Zuid-Afrika is een vrij land

Er is veel kritiek op hoe het nu allemaal in Zuid-Afrika gaat. De apartheid is al meer dan 20 jaar geleden opgeheven. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de rijke blanken en de arme zwarten. Het onderwijssysteem is slecht. De criminaliteit is groot en geweldadig. De ANC-regering is corrupt. En zo kan je nog wel even doorgaan. Allemaal niet goed, maar er is één ding wat haast niet kapot kan. Zuid-Afrika is een vrij land. Iedere vowassene heeft een stem en iedereen mag zeggen en schrijven wat hij of zij vindt.

Peter Bruce is een columnist in de Zuid-Afrikaanse Sunday Times. Hij is zeer kritisch op wat er in Zuid-Afrika gebeurt. Zijn commentaren op president Zuma en zijn regering zijn niet mals. Dit wetende is een column van een paar weken gelden wel heel opmerkelijk. Peter Bruce geeft daarin zomaar een lofzang op Zuid-Afrika, als een land waarin de Zuid-Afrikanen in vrijheid leven.

Er gaat veel mis, schrijft Bruce, maar we weten er van omdat de kranten er over schrijven. Die blijven het onder de aandacht houden tot politiek bestuurders er wat over zeggen, tot het tot een onderzoek komt, tot er een rechtszaak van komt, tot de rechter heeft gesproken. Hiermee zegt hij dat politici wel denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en daarmee het beste met de burgers zeggen voor te hebben. Maar ze vergeten dat ze het ook wel eens verkeerd kunnen doen, dat ze soms eerst aan zichzelf denken en dan pas aan de burgers. Dan is er de pers om dat bekend te maken.

Peter Bruce is een lange tijd hoofdredacteur (geweest) van een aantal kranten in Zuid-Afrika. Al die tijd was het ANC al aan de macht. Soms vragen mensen hem of hij geen last heeft met politici over wat hij schrijft. Nooit, is zijn antwoord.

Er zijn regelmatig demonstraties tegen de president. Zo voeren studenten acties om de colleges aan de universiteit gratis te maken onder de leuze “Fees Must Fall”. Omdat Zuma daarop niet regaeert is de leuze nu “Zuma Must Fall”. Ook daarop reageert hij niet: hij treedt niet af, maar hij treedt ook niet op. Demonstreren en actie voeren behoren tot de grondrechten van Zuid-Afrika.

Net als Nederland kent Zuid-Afrika inmiddels een rijke cultuur van discussie en overleg. Ook hier wordt niet ieder voorstel van het politiek bestuur door burgers voor zoete koek aangenomen. Er zijn veel inspreekavonden, waar het hard kan toegaan. Ik ken een wethouder die, toen we een morgen ergens koffie zaten te drinken, hij er nog uitgeput bij zat van de avond er voor. Hij had een bijeenkomst met bewoners van een wijk, waarvoor hij bouwplannen had. Werkelijk iedereen in de zaal, meer dan 100 mensen, deed mee. Op hoge en luide toon. De wethouder paste na die avond zijn plannen aan en toen was het geen probleem meer. De gemeenteraad heeft de voorstellen goedgekeurd.

Bruce vergelijkt Zuid-Afrika met enkele andere landen. China, waar ze niet te beroerd zijn om de geschiedenis te herschrijven. Argentinië, waar de president de statistieken laat aanpassen. En, denk ik dan, voeg daar maar gerust Brazilië en het Rusland van Poetin aan toe. En wat te denken van dat “great” Amerika, die de hele wereld wil vertellen wat democratie is, maar waar nu de alternatieve feiten opgang doen? Waar Trump van zijn regeren een zooitje maakt? Net als in Amerika is er in Zuid-Afrika nog steeds een vrije pers, die wat niet goed gaat aan de kaak stelt. En de ANC-regering accepteert dat, zoals het hoort.

Peter Bruce sluit zijn column af door te stellen, dat “het een feit is dat de Zuid-Afrikanen een glorieuze, luidruchtige, argumenterende, strijdbare en open democratie vormen. En kenmerkend is dat, ondanks dat Zuma wordt beschuldigd voor heel veel wat hij onwettig heeft gedaan, hij nooit heeft geprobeerd om de kern van de democratie aan te tasten.” Zuma probeert wel om het spel zo te spelen dat hij er voorlopig gunstig vanaf komt. Maar hij zal er volgens Bruce nooit in slagen om er mee weg te komen. We zullen zien, als Zuma president af is.

Zeggen, schrijven en stemmen wat je wilt. Zuid-Afrika is een vrij land.

Ondernemen in Zuid-Afrika: een wereld van verschillen

Laatst weer een staaltje meegemaakt hoe ondernemers in Zuid-Afrika met elkaar kunnen omgaan.

Wij hebben best een grote tuin en voor grote klussen doen we regelmatig een beroep op anderen. Zo wordt eens in de twee tot drie weken het gras gemaaid door een ploeg van zes mensen, die er met een maaitractor en maaischijven in een kwartier doorheen gaan. Ik noem ze Anrie en haar Grasshoppers. Omdat het in de zomer nauwelijks regent, moet de tuin intensief worden besproeid. Drinkwater is hier schaars, dus is het besproeiingsysteem aangesloten op een grondwaterput. Dat systeem vereist regelmatig onderhoud, wat een daarin gespecialiseerd bedrijf voor ons doet. Dat van Pieter Dutoit (niet op zijn Frans uitspreken, maar de oi echt als een oi).

Aan de rand van de tuin staan hoge beefwood bomen. Dit zijn slanke naaldbomen, die wel 40m hoog kunnen worden. Ze schermen je tuin af tegen de wind, maar ontnemen ook het zicht op de omgeving. Maar erger is, ze nemen veel water op en de wortels verdringen andere planten. Het zijn voor Zuid-Afrika ook geen inheemse planten. Ze zijn, bijna letterlijk, over komen waaien uit Australië. Omdat de overheid van Zuid-Afrika een beleid voert om niet-inheemse planten zoveel mogelijk af te laten nemen, heb je geen kapvergunning nodig om ze te verwijderen.

