De angst lijkt groter dan de werkelijkheid

Ongeveer een maand geleden maakten wij een vakantietrip van de westkant naar de oostkant van Zuid-Afrika, van de Western Cape Province naar Kwazulu Natal. We zijn zowel heen als terug via de Eastern Cape Province gereden.

Omdat wij nog niet eerder in de Eastern Cape waren geweest, vroegen we aan verschillende mensen in onze omgeving advies. Nou, dat kregen we. We moesten ons goed voorbereiden, want de wegen zijn erg slecht, vol met kuilen en gaten. Neem een tweede reserve wiel mee, neem reserve onderdelen voor de motor mee. Plan veel tijd per traject. Wees verder erg voorzichtig, want je weet niet of je de mensen daar kunt vertrouwen.

We zijn eens op internet gaan neuzen en hebben vooral de afbeeldingen van de belangrijkste autowegen bekeken. Die leken ons niet slecht. Bovendien rijden we een Toyota, die we qua onderhoud goed laten bijhouden. Dat is dus een kannietstuk. We zijn op weg gegaan, met vooraf een extra vakantie check door de Toyota dealer, maar zonder extra onderdelen. Daar komt bij, dat in Zuid-Afrika op zowat iedere straathoek een Toyota garage zit. Kennelijk heb ik als klant meer vertrouwen in de kwaliteit van de auto dan Toyota zelf.

Zoals het wel meer gaat, valt het in de praktijk allemaal enorm mee. De wegen, die wij hebben gereden, zijn van goede kwaliteit. Er zijn stukken met zogenoemde potholes (de kuilen en de gaten), maar je kan deze gemakkelijk vermijden. Bovendien wordt er gewerkt aan het herstel van die wegen.

Waar je wel rekening mee moet houden is het vele vrachtverkeer. De grote wegen in Zuid-Afrika zijn voor een groot gedeelte wegen met twee rijstroken, snelwegen zijn er alleen bij de grote steden. Soms moet je dwars door drukke dorpen rijden. En er zijn nogal wat bergpassen. De kans om achter een langzaam rijdende vrachtwagen te komen is redelijk groot. Soms kan het even duren voor je een vrachtwagen of een verzameling vrachtwagens kan inhalen. Daarom moet je inderdaad rekening houden met een niet al te hoge gemiddelde snelheid per dag.

Een groot gedeelte van de Eastern Cape was tijdens de apartheid het thuisland Transkei. Naar de thuislanden werden de zwarte Afrikanen vanuit andere delen van Zuid-Afrika gedeporteerd. De gebieden buiten de thuislanden moesten dan exclusief blank worden. Werk was er niet in de thuislanden, waardoor de mannen naar het blanke gebied moesten met achterlating van hun gezinnen. Ja, tegenspraak in het apartheidsbeleid was er wel.

Omdat Transkei in oppervlakte groot was, zie je duidelijke verschillen met andere delen van Zuid-Afrika. In en bij de steden zie je weliswaar townships en krottenwijken, maar daar buiten krijg je een heel ander beeld. In de landelijke gebieden zie je her en der huizen als gekleurde snoepjes over het land verspreid. Bij de huizen hebben de mensen grond om wat groenten te verbouwen. Dat wil overigens niet zeggen, dat er geen armoede is. Voor werk zijn de mensen nog steeds op de steden aangewezen.

De mensen in de Eastern Cape, die wij tegen kwamen, zijn erg vriendelijk en hulpvaardig. We hebben geen verkeerde dingen meegemaakt. In tegendeel, in één dorp werden we zelfs door zowat iedereen op straat gegroet. Waar maak je dat in Nederland mee? Ja, als je een Nederlander op vakantie tegenkomt, dan lijkt het of hij je al jaren kent.

Onze eerste ervaring met de Eastern Cape is dus positief. Heel anders dan ons werd voorgespiegeld. Waardoor maar weer eens blijkt dat de angst groter lijkt dan de werkelijkheid.

Tulbagh on the map

Overal hebben ze het er over. Utrecht op de kaart, Tilburg op de kaart. En nu Tulbagh on the map! Tulbagh? Ja, Tulbagh. Dat is in Zuid-Afrika, en daar wonen wij sinds een half jaar. En, met plezier.

Tulbagh is in ouderdom de vierde stad van Zuid-Afrika, na Kaapstad, Stellen-bosch en Swellendam. De eerste nederzetting is van 1743. De oude kern, de Kerkstraat, heeft de grootste concentratie monumenten binnen Zuid-Afrika. Tulbagh is in toeristisch opzicht redelijk populair.

Het lijkt er op dat Tulbagh zich op een vergelijkbare wijze gaat ontwikkelen als andere dorpen rond Kaapstad. Plaatsen als Darling, Riebeek Kasteel, Greyton, McGreggor, Betty’s Bay. Populair bij mensen van boven de 50, die nog gezond en actief in het leven staan. Mensen uit Kaapstad of Stellenbosch, die in een rustige en veilige omgeving willen wonen, in een niet al te grote gemeenschap. Met de kleinschaligheid, het historische karakter en de toeristische activiteiten heeft Tulbagh de mogelijkheden om zich te ontwikkelen tot een even aantrekkelijke plaats.

Als ik door Tulbagh loop, wandelend of hardlopend, dan zie ik tal van ontwikkel-mogelijkheden. Verschillende kavels zijn nog vrij voor nieuwbouw. En er is een aantal projectontwikkelingen, die door de economische crisis nog niet van de grond zijn gekomen. Na gesprekken met verschillende deskundigen denk ik dat de tijd rijp is om die projectontwikkelingen weer op te pakken.

