspreken, maar de oi echt als een oi).

Aan de rand van de tuin staan hoge beefwood bomen. Dit zijn slanke naaldbomen, die wel 40m hoog kunnen worden. Ze schermen je tuin af tegen de wind, maar ontnemen ook het zicht op de omgeving. Maar erger is, ze nemen veel water op en de wortels verdringen andere planten. Het zijn voor Zuid-Afrika ook geen inheemse planten. Ze zijn, bijna letterlijk, over komen waaien uit Australië. Omdat de overheid van Zuid-Afrika een beleid voert om niet-inheemse planten zoveel mogelijk af te laten nemen, heb je geen kapvergunning nodig om ze te verwijderen.

Wij willen meer zicht op de bergen rond ons dorp. Wij vinden de beefwood bomen niet mooi. En we willen de er naast staande bomen en struiken meer tot hun recht laten komen. Dus besluiten we om de beefwoods te laten kappen. We vragen daarvoor het bedrijf Tree Monkeys van Gary Steyn. Gary stelt voor de bomen neer te halen, de stammen en takken tot brandhout te verzagen en het restant af te voeren naar het vuilstation. Het kappen en verzagen doet Gary zelf, voor het restafval vraagt hij iemand met een vrachtwagen. Lijkt ons een goed plan.

Afgelopen maandag en dinsdag is de klus geklaard. Nu ja, door Gary en zijn Tree Monkeys dan. De man met de vrachtwagen is wat in gebreke gebleven. Nu ken ik deze man. Het is Dries, die de vorige zomer ons besproeiingsysteem in orde heeft gemaakt. Toen vond ik hem al niet zo bijster zakelijk. Al in september vroeg ik hem het werk te doen, pas in december (midden in de warmste en droogste zomer in jaren) was hij klaar. En al die maanden ervoor konden wij niet sproeien, wat Dries niet leek te kunnen schelen. Dus dit jaar hebben we een ander in de hand genomen voor het onderhoud aan het besproeiingsysteem (Pieter dus).

Tijdens het kapwerk begint Gary steeds meer op Dries te mopperen. Dries heeft de vrachtwagen langs gereden, maar gaat met een andere auto weer weg. Gary belt hem als de vrachtwagen vol is, maar Dries komt niet. De hele nacht er na staat de vrachtwagen volgeladen voor ons huis. De volgende morgen komt Dries weer langs, neemt de vrachtwagen mee om te legen, zet hem voor de deur en verdwijnt weer. De vrachtwagen is daarna weer snel gevuld met het kapafval, maar Dries is in geen velden of wegen te bekennen. Gary ziet het met lede ogen aan en wordt steeds chagrijniger. Hij probeert de hele dag Dries te bellen, maar krijgt geen contact. Tot het werk van Gary en zijn mannen klaar is. Dan komt Dries weer, neemt de volle vrachtwagen mee en brengt hem leeg terug.

Dries gaat op de bak staan en kijkt met vragende ogen naar de mannen van Gary. Hij lijkt te zeggen: willen jullie mij komen helpen? In tegenstelling tot de vorige ritten heeft Dries nu geen eigen mannen mee. Gary’s mannen lopen langzaam, vermoeid na een hele dag bomen klimmen en kappen, naar de stapel afval en beginnen met laden. Dries valt dan ongemeen fel tegen ze uit, ik hoor niet wat hij zegt maar wel dat hij het op een onbeschofte manier doet. Gary ziet het gebeuren en loopt boos naar Dries toe. De twee mannen schelden tegen elkaar. Als climax gooit Gary een glas cola over Dries uit. Dries is dan echt woedend, rijdt met zijn vrachtwagen op Gary’s auto af, maar weet op tijd te stoppen.

Dan vraagt Dries aan mij om nu direct zijn aandeel in het werk te betalen. Ik antwoord dat ik dit keer met Gary zaken doe, dus dat ik Gary betaal en niet Dries. Dries kijkt me heel boos aan en rijdt weg met achterlaten van de grote stapel afval. Gary belooft me zo snel mogelijk een andere vrachtwagen te regelen. En jawel, na een kwartier komt er één aanrijden en in twee ritten is alles weg.

