Auto-industrie in Zuid-Afrika is voorbeeld voor de rest

Audi, BMW, Chevrolet, Ford, Mercedes, Nissan, Opel, Renault, Toyota en Volkswagen. Grote automerken, die fabrieken in Zuid-Afrika hebben. Ze produ-ceren voor de lokale Zuid-Afrikaanse markt, voor de andere Afrikaanse landen, maar ook voor de rest van de wereld. De auto, en veel daarvan met het stuur rechts, is een belangrijk exportproduct van Zuid-Afrika. De auto-industrie in Zuid-Afrika doet het goed.

De auto-industrie in Zuid-Afrika investeert in uitbreiding van de productie en creëert daarmee veel arbeidsplaatsen in een land, waar de werkloosheid hoog is. Het gaat om zowel laaggeschoold werk als werk voor technisch geschoolde mensen. En werkgelegenheid voor toeleverende en dienstverlenende bedrijven. De auto-industrie in Zuid-Afrika geldt als voorbeeld voor de rest van de economie.

De Zuid-Afrikaanse regering wil het aandeel van de maakindustrie in de economie verhogen en heeft daarvoor actieplannen. Om investeringen door particuliere bedrijven te bevorderen zijn er financiële tegemoetkomingen, zoals kortingen op handelstarieven en belastingen en subsidies op investeringen.

Anders dan in andere bedrijfssectoren stelt de auto-industrie in Zuid-Afrika zich actief op ten aanzien van het industriebeleid van de regering. De autofabrikanten hebben zich georganiseerd en presenteren zich als één gesprekspartner van de regering. Op deze manier is de auto-industrie in Zuid-Afrika een gezamenlijk project van overheid en bedrijfsleven. Het resultaat is de voortgaande groei van de productiecapaciteit van de auto-industrie in Zuid-Afrika. Maar ook, dat de auto-industrie in Zuid-Afrika het leeuwendeel van de beschikbare financiële ondersteuning toebedeeld krijgt.

En daarmee is meteen het nadeel van een voordeel genoemd. De auto-industrie in Zuid-Afrika is het voorbeeld voor de rest van de economie in het land, maar loopt ook ver voorop in de ontwikkeling.

Het gaat niet goed met de Zuid-Afrikaanse economie. Deze staat op de rand van een recessie, na jaren van hoge economische groei. De werkloosheid is hoog, gemiddeld 26% onder alle Zuid-Afrikanen en zelfs meer dan 40% onder zwarten, en stijgt naar verwachting de komende tijd nog. De nationale valuta, de rand, vermindert voortdurend in waarde: was deze vijf jaar geleden nog 10 cent van een euro, nu is het 6 cent. De inflatie gaat richting 10%.

Dus gegeven de economische omstandigheden, wat de regering samen met de auto-industrie in Zuid-Afrika tot stand brengt, is een prestatie. Maar juist daar-door dreigt de maakindustrie in dit land eenzijdig te worden. De andere bedrijfs-sectoren moeten worden gestimuleerd om het voorbeeld van de autosector daadwerkelijk te volgen. Zich ook organiseren en in gesprek gaan met de overheid.

Geschrokken door de opdoemende recessie is de regering zich ook bewust van de effecten van de ontwikkeling van de auto-industrie. Er worden nu plannen ontwikkeld om de maakindustrie breder te maken dan de auto-industrie in Zuid-Afrika. En zo kan, naar iedereen hoopt, de economische groei weer terugkeren. Met meer banen en dus een daling van de werkloosheid.

Kleur schennen, bekennen, erkennen: Kleurling in Zuid-Afrika

Tijdens de apartheid maken de blanke overheersers zich in Zuid-Afrika schuldig aan kleur schennen: iedere bevolkingsgroep krijgt op grond van uiterlijke kenmerken (dus ras) zijn eigen plek in de samenleving toegewezen. Met het einde van de apartheid bekennen de regeerders kleur: volgens de wet is iedereen nu gelijk. Maar niet alle bevolkingsgroepen vinden dat de andere groepen alle kleur erkennen: de kleurling in Zuid-Afrika lijkt tussen zwart en wit in te vallen.

In de praktijk verloopt het leven in Zuid-Afrika nog steeds langs de lijnen tussen de drie grootste bevolkingsgroepen. Deze zijn gebaseerd op ras en afkomst: de zwarten, de kleurlingen en de blanken. De groepen wonen voor een groot gedeelte gescheiden van elkaar en leven in hun woongebieden volgens hun eigen cultuur. Het gemiddelde inkomen verschilt sterk per bevolkingsgroep; het minst verdient een zwart gezin, een kleurling gezin verdient twee keer meer dan een zwart gezin, een blank gezin heeft zes keer het inkomen van een zwart gezin en drie keer dat van een kleurling gezin.

