Veel overheidsgebouwen in Zuid-Afrika zien er niet uit en de ontvangst houdt niet over

In Nederland is er altijd gedoe over een nieuw te bouwen gemeentehuis of stadskantoor. Er zijn altijd mensen fel op tegen. Waarom? Zijn ze bang voor hun belastinggeld? Ik geef toe, ik ben niet onbevooroordeeld, maar het valt me op dat onder de tegenstanders mensen zijn, die zelf een mooie auto, een smartphone en een laptop van de zaak hebben. Natuurlijk hoeven overheids-gebouwen niet te spatten van de luxe en bijzondere architectuur. Maar wat ik in Zuid-Afrika in sommige plaatsen zie, toont het tegenovergestelde.

Het dorp waar wij wonen, Tulbagh, is deel van de gemeente Witzenberg. Voor mijn planologische werk moet ik naar het centrale dorp Ceres. De gemeentelijke planologen zitten in het gebouw voor de technische diensten. Ik maak via de telefoon een afspraak met één van hen.
Ik kom binnen in een halletje met een balie. De ambtenaren daar achter kijken even op als ik binnen kom en gaan vervolgens door met waarmee ze bezig zijn. Ik zeg op een luide toon dat ik een afspraak heb met Ryan van der Merwe. Dan kijkt één van de ambtenaren op en zegt dat hij hem net naar buiten zag gaan. Ik vraag of ook bekend is wanneer hij terug komt. Het antwoord is nee. Of ik maar even wil wachten. Hoewel ik toch echt met Ryan deze tijd heb afgesproken, ga ik maar op de kale houten bank zitten.
Ik kijk om mij heen. Nogal verveloos allemaal. Bladderende muren, kale plekken op het houtwerk. Oude inrichting ook. Na een half uur komt iemand binnen die Ryan moet zijn. Hij kijkt me verbaasd aan en zegt: Hebben wij een afspraak? Ik denk: wij hebben elkaar nog nooit gezien, toch reageer je zo op me, merkwaardig. Wij gaan naar zijn kleine werkkamer. Onderweg neemt Ryan een beker koffie uit de automaat mee, maar vraagt mij niets. Hij zit achter zijn bureau, ik er tegenover. Tussen ons in staat zijn computer waar we tijdens het gesprek beurtelings om heen kijken om elkaar toch zo nu en dan te kunnen zien. Overigens best een aardig gesprek. Maar, wat een ontvangst.

Dan de gemeente Swartland in Malmesbury. Ook hier telefonisch een afspraak gemaakt met de plaatselijke planoloog. Ik rijd met hulp van mijn TomTom naar de straat, waar het gemeentekantoor moet zijn. Ik kijk om me heen en zie verschillende grote gebouwen. Geen idee welke het is, er zijn geen bordjes te zien.
Er wordt aan de straat gewerkt en ik vraag aan de werkers of zij weten welk gebouw het gemeentekantoor is. De eerste verstaat mijn Engels niet, de tweede heeft net zijn rookpauze en verwijst me naar de derde werker. Die weet me het juiste gebouw aan te wijzen. Ik loop er heen en ga naar binnen door een grootse ingangspartij. Ik kom in een even grootse hal, waar helemaal niemand is. Vanuit de hal zie ik drie gangen. Op goed geluk loop ik er één in. Kom daar iemand tegen en vraag naar Alwyn Burger, die hij gelukkig blijkt te kennen. Ik moet die gang verder uit, aan het eind naar rechts, een trappenhuis in, één trap naar boven en dan bij een balie verder vragen.
Bij die balie is er verwarring over de kamer van Alwyn. Ze weten sowieso geen kamernummer, maar of de kamer nu links of rechts van de gang is, daar verschillen de meningen over. Ik loop verder en kijk op de naambordjes naast de deuren. En, ja hoor, ik vind hem.
Ook hier een weliswaar aardig gesprek, maar opnieuw met een computer er tussen en zonder iets te drinken. En ook dit gebouw doet verouderd aan en staat er verveloos bij.

Dan een tweetal ervaringen met politiebureaus. Dat heeft te maken met mijn verblijfsvergunning. Ik heb nog steeds een tijdelijke vergunning. De permanente is in aanvraag, maar neemt toch meer tijd dan me eerst was verteld. Dat ligt niet aan mij, maar aan de trage overheid. Nu moet ik, zolang ik geen permanente verblijfsvergunning heb, om het jaar bij een politiebureau langs voor de aanvraag van een verklaring van goed gedrag.
De eerste keer is in Stellenbosch, waar je in het politiebureau bij binnenkomst een toevallig langs komende politieagent moet vragen waar je moet zijn. Als je geluk hebt, heb je de juiste man of vrouw die je verder kan helpen. Dat heb ik, maar wat is die man nors!
De tweede keer is het politiebureau in Tulbagh. Wel een halletje, met alleraardigste agenten achter een balie. Deze staan me te woord zoals je mag verwachten. Eén agent neemt me mee naar het cellenblok, heel ouderwets met een grote bos sleutels. Ik moet daar heen om van alle tien mijn vingers en mijn handpalmen inktafdrukken te zetten. Na het zetten van de afdrukken, zitten je handen behoorlijk onder de inkt. Nu blijkt de zeep in het cellenblok verdwenen (gestolen door een gevangene?). Ik krijg een rol wc-papier in mijn handen gedrukt. Het resultaat is, dat de rol papier zwart is, maar mijn handen ook nog steeds. Ik mag vervolgens in het kantoorgedeelte van het bureau in de wc mijn handen wassen. Helaas, de zeepdispenser ligt uit elkaar. Toevallig komt er net een agent langs, die me vertelt dat ik mijn handen in de zeep in de dispenser moet dopen en zo mijn handen kan wassen. Wat ik doe, en dat werkt. Goed ontvangen, maar helaas in een oud en slecht onderhouden gebouw.