De vastgoedmarkt in Zuid-Afrika leeft weer op. Met name bij de gezonde en actieve ouderen. En, Tulbagh is in beeld bij mensen die wat met het dorp willen. Vandaar de stelling “Tulbagh on the map”. Er zijn acties om Tulbagh toeristisch nog aantrekkelijker te maken, waardoor het aanbod aan hotels, guesthouses, B&B’s en restaurants groter kan worden. Wanneer ook het aantal woningen wordt vergroot ontstaat een basis voor uitbreiding van het winkelbestand. Hoewel dat voor een dorp met 9000 inwoners nu al niet gering is. Er is een grote Spar supermarkt en een paar gespecialiseerde winkels op het gebied van eten en kledingwaren.

Ik werk samen met projectontwikkelaar Oscar om de ontwikkeling van nieuwe woningen op gang te brengen. Ik zoek daarvoor contact met eigenaren van vrij liggende kavels en met de ontwikkelaars van de nog niet gerealiseerde projecten. We bekijken in hoeverre de eigenaren van de kavels open staan voor ontwikkeling op hun grond. Met de ontwikkelaars gaan we bespreken op welke wijze de projecten weer op gang gebracht kunnen worden.

Doelgroep in de ontwikkelkansen van Tulbagh is de gezonde en actieve oudere. Maar, niet alleen de ouderen met geld. We willen juist ook kansen bieden voor de mensen met een niet zo hoog inkomen. En we willen proberen om een mix te krijgen van de verschillende Zuid-Afrikaanse bevolkingsgroepen. Gezien de nog steeds prominente scheiding in het wonen tussen de groepen, is dat een uitdaging. Maar wel één die in een plaats als Tulbagh kan werken, omdat de verschillende woongebieden al heel dicht bij elkaar liggen.

Daarom: Tulbagh on the map. In meerdere opzichten.

In volgende blogs meer over deze leuke en uitdagende klus.

Onverklaarbare prijsverschillen

Als je regelmatig het land uit bent, merk je dat er voor dezelfde producten of diensten opvallende prijsverschillen zijn. Dit komt niet alleen door verschil in welvaartsniveau tussen twee landen. In enkele gevallen zijn ze onverklaarbaar.

Het welvaartsniveau van Zuid-Afrika is een stuk lager dan in Nederland. Zo betaal je gemiddeld maar een derde voor je dagelijkse boodschappen bij een Zuid-Afrikaanse Spar dan bij een Nederlandse Albert Heijn, supermarkten van een vergelijkbaar niveau. De benzineprijs in Zuid-Afrika is ongeveer de helft van die in Nederland, maar dat komt natuurlijk door een verschil in accijnzen.

Bij de hoogte van autoprijzen ligt het weer anders. Zuid-Afrika heeft een redelijk grote auto-industrie. Grote merken als Volkswagen, Toyota, Mercedes en BMW hebben er volwaardige autofabrieken. De hier geproduceerde auto’s zijn wat goedkoper dan in Nederland. Auto’s, die worden geïmporteerd (bv. van Fiat, Citroën, Honda), zijn juist weer duurder. Dit heeft te maken met de Zuid-Afrikaanse lage arbeidskosten, maar ook met importheffingen.

Duur in Zuid-Afrika zijn aansluitingen voor televisie en internet. Televisie speelt in verreweg de meeste huishoudens via de satelliet. Voor een pakket van 100 zenders, waarvan wij in de praktijk alleen naar het Nederlands/Vlaamse BVN kijken, betaal je € 60 per maand. Voor een wireless internetaansluiting, met een lage downloadsnelheid, betalen we € 125 per maand. De telefoonaansluiting kost dan maar weer € 13 per maand. Alles bij elkaar betalen we € 200 per maand om op een moderne wijze met de wereld verbonden te zijn. In Nederland betaalden we € 60 aan Ziggo voor een 3-in-1 pakket. En daarbij was de isnelheid nog eens 10 keer zo hoog. De prijsverschillen komen vooral doordat een land als Zuid-Afrika van relatief dure infrastructuur (satelliet techniek, wireless techniek) gebruik moet maken.

Deze prijsverschillen zijn nog te verklaren. Kijk je naar de reiswereld, dan worden de verschillende prijzen voor mij onverklaarbaar.

Neem nu de prijzen van vliegtickets. Als je van Schiphol naar Kaapstad met de KLM vliegt, is de laagst mogelijke retourprijs ongeveer € 750, in omgekeerde richting is dat bij de KLM zo’n € 250 minder.

Echt onbegrijpelijk is de KLM met zijn enkelereisprijzen. Als je emigreert, is het niet zo handig om steeds weer retourtickets vanuit je oorspronkelijke land te kopen. Het is duurder, maar je legt je ook steeds weer vast op bepaalde reisdata. Wij hadden nog een open retourticket en moesten die binnen een jaar na ons vertrek uit Nederland gebruiken. Dus waren we in juni weer een paar weken “naar huis”. Afgelopen januari heb ik de boekingen gedaan. Van Kaapstad naar Schiphol op ons retourtje. Terug naar Kaapstad wilden we ook met KLM, maar die bleken toen maar liefst € 1900 voor een enkele reis te rekenen. Shoppen dan maar. Qatar Airways rekende € 500, dus kozen we daarvoor. Maar, kijk ik nu op de KLM site dan zie ik enkelereisprijzen van € 750 tot € 900. Weliswaar nog steeds duurder dan de Arabieren, maar wel weer een stuk goedkoper dan wat ze eerst vroegen. En KLM, ik heb me echt niet vergist. Verkaart u de prijsverschillen maar, tussen KLM en anderen, maar ook bij de KLM zelf de ene maand dit en de andere maand dat.

