Van hardlopen komt netwerken

We huren nu een huis op een wijnboerderij nabij Stellenbosch. Een klein huisje waar we de spullen, die we al uit Nederland hebben laten opsturen, nog wel kwijt kunnen. In afwachting van een groter huis, dat we willen kopen.

Ik mag tussen de wijngaarden mijn hardloopronden doen, twee tot drie keer in de week. Op een morgen loop ik een rondje en er komt een grote pick-up auto aan, in Zuid-Afrika noemen ze dat een Bakkie. De auto stopt en aan de bestuurderskant gaat het raampje naar beneden. Het is de CEO, in gewoon Nederlands de directeur, van de boerderij. Wat ik aan het doen ben. Tja, hardlopen.

Nu is het in werkelijkheid allemaal wat minder maffia film-achtig dan het zo lijkt. Ik had de man al eerder ontmoet en toen al een aardige small talk gehad. Dus ook nu hebben we het over de koetjes en de kalfjes op de boerderij (er lopen inderdaad koeien rond). Maar, ik had al eens ergens gehoord dat de man ook projectontwikkelaar is, dus ik vraag hem dat. Ja, dat is hij. Nou, zeg ik, ik ben planoloog. Kunnen we dan een keer afspreken? Dat vindt hij wel een leuk idee en geeft zijn kaartje. Ik mij weer verontschuldigen, want ja bij hardlopen heb je natuurlijk geen kaartjes bij je. Maar ik zal hem bellen voor een afspraak.

Thuis gekomen stuur ik de directeur van de boerderij eerst een e-mail met mijn contactgegevens en website adres. Hij stuurt me een mail terug dat het hem interessant lijkt om verder te praten en dat ik een afspraak kan maken. Dus een paar dagen later bel ik. Een week later hebben we een leuk gesprek.

Boschendal Wine Estate, waar wij wonen, wordt helemaal vernieuwd. Het is één van de oudste wijnboerderijen van Zuid-Afrika. Volgens de geschiedschrijving is de boerderij door de eerste Hugenoten, die naar Zuid-Afrika kwamen, ergens in de 17e eeuw begonnen. Het was ook ooit in bezit van Cecil Rhodes, die in Zuid-Afrika veel op zijn kerfstok had en ook Rhodesië (het huidige Zimbabwe) heeft gesticht. Een paar jaar geleden ging het bedrijfsmatig slecht met Boschendal. De wijnboerderij is verschillende keren van eigenaar gewisseld, waaronder buitenlandse hedge funds, wat de bedrijfsvoering niet ten goede is gekomen. Nu is het bedrijf weer in Zuid-Afrikaanse handen. Van een zeer bemiddelde familie, waarvan niemand de naam mag weten en handelt onder naam van een beheerstichting. Deze familie of stichting investeert nu in de vernieuwing van Boschendal.

Wijnbouw blijft de belangrijkste bedrijfsactiviteit van Boschendal. Daarnaast worden Angus koeien voor de vleesproductie gefokt, het vlees kan door particulieren op de boerderij worden gekocht. Boschendal wil zich open stellen voor het publiek. Je kan er, vanzelfsprekend, wijn proeven, er zijn verschillende typen restaurants, je kan er wandelen, fietsen en andere sporten doen. Oude personeelswoningen worden omgebouwd voor verhuur aan vakantiegangers en aan mensen die voor een langere tijd iets nodig hebben (mensen zoals wij).

Naast dit alles zijn er op Boschendal plannen voor een nieuw dorpje, waar een combinatie van bedrijven en woningen moet komen. Er is al een ontwerp gemaakt. Alleen weten ze nog niet voor wie ze kunnen gaan bouwen. Er moet nog een marktonderzoek worden gehouden: welke bedrijven zouden in dat dorpje kunnen komen en wat voor mensen zouden daar willen gaan wonen. De directeur vraagt me tijdens ons gesprek of ik dat wellicht zou kunnen doen. Ja, dat kan ik wel. Ik heb tenslotte ervaring met onderzoeken op het gebied van wonen en werken. De directeur van Boschendal vraagt me om een offerte.