Wij willen meer zicht op de bergen rond ons dorp. Wij vinden de beefwood bomen niet mooi. En we willen de er naast staande bomen en struiken meer tot hun recht laten komen. Dus besluiten we om de beefwoods te laten kappen. We vragen daarvoor het bedrijf Tree Monkeys van Gary Steyn. Gary stelt voor de bomen neer te halen, de stammen en takken tot brandhout te verzagen en het restant af te voeren naar het vuilstation. Het kappen en verzagen doet Gary zelf, voor het restafval vraagt hij iemand met een vrachtwagen. Lijkt ons een goed plan.

Afgelopen maandag en dinsdag is de klus geklaard. Nu ja, door Gary en zijn Tree Monkeys dan. De man met de vrachtwagen is wat in gebreke gebleven. Nu ken ik deze man. Het is Dries, die de vorige zomer ons besproeiingsysteem in orde heeft gemaakt. Toen vond ik hem al niet zo bijster zakelijk. Al in september vroeg ik hem het werk te doen, pas in december (midden in de warmste en droogste zomer in jaren) was hij klaar. En al die maanden ervoor konden wij niet sproeien, wat Dries niet leek te kunnen schelen. Dus dit jaar hebben we een ander in de hand genomen voor het onderhoud aan het besproeiingsysteem (Pieter dus).

Tijdens het kapwerk begint Gary steeds meer op Dries te mopperen. Dries heeft de vrachtwagen langs gereden, maar gaat met een andere auto weer weg. Gary belt hem als de vrachtwagen vol is, maar Dries komt niet. De hele nacht er na staat de vrachtwagen volgeladen voor ons huis. De volgende morgen komt Dries weer langs, neemt de vrachtwagen mee om te legen, zet hem voor de deur en verdwijnt weer. De vrachtwagen is daarna weer snel gevuld met het kapafval, maar Dries is in geen velden of wegen te bekennen. Gary ziet het met lede ogen aan en wordt steeds chagrijniger. Hij probeert de hele dag Dries te bellen, maar krijgt geen contact. Tot het werk van Gary en zijn mannen klaar is. Dan komt Dries weer, neemt de volle vrachtwagen mee en brengt hem leeg terug.

Dries gaat op de bak staan en kijkt met vragende ogen naar de mannen van Gary. Hij lijkt te zeggen: willen jullie mij komen helpen? In tegenstelling tot de vorige ritten heeft Dries nu geen eigen mannen mee. Gary’s mannen lopen langzaam, vermoeid na een hele dag bomen klimmen en kappen, naar de stapel afval en beginnen met laden. Dries valt dan ongemeen fel tegen ze uit, ik hoor niet wat hij zegt maar wel dat hij het op een onbeschofte manier doet. Gary ziet het gebeuren en loopt boos naar Dries toe. De twee mannen schelden tegen elkaar. Als climax gooit Gary een glas cola over Dries uit. Dries is dan echt woedend, rijdt met zijn vrachtwagen op Gary’s auto af, maar weet op tijd te stoppen.

Dan vraagt Dries aan mij om nu direct zijn aandeel in het werk te betalen. Ik antwoord dat ik dit keer met Gary zaken doe, dus dat ik Gary betaal en niet Dries. Dries kijkt me heel boos aan en rijdt weg met achterlaten van de grote stapel afval. Gary belooft me zo snel mogelijk een andere vrachtwagen te regelen. En jawel, na een kwartier komt er één aanrijden en in twee ritten is alles weg.

Ondernemen in Zuid-Afrika. Het is toch wel een wereld van verschillen. Je hebt ondernemers, die duidelijk niet weten wat zakelijk handelen is (Dries bijvoorbeeld). Je hebt ook ondernemers, die juist heel zakelijk handelen (Gary bijvoorbeeld). Maar ze zijn ook niet te beroerd om openlijk bij de klant haast hardhandig ruzie te maken (Dries en Gary bijvoorbeeld).

De verhaaltjes van kleurlingen in Zuid-Afrika

De verhaaltjes van John en Martha in mijn vorige twee blogs zijn voorbeelden van de vertelkracht van de kleurlingen in Zuid-Afrika. De verhaaltjes vertellen niet de waarheid, ze verhullen de minder leuke werkelijkheid. Voor John is het een manier om aan extra geld te komen. Voor Martha om de persoonlijke aandacht te krijgen die ze denkt te missen.

De verhaaltjes van kleurlingen kunnen ook gewoon leuk zijn. Het gaat dan om anekdotes van wat mensen in het leven meemaken. Nogal aangedikte verhalen om het smeuiger te maken, waardoor de overeenkomst met wat werkelijk is gebeurd soms ver is te zoeken. Verhaaltjes vertellen is ook een manier om te ontsnappen aan de werkelijkheid van armoede en achterstelling. Net doen of het gewoon goed gaat. Het is een vorm van spelen met de waarheid, waarin kleurlingen erg goed zijn.

Natuurlijk zijn de Zuid-Afrikaanse kleurlingen niet het enige volk in de wereld, dat speelt met de waarheid. Maar zo langzamerhand weten politiek bestuurders er ook goed weg mee. Nu waren er altijd al politici, waarvan er een ernstig vermoeden was dat ze aan het liegen waren. Alleen dat was nogal eens lastig te bewijzen. President Nixon was er zo één, waartegen een afzettingsprocedure moest worden gevoerd om zijn leugens over zijn betrokkenheid bij Watergate aan te tonen.

President Trump pakt het wat dat betreft een stuk eenvoudiger aan. Natuurlijk ontkent hij dat hij liegt. Sterker, hij wijst overduidelijk bewijsmateriaal, zoals de foto’s van de opkomst bij zijn inauguratie en die van Obama, af en heeft het over alternatieve feiten. Ja, zover waren de kleurlingen in Zuid-Afrika nog niet.

Maar goed. Ook de Nederlandse politiek kan er wat van. Een lid van de Tweede Kamer, Art van der Steur, helpt zijn parijgenoot-minister, Ivo Opstelten, met het beantwoorden van de vragen die hij zelf heeft gesteld. Als hij dan zelf minister is, ontkent hij eerst het bestaan van de bewuste mail. Dan zegt hij dat de mail toch allang bekend is. Terwijl niemand buiten de regering die mail ooit eerder heeft gezien. En de minister-president, Mark Rutte die toch echt bekend staat als een control freak, zegt helemaal van niets te weten. Ondertussen stuurt Rutte Van der Steur zo aan, dat de minster aftreedt om de minster-president, cq lijsttrekker voor de grootste partij bij de komende Tweede Kamer-verkiezingen, uit de wind te houden. Maar dat is niet met de waarheid spelen, dat noemen we met de politiek spelen.