Ook Avis weet er weg mee. Wij huren regelmatig een auto van hen en hebben daarmee goede ervaringen. De Nederlandse Avis site staat onder de favorieten op mijn computer, dus tik ik die aan voor een prijsopgave voor ons verblijf in Nederland in juni. Voor de huur van een auto in de Golf-klasse rekenen ze ongeveer € 630. Ik denk, ik kijk ook even op hun Zuid-Afrikaanse Avis site. Daar blijkt de zelfde auto € 350 te kosten, iets meer dan de helft! Onbegrijpelijker wordt het als Avis mij een mail stuurt met een aanbieding. Als ik vóór 31 mei een boeking doe, krijg ik een aantrekkelijke korting over de normale prijs. Dus, denk ik, even kijken. Je kan tenslotte altijd nog je oude boeking afzeggen. Met korting wordt de prijs ongeveer € 550. Ik heb de oude boeking maar zo gelaten.

Onverklaarbare prijsverschillen tussen landen. Vooral als je op reis gaat.

A dog named Zoë

Sinds een paar maanden hebben we onze hond Zoë. We hebben haar als een border collie puppy gekocht bij de Border Collie Rescue in Kalbaskraal (een dorpje buiten Kaapstad). Hier worden border collies gebracht, die mensen niet meer willen of hebben gevonden of, nog erger, op allerlei manieren zijn misbruikt. Zo was er ooit een hond, die eenvoudigweg was achterlaten door mensen die verhuisd waren. De buren hebben de hond opgevangen en naar de Rescue gebracht.

De moeder van onze hond, een rasechte border collie, werd als een fokmachine gebruikt. Na een nieuw nestje werd ze snel weer gedekt. Alleen maar om veel geld te verdienen met de puppies. De hond is bij de mensen, die haar dat aandeden, weggehaald. Ze was ook zwanger toen ze bij de Rescue werd gebracht. Zoë is één uit dat nestje. De vader is onbekend.

Toen we Zoë kregen, was ze nog maar 6 weken oud. Natuurlijk nog erg klein, kort haar en gitzwart met hier en daar witte punten. Volgens de boekjes is dat allemaal in dat stadium mogelijk. Zoë groeit op als een middelgrote, gezonde, vrolijke en levendige hond. Met alle slimmigheden van een border collie. Maar, behalve heel druk kan ze ook heel rustig zijn. En, dat haar blijft maar kort en zwart. Nog opmerkelijker, één oor blijft hangen en één oor gaat staan.

Dat Zoë een border collie is, blijkt wel. Van spelen kan ze geen genoeg krijgen. Als jij denkt, die bal heb ik nu wel alle kanten opgegooid, blijft zij maar wegrennen alsof je de bal gegooid hebt. En rennen kan ze. We hebben een grote tuin achter ons huis. Zoë draait daar haar rondjes, niet alleen over het gras maar ook tussen de planten en struiken door. Zit je rustig wat te lezen en kijk je even op. Zie je opeens Zoë uit een struik komen en met een enorme snelheid over het gras gaan, de bochten als een schaatser schuin afronden, over de vijver heen springen en dan weer de struiken in verdwijnen. Nog nagenietend zie je haar op een heel andere plaats in de tuin weer te voorschijn komen en via een ander parcours hard rennen, bochten afschuinen en weer de bosjes inschieten.

En dan de slimmigheden. Op de hondencursus leren we om de hond op een redelijk grote afstand zo te roepen, dat ze ook komt. Als je hond dat een keer niet doet en de andere kant oploopt, heb je waarschijnlijk een probleem: geen hond meer. De truc is, dat je haar in het begin wat lekkers toestopt als ze goed reageert en dat daarna weer afbouwt. Dat valt Zoë tijdens de cursus maar moeilijk te leren. Ze vindt de andere honden veel te leuk en daar besteedt ze haar aandacht aan. Dus gaan we thuis oefenen. Geen probleem. Zoë weet meteen waar het om gaat en reageert steeds op de juiste manier op het roepen van ieder van ons. Of ze je nog kan zien of dat je jezelf ergens verstopt, het maakt niet uit. Als je roept, weet ze je zo te vinden. Dus, ze heeft wel geleerd tijdens de cursus, maar heeft gewoonweg geen zin om het daar te laten zien.

Tussen de planten en de struiken liggen allerlei stukken resten van houtkap om de droge grond wat bij elkaar te houden. Goed voor de tuin, maar slecht voor de hond. Zoë vindt al dat hout geweldig. Ze pakt een stuk en kauwt er aan, eet er zelfs van. Ik probeer het af te pakken, maar zodra ze me ziet komen, loopt ze snel met het hout in haar bek weg. Ik denk dan de oplossing te hebben door een hondenkoekje te geven en snel het stuk hout weg te pakken. Dat heeft ze dus na twee keer door. Als ik naar binnen loop om een koekje te pakken, zit ze in een mum van tijd voor de deur om het aan te nemen. Het stuk hout zie ik alleen niet meer. Even later zie ik Zoë er weer aan kauwen. Had ze dus snel verstopt.

Als ik een keer met de Border Collie Rescue bel, hoor ik dat de vader van Zoë weleens een labrador kan zijn. Dan gaan bij ons veel lichten op. Zoë lijkt erg op een labrador. Het lijkt er zelfs op, dat het in haar geval om een 50/50 mix gaat. Kijk maar naar de oren. Maar ook: dan weer druk en dan weer rustig. En het korte zwarte haar. Maar wel erg slim. Zoë is een border collie verkleed als labrador. Ach, die hadden we ook op ons hondenlijstje staan. Hebben we nu twee honden in één.

Was dat nu Bromsnor in Monty Python?