Dat het ook goed kan, laat Kaapstad zien met het Cape Town Civic Centre, waar het bestuur en een deel van de ambtenaren van de metropolitan zitten. Het gebouw, een 98 meter hoge betonkolos uit 1978, maakt indruk door het enorme portret van Mandela er op. Je komt binnen in een grote marmeren hal. Niet in de eerste plaats mooi, maar verzorgd (schoon en onderhouden). Je wordt keurig door een baliemedewerker begeleid naar de afdeling van je afspraak, waar je het gesprek in een vergaderkamer hebt. Of naar de bestuurder met wie je een overleg hebt. De stadsbestuurders (the Mayoral Committee) zetelen, bijna letterlijk, majestueus op de bovenste verdieping met zicht op de Tafelberg, de stad en de haven. Koffie, thee en water staan in het hele gebouw altijd klaar.

Had ik nu zomaar makelaar kunnen worden?

In de huizenbijlage van de Sunday Times: Do you hate your job? Become part of our success. We have a full time vacancy in your area and are looking to employ and train the right person. If you are prepared to put in hard work for a high income reward and looking for a fantastic new lifestyle. This could be your opportunity to do something you love. No experience necessary. Full training provided. De oproep is van makelaar Era Real Estate, het gaat om het kantoor in de kuststrook Blaauwberg bij Kaapstad. Ze zoeken een nieuwe makelaar. Hoewel Era uit Amerika komt, waar naar mijn idee overdrijving deel van het leven is, zet de advertentie me toch aan het denken.

Ik kijk altijd de huizenbijlagen van kranten door op de huizenadvertenties. Dat geldt trouwens ook voor huizensites. Het gaat me dan niet om te zien hoe mensen er bij wonen, maar wat voor huizen er in bepaalde steden, gebieden of landen op de markt zijn. En tegen welke prijzen. Dit doe ik al jaren en het heeft voor ons qua woningen nooit windeieren gelegd. Eén van de redenen waarom we zo vaak zijn verhuisd in de afgelopen 35 jaar. Het aspect wonen spreekt me aan. Ik heb dan ook meer keren in mijn leven overwogen om makelaar te worden, maar het kwam er nooit van. Waarom? Misschien door het niet altijd goede imago van een makelaar. Maar meer, omdat ik mijn planologische werk altijd leuk heb gevonden.

En dan kom ik op de tekst van de oproep. Haat ik mijn werk? Nee dus. Ik werk al meer dan 40 jaar met plezier in de ruimtelijke ordening. En dan: deel van een succes worden? Ja, dat lijkt me wel wat. Als dat succes inderdaad bestaat. Vervolgens: ben ik bereid om hard te werken voor een hoog inkomen en zoek ik een fantastische leefstijl? Ja en nee. Hard werken vind ik geen probleem. Evenmin tegen een hoog inkomen, al zal dat vast op commissiebasis gaan. Maar een fantastische leefstijl? Ligt er aan welke. Tenslotte bevalt onze wijze van leven. En dan de kans om iets te doen waar ik van hou. Dat doe ik dus al. De laatste zinnen blijven me het langst bij me hangen: geen ervaring nodig en een volledige opleiding.

Ik zit nu in de laatste fase van mijn werkleven. Ik werk nu bijna vijf jaar voor mezelf. Financieel redden we het wel. Eigenlijk wil ik geen baan of vaste verbintenis meer. Maar toch nog de kans om een paar jaar makelaar te zijn? En daarvoor een opleiding mee te krijgen? Ik denk dat ik er mijn planologische interesses niet voor hoef in te leveren.

Ik wil niet meteen in het diepe springen door een sollicitatie op te sturen. Eerst maar eens een mailtje of ik wel de juiste man ben. Ik schrijf de kantoormanager dat ik geïnteresseerd ben in de vacature, dat ik wat te bieden heb, maar er ook zaken zijn waardoor ik wellicht minder geschikt ben voor deze betrekking. Ik woon nog maar twee jaar in Zuid-Afrika, ik ben niet zo jong meer en ik woon 110 km van Blaauwberg.

De kantoormanager antwoordt mij dat ik met mijn ervaringen een aantrekkelijke kandidaat ben. Een relatief korte woonduur in Zuid-Afrika en mijn leeftijd zijn geen probleem. Maar wonen in het werkgebied van zijn kantoor is een belangrijke eis. Hoewel ik geen bezwaar heb tegen een uur reistijd, schrijft de kantoormanager me dat klanten van je verwachten dat je ze ook op minder voor de hand liggende tijden (avond, zondag) een huis laat zien. Om daarvoor 220 km heen en weer te rijden is niet zo efficiënt. Dus ik heb maar afgezien van een sollicitatie, hoewel een makelaarstraining me erg leuk lijkt.

Had ik nu zomaar makelaar kunnen worden? Dream on, man!

Comfortabel en veilig openbaar vervoer kan ook in Zuid-Afrika

Op dit moment is het openbaar vervoer in Zuid-Afrika in zijn geheel genomen niet erg aantrekkelijk. De treinen zijn zwaar verouderd en slecht onderhouden. Uit sommige treinen zijn dingen gesloopt, die mensen in hun shack kunnen gebruiken. De treinen zijn in de spitsen overvol. En geloof me, veel overvoller dan de Nederlandse treinen. Mensen staan letterlijk tegen elkaar aan geplakt. Er is een groot gevoel van onveiligheid door zakkenrollerijen, grove handtastelijk-heden en gewelddadige vechtpartijen. Geregeld busvervoer tussen dorpen en steden bestaat niet. Daarvoor in de plaats heb je taxibusjes, die rijden als er voldoende vraag is. Er zijn veel ongelukken met deze busjes door de roekeloze rijstijl van de chauffeurs. Maar er zijn grote veranderingen gaande. En in positieve zin.