De zwarten komen voort uit de oorspronkelijke Afrikaanse bevolkingsgroepen. De blanke heeft zijn oorsprong in Europa, voornamelijk Nederland en Engeland. De kleurling in Zuid-Afrika komt voort uit vermenging van blanken met mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst.

De zwarten vormen verreweg de grootste groep, 80% van de bevolking. Kleurling en blank zijn in omvang even groot, ieder 9% van de bevolking. De meeste kleurlingen wonen in de Western Cape Province (de Westkaap). Daar vormen ze ongeveer de helft van de bevolking, de zwarten een derde en de blanken een zesde.

De positie van de kleurling in Zuid-Afrika wisselt gedurende de geschiedenis van het land. Dan weer wat beter en dan weer wat minder, maar nooit echt geweldig. Kleurlingen hebben altijd een dienende rol voor de blanken gehad. En dat is voor een groot deel van de kleurlingen nog steeds zo.

De vrijheid van de kleurling in Zuid-Afrika was onder de blanke overheersing altijd relatief. In Kaapstad woonden kleurlingen in, wat we nu noemen, volks-wijken. Onder de group areas act, op het hoogtepunt van de apartheid, werd de kleurling in Zuid-Afrika massaal uit de stad naar speciaal voor zijn groep gebouwde townships op de Kaapse Vlakte gedeporteerd. Op boerderijen woonden de kleurlingarbeiders in kleine sobere erfwoningen. Onder lichte dwang van de boeren verhuisden de bewoners naar een township. De meeste kleurlingen wonen nog steeds in townships.

Tot 1930 hadden kleurlingen in de Westkaap vrij stemrecht. Er was ook een eigen politieke partij gericht op de belangen van de kleurling in Zuid-Afrika. Daarna mochten de kleurlingen alleen op blanke kandidaten stemmen, die hun belangen zouden vertegenwoordigen. Onder de Nationale partij, die de apart-heid in de wet vastlegde, verviel na 1948 alle stemrecht voor de kleurling in Zuid-Afrika. Pas in 1994, na het einde van de apartheid, kregen alle Zuid-Afrikanen vrij stemrecht.

Na de apartheid valt de kleurling in Zuid-Afrika maatschappelijk tussen het wal en het schip. De zwarten hebben, met hun grote meerderheid, de politieke macht. De blanken hebben, als minderheid, nog steeds de economische macht. Als het er op aankomt zijn zwart en blank zo pragmatisch om met elkaar dusdanig zaken te doen, dat zowel de politiek als de economie weer een tijdje door kan. Als groep hebben kleurlingen daarin nauwelijks aandeel.

Veel blanken beschouwen de kleurling in Zuid-Afrika nog steeds als iemand die voor hun het werk doet. Veel zwarten wantrouwen kleurlingen, omdat ze vinden dat ze te veel aan de blanke kant staan. Het bewijs vinden ze in het stemgedrag van kleurlingen. In meerderheid stemt de kleurling in Zuid-Afrika op de voorheen blanke partij DA, terwijl hij volgens veel zwarten eigenlijk om sociaalecono-mische redenen op het zwarte ANC zou moeten stemmen.

Hoewel de zwarten sociaaleconomisch gemiddeld nog steeds het minste af zijn van de drie grote Zuid-Afrikaanse bevolkingsgroepen, ontwikkelen zij zich sneller in positieve zin dan de kleurlingen. Dat zie je in cijfers voor inkomen, werk, opleiding en criminaliteit. Niet altijd even schokkende verschillen. Maar als deze ontwikkelingen zich doorzetten, dan kan de zwarte de kleurling sociaalecono-misch ooit inhalen. Natuurlijk is het alleen maar goed dat zwarte mensen er op vooruit gaan. Maar de kleurling in Zuid-Afrika zou toch minstens gelijk op moeten gaan en niet op, een steeds maar groeiende, achterstand mogen komen.

Er is verschil in groei van het huishoudeninkomen. Een zwart gezin verdient in 2011 gemiddeld 2,7x meer dan in 2001, een kleurling gezin in dezelfde periode 2,2x meer. De werkloosheid onder zwarten daalt tussen 1994 en 2014 van 43% naar 40%. Onder kleurlingen stijgt de werkloosheid juist, van 24% naar 28%.