Soms kan bureaucratie heel vermakelijk zijn. Ik ben begonnen met de aanvraag van mijn permanente verblijfsvergunning in Zuid-Afrika. Om een persoonlijke explosie of erger, een implosie, te voorkomen, heb ik een bemiddelingsbureau in de hand genomen. Zij doen voor mij het duw- en trekwerk in de in dit gebeuren alom aanwezige bureaucratie. Kost uiteraard geld, maar doet me ook weer een stukje langer leven.

Meteen na het intake gesprek bij het bemiddelingsbureau word ik door hen naar het politiebureau gestuurd om een aanvraagformulier voor een bewijs van goed gedrag te halen. Nu denk je natuurlijk, dat de bemiddelaars dat wel voor mij kunnen doen, maar dat blijkt dus echt iets persoonlijks te zijn.

Ik loop naar het dichtst bijzijnde politiebureau. Ga via de hoofdingang naar binnen en kom tot mijn verbazing in een bijna leeg gangetje met alleen een paar stoelen tegen de muur. Geen balie, geen informatieborden. Er komt net een jongen (ik denk een student, we zijn in Stellenbosch) uit een andere gang aangelopen. Ik vraag hem waar je moet zijn voor een aanvraagformulier voor een bewijs van goed gedrag. Dan moet je hier op een van die stoelen wachten, dan komt er vanzelf iemand. Hij gaat zitten, ik ga zitten. Na mij komt er nog een Afrikaanse jongen binnen en daarna een vrouw (naar later blijkt) uit Zambia. Allemaal zitten we stilletjes te wachten.

Uit een van de andere gangen komt een oude politieofficier aangesjokt. Nu ja oud, ongeveer mijn leeftijd, maar dan zonder zichtbare levenslust. Een echte blanke afrikaander met borstelhaar en een hangsnor. Ik vermoed dat hij onder de voorkeursbehandeling voor zwarte mensen op een zijspoor is geraakt en nu tot zijn pensioen de tijd uitzit. Vrolijk is hij in ieder geval niet.

De politieofficier benadert ons in een volstrekt willekeurige volgorde. Als eerste vraagt hij aan de Afrikaanse jongen waarvoor hij komt. Het antwoord horen we niet, maar zal wel niet goed zijn, want de jongen wordt meteen weggestuurd. Dan de student, die mag doorlopen. Dan de Zambiaanse vrouw. Daar doet de politieman opvallend vriendelijk tegen. Zij mag ook doorlopen. Daarna is het mijn beurt.

Ik vertel de officier dat ik een bewijs van goed gedrag nodig heb in verband met immigratie. Hij vraagt waar ik woon. In Tulbagh. Oh, maar dit is Stellenbosch. Ja, dat weet ik. Wel, zegt hij nors, ik denk niet dat ze je kunnen helpen, maar loop maar door. Ik loop achter de student en de Zambiaanse aan.

We komen in een kamer om te betalen. Kan alleen contant. Het bedrag is 96 rand. We betalen alle drie met een briefje van 100 rand. Wisselgeld hebben ze niet, dus blijft er ergens 3 x 4 rand hangen. Ik vraag me af hoeveel mensen in een maand een bewijs van goed gedrag komen halen.

Na het betalen worden we naar een uitermate rommelige en smerige kamer gestuurd. En daar is Bromsnor weer. In die kamer worden van alle vingers inktafdrukken gemaakt. Bromsnor helpt je met het dopen van je vingers in de inkt en legt deze op een formulier. De inkt mag je dan weer met een zeer agressieve zeep van je vingers wassen.

Dan weer naar een andere kamer. Dat is de werkruimte van Bromsnor zelf. Een lekkere gezellige kamer met allemaal vermanende teksten aan de muur. Zoals (vrij vertaald): We hebben geen wisselgeld (dat wisten we dus al). Of op een koelkastje (weer vrij vertaald): Deze koelkast is eigendom van Officier Van der Merwe, dat geldt ook voor de inhoud. De Officieren Retief en Pretorius hebben van mij persoonlijk toestemming van deze koelkast gebruik te maken. Ik verzoek hen met klem deze koelkast te gebruiken alsof het hun eigendom is. Een fijne man, deze politieofficier.

Eén voor één worden we in deze kamer bevraagd door Bromsnor. Hij bekijkt je paspoort en vraagt of jij dat bent op die foto. Hij vraagt of je weleens iets verkeerds gedaan hebt, of weleens veroordeeld bent. Ik vraag me af of ooit iemand met nee op de foto en met ja op de andere vragen antwoordt.

Nadat ik aan de beurt ben geweest, mag ik gaan. Bromsnor dacht dat “ze” me niet zouden kunnen helpen. Maar “ze”, dat is hij zelf. En hij heeft me met al zijn nukken gewoon geholpen. Ik krijg het formulier mee, met de afdrukken van mijn vingers. Nu weet ik ook waarom ik persoonlijk het formulier moet ophalen. Ik breng het formulier naar het bemiddelingsbureau. Daar reageren ze verrast dat ik zo snel weer terug ben. Volgens mij ben ik anderhalf uur weggeweest. Het kan kennelijk dus erger. Was dat nu Bromsnor in Monty Python?

Sunny side up in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika schijnt vrijwel dagelijks de zon. Natuurlijk regent het wel eens, maar dat is hooguit een paar uur op een dag. En een enkele keer kan het een hele dag bewolkt zijn. Zon in overvloed dus. Dat is fijn als je uit Nederland komt. Daar geniet je iedere dag weer van. Maar met die zon kan je ook iets doen. Daar kan je werk van maken.