Verhaaltjes vertellen, met de waarhied spelen, liegen. Het is kennelijk deel van de samenleving geworden. De kleurlingen in Zuid-Afrika beheersen die kunst allang, maar of zij nu de trend voor de hele wereld hebben gezet……

De verhaaltjes van Martha uit Zuid-Afrika

Martha is in Zuid-Afrika zorgverlener voor oude mensen die niet meer helemaal op zich zelf kunnen wonen. Martha werkt bij een bejaarde buurvrouw van ons, Loraine van der Merwe. Martha vertelt Loraine veel over het leven bij haar thuis. Zij is niet bepaald rijk, maar kan redelijk rond komen. Martha heeft met mevrouw Van der Merwe een werkcontract. Zij komt er vijf dagen in de week, doet de boodschappen, regelt de medicijnen, helpt mevrouw met wassen en aankleden en organiseert allerlei activiteiten voor haar. Martha mag de auto van Loraine besturen, omdat mevrouw zelf van haar kinderen niet meer mag rijden. Die vinden haar daarvoor te oud geworden.

Op een dag belt Martha, helemaal over haar toeren, naar Loraine. De zoon van Martha is al een paar dagen zoek. Deze woont bij vrienden op een boerderij. In één van haar vele verhalen over haar gezin heeft Martha al eens laten doorschemeren dan haar zoon homoseksueel is, nog steeds een taboe bij kleurlingen. Martha vermoedt dat de vrienden van haar zoon hem in elkaar hebben geslagen en dat haar zoon gevlucht is. Zij is over haar toeren, omdat de politie zojuist gebeld heeft met de boodschap dat ze waarschijnlijk haar zoon dood hebben gevonden. Of Martha naar het bureau kan komen voor identificatie. En, zegt zij tegen mevrouw Van der Merwe, kan zij voorlopig niet komen werken. Als we dit verhaal van mevrouw Van der Merwe horen, doen we dit met verbazing. Een homo, die bij vrienden woont die homohaters zijn? Lekkere vrienden. Via de telefoon vertelt de politie dat ze je zoon dood hebben gevonden? Je moet zelf naar het politiebureau gaan voor identificatie? Zelfs in Zuid-Afrika maken ze het niet zo bont. Dan komt de politie toch tenminste naar je huis toe om het slechte nieuws te vertellen. Als Martha weer op haar werk verschijnt, vraagt mevrouw Van der Merwe hoe alles de afgelopen week is gegaan. Oh, ze was op het politiebureau, maar het was niet haar zoon. Overvallen door deze mededeling vergeet mevrouw te vragen wat er dan met zoonlief is gebeurd.

Een paar maanden later vertelt Martha aan mevrouw Van der Merwe dat haar man ernstig ziek is. Hij heeft kanker, moet regelmatig voor behandeling naar het ziekenhuis, en Martha moet dan natuurlijk mee. Dus moet ze regelmatig verzuimen. Dat duurt vervolgens een paar maanden, waarin volgens Martha de situatie van haar man steeds slechter wordt. Steeds meer moet ze met hem van ziekenhuis naar ziekenhuis voor steeds weer een andere behandeling. Ze komt zelfs een paar keer bij een hospice. Want hij is op sterven geraakt. Het verzuim van Martha neemt in die tijd toe. Als Loraine ons dit verhaal vertelt, vragen wij ons meteen af of het wel klopt. Vooral de gang naar een hospice verbaast ons. Daar ga je toch maar één keer heen, als het einde heel dichtbij is? Ook in Zuid-Afrika werkt dat zo.

Op een dag laat Martha zich ontvallen dat ze met haar familie naar het strand is geweest, op dagen dat ze had verzuimd om haar man bij te staan. Dan gaan bij veel mensen de alarmbellen af. De kinderen van Loraine van der Merwe vragen een arbeidsjurist om advies. De jurist checkt bij de ziekenhuizen en het hospice, die Martha in haar verhalen heeft genoemd, of zij daar inderdaad met haar man is geweest. Bij geen blijkt dat het geval. De jurist zet namens mevrouw Van der Merwe een ontslagprocedure voor Martha in gang. Al na een week is Martha haar werk kwijt. Zij gaat nog in beroep tegen haar ontslag, maar de beroepscommissie komt een zaak als deze wel al te bekend voor. Loraine van der Merwe heeft nu een contract bij een uitzendbureau van zorgverleners afgesloten.

Net als voor John, uit de blog van vorige week, is voor Martha spelen met de waarheid deel van het leven. Ook zij is zich er niet van bewust dat het gewoon om liegen gaat. Tijdens de ontslagprocedure is ze er nog steeds van overtuigd, dat ze niets verkeerds heeft gedaan.

(De verhaaltjes zijn echt door een zorgverlener met een andere naam verteld)

De verhaaltjes van John uit Zuid-Afrika

John is een tuinman. Hij doet af en toe klussen in onze tuin. John is een rustige en vriendelijke man en vertelt regelmatig over wat hij meemaakt. Hij woont in de township bij ons dorp, is getrouwd, heeft kinderen, die inmiddels ook zijn getrouwd en hun eigen kinderen hebben. Ik schat John in de 40, maar ik weet dat bij sommige bevolkingsgroepen in Zuid-Afrika de vermenigvuldiging snel gaat. Dus dat hij al opa is, verbaast ook weer niet.

Als John een paar keer bij ons heeft gewerkt, vertelt hij dat hij over een paar dagen een begrafenis heeft in het dorp waar zijn vrouw vandaan komt. Dat dorp ligt in de Karoo, midden in Zuid-Afrika en een paar honderd kilometer van ons dorp vandaan. John heeft geen rijbewijs, laat staan een auto. Je kan met een taxibusje van ons dorp naar het dichtstbijzijnde station, dan met de trein, en weer met een taxibusje. Dat duurt bij elkaar een dag, dus kost het John minstens één overnachting. Hij vraagt of wij hem geld kunnen lenen. Hij zal dat terug betalen, zodra hij het geld bij elkaar heeft gespaard. Omdat we weten, dat in Zuid-Afrika van een dergelijke lening zelden iets wordt terugbetaald, zeggen we nee. Maar, we willen ook weer niet lullig zijn, en bieden John aan een bijdrage te doen in de kosten. Dan moet hij aan anderen ook een bijdrage vragen. Dat vindt hij een goed idee en neemt het geld graag aan. De volgende keer, wanneer hij er weer is, vragen we John hoe de reis was verlopen. Oh goed, zegt hij, ze konden met iemand meerijden. Ik vroeg nog, heel naïef, of de bestuurder het geld heeft gekregen. Nee, want hij zou toch die kant op gaan, waarom moet je dan betalen?