Het schoolverzuim is in 2011 bij kleurlingen (33%) hoger dan bij zwarten (26%). Het percentage mensen, ouder dan 15 jaar, zonder enige schoolopleiding neemt zowel bij zwarten als bij kleurlingen sinds 1996 met 60% af. Van de mensen ouder dan 20 jaar, rondt in de periode van 1996 tot 2011 van de zwarten 2,5x meer mensen hun middelbare school af. Van de kleurlingen is dat 2x zoveel mensen. In dezelfde periode voltooit 2,3x meer zwarten een studie aan universiteit of hogeschool. Bij kleurlingen is dat 1,5x meer mensen. Opvallend is dat in 2011 relatief meer zwarten (8,6%) afstuderen dan kleurlingen (7,7%), terwijl dat in 1996 nog andersom is (respectievelijk 3,6% en 4,9%).

Het percentage moorden door en van kleurlingen, op de omvang van de bevolkingsgroep, is meer dan 2x zo hoog dan bij zwarten. Dit komt onder meer door de grotere aanwezigheid en macht van jeugdbenden in kleurling townships dan in zwarte townships. Maar de belangrijkste reden is dat indertijd kleurling-families van een relatief goede woonsituatie in Kaapstad onder wettelijke dwang zijn verhuisd naar veel slechtere woonomstandigheden in townships op de Kaapse Vlakte. De vorm en werkwijze van de huidige jeugdbenden is daarvan één van de gevolgen.

In volgende blogs zal ik onder meer verder ingaan op het leven, de taal en de identiteit van de kleurling in Zuid-Afrika.

Wachtrijmanegement in Zuid-Afrika

Voor mij is 30 juni een cruciale jaarlijks terugkerende datum. Dan moet ik de kentekenregistratie voor mijn auto vernieuwen. Daarvoor moet je ieder jaar naar de verkeersdienst van de gemeente waar het kenteken is geregistreerd. Ons postadres is in Stellenbosch, het kenteken daar begint met CL, gevolgd door een nummer. Ik moet dus naar Stellenbosch, waar de verkeersdienst als lastig bekend staat. Ik heb er al over geschreven toen ik mijn auto had gekocht, zie “Monty Python in Zuid-Afrika” d.d. 28 juli 2014.

Ik denk deze keer nog een probleem er bij te hebben. In Zuid-Afrika moet je voor heel veel dingen je legitimeren. Daarom hebben Zuid-Afrikanen een ID-kaart, die ze altijd bij zich hebben. Ik heb geen ID-kaart, omdat ik nu eenmaal geen Zuid-Afrikaan ben, en gebruik mijn paspoort als legitimatie. Maar, mijn tijdelijke verblijfsvergunning is twee dagen geleden verlopen. De verlenging ligt klaar, maar in Kaapstad. Ik hoor het net als ik op het punt sta om naar Stellenbosch te gaan voor de kentekenregistratie. Ik loop nu het risico dat de bevoegde ambtenaar van de verkeersdienst mijn paspoort bekijkt op mijn verblijfs-vergunning en om die reden mijn kenteken niet wil vernieuwen.

Ik kom in de lokettenzaal van de verkeersdienst en zie dat het nogal druk is. Ik meld me bij de ontvangstbalie en zeg waarvoor ik kom. De baliemevrouw vraagt of ik wel in Stellenbosch woon (hoe ziet zij dat nou?). Ik zeg dat mijn auto op een postbusadres staat geregistreerd. Ze kijkt me wat argwanend aan en tikt het kentekennummer in op de computer. Ik mag in de rij plaats nemen. En dan begint het feest van het wachtrijmanagement.

Je gaat op de laatste lege plaats van een lange rij stoelen zitten. Als aan de andere kant van de rij de langst wachtende opstaat om naar een vrijgekomen loket te gaan, schuift iedereen een plaats op. Op die manier moet je uiteindelijk aan de andere kant van de rij terecht komen. En ben je aan de beurt.

Maar er is nog een regel. Als je een oudere bent, dan mag je iedereen passeren en meteen naar het loket gaan dat vrij komt. Ik hoor dat en vraag meteen hoe oud je dan moet zijn. 65. Ai, ik ben nog veel te jong met mijn 62 jaar. Wachten dan maar en steeds een stoeltje opschuiven. En nog 3×365 nachtjes slapen.