Tegenwoordig heb ik bij het hardlopen een pakje visitekaartjes bij me. Maar ja, geen landarbeider of Angus koe die er in is geïnteresseerd. Maar toch: van hardlopen komt netwerken.

En dan, zie ik zo dat vliegtuig neerkomen

Ik was laatst bij iemand in Kaapstad, die zijn huis aan het verbouwen is. Het huis staat tegen de westkant van de Tygerberg. De eigenaar laat een garage, met een kamer en een groot balkon er op, aanbouwen. Het uitzicht vanaf het balkon is geweldig! Je kijkt naar de Tafelberg, kijkt uit over de Noordelijke Suburbs van Kaapstad en over de Townships in de Kaapse Vlakte. Toen ik daar zo stond te kijken, was er net een vliegtuig aan het landen naar de luchthaven van Kaapstad. Je kon hem helemaal volgen, zo’n vijf minuten lang. Nu ben ik best veel geland in Kaapstad en ken het dalen van achter het vliegtuigraampje: de suburbs, de townships, de Tafelberg en dan de landingsbaan. Nu zag ik het dus real live van buiten.

Voor mijn ogen nadert het vliegtuig langzaam de luchthaven, steeds verder zakkend. En dan, zie ik zo dat vliegtuig neerkomen op de landingsbaan en als een stipje weg taxiën naar het stationsgebouw van Cape Town Airport.

De luchthaven van Kaapstad is de laatste 20 jaar flink gegroeid. Waren er ooit alleen vluchten naar andere Zuid-Afrikaanse steden, nu kan je rechtstreeks naar verschillende steden in de wereld.

In de praktijk staat de luchthaven niet op zich zelf. Het is deel van een stedelijk systeem. Zonder stad was er geen luchthaven geweest. Maar, zonder luchthaven zou Kaapstad ook niet de stad zijn, die het nu is. Kaapstad is één van de populairste toeristische bestemmingen van Afrika. Het is een congresstad en een zakenstad. Er is een snelle groei van financiële en ICT bedrijven. Er is een grote zeehaven. Al deze functies en de luchthaven hebben belang bij elkaar.

Hoe kan je het systeem van luchthaven en stad zo verbeteren, dat Kaapstad als stad en als luchthavenbestemming nog aantrekkelijker wordt? Je probeert dan de verschillende onderdelen van het systeem met elkaar te verbinden: de luchthaven aan de oostkant, de binnenstad en de zeehaven aan de westkant en de zakencentra aan de noordkant van Kaapstad.

De Tafelberg ligt in het midden van alle kanten, wat het trouwens lastig maakt voor het leggen van goede verbindingen: je moet altijd om die berg heen. Een voorbeeld vormen de grote autowegen naar de binnenstad van Kaapstad. Die komen allemaal op één punt bij elkaar en lopen als één weg de stad in. Het is als een trechter, waarin alle auto’s samen komen en door een klein buisje verder moeten. Het gevolg kan je haast raden: één bijna stilstaande file, gevoed door meerdere files.

Het gaat er om, hoe verbind je de onderdelen van het stedelijk systeem van Kaapstad zo slim mogelijk met elkaar: via de autowegen, via de bus- en treinverbindingen, via dataverbindingen door kabels en door de lucht. Hoe stem je het vervoer van mensen en het transport van goederen zo goed mogelijk op elkaar af? Schiphol vormt daarin een goed voorbeeld. Er is een nauwgezette afstemming tussen de luchthaven Schiphol, de zeehavens van Amsterdam en Rotterdam en de zakencentra in de Randstad. De kantoren aan de Zuidas in Amsterdam, bijvoorbeeld, liggen maar 5 minuten met de trein van het stationsgebouw van Schiphol. Ook hebben zich op en rond Schiphol verschillende datacentra gevestigd. Dit is een uitvloeisel van de investeringen in ICT voorzieningen, essentieel voor het functioneren van een, wat ze noemen, aerotropolis systeem.