Een volgende keer vertelt John dat zijn mobieltje is gestolen. Er was in zijn huis ingebroken. En daarbij hebben ze behalve zijn telefoon ook de DVD speler meegenomen. Gelukkig hebben ze de televisie laten staan. Ik vraag hoe oud die televisie is. Oh, iets van 20 jaar, maar doet het nog goed. Ja, zeg ik, die is gewoon te zwaar om zomaar mee te nemen. John knikt begrijpend. Hij vraagt of we hem nu wel geld kunnen lenen, om een nieuwe telefoon te kunnen kopen. Denkend aan het begrafenisgeval, zeggen we opnieuw nee. We zeggen John toe om over een oplossing na te denken. We hebben nog oude goedkope telefoontjes liggen, die hij zou kunnen hebben. Maar, dat telefoontje dat gestolen is, was ook een oud telefoontje van ons. We besluiten nog even niet op het verzoek van John in te gaan.

Een paar dagen later spreken we de buren, waar John ook werk doet. Hij komt daar al een paar jaar, dus deze mensen kennen hem wat beter dan wij. We vertellen van de begrafenis en de inbraak bij John. Ach, zeggen ze, die begrafenis was er helemaal niet. En zijn vrouw komt ook uit Tulbagh. John heeft gewoon geld nodig en verzint er een min of meer geloofwaardig verhaal bij. En die inbraak? Was er ook niet. Hij heeft het mobieltje gewoon verkocht, ook om wat geld te hebben. De buren vertellen dat John graag met de waarheid speelt om aan geld te komen. En als je daarop ingaat, is dat voor hem mooi meegenomen. Ga je er niet op in, ook goed. Spelen met de waarheid is deel van zijn leven, en hij is er zich niet eens van bewust dat het gewoon om liegen gaat.

(De verhaaltjes zijn echt door een tuinman met een andere naam verteld)

Siegfried Nassuth en de Bijlmermeer

Afgelopen december waren wij een paar weken in Nederland. Net in die tijd kwam het boek De Betonnen Droom van Daan Dekker uit. Het gaat over de levensgeschiedenis van de stedenbouwkundige Siegfried Nassuth en over zijn levenswerk, de Bijlmermeer. Ik heb het boek meteen gekocht en met boven-gemiddelde interesse gelezen.

Ik voel me betrokken bij de Amsterdamse wijk Bijlmermeer. Ik heb er gewoond en ik was er actief in verschillende bewonersgroepen. Ik heb gewerkt voor het stadsdeelbestuur van Zuidoost (waar de Bijlmermeer onder valt). Daarvóór werkte ik bij de dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam, de organisatie waar het stedenbouwkundig ontwerp voor de Bijlmermeer is gemaakt. Ik heb ook met verschillende mensen, die in het boek worden genoemd, gewerkt.

In de tijd dat de bouw van de Bijlmermeer van start ging (eind jaren 1960), was er veel publiciteit over wat de Stad van de Toekomst werd genoemd. Ik las er over in Het Parool. Ik was onder de indruk van het ontwerp en de principes achter het ontwerp: strakke hoogbouw, een nadrukkelijke scheiding tussen het autoverkeer en de fietsers en voetgangers, parkeergarages, parkgroen en het metroviaduct. Ik zat toen op Spinozalyceum in Amsterdam. Ik hield op school spreekbeurten en schreef scripties over de Bijlmermeer. Vanuit Amstelveen, waar ik woonde, ging ik regelmatig op de fiets naar de Bijlmermeer om rond te kijken. Wat een verschil was dat met de huisjes, boompjes en beestjes in Amstelveen!

Toen ik op mij zelf wilde gaan wonen, kon ik een flat in de Bijlmermeer krijgen. Dat trok me wel. En dat was vooral uit praktische overwegingen. In die tijd moesten jongeren in Amstelveen 7 jaar op de wachtlijst voor een huis. Dus de keuze voor de Bijlmermeer was snel gemaakt.

Bij de dienst Ruimtelijke Ordening werkte ik als planologisch onderzoeker. Ik was daar lid van de zogenoemde fietsclub, een groep collega’s die het leuk vond om in hun vrije tijd gezamenlijk fietstochten te maken. Daan Dekker schrijft er over in zijn boek. Siegfried Nassuth fietste ook altijd mee en ik heb hem zo leren kennen. Ik vond het altijd een bijzonder aardige man. Van Siegfried heb ik er nooit iets over gehoord, maar via anderen wist ik dat hij was opgegroeid in het voormalig Nederlands Indië en dat hij als krijgsgevangene van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog aan de Birmaspoorlijn had gewerkt. Daan Dekker verhaalt uitgebreid over die tijd, waardoor ik nu een duidelijker beeld van Siegfried heb.

Bij de stadsdeelorganisatie van Zuidoost was ik onderzoeker en projectleider. Ik werkte o.m. aan projecten om de leegstand en de sociale problemen in de Bijlmermeer tegen te gaan. Die projecten hebben later geleid tot de groot-schalige vernieuwing van de Bijlmermeer, waarbij veel van de oorspronkelijke hoogbouwcomplexen zijn vervangen door meer traditionele bouwvormen.

Ondanks dat ik van het stedenbouwkundig ontwerp onder de indruk was, en er met plezier heb gewoond, heb ik toch altijd een dubbel gevoel bij de Bijlmermeer gehad.
Aspecten, zoals zoveel mogelijk mensen laten wonen in het groen en de scheiding van het autoverkeer van de rest, spraken me aan. Siegfried Nassuth en zijn ontwerpteam vonden dat niet alleen de rijken in Het Gooi en Aerdenhout in het groen mochten wonen. Dat moest ook voor de arbeiders en de mensen uit de middenklasse in de stad mogelijk zijn. En de opkomst van de auto in de jaren 1960 moest volgens de ontwerpers goed georganiseerd worden.
Daarentegen zag ik ook wat de Bijlmermeer minder aantrekkelijk maakte. Waarom zoveel (13.000) dezelfde woningen in één gelijke hoogbouwvorm? Waarom leek ieder stukje van de Bijlmermeer op al die andere stukjes, waardoor je snel verdwaald kon raken? De verkeersveiligheid was weliswaar goed geregeld, maar daarvoor kwamen problemen met de sociale veiligheid in de plaats. Op de fiets of lopend mocht je niet anders dan door het groen, waar nogal eens vervelende dingen gebeurden.
Ik weet dat in de oorspronkelijke ontwerpen van de Bijlmermeer meer variatie was en dat deze is verdwenen om redenen van geld en bouwefficiëntie. Maar ook met variatie was het om een zeer groot aantal woningen van hetzelfde type in overwegend dezelfde bouwvorm gegaan.