Ondernemen in Zuid-Afrika. Het is toch wel een wereld van verschillen. Je hebt ondernemers, die duidelijk niet weten wat zakelijk handelen is (Dries bijvoorbeeld). Je hebt ook ondernemers, die juist heel zakelijk handelen (Gary bijvoorbeeld). Maar ze zijn ook niet te beroerd om openlijk bij de klant haast hardhandig ruzie te maken (Dries en Gary bijvoorbeeld).

De verhaaltjes van kleurlingen in Zuid-Afrika

De verhaaltjes van John en Martha in mijn vorige twee blogs zijn voorbeelden van de vertelkracht van de kleurlingen in Zuid-Afrika. De verhaaltjes vertellen niet de waarheid, ze verhullen de minder leuke werkelijkheid. Voor John is het een manier om aan extra geld te komen. Voor Martha om de persoonlijke aandacht te krijgen die ze denkt te missen.

De verhaaltjes van kleurlingen kunnen ook gewoon leuk zijn. Het gaat dan om anekdotes van wat mensen in het leven meemaken. Nogal aangedikte verhalen om het smeuiger te maken, waardoor de overeenkomst met wat werkelijk is gebeurd soms ver is te zoeken. Verhaaltjes vertellen is ook een manier om te ontsnappen aan de werkelijkheid van armoede en achterstelling. Net doen of het gewoon goed gaat. Het is een vorm van spelen met de waarheid, waarin kleurlingen erg goed zijn.

Natuurlijk zijn de Zuid-Afrikaanse kleurlingen niet het enige volk in de wereld, dat speelt met de waarheid. Maar zo langzamerhand weten politiek bestuurders er ook goed weg mee. Nu waren er altijd al politici, waarvan er een ernstig vermoeden was dat ze aan het liegen waren. Alleen dat was nogal eens lastig te bewijzen. President Nixon was er zo één, waartegen een afzettingsprocedure moest worden gevoerd om zijn leugens over zijn betrokkenheid bij Watergate aan te tonen.

President Trump pakt het wat dat betreft een stuk eenvoudiger aan. Natuurlijk ontkent hij dat hij liegt. Sterker, hij wijst overduidelijk bewijsmateriaal, zoals de foto’s van de opkomst bij zijn inauguratie en die van Obama, af en heeft het over alternatieve feiten. Ja, zover waren de kleurlingen in Zuid-Afrika nog niet.

Maar goed. Ook de Nederlandse politiek kan er wat van. Een lid van de Tweede Kamer, Art van der Steur, helpt zijn parijgenoot-minister, Ivo Opstelten, met het beantwoorden van de vragen die hij zelf heeft gesteld. Als hij dan zelf minister is, ontkent hij eerst het bestaan van de bewuste mail. Dan zegt hij dat de mail toch allang bekend is. Terwijl niemand buiten de regering die mail ooit eerder heeft gezien. En de minister-president, Mark Rutte die toch echt bekend staat als een control freak, zegt helemaal van niets te weten. Ondertussen stuurt Rutte Van der Steur zo aan, dat de minster aftreedt om de minster-president, cq lijsttrekker voor de grootste partij bij de komende Tweede Kamer-verkiezingen, uit de wind te houden. Maar dat is niet met de waarheid spelen, dat noemen we met de politiek spelen.

Verhaaltjes vertellen, met de waarhied spelen, liegen. Het is kennelijk deel van de samenleving geworden. De kleurlingen in Zuid-Afrika beheersen die kunst allang, maar of zij nu de trend voor de hele wereld hebben gezet……

De verhaaltjes van Martha uit Zuid-Afrika

Martha is in Zuid-Afrika zorgverlener voor oude mensen die niet meer helemaal op zich zelf kunnen wonen. Martha werkt bij een bejaarde buurvrouw van ons, Loraine van der Merwe. Martha vertelt Loraine veel over het leven bij haar thuis. Zij is niet bepaald rijk, maar kan redelijk rond komen. Martha heeft met mevrouw Van der Merwe een werkcontract. Zij komt er vijf dagen in de week, doet de boodschappen, regelt de medicijnen, helpt mevrouw met wassen en aankleden en organiseert allerlei activiteiten voor haar. Martha mag de auto van Loraine besturen, omdat mevrouw zelf van haar kinderen niet meer mag rijden. Die vinden haar daarvoor te oud geworden.