Met een groepje van projectontwikkelaars, planologen en marktdeskundigen zijn we begonnen met een onderzoek naar de mogelijkheden van een aerotropolis systeem in Kaapstad. Ons voordeel is dat we zowel Zuid-Afrikaanse als Nederlandse kennis op luchthavengebied in de groep hebben. We hebben al gesproken met twee wethouders (members of the mayoral committee) van Kaapstad en met bestuurders van ontwikkelingsbedrijven van de verschillende Kaapse zakencentra. Ook zijn er contacten met ACSA, het overheidsbedrijf voor de Zuid-Afrikaanse luchthavens. Op basis van de gesprekken en contacten kunnen we stellen dat er draagvlak is voor een aerotropolis in Kaapstad.

We zijn nu een voorstel aan het schrijven voor een haalbaarheidsstudie van een Kaapse aerotropolis. Met dit voorstel willen we geld gaan regelen om de haalbaarheidsstudie, en alles wat daarvan het vervolg en gevolg kan zijn, mogelijk te maken. De gevoerde gesprekken stemmen ons optimistisch. Maar ja, eerst doen en dan geloven.

Maar toen waren mijn visitekaartjes gerold

Ik liep op een vrijdagmiddag door het centrum van Bellville, een suburb van Kaapstad. Dit centrum is in de loop van de tijd overgenomen door vluchtelingen uit Oost Afrika, vooral uit Somalië. Zij handelen daar in allerlei spullen, op straat en in gehuurde winkelruimten. Verblijf en handel zijn illegaal, maar worden allebei door de overheid oogluikend toegestaan. Het centrum heeft de bijnaam Little Somalia. Ik liep daar rond met mijn fototoestel om mijn nek, waadoor ik ineens weer op een toerist leek. Twee mannen liepen tegen me aan en ik voelde opeens vingers in mijn broekzak. Ik liet mijn camera los en sloeg mijn handen op mijn broekzakken. Weg waren de mannen. Ik voelde in mijn zakken: mijn telefoons, huis- en autosleutels, portemonnee en pasjesmap waren er nog. En mijn fototoestel was ook nog om mijn nek blijven hangen. Ik was opgelucht.

Maar toen waren mijn visitekaartjes gerold. Ik had ze in een doosje in mijn broekzak. De vingers hadden dat er uit gepikt. Nu was ik blij. Ze hadden mijn visitekaartjes! Zouden ze die over de markt verspreiden? Stiekem hoopte ik dat, en dat mensen me zouden bellen om me misschien wel een opdracht te geven. Dat is nog niet gebeurd.

Ik liep daar wel voor concreet werk. Ik werd rondgeleid in Bellville door Hannes om te zien wat er zoal gaande is. Hannes en ik gaan samenwerken. We zijn allebei planoloog, maar hebben ieder onze eigen achtergrond. Hannes is Zuid-Afrikaan en heeft zijn kennis en ervaring opgedaan in Zuid-Afrika. Ik heb dat in Nederland. Wij vullen elkaar aan. In en rond Bellville liggen voor ons mooie kansen voor interessante projecten.

Er zijn tal van initiatieven in de Kaap-regio, waarbij wordt ingezet op samenwerking tussen Zuid-Afrikanen en Nederlanders. Er wordt dan vooral gelet op inbreng van kennis vanuit Nederland die nog niet of onvoldoende in Zuid-Afrika wordt toegepast. Het Nederlandse Consulaat in Kaapstad is daarin een belangrijke initiator. Zo wordt nu onder de naam Co Create SA gelegenheid geboden om projecten in te dienen, waarin sprake is van een Zuid-Afrikaans/Nederlandse samenwerking op planologisch gebied. Hannes en ik gaan een project indienen.