Sinds een paar jaar zijn er speciale treindiensten onder de naam Business Express. In de spitsuren worden treinen ingezet, die comfortabel en veilig zijn. Alles wat er normaal gesproken in hoort, is er ook. En er is meer, zoals goed zittende stoelen, gordijntjes tegen de zon, computeraansluitingen en veiligheids-personeel. En het onderhoud is zoals het hoort. Deze treinen rijden van enkele grote steden (zoals Kaapstad en Johannesburg) naar de forensenwoon-gebieden. Ook townships als Khayelitsha en Soweto hebben Business Expresses. Nadeel is wel dat er per spitsrichting maar één trein rijdt, wat de gebruikers nogal vastpint op hun werktijden.

Kaapstad heeft tegenwoordig een goed functionerende stadsbus: MyCity Bus. Het zijn moderne, comfortabele en goed onderhouden bussen. De bus heeft kenmerken van een metro: deels eigen banen, halten waar je door tourniquets en met een ov-chipkaart (jawel) binnenkomt en een vaste hoge frequentie. Het meest opvallende is dat iedereen –zwart, blank en gekleurd- gebruik maakt van de MyCity bus. Er zijn lijnen naar zowel townships als rijke voorsteden. Dat mengt zich vanzelf als de bus in het centrum van Kaapstad komt. Niemand ervaart dat als een probleem.

Klap op de vuurpijl is de Gautrain in Gauteng. Een metrosysteem in de provincie rond Johannesburg en Tshwane (Pretoria). In 2010 is de eerste lijn opengesteld als deel van de voorzieningen voor het WK voetbal (de rode lijn op het kaartje). Toen werd nogal lacherig over die metrolijn gedaan. De Gautrain doet weliswaar de luchthaven van Johannesburg (OR Tambo) aan, maar komt bij geen van de stadions. Bovendien zag men de Gautrain als een speeltje van de elite: kijk, dat kunnen wij ook in Zuid-Afrika. Dit werd in de ogen van de critici bevestigd doordat de metrolijn loopt tussen woonwijken voor middengroepen en rijken, het zakengebied Sandton en de luchthaven.

Zoals iemand in de Sunday Times zei: “Dertig miljard Rand (toen € 3 miljard) weggeven aan ondernemers in Sandton, die op een vrijdagmiddag een uur extra hebben (de winst van een metrorit tegenover een autorit vanaf huis) om meer mensen te kunnen ontslaan. En vervolgens de Gautrain naar de luchthaven nemen om het weekend op Mauritius door te brengen.”

Gelukkig is de realiteit wat anders geworden. Het zijn vooral mensen uit de middengroepen uit alle bevolkingsgroepen, die de Gautrain gebruiken om van huis naar werk te gaan. En het zijn er best veel. In 2015 waren er dagelijks 63.000 reizigers en het aantal groeit. Ter vergelijking: voor de Amsterdamse Noordzuidlijn worden rond de 100.000 reizigers per dag verwacht. Dat is weliswaar 1,5 maal zoveel, maar de frequentie van de Gautrain (iedere tien minuten in de spits, ieder half uur daar buiten) is veel lager dan de Amsterdamse. En Nederland kent een veel grotere ov-traditie dan Zuid-Afrika. De Gautrain wordt in ieder geval als comfortabel en veilig ervaren. Wel is er veel kritiek op het weinig op tijd rijden.

Er zijn grootse plannen voor uitbreiding van de Gautrain met 4 nieuwe lijnen, die ook naar de townships zullen gaan. De Soweto-Mamelodi lijn, die verschillende townships zal aandoen, wordt als eerste aangelegd. In het kader van de voorbereiding van de uitbreiding hebben vertegenwoordigers van het vervoer-bedrijf metrosteden in Europa bezocht. Waaronder Londen. Op Heathrow vraagt de douanebeambte aan de directeur van Gautrain wat de reden van zijn bezoek aan Engeland is. Hij vertelt dat hij in Zuid-Afrika aan een nieuwe metro werkt en dat hij graag wil leren van de Londense ervaringen. En om meer te weten over het voeren van een betrouwbare dienstregeling. Wat? Zegt de douaneman. Je wilt leren van de Tube? Dan moet hij vreselijk lachen.

Hoewel het goed gaat met de Gautrain en het een bewijs is dat comfortabel en veilig openbaar vervoer in Zuid-Afrika kan, zijn er ook zaken die minder goed gaan. Het slecht op tijd rijden heb ik al genoemd. Een ander punt is de omgeving van de stations. Bij een aantal is dat een lege vlakte met lastig begaanbare paden om bij het station te komen. Invulling was aan de markt overgelaten, maar de markt heeft niet gereageerd. Nu worden door de overheid plannen ontwikkeld voor woningen en commerciële functies. Uitgangspunt is dat de Gautrain gevoed moet worden met mensen, die dichtbij een station wonen en bij een ander station werken. Daardoor wordt het aantal passagiers aanmerkelijk hoger. Veel hoogbouw en in een hoge dichtheid bij de metrostations. Een goed plan, denk ik, ook al heb je hierbij ook de markt nodig. Maar die kan worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door aantrekkelijke grondprijzen.

Een dagje Khayelitsha

Als je als blanke Zuid-Afrikaan er niet hoeft te zijn, kan het best zijn dat je nooit van je leven in een township komt. Townships zijn de merendeels door zwarte mensen bevolkte woongebieden bij de steden en dorpen in Zuid-Afrika. En veel blanken zijn er ook nog nooit geweest, met name in de Kaap. Daar lopen de belangrijke wegen keurig langs de townships, zodat je er niet eens doorheen hoeft te rijden.