In het begin waren er veel enthousiaste reacties op het ontwerp van de Bijlmermeer. Bij de professionals uit de stedenbouw, in de pers, en ook bij mensen die op zoek waren naar een woning. Er waren best wat mensen, die bewust voor een huis in de Bijlmermeer kozen. Maar kennelijk bij lange na niet genoeg om alle woningen te vullen. Er ontstonden al snel verhuurproblemen, waardoor ook mensen die elders moeilijk aan de bak kwamen, voor een huis in de Bijlmermeer in aanmerking konden komen. Tot ook deze mensen allemaal aan een woning waren geholpen. Vanaf dat moment begon de leegstand op te lopen en was het duidelijk dat naar verhouding maar weinig mensen in de Bijlmermeer wilden wonen.

Voor wie was de Bijlmermeer nu bedoeld? In eerste instantie werd gedacht aan de mensen die uit de oude wijken weg moesten voor de stadsvernieuwing. Dat waren destijds heel goedkope woningen, waar mensen met een laag inkomen woonden. Toen bleek dat de huren van de Bijlmer flats voor deze mensen te hoog zouden worden, werd gekeken naar mensen uit de middenklasse in de Westelijke Tuinsteden. Als zij naar de Bijlmermeer zouden verhuizen, dan konden de mensen uit de oude wijken in hun huizen gaan wonen, was de redenering. Maar, dat gebeurde niet zoals het gemeentebestuur zich had voorgesteld. Tussen 1965 en 1995 verlieten weliswaar veel middenklassers de Tuinsteden, maar zij kozen voor een huis met een tuin in Amstelveen, Purmerend, Hoorn, Lelystad of Almere.

Voor het ontwerp van de Bijlmermeer is veel onderzoek gedaan. Dat was normatief onderzoek. Hoeveel woningen kan je in een bepaald type en vorm bouwen? Hoeveel mensen gaan daar wonen? Hoeveel groen past daarbij? Wat voor winkels en in hoeveel oppervlakten moeten er komen? Hoeveel scholen, hoe groot en van welk geloof? Met hoeveel parkeerplaatsen moeten we rekening houden? Hoe organiseren we het openbaar vervoer? En zo over nog veel meer van wat in een woonwijk hoort.

Helaas is er nooit onderzoek gedaan naar wie in een wijk als de Bijlmermeer wil wonen. Er zijn slechts aannamen gedaan: eerst de mensen met een laag inkomen uit de oude wijken en daarna de middenklassers uit de Westelijke Tuinsteden. Er werd gewoon van uitgegaan, dat de woningen toch wel vol kwamen, want dat was na de Tweede Wereldoorlog altijd overal het geval geweest. Onder invloed van een enorme woningnood. En die woningnood begon nu net aan het eind van de jaren 1960 minder te worden. Zeker voor mensen uit de middenklasse. Zij kwamen in de gelegenheid om zelf een woonplek te kiezen en niet afhankelijk te zijn van de wachtlijsten van gemeentelijke woningdiensten. Met hen kwam de massale keuze van mensen uit de middeninkomensgroepen voor een eengezinshuis met tuin op gang. Omdat in Amsterdam maar in beperkte mate in eengezinshuizen werd voorzien, koos men voor de forensenplaatsen buiten de stad.

Ook toen bleek dat de flats in de Bijlmermeer niet populair waren bij de beoogde doelgroep is naar mijn weten niet onderzocht waarom men wegbleef. Wat ik hierboven schrijf, over de verhuizingen van de middenklassers, is feitelijk gebeurd en wellicht duidelijker dan de uitkomst van welk onderzoek dan ook. Maar, als die mensen ook was gevraagd of ze buiten de stad gingen wonen omdat ze het huis-met-tuin in Amsterdam niet konden vinden of omdat er ook andere reden waren, had in het ontwerp van de Bijlmermeer wellicht nog bijgestuurd kunnen worden. In het begin van de jaren 1970 was daar nog alle gelegenheid voor. De Bijlmermeer had in die tijd nog een goede naam. Later zijn de sociale problemen ontstaan en snel groter geworden. Toen was het te laat en had heel Nederland zijn oordeel over de Bijlmermeer en wilden er nog maar weinig mensen uit vrije keuze wonen.

Helaas schenkt ook Daan Dekker in zijn boek nauwelijks aandacht aan het waarom van de verhuurproblemen en de leegstand in de Bijlmermeer in de periode vlak na 1970. Hij schrijft ergens dat het aanbod van de hoogbouwflats groter was dan de vraag, maar houdt het er bij. Ik vind dat jammer, omdat juist dit boek de gelegenheid bij uitstek was om antwoord te geven op die vraag.

Mijn punt van kritiek op het werk van Daan Dekker neemt niet weg dat ik het boek De Betonnen Droom met plezier heb gelezen. Daan heeft grondig onderzoek gedaan, tot in Indonesië en Thailand aan toe. De informatie die hij zo heeft verzameld is indrukwekkend. Als iemand, die eerst niet thuis was in planologie en stedenbouw, maar slechts bij toeval geïnteresseerd is geraakt in de Bijlmermeer, geeft hij een goede indruk hoe het met deze Amsterdamse wijk is vergaan. Van het ontwerp, via de bouw, tot aan (soms tot en met) de sloop. En het boek is goed geschreven. Non-fictie, maar het leest soms als een roman. Alleen dat onderzoek naar de verhuurproblemen. Daarover wil ik graag een keer met Daan bij een kop koffie van gedachten wisselen.

Tot slot. Wat heeft dit verhaal met Zuid-Afrika te maken? Helemaal niets. Ik vond het gewoon leuk om eens over iets anders te schrijven.

Waar is het leuker om te wonen? Zuid-Afrika of Nederland?