Bij ons project gaat het om een oud waterreservoir, dat al 30 jaar ongebruikt is en daardoor droog staat. Het reservoir ligt open, gaat 5m in de grond, heeft een diameter van 53m en is 2200m2 groot. Het reservoir ligt midden in een woonbuurt van Bellville, maar wel naast een maatschappelijke voorziening, Straatwerk, waar gehandicapten en daklozen worden opgevangen. Straatwerk heeft behoefte aan meer ruimte, wat in het reservoir kan worden gevonden. Een deel van het reservoir kan worden bestemd voor commerciële verhuur van kantoorruimte, waaraan in deze omgeving ook behoefte is. Met de verhuur kan geld worden verdiend voor de financiering van het project. Met eenvoudige maatregelen kan het nieuwe gebouw tot stand worden gebracht: een goede afdekvloer, enkele tussenwanden en een dak. Het dak komt op maaiveldhoogte, waardoor geen uitzicht van omwonenden wordt weggenomen. Het ontwerp van het dak kan bijzonder worden. Qua vorm en materiaalgebruik: glas en zonnepanelen.

Het project ligt in een belangrijk ontwikkelgebied van Kaapstad: Tygerberg Valley. Dit moet een tweede centrum van Kaapstad worden en staat onder verantwoordelijkheid van de Greater Tygerberg Partnership (GTP), een samenwerking van de gemeente en verschillende bedrijven en instellingen.

Om het reservoirproject tot stand te brengen hebben we al contact met het GTP, een Zuid Afrikaanse projectontwikkelaar en Nederlandse architecten. Met de ontwikkelaar en de architecten wordt de inbreng vanuit beide landen in de samenwerking nog eens versterkt.

Ik heb er zin in. Het is een manier van werken, die me aanspreekt. Niet alleen netwerken, contacten leggen en hopen dat er iemand belt voor een klus. Behalve als ze je kaartjes hebben gejat, dan mogen ze bellen als ze werk voor me hebben. Maar, ook zelf initiatieven nemen. Rond kijken en zien of er nog iets ongebruikt bij ligt en er een plan voor maken. En, daarbij wel je netwerk gebruiken voor de aanvullende expertise, zoals een beslissingsinstantie, een ontwikkelaar en een architect. Ik houd jullie op de hoogte.

Monty Python in Zuid-Afrika

Monty Python blijft leuk. Het is absurdisme ten top, maar altijd herkenbaar vanuit het gewone leven. De mooiste sketch vind ik nog altijd The Ministry of Silly Walks. Daar lopen alle ambtenaren, in pak en met bolhoed, er op een vreemde manier bij. Als er dan iemand binnen komt, die normaal lijkt te lopen, lacht iedereen hem uit.

Er staat me ook nog een sketch bij van een winkel, waar een klant iets bestelt. Het is geen probleem. Alle mensen van de winkel zijn even aardig tegen de klant en zijn, ondanks de drukte in de winkel, bereid om hem op alle mogelijke manieren behulpzaam te zijn. De klant kan over drie dagen het bestelde op komen halen. Na die drie dagen gaat de klant weer naar de winkel. Tot zijn verrassing ziet hij dat er allemaal andere mensen werken. Ze staan een beetje verveeld te kijken, want het is heel rustig in de winkel. En, ze zijn helemaal niet aardig en totaal niet geïnteresseerd in wat de klant wil. Heeft u iets besteld? Oh, nou daar weten wij niets van hoor. Eén van de winkelmensen kijkt snel in een mapje, maar zegt niets van een bestelling van deze klant te zien. Tja, wat nu? Dat weten we ook niet. De één na de ander haalt zijn schouders op. Kan ik het dan opnieuw bestellen? Maar u heeft toch al besteld? Ja, maar u zegt dat u dat niet kan vinden. Nou, laten we maar eerst rustig afwachten tot we zeker weten dat u niets besteld heeft. Maar, hoe lang duurt dat dan? Oh, dat kan best een maand duren. Een maand? Ja, want het is erg druk. De klant druipt zuchtend af.

Zoiets is mij in Zuid-Afrika overkomen. Ik heb een auto besteld, die een week later geleverd kan worden. Maar, om een kenteken voor de auto aan te kunnen vragen, moet ik eerst een traffic registration number aanvragen bij het Traffic Department. Deze regel geldt alleen voor mensen met een buitenlands paspoort, Zuid-Afrikanen kunnen meteen een kenteken aanvragen. Waarom dit verschil? Niemand die het me kan vertellen. Ik ga naar het Traffic Department in Stellenbosch en wordt vriendelijk te woord gestaan door een mevrouw achter de balie. Ik moet een formulier van vier pagina’s invullen en kopieën van mijn paspoort, verblijfsvergunning en rijbewijs bijvoegen.