Ik vind, als je in Zuid-Afrika woont, het niet kunnen dat je de townships alleen vanaf de snelweg kent. Daarom heb ik een tijdje geleden Hannes, mijn collega-planoloog in Kaapstad, gevraagd om mij een keer naar een township mee te nemen, als hij er toch voor zijn werk moet zijn. Dan heb je tenminste iets concreets te doen en voel je het minder als een veredelde manier van televisie kijken.

We gaan naar Khayelitsha. Eén van de townships op de Kaapse Vlakte, het gebied ten oosten van Kaapstad. In het Xhosa betekent Khayelitsha “nieuw huis”. Er wonen ongeveer 400.000 mensen, waarvan maar zo’n 300 blanken.

Zoals bij zoveel townships, wordt het beeld van Khayelitsha in de eerste plaats bepaald door de shacks (krotten) aan de rand van het woongebied. Hier wonen de allerarmsten. Zij staan op de wachtlijst voor een nieuw huis, of kunnen zich domweg geen betaald huis veroorloven. De Zuid-Afrikaanse overheid heeft al veel huizen in de townships gebouwd, maar na 20 jaar is de wachtlijst nog lang.

Shacks vormen een economisch fenomeen in townships. Oorspronkelijk worden shacks van door de mensen zelf verzameld afval gebouwd: stukken hout en golfplaten. Maar er is inmiddels ook een handel rond shacks ontstaan. In Khayelitsha zie ik op straat van alles te koop. Een nieuw ogende golfplaten constructie, die nog moet worden afgebouwd met ramen en deuren. Of een oude vrachtcontainer en een oude winkelkiosk, die naar eigen idee kunnen worden verbouwd. Er staat zelfs een gebruikte shack te koop. Of ze ook voor je thuis bezorgen, weet ik niet.

Naast een hele grote groep armen kent Khayelitsha ook een groeiende middenklasse. Dit is een deel van de mensen die in door de overheid gebouwde huizen wonen. Deze mensen hebben werk, dus geregelde inkomsten. De overheid bouwt een basishuis met de belangrijkste voorzieningen (stromend water, elektriciteit, sanitair) op een stukje grond. De bewoners mogen de huizen daarop uitbreiden, als ze dat willen. Sommigen gebruiken de grond voor een tuin (sier of moes). Private ontwikkeling is in townships inmiddels in opkomst. De markt van koopwoningen is daar booming. Dit geeft aan dat de zwarte middenklasse groeit, in omvang en in inkomen.

Rijken zijn er ook in Khayelitsha. Zij zijn eigenlijk alleen in de weekeinden in de township. Door de week wonen ze in appartementen in Kaapstad zelf, voor hun werk. In het weekend komen ze naar hun hometown om met hun familie en vrienden te zijn. In hun villa’s, want die zijn er ook in townships.

Hannes verzorgt voor de ontwikkelaar van een nieuw winkelcentrum de bouw-vergunningen en moet daarvoor op het gemeentekantoor in Khayelitsha zijn. We worden verwezen naar een ruimte met een balie in het midden en stoelen langs de muren. Op de stoelen zitten mensen op hun beurt te wachten. Wij komen als enige blanken binnen. Direct staan er mensen op om ons te laten zitten. Maar dat willen wij natuurlijk niet. De sfeer is heel aangenaam. Tijdens het wachten heb je met verschillende mensen een praatje. De rij stoelen is van het opschuifprincipe. Als de stoel, van de eerstvolgende die aan de beurt is, leeg komt, staat iedereen op en schuift één stoel op. Heel amusant om te zien.

Het valt me op dat de balie volledig open is, dus zonder afschermende wand tussen ambtenaar en burger. Ik reageer verbaasd naar Hannes. Ik vertel hem dat in Nederland veel publieke balies zijn beschermd met glaswanden. Gebeurt er dan nooit wat, vraag ik hem. Nee zegt hij, op zijn beurt verbaasd.

Als we klaar zijn bij de balie, gaan we naar een andere ruimte om de leges te betalen. Dat is even wat anders. Daar is een raam in één van de wanden met kogelwerend glas en een klein luikje er in. Er staat een man in uniform en met een geweer naast. Ook hier weer rijen stoelen langs de muren, met dezelfde mensen die we daarvoor in de balieruimte zagen.

Een dagje Khayelitsha. Een dag in een township rondkijken. Ik vind dat ik mij als inwoner van Zuid-Afrika niet mag beperken tot wat ik in mijn eigen omgeving zie. En natuurlijk heeft het ook mijn beroepsmatige belangstelling. Ook in Nederland loop ik regelmatig door wat “de mindere buurten” worden genoemd. En dat is volgens mij wat anders dan in een toerbus gaan zitten en uit de ramen turen. Dat vind ik net televisie kijken.

Regen maakt einde aan 6 maanden Zuid-Afrikaanse zomer

Vannacht heeft het langdurig en hard geregend. Zo hard hebben wij het hier, één jaar in Tulbagh, nog niet meegemaakt. De regenmeter in de tuin geeft 22 mm aan. En dat is best veel voor een periode van ongeveer 10 uur.

De regen maakt een einde aan een zomer, die zes maanden heeft geduurd. Een warme en droge zomer. Al in oktober hadden we de eerste hittegolf. Dat is hier meer dan 35 graden, gemiddeld. In februari was het op een dag zelfs 46 graden. Vandaag is het 18 graden.

Regen is er van de zomer nauwelijks gevallen. Af en toe een bewolkte dag met wat gespetter, één keer een flinke onweersbui.

De droogte is in een groot gedeelte van Afrika een probleem. Dit komt door een sterke El Niño. Door het zelfde natuurverschijnsel is in andere delen van het continent juist bovenmatig veel regen gevallen. In Zuid-Afrika manifesteert de droogte zich in het hele land: misoogsten van tarwe en maïs, uitgedroogde dieren waardoor een hoog sterftecijfer zowel in de veeteelt als onder wilde dieren. Ook is er ernstig tekort aan drinkwater. In sommige dorpen staan de waterreservoirs helemaal droog. Andere reservoirs zijn voor minder dan 50% gevuld. Bijkomend probleem is, dat de rivieren en beken, die de reservoirs van water moeten voorzien, vanwege minder water naar verhouding meer vervuilen. Door de lage standen in de waterreservoirs is er minder zelfreinigend vermogen, waardoor het drinkwater minder zuiver en dus slecht voor de gezondheid is.