Als je in december voor het eerst in Nederland bent, lijkt het of het daar bijna altijd mistig en ietwat druilerig weer is. En dat er alleen maar kerstmuziek wordt gespeeld. Maar, dat is natuurlijk niet zo. En wij waren afgelopen december ook niet voor het eerst in Nederland. Sterker, we komen er vandaan.

Eerst mijn verontschuldigingen naar al die mensen, die niet wisten dat we er waren. Weet, dat als familie en vrienden horen dat je er bent, ze je ook allemaal willen zien. Dat is in een tijd van drie weken helaas niet te doen. Als je tenminste ook nog iets anders wilt dan familie en vrienden opzoeken. Maar weet ook dat de volgende keer, dat wij er zijn, anderen het weer niet weten. Dan kunnen jullie ons zomaar op bezoek krijgen.

Natuurlijk is het fijn om weer even in je eigen land te zijn. Als je vanuit een warm Zuid-Afrika komt en daar na een paar weken weer terugkeert, maakt het Nederlandse weer niet zoveel uit. Behalve dan, dat de helft van je koffer in beslag wordt genomen door een winterjas. En de muziek? Ach, ook in Zuid-Afrika luisteren en kijken we naar de Nederlandse radio en televisie. Dus die kerstmuziek zetten we ook hier geërgerd af.

In Nederland loop je gemakkelijk een museum binnen, er is altijd wel één in de buurt. Dat geldt ook voor het theater. Toen we nog in Nederland woonden, gingen we geregeld naar voorstellingen. Nu nooit meer. De afstanden zijn te groot, zeker als je in het donker moet rijden.

Het openbaar vervoer in Nederland is perfect. Treinen, metro’s, trams en bussen rijden zo goed als altijd op tijd, zijn modern en schoon. Met de ov-chipkaart stap je zo over van de ene bus op de andere metro. Alle kosten worden automatisch van je bankrekening afgeschreven. In Zuid-Afrika heb je dat allemaal niet of nauwelijks. Je doet hier alles met de auto, ook de ritjes die je in Nederland met de fiets zou doen.

Files vormen in Nederland één van de nationale hoogtepunten. Om met Herman Finkers te spreken: ik weet niet wat de mensen er aan vinden, ze staan er zelfs voor in de rij! Nu is het niet zo, dat Zuid-Afrika filevrij is. Ook op de toegangs-wegen naar Kaapstad kan je rustig één tot twee uur langzaam rijdend doorbrengen. Maar, buiten de grote steden is het filefenomeen onbekend.

Ik ben in Nederland bij verkeerscontroles nog nooit op mijn rijbewijs gecontro-leerd. Wel enkele keren op alcoholgebruik. In Zuid-Afrika wordt intensief gecontroleerd op het hebben van een rijbewijs, waarbij hele wegen worden geblokkeerd en iedereen keurig langs oom agent mag rijden. Alcoholcontroles heb ik hier nog niet mogen meemaken.

Het verkeer op de weg lijkt in Zuid-Afrika chaotischer dan in Nederland. Hier rijden nogal wat mensen met een dash camera om idiote manoeuvres te registeren (zoals je ze ook wel uit Rusland ziet). Maar hufterig rijden kunnen ze in Nederland ook. We zagen bijvoorbeeld op een snelweg met een rijbaan van vijf rijstroken iemand (kaal geschoren hoofd in een ouder type Golf) van de meest linkse strook diagonaal over de andere stroken naar de afslag gaan.

Kortom, waar is het nu leuker? Zuid-Afrika of Nederland? Bijna altijd mooi weer of gemakkelijk naar het theater kunnen? Weinig files of een perfect openbaar vervoer? Alles met de auto of ook met de fiets? Controle op je rijbewijsbezit of op je alcoholgebruik? Hufterige automobilisten of hufterige automobilisten? Wij weten het nog niet.

Criminaliteit in Zuid-Afrika volgens de boeken van Deon Meyer

De criminaliteit in Zuid-Afrika is van het harde soort. Er wordt veel met vuur- en steekwapens gewerkt. Hoewel je een vergunning nodig hebt, is de wapenhandel in Zuid-Afrika zo goed als vrij. Natuurlijk hebben veel mensen wapens zonder de vereiste vergunningen. En laten dat nu net de beroepscriminelen zijn. Het gevolg van al die wapens is natuurlijk een overmaat aan doden.

De meeste criminaliteit in Zuid-Afrika komt voor onder de zwarten en de kleurlingen. Daar vallen ook de meeste slachtoffers. Het bendegeweld onder deze bevolkingsgroepen is groot. Bij de zwarten blijft het meestal beperkt tot kleine weinig gestructureerde benden in hun eigen woonbuurt. De kleurlingen-criminaliteit is daarentegen goed georganiseerd. De benden kennen een sterke hiërarchie. De kleurlingbenden beheersen onder meer de drugsmarkt in Zuid-Afrika. Er zijn veel onderlinge bendeoorlogen, die op straat worden uitgevochten. Daardoor vallen ook veel slachtoffers onder toevallige voorbijgangers.

Maar wis de rol van de blanken niet uit in de criminaliteit in Zuid-Afrika. Zeker als het om ongewenst gebruik van wapens gaat. Een beroemd voorbeeld is Olympisch blade runner Oscar Pistorius, die ’s nachts zijn vriendin dwars door de wc-deur dood schiet. Of, minder bekend in Nederland, de jonge student die, na thuiskomst in de dure villawijk Kleine Zalze in Stellenbosch, zijn ouders en broer met een bijl om het leven helpt.

De criminaliteit in Zuid-Afrika lijkt dus een mooie bron voor thrillers. Er zijn dan ook de nodige schrijvers van dat genre in dit land. De bekendste van de Afrikaanstaligen is Deon Meyer. Zijn boeken zijn in 27 talen vertaald, waaronder in het Nederlands.

Deon Meyer geeft een realistisch beeld van de criminaliteit in Zuid-Afrika. Hij doet dat ook van de Zuid-Afrikaanse samenleving, die nogal gecompliceerd is. Gecompliceerd door de tot 1994 bestaande apartheid. De scheiding van toen, tussen blank, zwart en kleurling, bestaat nog steeds. Die scheiding is nu weliswaar niet meer door de staat opgelegd, maar bepaalt de samenleving nog steeds nadrukkelijk. Opvallende bijkomstigheid is wel, dat iedere bevolkings-groep de meeste van de criminele activiteiten uitoefent in de eigen omgeving.