Het gebeurt tijdens het wachten enkele keren dat iemand van de juiste leeftijd voorgaat. Eén mevrouw weet niet van de ouderdomsregel en gaat keurig in de rij zitten. Andere wachtenden zien dat en vertellen haar dat ze voor mag. Die mevrouw reageert eerst ongelovig, maar probeert het toch. Als zij meteen daarna is geholpen, is zij er helemaal uitgelaten van.

Maar, het kan ook anders. Eén echtpaar is duidelijk wel op de hoogte van de regel. Man en vrouw zijn casual, maar toch chique, aangekleed. Zij stralen ook duidelijk uit dat ze iets zijn, of waren, in Stellenbosch. Ik schat in een gepensioneerde professor met zijn vrouw. Mevrouw roept om de haverklap dat ze ouder dan 65 zijn en dus vóór mogen. Meneer heeft een blik van: ja, dat is zo. Ze wachten staande, zonder dat opvalt dat ze enig lichamelijk ouderdoms-verschijnsel hebben (behalve dan grijs haar en een gerimpeld gezicht). Als er een loket vrij komt, stormen ze naar voren om ieder ander maar voor te zijn. Door de rij gaat een zucht van ergernis. En in die rij zitten best wat mensen, die er lichamelijk minder aan toe lijken dan dit oude echtpaar.

Omdat het druk is en het nogal lang lijkt te gaan duren, bedenkt de baliemevrouw dat het goed is om de rij op te splitsen. De kentekenvernieuwers vraagt ze om op een andere rij stoelen te gaan zitten. Deze mensen worden dan aan één speciaal loket geholpen. Het valt me al op dat er veel meer mensen zijn die hun kenteken komen vernieuwen, dan mensen voor andere zaken. Het komt er op neer dat de vernieuwers nog maar één loket tot hun beschikking hebben en de rest vier loketten. De rij van niet-vernieuwers is dan ook snel opgelost, terwijl de vernieuwers zitten te wachten. De baliemevrouw ziet dat ook en vraagt de vernieuwers om weer in de oude rij plaats te nemen. Het wachten duurt nu langer dan als er geen splitsing was geweest.

Al met al valt de tijd, die ik bij de verkeersdienst doorbreng, mee. Ongeveer drie kwartier. Ik heb het weer voor een jaar kunnen regelen. Oh, en ik ben helemaal niet om mijn legitimatie gevraagd.

Het andere Zuid-Afrika

Toen ik op weg was om in Zuid-Afrika te gaan wonen, zag ik in het vliegtuig de film City of Violence, gebaseerd op het boek Zulu van Caryl Férey. Veel hard geweld. Ik dacht, ach het is een verhaal, de praktijk zal wel meevallen. Niet dus.

Inmiddels heb ik het een en ander gelezen over het geweld van Zuid-Afrikaanse benden in de zwarte en kleurling townships, en ik weet nu wel beter. Daarom geeft het boek Zulu, en daarmee dus de film City of Violence, de waarheid weer van het andere Zuid-Afrika. Het Zuid-Afrika, dat de meeste toeristen niet zien en er daardoor absoluut geen weet van hebben. Het werkgebied van een bende is de township, waar de leden vandaan komen. Maar als ze je moeten hebben, ook als je een blanke bent buiten de township, dan zullen ze je krijgen ook. En dat overleef je veelal niet. Hoewel geen enkele dood leuk is, is dat onder Zuid-Afrikaanse criminaliteit haast onbeschrijfelijk. Zulu beschrijft dat wel. Zo erg, dat je af en toe moet stoppen met lezen, van afschuw of om je voor te stellen wat er nu eigenlijk gebeurt.

Het verhaal speelt zich af in Kaapstad en begint met een brute moord op een blanke jonge vrouw. Hoofdpersoon van het verhaal is een zwarte rechercheur van de politie. Hij onderzoekt de moord met zijn naaste medewerkers. Gedurende het onderzoek worden meer mensen, blank en zwart, op een zelfde wijze als de eerste vrouw vermoord. Tijdens een onderzoek treft het recherche-team op één van de Kaapse stranden “bij toeval” leden van een bende uit township Khayelitsha. Er ontstaat letterlijk een slachtpartij tussen de politie-mannen en de gangsters. Stukje bij beetje komt de rechercheur met zijn team bij de kern van de achtergrond van de moordpartijen. Het blijkt om een geraffineerd drugsexperiment te gaan. Het lukt de rechercheur de bende compleet uit te roeien, maar hij betaalt er wel een hoge prijs voor.