Maar, het regent weer. Volgens de deskundigen is El Niño voorbij. Diezelfde deskundigen zeggen helaas ook dat, wat in één jaar is verdampt, nog jaren nodig heeft om weer aangevuld te worden. Met andere woorden, ook al zal het de komende winter veel en hard gaan regenen, de waterreservoirs zijn voorlopig nog niet op peil en de gewassen springen nog niet zomaar uit de grond. Ook staan de dieren niet op uit de dood. Het duurt nog een paar jaar voordat de Zuid-Afrikaanse natuur en landbouw weer is, wat het was.

Ook al was de zomer af en toe wel erg warm, ik heb er van genoten. Maanden lang gekleed in T-shirt en korte broek. Dit stukje zit ik alweer te tikken in spijkerbroek. Nauwelijks regen vind ik heerlijk. Van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat waren we buiten.

Al kan ik het nog geen feest vinden om in de regen te lopen (bij het losbarsten van die ene onweersbui liep ik net met mijn hond in het vrije veld), in Zuid-Afrika heb ik wel geleerd hoe belangrijk regen voor mensen kan zijn. Een langdurige droogte is nu eenmaal slecht voor de economie, zeker als de landbouw daarvan een belangrijk onderdeel is. Daarom ben ook ik blij met de regen van dit paasweekend.

Maar ach, de echte zomer is dan wel voorbij, in de Zuid-Afrikaanse winter zijn er nog genoeg dagen met zon en een temperatuur van boven de 20 graden.

Het gaat goed met Zuid-Afrika en het kan nog beter!

Met Zuid-Afrika lijkt het niet zo goed te gaan. De president heeft last van corruptie, fraude, zelfverrijking en nepotisme. Op de universiteiten staan zwart en wit letterlijk tegenover elkaar. Zwart, wit en gekleurd wonen grotendeels nog steeds gescheiden van elkaar. De immer groeiende economie is naar een recessie aan het omslaan.

Maar uit een recent onderzoek van het Instute of Race Relations (IRR) blijkt juist dat het goed gaat met Zuid-Afrika. Het IRR bestaat al 80 jaar als een onafhankelijk instituut en ijvert al die tijd voor rassengelijkheid. De resultaten van het onderzoek laten zien dat sinds 1994 (het einde van de apartheid) veel meer Zuid-Afrikanen beschikken over een goed huis, elektriciteit, schoon water en sanitair.

Het aandeel van alle Zuid-Afrikanen met een woning, dat voldoet aan de wet- en regelgeving, is gegroeid van 64% naar 79%. Het aandeel van mensen dat leeft in shacks (krotten) is gedaald van 16% naar 13%. De overige 8% leidt waarschijnlijk een zwervend bestaan.

Het gebruik van elektriciteit in eigen huis is gegroeid van 58% naar 91% van de Zuid-Afrikaanse huishoudens. Aansluiting op de waterleiding is gegroeid van 80% naar 90%. Het aantal huishoudens met een eigen toilet is gestegen van 51% naar 64%.

Hoewel het anders lijkt, heeft de Zuid-Afrikaanse overheid –regering, provincies en gemeenten- de afgelopen 20 jaar veel werk verzet om de woonomstandig-heden van de armen (= de zwarten) te verbeteren. Mandela beloofde dat ook, toen hij in 1994 met het ANC de regering overnam. Het waren grote beloften, waarvan veel mensen zich afvroegen of ze dat wel konden waarmaken. En veel mensen twijfelen daar nog steeds aan. En, dat is waar, als je langs de zwarte townships rijdt, zie je in de eerste plaats de shacks. Dat bepaalt het beeld van de zwarten en de mening van veel blanken. Rijd je echter een township in, dan zie je ook keurige huizen, soms zelfs met een tuin.

Het heersende beeld van townships als krottenwijken is natuurlijk niet goed. Ook het feit, dat er meer volgens de wet gebouwde huizen zijn dan huizen met een eigen toilet, is niet goed. Dat betekent, dat er nog een groot gedeelte van de Zuid-Afrikanen van collectieve slecht onderhouden toiletten gebruik moeten maken. Ga er maar vanuit dat daaronder maar heel weinig blanke mensen zijn.

Overigens denk ik dat de shacks in Zuid-Afrika voorlopig niet zullen verdwijnen. Ook al zal het de overheid lukken om iedere Zuid-Afrikaan in een echt huis te laten wonen.

In de eerste plaats is er een grote verhuisstroom van het platteland naar de stad. Dit kan je vergelijken met wat eind 19e eeuw in Europa gebeurde. In de stad heb je immers meer kans op werk dan daar buiten. Omdat tegen die verhuisstroom niet op te bouwen is, trekken deze mensen eerst in de shacks, die anderen hebben verruild voor echte huizen. Je ziet dan ook dat de afname van het aandeel shacks veel kleiner is (3%) dan de toename van het aandeel echte huizen (15%).

En ook Zuid-Afrika kent een vluchtelingenprobleem. De vluchtelingen komen in grote getale uit andere Afrikaanse landen, omdat Zuid-Afrika op dit continent een rijk land is. Deze mensen zijn de eerste jaren illegaal en zoeken ook hun heil in de shacks. Niet goed? Natuurlijk niet. Maar, bedenk eens hoe moeilijk Europa het nu heeft om de vluchtelingen enigszins fatsoenlijk te huisvesten. Dat gaat in eerste instantie ook in tenten.