Het staatselektriciteitsbedrijf van Zuid-Afrika, Eskom, heeft grote capaciteits-problemen. Na afloop van de apartheid is alle inwoners stroom aan huis beloofd. Terecht natuurlijk. Tijdens de apartheid waren de zwarte woongebieden van elektriciteit uitgesloten. Er wordt nu elektriciteit in die gebieden aangelegd. Een enorme klus, die na 20 jaar nog lang niet af is. Levering van stroom aan iedereen heeft prioriteit, waardoor er minder aandacht is voor de verouderde elektriciteitscentrales en deze met een ernstige onderhoudsachterstand kampen. Veel centrales draaien op steenkool en er is één kerncentrale van het type Tsjernobyl. Er komt een nieuwe grote en moderne elektriciteitscentrale, maar zoals bij bijna alle grote projecten in de wereld, vertraagt de bouw en lopen de bouwkosten op. De nieuwe centrale had al in werking moeten zijn, maar het kan nog een paar jaar duren voordat alles in bedrijf is.

Het meest opvallende effect van de capaciteitsproblemen zijn de gereguleerde stroomonderbrekingen, de zogenoemde load sheddings. Bijna dagelijks gaat in een aantal gemeenten voor ongeveer 2 uur de knop om. De volgende 2 uur zijn weer andere gemeenten aan de beurt. Hoewel je het load shedding schema voor je woonplaats op internet kan inzien, is het een lastig fenomeen. Op die momenten blijkt hoe afhankelijk je van elektriciteit bent geworden.

Toch gaan de Zuid-Afrikanen praktisch om met de load sheddings. Iedereen vindt het vervelend, maar is voorbereid. Computer op tijd uit en alle apparaten van de stand-by af om beschadiging bij de opstart te voorkomen. En even andere dingen gaan doen. Veel bedrijven en winkels hebben generatoren (op diesel…), dus kunnen doorgaan. Na afloop van de load shedding gaat het leven gewoon weer door, alsof er niets is gebeurd. Hoe anders was dat in Nederland, waar laatst het uitvallen van een energiecentrale het hele land in de war bracht. De storing was maar anderhalf uur in de morgen, maar ’s avonds had men er nog steeds last van!

In een land met zoveel zon ligt de oplossing voor de hand: solar energy. Dat kan op verschillende manieren. Eén wordt gevormd door solar power stations in de grote open gebieden van Zuid-Afrika. Daarvan is een aantal al gerealiseerd en in werking. Een andere vorm is opwekking van zonenergie aan huis, solar energy at home. Dat is nu populair aan het worden. Veel nog alleen voor warm water, de solar geysers, maar er zijn al verschillende voorbeelden van mensen die alle elektriciteit, die ze in huis nodig hebben, zelf met zonnepanelen opwekken. Zowel de solar power stations als de solar energy at home vragen om investeringen om het aan te leggen, maar leveren grote besparingen op ten opzichte van gebruik van fossiele brandstoffen. In beide vormen van energieopwekking met de zon heb ik werk te doen.

In tegenstelling tot de traditionele elektriciteitscentrales in Zuid-Afrika, die allemaal in eigendom van de staat zijn, zijn de solar power stations private initiatieven. Ze worden dan ook voor 100% met privaat geld gefinancierd. Voor het vinden van investeerders lever ik ondersteuning door het leggen van contacten in mijn netwerk in Zuid-Afrika en in Nederland.

Met installateurs van solar energy systems en andere betrokken bedrijven en instellingen ben ik in gesprek om een plan aan het maken om de aanleg van solar energy at home aantrekkelijk te maken. Wat speelt er zoal? Voor een huiseigenaar gaat het om een grote investering. Het betaalt zich vanzelf terug, omdat je niet meer maandelijks het tarief voor elektriciteit hoeft te voldoen, maar je moet het natuurlijk wel eerst voorschieten. Het is belangrijk om te weten welke type solar energy system voor jouw huis het beste is. Wie kan je daarin adviseren? Om een solar energy system te realiseren moet je veel papierwerk doen. De bureaucratie in Zuid-Afrika is groot en ondoorgrondelijk met een enorme formulierencultuur. Hoe ga je nu met deze vraagstukken om en hoe maak je het realisatieproces zo gemakkelijk mogelijk voor de consumenten? Ik onderzoek dat en probeer dat met anderen tot een werkend resultaat te brengen.

Het moment om van de zon werk te maken is nu. Sunny side up in Zuid-Afrika!

Interessante projecten tussen het ontdozen

We hebben ons definitieve huis in Zuid-Afrika betrokken. Dat betekent dat ook alle spullen er nu zijn. Wat we al naar onze tijdelijke huurwoning hadden laten brengen en alles wat in bobbeltjesplastic en dozen met de grote zeecontainer ons is nagestuurd. Gelukkig hoeft er niet meteen zoveel aan het huis te gebeuren. Het is goed onderhouden en alles staat nog netjes in de verf. In de woorden van de makelaar: we kunnen er zo in. En dat doen we voorlopig, ook al zijn er dingen die we graag anders willen.

Er zo in wil echter niet zeggen, dat alles maar op zijn plek gezet hoeft te worden en dat we na een dag als vanouds kunnen wonen. Nee, alles in bobbeltjesplastic moet daarvan worden ontdaan. En, de honderden dozen moeten worden leeggemaakt. Allemachtig, wat kan een mens toch veel verzamelen in zijn leven. We komen er opnieuw achter dat je voor een verhuizing het beste de leeftijd van 20 kan hebben, dan heb je nog niet zo veel. Het grote ontdozen kan dus beginnen!