Het boek beschrijft van een aantal mensen in het verhaal de persoonlijke achter-gronden en geeft daarmee een stuk geschiedenis van Zuid-Afrika weer, tijdens en na de apartheid. Zulu gaat helaas nauwelijks in op het waarom van het bestaan van de benden in de townships. Het boek beschrijft weliswaar de door de benden beheerste drugshandel en het type drugsgebruik, maar waarom zijn die zo groot? Dat komt door de enorme armoede, werkloosheid en slechte leefomstandigheden in grote delen van de townships, maar daar schrijft het boek niet over.

Wel gaat het boek uitgebreid in op wetenschappelijke achtergronden van bepaalde drugs en de werkwijze van de bende die daarmee bezig is. Naar mijn mening wat te veel en het gaat niet altijd om onmisbare informatie voor het verhaal.

Al met al vind ik het boek Zulu van Caryl Férey een goed en spannend verhaal, waarbij ik wat kritiek heb op de weergave van enkele feitelijke zaken. Ook de op het boek Zulu gebaseerde film City of Violence is zeer de moeite van het zien waard.

In één of meer van mijn volgende blogs zal ik verder ingaan op de bende-criminaliteit in de townships van Kaapstad.

Verdeling tussen zwart en blank in Zuid-Afrika

Naast scheiding in woongebieden in Zuid-Afrika, waarover ik mijn vorige blog schrijf, zijn er in dit land meer zaken al dan niet bewust verdeeld tussen zwart en blank.

zwart is dominant in bestuur en overheid

Het zwarte ANC heeft landelijk de meerderheid van de stemmen (meer dan 60%). In Kaapstad en de Western Cape provincie is de van oorsprong blanke, maar nu gemengde, DA de grootste (net meer dan 50% van de stemmen). In alle andere steden en provincies heeft het ANC de meerderheid.

Zuid-Afrika kent nog ouderwets veel staatsbedrijven, zoals: het elektriciteits-bedrijf, het waterbedrijf, de telefoonmaatschappij, de vliegmaatschappij, het openbaar vervoer, het postkantoor, radio- en televisiestations, theaters. In totaal zijn er ongeveer 130 staatsbedrijven. Alle worden geleid door zwarte mensen, allemaal aangesteld door de regering. In de praktijk maken de staatsbedrijven deel uit van de overheid.

blank is dominant in het bedrijfsleven

Het bedrijfsleven bestaat voor een groot gedeelte uit bedrijven die in blank bezit zijn. Zij stammen nog veel vanuit de apartheidsperiode. Daarnaast is er sprake van groei van door zwarte mensen opgerichte bedrijven. Er zijn bovendien nogal wat buitenlandse bedrijven, die investeren in de Zuid-Afrikaanse economie. Grote autofabriekanten als Volkswagen, Ford, BMW, Mercedes en Toyota breiden de komende jaren hun productiecapaciteit fors uit.

Veel bedrijven worden door blanken geleid, maar ook steeds meer door zwarten. Het particuliere Zuid-Afrikaanse bedrijfsleven doet het over het algemeen goed. Het zijn efficiënt georganiseerde en winstgevende bedrijven.

functioneren van de overheid

In tegenstelling tot particuliere bedrijven zijn de staatsbedrijven veelal bureau-cratische bolwerken. Ze zijn weinig efficiënt georganiseerd, er worden baantjes vergeven, er is sprake van corruptie en er moet geld bij van de regering.

De president en zijn ministers hebben last van corruptie, fraude en nepotisme en lijken nogal eens met de waarheid te spelen. Het zelfde geldt voor menig ANC bestuurder van provincies en gemeenten. Veel van de infrastructuur is door enorme onderhoudsachterstanden in een belabberde staat: grote gaten in auto-wegen, lekkende pijpen in het watersysteem, veel onderbrekingen van de stroomvoorziening. Opvallend is dat de door de DA bestuurde Western Cape minder problemen met de infrastructuur kent. De meeste wegen liggen er goed bij.

politie en criminaliteit

Het land heeft een politieapparaat dat zijn belangrijkste taak, bescherming van de veiligheid van de burgers, niet aankan.