Het gaat goed met Zuid-Afrika en het kan nog beter. Veel beter: voor iedereen een echt huis met elektriciteit, schoon water en een toilet. Maar dat het de shacks zal laten verdwijnen, is volgens mij vooralsnog een illusie.

Opwinding in de supermarkt

croissants op zondagmorgen

Op zondagmorgen bij de Spar in Tulbagh, Zuid-Afrika. Sunday Times kopen en wat broodjes voor het ontbijt. Achter de broodbalie staat een jong meisje met een onzekere uitdrukking op haar gezicht. Kan ik help?, vraagt ze mij. In mijn beste Afrikaans: Yes please. I like three croissants. Vier?, vraagt ze. No, three. Ik steek daarbij drie vingers op.

Het meisje gaat uitvoerig een gebaksdoosje in elkaar vouwen. Nu kunnen de croissants in Zuid-Afrika behoorlijk groot zijn. Dus ik dacht al, daar passen niet drie croissants in. En, waarom eigenlijk in een gebaksdoos? Maar goed, misschien nieuw beleid van de supermarktmanager. Ze zal zo wel een tweede doos vouwen.

Het vouwen van het eerste doosje mislukt echter. Ik zie alleen nog een kartonnen prop. Meisje begint aan een nieuwe doos. Deze lukt na verloop van tijd wel. Ze loopt naar de croissants, doet er twee in en ziet dat een derde niet past. Loopt terug naar haar vouwplek en wil aan een nieuwe, grotere, doos beginnen. Ik zeg, om haar te helpen, dat een doos echt niet nodig is, een papieren zak is ook goed. Daarin heb ik de croissants daarvoor ook altijd meegekregen.

Meisje pakt een papieren zak, loopt naar de croissants en doet er twee in. Wat ze daarna ook doet, een derde past niet bij de andere twee in de zak. Dan komt een oudere collega te hulp. Deze mevrouw pakt een grote zak en doet er drie croissants in.

Is deze ervaring nu zo bijzonder voor een Zuid-Afrikaanse supermarkt? Eigenlijk niet, ook bij Albert Heijn en Jumbo heb ik heel wat meegemaakt aan misverstanden en onkunde.

wachten voor de kassa

In veel supermarkten in Zuid-Afrika hebben ze het één-wachtrij-systeem. Het maakt niet uit hoeveel kassa’s er zijn, er is maar één wachtrij. Als je eenmaal voor in de rij staat, wordt op een display aangegeven naar welke kassa je mag gaan. De rij wordt begeleid door rekken met snoep, chips, kranten en tijdschriften. Het gevolg is enerzijds dat klanten niet meer nerveus doen over welke rij sneller gaat en anderzijds dat de supermarktmanager een hoge omzet van snoep, chips, kranten en tijdschriften heeft.

Bij onze Spar kan de wachtrij nogal lang zijn. De rij slingert dan ver voorbij de rekken met lekkere en leuke dingen tussen de andere rekken door. En het opvallende is dat vrijwel iedereen zich keurig in de rij opstelt. Kruipt er toch iemand voor, dan wordt hij of zij meteen door een ander uit de rij geroepen en naar achteren gestuurd. Wat ook opvalt, dat de rij zich redelijk snel beweegt. Het duurt hooguit 10 minuten tot je hebt betaald. En de lekkere en leuke rekken helpen je onderweg. Ik ben niet zo van de snoep, maar de krant heb ik al voor een deel gelezen voor ik bij de kassa ben.

Waar zie je zo’n systeem in Nederland? In ieder geval niet bij Albert Hein en Jumbo. Die hebben wel hypermoderne kassa’s met scans en weegschalen (in Zuid-Afrika zijn er in de meeste supermarkten niet eens lopende banden bij de kassa’s), maar dat lost niets op aan het onbehouwen gedrag van klanten. Mensen, die continu van rij wisselen. Mensen, die als ze alles op de kassaband hebben, bedenken dat ze iets vergeten zijn en doodleuk weer de winkel in lopen. Mensen, die als jij nog je boodschappen op de band aan het zetten bent, ook alvast hun spullen op de band zetten, zodat jij die steeds moet terug schuiven om ruimte te houden voor je eigen aankopen. Mensen (oude vrouwen vooral), die precies gepast met contant geld willen betalen en daarvoor lang in hun portemonnee moeten zoeken. En jij maar wachten. Al die mensen heb je hier natuurlijk ook, maar dan komt er vanzelf een andere kassa vrij.

Zo gaat dat hier

in de bouw

Zuid-Afrika ziet zich zelf graag als een modern westers land. Hoewel dat volgens mij op veel punten niet zo is, zie ik dat op veel punten wel. Er is een modern wegennet, er wordt druk gebruik gemaakt van digitale technieken en er lijkt een levendige democratie te zijn. En veel is, naar westers gebruik, door de overheid tot in detail in wetten en reglementen vastgelegd.

De bouw is een goed voorbeeld van nauwgezette regelgeving. Zo moet je, als je een huis hebt verkocht aan de koper aantonen dat je huis vrij van kevers is en dat de elektrische installatie in goede staat is. Als dat bij controle niet het geval is, moet je alle nog aanwezige kevers tot de dood bestrijden. En je moet de elektra op aanwijzingen van een gecertificeerde elektricien op orde brengen. En denk maar niet dat je in de badkamer een stopcontact of een lichtknopje mag hebben. Als je dat stiekem toch doet, en er gaat iets mis (b.v. schade als gevolg van kortsluiting), dan keert de verzekering niet uit. Sterker, ze kunnen zelfs je polis opzeggen.