De thrillers, die Deon Meyer in zijn boeken vertelt, lijken op het eerste gezicht veel op die van bijvoorbeeld de Scandinavische schrijvers. Het gaat om grof geweld, wapens, alcohol en drugs. Het gaat om politierechercheurs, privé detectives, persoonlijke lijfwachten en bendeleiders. Dat lijkt allemaal op elkaar. Maar het grote verschil tussen de verhalen van Deon Meyer en de Scandina-viërs zit in de structuur van de Zuid-Afrikaanse samenleving.

Het onderscheid in rassen, waarvan de hele samenleving is doordesemd, komt nadrukkelijk bij Deon Meyer naar voren. Daar waar blank, zwart en kleurling elkaar tegenkomen, schuurt het nogal eens. Of het nu (de) collega’s bij de politie zijn, of dat het nu criminelen zijn. Het gaat om irritaties tussen mensen van verschillende afkomst. Oud zeer, veel van generaties her, komt soms duidelijk naar boven. Deon Meyer neemt het mee in zijn verhalen.

Even terzijde. Thrillers spelen vrijwel altijd op een bestaande locatie af. Voor het verhaal is het belangrijk dat er concrete wijken en straten van een stad worden vermeld. Ik vind dat leuk, zeker als ik de stad uit het verhaal uit eigen ervaring redelijk tot goed ken. In mijn geval Amsterdam, Den Haag en Kaapstad. Ik kijk dan ook regelmatig op de kaart of het allemaal wel klopt wat de schrijver beschrijft. Soms blijken bepaalde aanduidingen inderdaad niet te kloppen. Vind ik dus leuk. Zal wel beroepsdeformatie van een planoloog zijn.

Ik lees de boeken van Deon Meyer sinds ik in Zuid-Afrika woon. Daarvoor had ik natuurlijk al van hem gehoord. Mijn oog was toen qua thrillers vooral gericht op Dan Brown, Stig Larsson en Jo Nesbo. Deon Meyer stond wel al op mijn lijstje, maar het was er nog niet van gekomen. Met, onder veel meer, de boeken van Deon Meyer leer ik nu de samenleving en daarmee de criminaliteit in Zuid-Afrika beter kennen.

Van Deon Meyer zijn 15 boeken verschenen. Van de boeken, die ik tot nu toe heb gelezen, springen voor mij twee er uit: Onzichtbaar en Spoor. De Zuid-Afrikaanse samenleving, zoals die nu is, wordt in zijn verschillende facetten in deze boeken goed beschreven. En natuurlijk de criminaliteit in Zuid-Afrika, die zo aanwezig is in deze samenleving. Twee aanraders.

Stroomuitval in Zuid-Afrika vindt men hier heel normaal

Ik ga in deze blog eens lekker klagen. Volgende keer weer iets leuks of wijs-neuserigs.

Zit je net voor de televisie voor iets dat je graag wilt zien. Plop! Televisie uit, alle apparaten uit, licht uit. Stikdonker. In een fractie van een seconde. Gelukkig ben je er al enigszins op ingesteld. Een zaklamp op de telefoon met behoorlijk wat lichtopbrengst bij de hand. En van alle kampeerspullen, die we bij vertrek uit Nederland hebben verkocht, hebben we de oplaadbare kampeerlamp achter-gehouden. Erg praktisch bij stroomuitval in Zuid-Afrika.

Tot voor een jaar geleden hadden we een periode van wat ze hier load sheddings noemen. Een geregelde stroomuitval in Zuid-Afrika vanwege het gebrek aan capaciteit en de slechte onderhoudstoestand van de elektriciteits-centrales. Op internet staat een schema, wanneer je als dorp of stadsdeel aan de beurt bent. Het duurt ongeveer twee uur. Niet leuk, maar je weet waar je aan toe bent en je kan je er op voorbereiden. Bijvoorbeeld je computer op tijd uit het stopcontact. En activiteiten gaan doen, waarbij je niet afhankelijk bent van elektriciteit. Wel een beetje lastig vandaag de dag, maar die activiteiten bestaan nog steeds. Met de hond gaan lopen, bijvoorbeeld.

De tijd van load sheddings, en dus de geregelde stroomuitval in Zuid-Afrika, is sinds een jaar voorbij. De directeur van Eskom, de staatsenergiemaatschappij van Zuid-Afrika, maakt dat bekend in een interview in de krant. Hij zegt daarin, dat hij alles weer op orde heeft gebracht. Het onderhoud van de centrales is weer op niveau. Er is een nieuwe centrale in gebruik genomen. Kolengestookt, dat weer wel. Dus zegt hij, alles doet het weer. Kort na dat interview wordt de man wegens corruptie ontslagen door de president van Zuid-Afrika. Die toch ook niet vies is van corruptie.

Ondertussen gaat de stroomuitval in Zuid-Afrika gewoon door. Maar dan zonder schema of vooraankondiging. En niet een keer in de maand, maar soms zelfs meerdere keren per week. Dus ook vorige week, wanneer we net voor de televisie zitten. Na een uur gaan alle lichten weer aan. Ah, het doet het weer! Gauw de televisie aan, kunnen we nog een stukje journaal meepikken. Maar na vijf minuten gaat alles weer uit. Tja, het is donker, dus ze zullen wel op de verkeerde knop hebben gedrukt. Zo tegen twaalf uur vinden we het mooi geweest en gaan we naar bed. Net als we in bed stappen: plop, alles weer aan. Even wachten, het blijft aan! Maar ja, nu moet het donker zijn, want we willen slapen.

Gisteren, midden in een stuk dat ik aan het schrijven ben. Plop, computer uit. Kijk om me heen, ja alle apparaten zijn uit. Je vloekt even. Want, dit is slecht voor de computer. Waarom heb je anders zo’n uitgebreide afsluitprocedure? Het is nu nog licht, dus de juiste knop zal wel gemakkelijker te vinden zijn. En ja hoor, na een kwartier gaat alles weer aan. Om meteen weer uit te gaan. Toch niet de juiste knop? Ik denk het, want het duurt daarna twee uur voor er weer stroom is.