En dat ontdozen kost tijd. Niet alleen omdat er zoveel dozen zijn, maar ook omdat het in het begin aan kastruimte ontbreekt. De slaapkamerkasten bijvoorbeeld zijn door de inpakkende verhuizers in Nederland uit elkaar gehaald en in pakketjes van (jawel) bobbeltjesplastic in de zeecontainer geladen. De onderdelen (schanieren, handvaten, schroeven en deuvels) zijn in aparte dozen gedaan. Het probleem is alleen dat alle kasten uit de verschillende slaapkamers op dezelfde manier zijn ingepakt en alles als bestemming “main bedroom” heeft gekregen. Na aankomst hadden we dus een puzzel op te lossen. Met een professionele timmerman uit ons nieuwe dorp krijgen we uiteindelijk alles weer in elkaar zoals het ooit was.

Naast het ontdozen willen we ook weer graag onze gewone werk oppakken. Het voordeel van het ontdozen is dat je huis steeds comfortabeler wordt en er leuker uit gaat zien. Maar werken geeft een welkome afwisseling: niet alleen thuis zijn, maar er ook op uit moeten; niet alleen stof opsnuiven, maar ook frisse lucht opdoen. En dan blijken er zomaar nieuwe interessante projecten tussen het ontdozen te ontstaan!

Zo heeft projectontwikkelaar Oscar serieuze plannen voor het bouwen van woningen voor ouderen met een laag inkomen. Deze mensen willen graag een huis in een veilige omgeving in de buurt van medische voorzieningen. Ze kijken daarvoor vooral in één van de dorpen rond Kaapstad. Om de investering voor de aankoop van de grond en de bouw van de huizen mogelijk te maken, zoekt Oscar financiers. Ik heb hem daarvoor in contact gebracht met een Nederlands onderneming. Dit bedrijf zoekt enerzijds naar startups en nieuwe initiatieven en anderzijds kijkt het naar de mogelijkheden voor financiering. En zij denken mee in de organisatie en structurering van het project.

Een ander project, waar Oscar aan werkt, is een database voor vastgoed. Het blijkt dat veel vastgoedeigenaren weinig weten van hun bezit. Je hebt het dan over de kleine eigenaren: zij hebben een gebouw of een kavel in bezit, hebben dat ooit gekocht als een investering en doen er even niets mee. Het gebouw kan in gebruik zijn, de kavel ligt er meestal ongebruikt bij. Veel eigenaren weten niet eens waar ze hun eigendomsbewijs hebben, laat staan dat ze weten wat er in staat. Alle verdere details van hun bezit, zoals maatvoering, beschikbare leidingen, kwaliteit van de grond, wat mag volgens het bestemmingsplan, marktwaarde van het object, is hun volslagen onbekend. Oscar biedt deze mensen aan om alles van hun vastgoed in kaart te brengen. Als dat is gebeurd vinden die vastgoedbezitters dat best handig: ze weten ineens wat ze hebben. Dan blijken ze bovendien open te staan voor wat ze verder met hun bezit kunnen. Als vanzelf vragen ze projectontwikkelaar Oscar hun hierbij te helpen. En hij schakelt zijn netwerk van specialisten in. Daar ben ik ook deel van.

Ik ben inmiddels met meer interessante projecten tussen het ontdozen bezig. Daarover meer in mijn volgende blog van eind maart

Dáár stelen ze alleen maar de onderdelen van je auto, hoor!

Ik heb op een morgen een vergadering in een kantoorgebouw in Bellville, één van de noordelijke suburbs van Kaapstad. Ik ben nog niet eerder in dat kantoor geweest.

Op de aanwijzingen van mijn TomTom rij ik de straat in, waar ik moet zijn, en zie schuin aan de overkant een groot parkeerterrein. Ik rijd er heen en moet wat rondjes draaien om een parkeerplaats te vinden. Meteen een aantal mannen om de auto heen, die mij beloven goed op mijn auto te zullen passen. Ik loop naar het kantoorgebouw.

Bij de balie vertel ik de portier waar ik mijn auto heb geparkeerd en vraag of dat okay is. Hij kijkt nogal geschrokken. Wat voor auto heeft u? Oh, die zijn heel populair, worden veel gestolen. Maar maakt u zich maar niet ongerust. Dáár stelen ze alleen maar de onderdelen van je auto, hoor!

Wat moet ik? Auto daar weghalen en ergens anders parkeren? Maar de vergadering begint al snel. Ik wil ook weer niet voor watje worden versleten. Dus, denk ik, het zal wel overdreven zijn. Ik laat die auto daar gewoon staan.

Aan het begin van de vergadering vraag ik toch maar aan wat mensen waar zij hun auto hebben geparkeerd. Allemaal op een andere plek, maar niemand op dat ene parkeerterrein. Ik ga er maar verder niet op door.

Maar kennelijk hebben mijn medevergaderaars wel door wat er achter mijn vraag zit. Meteen komen de meest gruwelijke verhalen over autodiefstal, tot aan carjackings toe. Ik heb het niet meer. Ik blijf de hele vergadering aan mijn arme auto denken. Ik zie alleen nog maar een onttakeld vehikel voor me: ruiten volledig weggeslagen, hele interieur er uit, motorkap eraf. En een paar man, die nog lekker met mijn auto bezig zijn.

Wat me het meest van deze vergadering is bij gebleven is een grote kaart van Bellville aan de wand, recht tegenover waar ik zit. Tot mijn schrik zie ik dat het parkeerterrein, waar mijn auto staat, pal naast het centrum van Bellville ligt. Daar ben ik nog niet zo lang geleden gerold en mijn doosje met visitekaartjes kwijt geraakt. Heb ik nog veel lachend over verteld, omdat de zakkenrollers het waarschijnlijk op mijn iPhone hadden gemunt. Tja, dat heb je als je overal maar op je TomTom heen rijdt! Je hebt dan ook helemaal geen oog meer voor de omgeving van waar je moet zijn. De zenuwen gieren nu door mijn keel.