Ook voor het bouwen van een huis zijn er de nodige reglementen. Natuurlijk is dat belangrijk voor de kwaliteit van het bouwwerk en voor de veiligheid van de bouwers. Daarom vielen mijn ogen zowat uit mijn hoofd, toen ik in één nieuw-bouwbuurtje twee totaal tegengestelde situaties zag. Op de bouwplaats van één huis zag ik goed geconstrueerde steigers en bouwvakkers met veiligheids-kleding, veiligheidsschoenen en helmen. Op de bouwplaats van een ander huis zag ik op een gammele steiger een bouwvakker in sweatshirt, joggingbroek en sneakers. Hij had alleen maar een petje op zijn hoofd.

Bouwkosten lopen hier uiteen van € 250 tot € 1000 per vierkante meter. Kennelijk maakt dat het verschil in de kwaliteit van de bouw en de veiligheid in de bouw. En een actieve bouwinspectie is er kennelijk ook niet.

gescheiden afval

Net als op zoveel plaatsen in de wereld kunnen we eens per week het huisvuil buiten zetten, om door de vuilnisdienst opgehaald te worden. In ons Zuid-Afrikaanse dorp in zwarte zakken. Groen afval moet je naar een container in het wijkparkje brengen. Voor glas, plastic, papier en blikjes staan containers achter de supermarkt. Een beetje georganiseer, maar het werkt. Denken wij.

Op een dag rijd ik naar de achterkant van de supermarkt met tassen vol met flessen, bierblikjes en oude kranten. Als eerste haal ik de tas met blikjes uit de auto. Naast mij stopt net een bakkie (in Nederlands: een pick-up). De bestuurder loopt naar mij toe en vraagt de tas met blikjes. Ik doe wat argwanend en vraag hem wat hij er mee gaat doen. Wegbrengen naar de vuilnishoop, zegt hij. Maar dan wil ik mijn tas terug. De man gooit mijn tas leeg in de bakkie en geeft de tas terug.

De bakkieman ziet de andere tassen, pakt ze uit mijn auto en leegt ze in zijn bakkie. Ik zie het met groeiende verbazing aan en vraag de man waarom hij dat doet als er naast hem gescheiden afvalbakken staan. Hij haalt zijn schouders op en gooit vervolgens de inhoud van de afvalbakken in zijn bakkie.

Ach ja, in het laatste buurtje waar we in Den Haag hebben gewoond, heb ik ook de inhoud van de groene en grijze afvalbakken in één en dezelfde ruimte van een vuilnisauto zien verdwijnen. Heb ik toen de gemeente over gebeld. Daarna nog een hoop gedoe mee gehad, zowel bij de gemeente als met de buren.

Het voetstuk van Mandela

Nelson Mandela staat bij veel mensen op een hoog voetstuk. Door hem is aan de apartheid in Zuid-Afrika op een vreedzame wijze een einde gemaakt. Geen bloedige vrijheidsoorlog, maar keurig verlopen onderhandelingen over een nieuwe democratie, waarin iedereen ongeacht de afkomst gelijkwaardig is.

Mandela was de eerste zwarte president van Zuid-Afrika. Hij vertegenwoordigde de nieuwe normen en waarden van dit land. Geen rassenonderscheid. Iedereen recht op een goed huis, water en elektriciteit. Iedereen een redelijk tot goed salaris. Een echte democratie, waarin iedereen meetelt. Eerlijk zakendoen staat voorop. Mandela straalde het nieuwe Zuid-Afrika uit. Zijn charisma was, en is nog steeds, legendarisch.

Het is allemaal wat anders gelopen. Je ziet, na meer dan 20 jaar, nog steeds grote verschillen in de kansen die mensen hebben. Er zijn veel huizen gebouwd, meer mensen hebben water en elektriciteit. Maar, het lijkt nog als een druppel op een gloeiende plaat. Er zijn enorme verschillen in inkomen. Als je van de universiteit komt, heb je een redelijk goed salaris. Ben je arbeider, dan krijg je 10 keer minder. Helaas ligt de grens in die verschillen te veel tussen blank en zwart.

En dan de democratie en het eerlijke zakendoen. Formeel bestaat de democratie. Iedere vijf jaar zijn er verkiezingen voor het landelijk parlement, de provincie parlementen en de gemeenteraden. Er zijn veel partijen. Het ANC (African National Congres) is verreweg de grootste: 62% van de stemmen. De DA (Democratic Alliance) is de tweede partij: 22% van de stemmen. Sinds de laatste landelijke verkiezingen is een linkse afsplitsing van het ANC, de EFF (Economic Freedom Fighters) van Julius Malema, de derde partij met 6% van de stemmen. Daarna volgen nog een heleboel kleine partijen, die de resterende 10% volmaken. De leider van de grootste partij wordt door het parlement tot president gekozen. De president is ook de leider van de regering.

Het ANC heeft sinds het einde van de apartheid (1994) de meerderheid in het parlement en levert dus de president en de regering. In bijna alle provincies en gemeenten is het ANC de grootste en is daar de leidende partij. Alleen in de Western Cape Province en Kaapstad heeft de DA de meerderheid.

Als je als ANC zolang zoveel macht hebt, dan stelt dat eisen aan je doen en laten. Want de stelling “macht corrumpeert” telt overal. En dat is nu net het probleem. Er is onder het ANC bestuur sprake van toenemende corruptie, fraude, zelfverrijking en nepotisme. Overigens niet uniek voor Zuid-Afrika, want ook de heren van het blanke apartheidsregime wisten hoe ze moesten spelen met de waarheid.

In het boek “How Long Will South Africa Survive? The Looming Crisis” gaat de wetenschapper R.W. Johnson uitgebreid in op hoe het ANC te werk gaat. De huidige president Zuma heeft daarin een prominente rol.