Ik loop weer naar de balie om het formulier af te geven. De mevrouw vraagt of ik een “proof of address” heb. Dat komt meer voor in Zuid-Afrika, dat je moet aantonen waar je woont: een rekening, bankafschrift of iets dergelijks. Maar ja, vrijwel alles gaat tegenwoordig elektronisch. En, in die korte tijd dat we nog maar in Zuid-Afrika zijn, hebben we nog geen echte post gehad. Ik vertel dit aan de mevrouw achter de balie en ze vraagt of ik toevallig een huis huur. Ja, dat doen we. Dan mag u ook uw huurcontract achterlaten. Okay, maar je loopt natuurlijk niet de hele tijd met je huurcontract rond. En, achterlaten? Ach, gaat u het maar halen, dan maak ik er wel een kopie van. Dus naar huis op en neer. Aan de baliemevrouw vraag ik nog hoe lang de aanvraag gaat duren, want ik heb de auto besteld en bijna betaald. Twee tot drie werkdagen, maar als ik het urgent maak, zou u het vandaag al kunnen hebben. U wordt gebeld. Tevreden ga ik naar huis.

Drie dagen later heb ik nog geen telefoontje gehad en besluit om maar eens bij de Traffic Department langs te gaan. Ik kom daar binnen. En ja hoor, allemaal andere mensen. En inderdaad, helemaal niet aardig. De mevrouw, die nu achter de balie zit, zegt dat ik het maar aan een collega moet vragen en wijst naar een kamertje. Ik loop er heen en vraag aan de mevrouw daar of mijn nummer er al is, want die zou er toch na maximaal drie dagen zijn. Ze kijkt in een mapje en zegt: nee, ik zie niets. Ik zeg nog dat mijn aanvraag tot urgent was verklaard. Ja, zegt zij, dat zijn ze allemaal. Nee, het kan nog een maand duren, ze hebben het erg druk daar. Een maand? Ik probeer nog: ik heb de auto besteld, zolang zal de dealer hem echt niet aanhouden en ik rijd nu voor veel geld in een huurauto rond. Geen indruk, dus. Alleen maar schouderophalen. Met ingehouden woede vertrek ik maar weer.

Naar de dealer van de auto. Nu, dat hebben ze wel meer meegemaakt. Geen probleem, u krijgt een tijdelijk kenteken tot uw nummer is afgegeven. Dus kan ik op de afgesproken dag de auto komen ophalen, zonder kentekenplaten, maar met een papiertje achter de achterruit waarop met de hand een tijdelijk nummer is geschreven. Met als aardige bijkomstigheid dat dit niet te fotograferen is door de snelheidscamera’s. Maar, ik rijd natuurlijk nooit te hard.

Dat is Zuid-Afrika. Een regelgeving tot soms in het absurde: Eerst een nummer moeten aanvragen om daarna een ander nummer te kunnen aanvragen. Het waarom heeft niemand me kunnen vertellen. En een ambtelijke organisatie die je af en toe aan Monty Python doet denken. Maar, als je denkt dat het daardoor weleens lang kan gaan duren, is er altijd wel iemand met een noodoplossing waardoor je toch snel kan hebben wat je wilt.

Het begin is er!

1 juli 2014 is voor mij de datum van het begin van mijn Zuid-Afrikaanse loopbaan. En, het begin is er! Ik heb al een redelijk groot netwerk, dat bestaat uit contacten in Nederland en in de omgeving van Kaapstad. En, daar komen al concrete projecten uit. Ik heb in ieder geval één offerteverzoek, uitzicht op een opdracht en enkele verzoeken tot medewerking aan project startups.

De basis voor mijn Zuid-Afrikaanse netwerk is gelegd in april 2013. Toen werden onze ideeën om naar Zuid-Afrika te verhuizen steeds concreter. Tijdens een verblijf van ruim twee weken heb ik mijn eerste contacten gelegd, aangereikt door Christoff, een vriend van mijn zwager en een civiel-ingenieur. Cnristoff stelde mij Tinus, eigenaar van een planologisch bureau in Kaapstad, en Hannes, zelfstandig projectmanager in Kaapstad, voor. Met beide had ik goede gesprekken.