De afronding van de vergadering neemt veel tijd. Er moet eerst nog een rondje worden gemaakt over wat iedereen van de gevoerde discussies vindt, het lijkt Nederland wel! Dan de datum voor de volgende vergadering: het lijkt wel uren te duren voor iedereen er zeker van is dat hij ook echt kan.

Als we eindelijk klaar zijn, roep ik dat ik snel naar een volgende afspraak moet en geen tijd meer heb om iedereen nog een handje te geven. Ik ren het kantoorgebouw uit, steek de straat over tussen het drukke verkeer door en kijk of ik mijn auto al zie staan. Ja, eindelijk, daar is hij! Ongeschonden en wel.

Ik ontdek dat de Kaapse humor erg lijkt op de Amsterdamse. Snel aanvoelen wat bij jou gevoelig ligt en je daarmee flink in de maling nemen. Met de vraag of je auto wel veilig staat, breng je de ander natuurlijk wel erg gemakkelijk voor een open doel. Als Amsterdammer herken ik het allemaal. Achteraf.

Ik kom nog regelmatig in dat kantoorgebouw in Bellville. Ik parkeer nu in de straat om de hoek, waar een parkeerwacht mijn auto bewaakt alsof het de zijne is. Ook in Amsterdam zit er altijd wel iets van waarheid in de grappen….

Verpakt in bobbeltjesplastic naar Zuid-Afrika

Het is nu zomervakantie in Zuid-Afrika. En dan ligt vrijwel alles plat, zoals in Frankrijk en Italië in augustus. Met dat verschil dat je in augustus in Parijs een kanon kunt afschieten zonder iemand te hoeven raken, maar dat Kaapstad in december is overbevolkt met toeristen.

In Kaapstad wordt trouwens iedere middag om 12 uur op Signal Hill een kanon afgeschoten. Dat is sinds 1836 om schepen op zee te helpen met het bepalen van het tijdsuur. Zover ik weet is er nog nooit iemand geraakt door het kanon. Dat komt overigens niet door een gebrek aan schietvaardigheid van de Zuid-Afrikanen, want de kranten hier berichten regelmatig van geslaagde schiet-partijen, maar dat ding staat nu eenmaal bovenop een berg.

Door de zomervakantie is er nu zakelijk weinig of niets te doen in Zuid-Afrika. Daarom doe ik in deze blog voor een keer een uitstapje naar Nederland. Het gaat nu niet zo zeer over mijn zakendoen, maar over de afronding van ons leven daar.

We hebben ons huis in Den Haag verkocht en op 1 december is de overdracht aan de nieuwe eigenaar. Hiervoor en om onze verhuizing naar Zuid-Afrika formeel te regelen zijn we voor vier weken naar Nederland gegaan. Die blijken we dus echt nodig te hebben.

Ik mopper in mijn blogs wel eens over de Zuid-Afrikaanse bureaucratie, maar ik weet nu dat Nederland er ook wat van kan. Het verschil in omgang hiermee is dat, hoewel ik redelijk goed Engels spreek, ik me toch in mijn eigen taal het beste kan uitdrukken. En uiteraard ken ik de Nederlandse samenleving veel beter dan de Zuid-Afrikaanse, waardoor je gemakkelijker met wat getrek en geduw dingen voor elkaar kunt krijgen.

Ik zit die vier weken vrijwel dagelijks uren aan de telefoon met allerlei bedrijven en instellingen. Aan het eind is bijna alles naar tevredenheid verlopen. Alleen de financiële instellingen, zeg maar zij die bovenop op je geld zitten, blijken niet erg van harte mee te werken.

Wij zijn nu emigranten en hebben dan ook een internationale verhuizing van onze inboedel. En die verhuizing is, wat men noemt, overzee. Dat betekent dat de verhuizing op een speciale wijze wordt geregeld. Eerst bivakkeert een paar dagen een groep verhuizers in je huis en pakt letterlijk alles in bobbeltjesplastic. Alles. De stoelen, de bank, de fietsen, de wasmachine, de computer, de televisie. Alles. En op de laatste dag wordt een grote zeecontainer de straat in gereden. Die container is zo’n 15 meter lang en kan voor het laden alleen aan de achterkant open. Die zetten ze dus maar bij de buren voor de deur.

Nu treft het dat onze verhuizing net in sinterklaastijd valt. Meer symbolisch kan het haast niet: de verhuizers vullen als witte pieten de container met pakjes van bobbeltjesplastic, de afvaart van Rotterdam is op 5 december… Alleen een sinterklaas ontbreekt.

Aan het eind van de dag wordt de container naar Rotterdam gereden, waar de heleboel wordt ingeklaard. De container wordt op een boot geplaatst, een paar dagen later is de afvaart. Eind december komt de boot, naar men zegt, veilig en wel in Kaapstad aan.

Het vervolg vanaf Kaapstad verschilt per verhuizing. Heb je al een huis, dan wordt de container daar heen gereden en voor de deur gelost. In ons geval echter, wordt er eerst nog overgepakt en tijdelijk opgeslagen bij de verhuizer. Wij krijgen ons definitieve huis pas in de loop van januari en hebben in ons tijdelijke huis te weinig ruimte om alles op te slaan. Bovendien blijf je dan aan het verhuizen.