En vannacht was het weer raak. Daar heb je toch geen last van als je slaapt? Jawel. In de eerste plaats gaat de klok op de wekker uit en niet automatisch weer aan. En je moet eens weten hoeveel apparaten in huis een piepje afgeven als ze weer aangaan. Daar word je dus wakker van. En je kan niet eens zien hoe laat het is.

Kortom, heel irritant. Maar, het gekke is, in de lokale nieuwsbrief van ons dorp wordt er over van alles geklaagd. Het kan niet klein genoeg zijn, of mensen hebben het er over. Maar, over de stroomuitvallen lees je helemaal niets. Breng ik het ter sprake bij buren of zo, dan halen ze hun schouders op. Dat is nu eenmaal zo in dit land. En een beetje blanke, die de apartheid nog heeft meegemaakt, zal ook meteen zeggen dat deze regering het niet kan.

Het voordeel van de stroomuitval in Zuid-Afrika is wel, dat je veel boeken kan lezen. Mits je genoeg boeken op je iPad hebt staan. En je iPad is opgeladen, natuurlijk.

Inkomensverschillen in Zuid-Afrika zijn erg groot.

Ik verbaas me regelmatig over de enorme inkomensverschillen in Zuid-Afrika. Die verschillen zijn er met name tussen de bevolkingsgroepen. In 2011 is het gemiddelde bruto huishoudeninkomen per maand voor: blank € 3200, kleurling € 1200, zwart € 600. (3) In dat jaar is het gemiddelde bruto maaninkomen per huishouden in Zuid-Afrika € 1000, in Nederland € 4700. (4)

Ik ga in dit stuk er maar gemakshalve van uit dat iedereen met hetzelfde werk, dezelfde opleiding en dezelfde werkervaring evenveel verdient, ongeacht afkomst.

De belangrijkste oorzaak van de inkomensverschillen in Zuid-Afrika tussen de bevolkingsgroepen is het verschil in opleidingsniveau. Een groter aandeel van de blanken dan van de kleurlingen en de zwarten ronden hun middelbare school en universitaire studie succesvol af. Hier staat tegenover dat een groot aandeel van de kleurlingen en de zwarten ongeschoold is. Zij hebben ook hun lagere school niet afgemaakt. Bij blanken komt dat nauwelijks voor. Als ongeschoolden al aan werk komen, worden ze heel slecht betaald. Maandlonen van € 150 vormen geen uitzondering. Als je nooit hebt gewerkt, heb je geen uitkering, dus heb je geen inkomen.

Als wij in huis een klus hebben, komt er vrijwel altijd een ploeg van drie of vier mensen, waarbij volgens mij één, hooguit twee, voldoende zou zijn. Er is er dan één man om te vertellen wat de anderen moeten doen, één om het technische werk (bijvoorbeeld een loodgieter of een elektricien) te doen, één om het juiste gereedschap aan te geven en één om de rommel op te ruimen. Nu lijkt het of ik een karikatuur maak, maar dit is zoals het in Zuid-Afrika gaat. Voor de klus betaal je voor de hele ploeg een uurtarief van € 20, alles inbegrepen. De man die het werk verdeelt, is meestal de baas van het bedrijf. Hij strijkt ongetwijfeld een flink deel van het uurbedrag op. Dus het loon voor de andere mannen van de ploeg kan niet hoog zijn. Ook dit verklaart de grote inkomensverschillen in Zuid-Afrika.

Ik vraag Zuid-Afrikaanse ondernemers geregeld waarom er zoveel man op een klus moet. Met minder mensen voor hetzelfde uurtarief zouden die ook meer verdienen. Ja, maar nu hebben ze tenminste werk, is de reactie. Mijn Nederlandse liberale redenering is dan, als mensen meer verdienen, geven ze ook meer uit, waardoor weer werk ontstaat voor die anderen, die dan ook meer verdienen dan ze nu doen. Zij geven dan weer meer geld uit, en zie daar, er ontstaat zomaar een bloeiende economie met ook nog kleinere inkomens-verschillen in Zuid-Afrika. Misschien een beetje simpele redenering (waarin liberalen ook erg goed kunnen zijn, vind ik, en ben ik dus eigenlijk helemaal niet liberaal), maar op den duur zou het toch moeten werken. En daar zit nu net de kneep.

Als mijn redenering werkt, dan werkt dat pas op de langere termijn. Immers, eerst moeten mensen meer geld verdienen om meer uit te kunnen geven. Ondertussen zitten anderen werkloos en met een lage of geen uitkering thuis. De werkloosheid, die in Zuid-Afrika toch al ruim een derde van de beroeps-bevolking (en meer dan de helft van de jongeren) treft, wordt dan nog groter. Pas als door extra bestedingen nieuw werk ontstaat, zal de werkloosheid gaan dalen. Hoe lang duurt het, voor het zover is?

Daarom houden zoveel mensen vast aan het laag betaalde werk en dus aan de grote inkomensverschillen in Zuid-Afrika. Dan kunnen, zeggen zij, veel (onge-schoolde) mensen aan werk worden geholpen.

De regering heeft nu een programma lopen om voor ongeschoolde werklozen werk te creëren. Bedrijven worden financieel tegemoet gekomen als ze deze mensen in dienst nemen. Ze mogen dan een maandloon van € 100 aanhouden. Geen geringe bevordering van de inkomensverschillen in Zuid-Afrika, als je weet dat in de discussie over de invoering van een wettelijk minimumloon € 250 per maand als redelijk wordt gezien.

De president van Zuid-Afrika heeft een jaarsalaris van 3,3 miljoen rand, omgerekend is dat een maandsalaris van zo’n 18.000 euro. (5) Maar dit terzijde.
_________________________________________________________________

(1) In bijgaande afbeelding staan de jaarinkomens per huishouden in randen in 2011. De bron is de publicatie Income and Expenditure of Households 2010/2011 van Statistics South Africa (StatSA).
(2) Mensen van Indische en/of Aziatische afkomst maken sinds het einde van de apartheid qua inkomen een inhaalslag en zullen, naar verwachting, binnen enkele jaren gelijk staan aan de blanken. Bron: de hiervoor genoemde publicatie van StatSA.
(3) De inkomens heb ik in euro’s vermeld. In 2011 is één rand gelijk aan 0,10 euro. In 2016 is één rand gelijk aan 0,065 euro.
(4) De bron van het gemiddelde maandinkomen per huishouden in Nederland is de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
(5) De bron van het jaarsalaris van de president van Zuid-Afrika is de Sunday Times van 13 november 2016.