Op een dag belt Martha, helemaal over haar toeren, naar Loraine. De zoon van Martha is al een paar dagen zoek. Deze woont bij vrienden op een boerderij. In één van haar vele verhalen over haar gezin heeft Martha al eens laten doorschemeren dan haar zoon homoseksueel is, nog steeds een taboe bij kleurlingen. Martha vermoedt dat de vrienden van haar zoon hem in elkaar hebben geslagen en dat haar zoon gevlucht is. Zij is over haar toeren, omdat de politie zojuist gebeld heeft met de boodschap dat ze waarschijnlijk haar zoon dood hebben gevonden. Of Martha naar het bureau kan komen voor identificatie. En, zegt zij tegen mevrouw Van der Merwe, kan zij voorlopig niet komen werken. Als we dit verhaal van mevrouw Van der Merwe horen, doen we dit met verbazing. Een homo, die bij vrienden woont die homohaters zijn? Lekkere vrienden. Via de telefoon vertelt de politie dat ze je zoon dood hebben gevonden? Je moet zelf naar het politiebureau gaan voor identificatie? Zelfs in Zuid-Afrika maken ze het niet zo bont. Dan komt de politie toch tenminste naar je huis toe om het slechte nieuws te vertellen. Als Martha weer op haar werk verschijnt, vraagt mevrouw Van der Merwe hoe alles de afgelopen week is gegaan. Oh, ze was op het politiebureau, maar het was niet haar zoon. Overvallen door deze mededeling vergeet mevrouw te vragen wat er dan met zoonlief is gebeurd.

Een paar maanden later vertelt Martha aan mevrouw Van der Merwe dat haar man ernstig ziek is. Hij heeft kanker, moet regelmatig voor behandeling naar het ziekenhuis, en Martha moet dan natuurlijk mee. Dus moet ze regelmatig verzuimen. Dat duurt vervolgens een paar maanden, waarin volgens Martha de situatie van haar man steeds slechter wordt. Steeds meer moet ze met hem van ziekenhuis naar ziekenhuis voor steeds weer een andere behandeling. Ze komt zelfs een paar keer bij een hospice. Want hij is op sterven geraakt. Het verzuim van Martha neemt in die tijd toe. Als Loraine ons dit verhaal vertelt, vragen wij ons meteen af of het wel klopt. Vooral de gang naar een hospice verbaast ons. Daar ga je toch maar één keer heen, als het einde heel dichtbij is? Ook in Zuid-Afrika werkt dat zo.

Op een dag laat Martha zich ontvallen dat ze met haar familie naar het strand is geweest, op dagen dat ze had verzuimd om haar man bij te staan. Dan gaan bij veel mensen de alarmbellen af. De kinderen van Loraine van der Merwe vragen een arbeidsjurist om advies. De jurist checkt bij de ziekenhuizen en het hospice, die Martha in haar verhalen heeft genoemd, of zij daar inderdaad met haar man is geweest. Bij geen blijkt dat het geval. De jurist zet namens mevrouw Van der Merwe een ontslagprocedure voor Martha in gang. Al na een week is Martha haar werk kwijt. Zij gaat nog in beroep tegen haar ontslag, maar de beroepscommissie komt een zaak als deze wel al te bekend voor. Loraine van der Merwe heeft nu een contract bij een uitzendbureau van zorgverleners afgesloten.

Net als voor John, uit de blog van vorige week, is voor Martha spelen met de waarheid deel van het leven. Ook zij is zich er niet van bewust dat het gewoon om liegen gaat. Tijdens de ontslagprocedure is ze er nog steeds van overtuigd, dat ze niets verkeerds heeft gedaan.

(De verhaaltjes zijn echt door een zorgverlener met een andere naam verteld)