Al met al is voor ons het einde van het vertrek uit Nederland in zicht. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. In de winter van 2013, struinend door de sneeuw, beginnen we concreet te praten over de mogelijkheid van Zuid-Afrika. Daarna krijgen de plannen steeds meer vorm, maken we meer en korter achter elkaar reisjes naar Zuid-Afrika. In de zomer van 2013 zetten we ons Haagse huis te koop. Daarna de papierwinkel van het terug krijgen van het Zuid-Afrikaans paspoort en het aanvragen van een verblijfsvergunning. De organisatie van het vertrek: verhuizing, verkoop via Marktplaats, katten mee in het vliegtuig, abonnementen en verzekeringen opzeggen. Het Bevolkingsregister en de Belastingdienst informeren. Het huren van tijdelijke huizen (we hebben het afgelopen jaar vijf huizen versleten). En dan, verpakt in bobbeltjesplastic naar Zuid-Afrika.

Efficiënte bureaucratie in Zuid-Afrika

Nee, dit is geen contradictio in terminis! Iedere organisatie heeft een vorm van bureaucratie. Je moet nu eenmaal onderling afspraken maken over hoe je bijvoorbeeld de administratie doet. Dat heet simpelweg bureaucratie. Het probleem is alleen, dat in sommige organisaties op zich eenvoudige afspraken zo ingewikkeld zijn geregeld dat, wanneer je ze nodig hebt, je irritatiegrens bijzonder laag blijkt te liggen. In de paar maanden, dat ik nu in Zuid-Afrika ben, heb ik al wat staaltjes meegemaakt, waarvan ik ook verteld heb. Nu heb ik eens een andere kant van de Zuid-Afrikaanse bureaucratie gezien.

Voor deelname aan een tender moet ik een zogenoemd Tax Clearance Certificate overleggen. De deadline van de tender is twee weken nadat me dit is verteld. Om aan het certificaat te komen, moet ik naar een kantoor van de SARS, de Zuid-Afrikaanse belastingdienst. Maar, krijg ik meteen te horen, je moet daarvoor eerst een Tax Reference Number aanvragen. Ik voel onmiddellijk mijn hart in elkaar krimpen: daar gaan we weer! De bureaucratie van Zuid-Afrika in. En, alweer, eerst een nummer aanvragen om te kunnen aanvragen wat je eigenlijk nodig hebt. Met het gedoe rond het aanvragen van een kenteken voor mijn auto nog vers in gedachten, ben ik er van overtuigd dat het nooit in twee weken kan lukken.

In de hoop dat hij me kan helpen, stuur ik een mail naar een accountant, die wij kennen. Ik leg hem uit waar het om gaat en dat ik er maar weinig tijd voor heb. Hij reageert meteen en vraagt om al die dingen, waar ze in de Zuid-Afrikaanse bureaucratie zo dol op zijn: kopieën van paspoort, verblijfsvergunning, huwelijksovereenkomst, huurcontract, bankgegevens, telefoonnummers (vast en mobiel) en e-mail adres. Dezelfde middag krijg ik via de SMS en de mail mijn Tax Reference Number.

Een dag later krijg ik een mail van de accountant met een doorgestuurde mail van SARS dat het Tax Clearance Certificate aan mij is toegekend. Het moet nog door iemand bij een SARS kantoor worden opgehaald. In mijn enthousiasme schrijf ik terug dat ik dat natuurlijk zelf zal doen.

Ik kijk op de website van SARS, waar het voor mij dichtst bijzijnde kantoor is. Ik kan kiezen uit Kaapstad, Bellville of Paarl. Kaapstad en Bellville is de grote stad en zullen wel erg druk zijn. Ik hoorde al van iemand dat hij in Kaapstad drie uur in de rij heeft moeten staan. Dus kies ik voor Paarl, een boerendorp.

De SARS website heeft bovendien een handige voorziening. Tijdens de openingsuren wordt vermeld hoeveel wachtenden er zijn en hoe groot de gemiddelde wachttijd per persoon is. Ik probeer een dag uit en zie gedurende dag een aantal van 20 tot 30 en een wachttijd van maximaal een uur. Dus ik probeer op een maandagmorgen het er op te wagen.

Ik rijd naar Paarl, naar de straat waar SARS is gevestigd en kom bij het kantoor net voor acht uur, de openingstijd. Daar staat toch een lange rij! Ik schat meer dan 50 mensen. Tja, op maandagmorgen, dat had je wel kunnen raden. Wat doe ik nu? Ik ga het toch maar proberen. Ik parkeer de auto en loop naar de rij. Ik zie dat de mensen een nummertje in hun hand hebben. Dat wil ik ook, de portier geeft ze af. Ik naar de portier, maar die zegt dat het kantoor net open gaat en dat ik me maar moet aansluiten bij de rij. Na een paar minuten ben ik binnen en meld me bij een mevrouw aan de balie. Die geeft me alsnog een nummer. Ik vraag hoe lang het kan duren. Oh, niet lang, neemt u maar plaats in de wachtruimte. Ik ga zitten tussen al die andere meer dan 50 mensen.

Op een monitor en via de luidsprekers wordt aangegeven welk nummer aan de beurt is en naar welke balie de bezitter van het nummer mag. Er zijn twaalf balies. De oproepen van de nummers gaan door elkaar heen. Bijvoorbeeld, 10 komt na 71 en dan volgt 44. Het blijkt dat de balies verschillende taken hebben. Opeens is mijn nummer aan de beurt en een paar minuten later heb ik mijn Tax Clearance Certificate. Al met al heb ik nog geen uur bij en in het kantoor van SARS doorgebracht.

Moraal van het verhaal: in Zuid-Afrika ben je binnen een dag als belastingbetaler geregistreerd, maar als je een kenteken voor je net aangeschafte auto nodig hebt, kan het minstens een maand duren.

Nu komen de verkeersboetes ook van het Traffic Departement, de dienst waar de auto’s worden geregistreerd. Ben benieuwd hoe lang het duurt voor ik mijn eerste verkeersboete in Zuid-Afrika heb.