Terug in Nederland ben ik gaan werken aan mijn netwerk voor werk in Zuid-Afrika. Ik ben lid geworden van SANEC, een netwerkorganisatie voor bedrijven uit Nederland en zuidelijk Afrika. Daar heb ik behoorlijk baat bij gehad. Ik ben in contact gekomen met Nederlandse ondernemers die al zaken doen in Zuid-Afrika.

In februari 2014 gaan we vier weken naar Stellenbosch. Dan begint mijn Kaapse netwerk vorm te krijgen. Hannes neemt me een dag mee naar township Khayelitsha, wat indruk maakt. Ik ontmoet Dawid Botha, wethouder van Stellenbosch, en Carinus, oud-profwielrenner. Beide ijveren in Stellenbosch voor een verbetering van de fietsvoorzieningen. Dawid wil in de zomer, als deel van zijn vakantie, wat voorbeelden in Nederland gaan bekijken. Ik help hem aan een contact in Amsterdam.

In maart zijn we weer thuis. Ik maak dan vooral reclame voor mijn ondernemingsplannen in Zuid-Afrika. Dat doet wonderen. Ik krijg van verschillende kanten de opmerking: “ Als je daar heen gaat, wil ik wel met je praten wat je daar voor ons kan doen.” Ik krijg weer nieuwe contacten, o.m. met Gerbren. Met hem bespreek ik het idee om Nederlandse bedrijven, die vestiging in Zuid-Afrika overwegen, te begeleiden door de eisen en regelgeving die daar aan hen worden opgelegd. We spreken af dit idee concreet te gaan uitwerken.

Ik kom ook Bas tegen, bij een bijeenkomst van SANEC. Ook hij en zijn vrouw hebben concrete plannen om in Zuid-Afrika te gaan wonen. Het klikt, want later belt Bas met het voorstel om met de vrouwen er bij nader kennis te maken en de ervaringen met de verhuisplannen uit te wisselen. Hoewel Bas en ik in verschillende sectoren werken, denken we wel dat we met onze achtergronden elkaar kunnen aanvullen in Zuid-Afrika.

In april weer in Zuid-Afrika. Het netwerk daar breidt zich gestaag uit. Nieuwe contacten, nieuwe mogelijkheden. Maar ook de al gelegde contacten onderhoud ik. Met Hannes bespreek ik de mogelijkheden om te gaan samenwerken. Hoewel ik veel ervaring heb in de Nederlandse ruimtelijke ordening, heb ik dat niet in Zuid-Afrika. Hannes kan me bijpraten over wat er rond Kaapstad speelt en waar je op moet letten. Omgekeerd kan ik hem tippen over Nederlandse initiatieven in Zuid-Afrika.

Terug in Nederland, in mei en juni, gaan we de verhuizing naar Zuid-Afrika voorbereiden. Maar, nu bekend is wat ik ga doen, blijft ook hier het netwerk voor Zuid-Afrika groeien. Ik krijg o.m. contact met een architectenbureau, dat al een tijdje probeert om een vestiging in Zuid-Afrika op te zetten. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat een vertegenwoordiging daar een en ander makkelijker zou maken. Zij vragen zich af of ik die rol zou kunnen vervullen. Ik sta er in ieder geval voor open en stel voor, als ik eenmaal in de Kaap ben, om de mogelijkheden daarvoor verder te onderzoeken.

En nu ben ik er dus: in Zuid-Afrika, in Stellenbosch vlakbij Kaapstad. Zoals ik deze blog begon, het begin is er. Bovendien val ik met mijn neus in de boter door een groot evenement, georganiseerd door het Nederlands Consulaat in Kaapstad. Het is het Department of Design, waar verschillende presentaties worden gehouden in het kader van planologie, ontwerp en bouwen. In ieder geval een mooie gelegenheid om mijn netwerk weer verder uit te bouwen.