Zuma speelt al zijn hele ANC leven lang met de waarheid. En, goed voorbeeld doet goed volgen. Veel van zijn ministers vertonen het zelfde gedrag als hun leider. Zuma en zijn gevolg laten zich financieel ondersteunen door ondernemers, die later mooie contracten kunnen afsluiten. De inhoud van die contracten lijkt juridisch netjes geregeld, maar biedt de contractpartners wel erg voordelige posities. Sommige ministers zijn niet te beroerd om een percentage van de contractsom in eigen zak te stoppen. Als president stelt Zuma opvallend veel mensen uit zijn eigen omgeving aan: familie (20 kinderen bij 5 vrouwen), de gulle ondernemers, mensen afkomstig uit Zuma’s eigen Zulu volk.

En zo heeft Zuma zijn macht verworven. Opmerkelijker is dat Mandela hem binnen het ANC heeft geholpen. Toen Mandela zijn partij leidde, lette hij op een juiste vertegenwoordiging van de verschillende zwarte groepen in de besturen. Mandela zelf was één van de vele Xhosa’s, die in het ANC actief waren of zijn. Zuma is een Zulu en werd om die reden door Mandela in het ANC naar voren geschoven. Dit ondanks de reputatie die Zuma al had in de provincie Kwazulu-Natal. Maar toen (in de 90-er jaren) was de Inkatha Vrijheidspartij van Buthelezi nog groot en populair bij de Zulu’s. Dus kon Mandela Zuma goed gebruiken.

Rond 2000, toen Mandela ANC-leider af was, werd Zuma verdacht van corruptie bij een wapenaankoop. Zuma was inmiddels vice-president onder de opvolger van Mandela, president Mbeki. Deze dwong Zuma tot aftreden en bond een rechtszaak tegen hem aan. Voor zijn verdediging had Zuma veel geld nodig, wat hem ook werd geschonken. Uiteraard door mensen die daarvan politiek baat konden hebben. Maar ook Mandela schonk Zuma een miljoen rand ter ondersteuning.

Lopende de rechtszaak begon Zuma binnen het ANC een machtsstrijd tegen Mbeki. Die won hij. Mbeki werd bij de partijleiderverkiezing in 2007 verslagen door Zuma. Een paar maanden later werd Mbeki gedwongen af te treden als president. Bij de parlementsverkiezingen in 2009 werd Zuma verkozen tot president. Hij is nooit meer veroordeeld door een rechter.

Niemand kan zeggen of Zuma zonder Mandela wel of niet president was geworden. Wel kan je stellen, dat Zuma op zijn minst is geholpen door Mandela. Eerst, doordat Zuma door Mandela naar voren is geschoven binnen het ANC, en later toen Mandela Zuma financieel ondersteunde in zijn rechtszaak. Nota bene tegen Mandela’s opvolger en voormalige vice-president Mbeki.

Het boek “How Long Will South Africa Survive? The Looming Crisis” is een jaar geleden uitgebracht. Het staat al die tijd in de Zuid-Afrikaanse top 10 van best verkochte boeken. Er is opvallend genoeg tot op heden nog niet negatief op het boek gereageerd. Dus ook geen ontkenningen van ANC zijde, laat staan eisen tot rectificaties. Dan mag je volgens mij aannemen dat het waar is, wat Johnson heeft geschreven.

En als het allemaal waar is, dan lijkt het voetstuk van Mandela toch heel wat minder hoog.

Een vuurlijn van 9 kilometer

Vorige week donderdag was er een grote veldbrand bij Tulbagh, het dorp in Zuid-Afrika waar we wonen. We waren die dag naar Kaapstad en zagen op de terugreis al op een afstand van 50 kilometer rook uit de vallei komen. Bij het binnenrijden van de vallei moesten we de lichten van de auto aandoen toen we door de rook heen kwamen.

De brand verliep langs een vuurlijn van 9 kilometer en op maar een paar kilometer afstand van het dorp. Net op die dag stond een harde zuidooster wind vanaf zee bij Kaapstad. In Kaapstad zelf stond windkracht 8, in Tulbagh was het nog windkracht 6. Daardoor kon het vuur zich snel met de wind mee verplaatsen. Ongeveer 400 ha natuurgebied is verloren gegaan. Er zijn geen landbouwgronden en andere eigendommen beschadigd. Ook zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd.

De oorzaak van de brand zou een kortsluiting in een elektriciteitsleiding zijn geweest. Er is veel mankracht aan brandweerlieden ingezet, die de hele middag en de daaropvolgende nacht bezig waren met brandweerwagens, vliegtuigen en helikopters.

Deze brand is één van vele in een tijd van grote droogte in Zuid-Afrika. Veld-, bos- en bergbranden horen hier bij de zomer, net als in Zuid-Europa, California en Australië. Het heeft te maken met warme en droge weersomstandigheden. Maar deze zomer is het wel erg warm en droog en er worden meer branden verwacht dan in andere jaren. We hebben sinds oktober al een redelijk aantal hittegolven achter de rug, met regelmatig temperaturen boven de 40 graden (één dag was het zelfs 46 graden). En vanaf augustus is er geen serieuze regen meer gevallen.

El Niño doet dit jaar zijn werk. In de hele wereld wijkt het weer af van het normale. In Afrika hoge temperaturen en langdurige droogte, waardoor veel misoogsten in landbouwlanden als Zuid-Afrika, Ethiopië en Zimbabwe. In Australië grote en langdurige bosbranden. In Noord- en Zuid-Amerika juist overvloedige neerslag in de vorm van regen en sneeuw. In Europa zacht winterweer in november en december, waar komend voorjaar weer veel regen wordt verwacht.

Het kan hier behoorlijk warm zijn. Daar moet je je op aanpassen. Sporten in de vroege ochtend. Tussen 10 uur ‘s morgens en 3 uur ’s middags zoveel mogelijk uit de zon blijven. En als je toch in de zon gaat, een petje of een hoedje op je hoofd. Eigenlijk vind ik het wel lekker: veel zon, warm en nauwelijks regen. Liever dit dan die ijzel en sneeuw ellende zoals laatst in Groningen en Friesland.