In grote delen van de townships, met name in de arme buurten, maken jeugdbenden de dienst uit. De slechte leefomstandigheden met structurele armoede, grote werkloosheid, slechte gezondheidzorg, een hoog percentage schoolverlaters, kleine huizen met grote gezinnen (veel zonder aanwezige vader), dichte bebouwing, achterstallig onderhoud aan huizen, straten en plantsoenen, drugshandel en drugsgebruik maken dat veel tieners zich tot de benden voelen aangetrokken. Daar hebben ze de aandacht die ze zoeken en de familie die hun geborgenheid geeft. Daar kunnen ze geld verdienen voor mooie kleren en smartphones. Daar krijgen ze aanzien als ze iemand kunnen ombrengen. En dat gaat met grof geweld.

De politie is niet in staat om het fenomeen van de jeugdbenden te doorbreken. Zij hebben daar niet de middelen voor. Zij hebben wel in woord de steun van de politiek, maar niet in daad. Bovendien zijn er politiemensen, die graag bijverdienen door met jeugdbenden samen te werken. De benden zelfs van wapens te voorzien, die eerder bij anderen in beslag zijn genomen.

Ondanks dat ze het niet aankan, gaat wel de grootste aandacht van de politie uit naar de veiligheid in de townships. Dit heeft tot gevolg dat in andere woongebieden de particuliere beveiligingsindustrie enorm actief is. Vrijwel ieder huis is beveiligd met hekwerk en alarminstallaties en verbonden met een alarm-centrale. Je ziet in die gebieden regelmatig surveillance auto’s van beveiligings-bedrijven rondrijden. En haast vanzelfsprekend zijn deze bedrijven onder leiding en in eigendom van blanken.

kleurling in Zuid-Afrika

Mijn verhaal in deze en mijn vorige blog gaat vooral over het verschil tussen blank en zwart in Zuid-Afrika. Af en toe noem ik de kleurling. In de verdeling tussen zwart en blank valt de kleurling er tussenin. Op enkele uitzonderingen na hebben kleurlingen weinig te zeggen en zij voelen zich onzeker over hun plek in de samenleving. Zoals ze zelf zeggen: vroeger niet wit genoeg, nu niet zwart genoeg. Ik noem twee voorbeelden.

Onder het blanke apartheidsregime hadden kleurlingen iets meer rechten dan zwarten, maar werden evengoed verbannen naar de townships. In het nieuwe democratische Zuid-Afrika stemt een grote meerderheid van de kleurlingen op de DA, (in de ogen van veel zwarten nog steeds een blanke partij), wat met name door ANC-ers op luide toon als heulen met de oude vijand wordt genoemd.

De problemen van de kleurlingen zijn echter minstens zo groot als van de zwarten. Armoede, lage inkomens, veel schoolverlaters (dus een gemiddeld laag opleidingsniveau), slechte woonomstandigheden, drugsproblemen, jeugd-benden. Natuurlijk, ook onder de kleurlingen zijn er mensen die het goed doen. Een bekend voorbeeld is de komiek Trevor Noah, die tegenwoordig de Amerikaanse New Daily Show presenteert. Maar het merendeel heeft het nakijken en voelt zich achtergesteld bij de andere bevolkingsgroepen van Zuid-Afrika.

onderzoek naar positie van kleurlingen

In wat ik waarneem in de Zuid-Afrikaanse samenleving en in de verdeling tussen zwart en blank intrigeert me de positie van kleurlingen. Juist omdat verreweg de meeste blanken in staat zijn om goed voor zich zelf te zorgen. En, hoewel de meerderheid van de zwarten ontegenzeglijk veel sociaaleconomische problemen kent, hebben zij alle aandacht van de overheid. En dat laatste lijken de kleurlingen te missen. Ik doe dan ook onderzoek naar de positie van kleurlingen in Zuid-Afrika en ga daarover publiceren.

Een atypische samenleving, zo zie ik Zuid-Afrika

Zo ervaar ik dit land, nu ik er twee jaar woon. Natuurlijk, we kwamen hier al ieder jaar, maar dat was vakantie. Dan ervaar je een land heel anders dan wanneer je er je leven doorbrengt.

Zonder in dit verhaal volledig te kunnen zijn, zal ik wat aspecten noemen, die voor mij de Zuid-Afrikaanse samenleving als anders dan in andere landen doen overkomen. Voor alle duidelijkheid, het gaat om mijn waarneming, niet om mijn oordeel.

door de ogen van een toerist

Het viel me tijdens die vakanties al op dat, sinds de apartheid in 1994 formeel is afgeschaft, er nog steeds grote verschillen in dit land zijn. Arm lijkt voornamelijk zwart en kleurling, rijk lijkt voornamelijk blank. Arm/zwart/kleurling en rijk/blank wonen nog steeds gescheiden. Uiteraard zijn er nuances. Er zijn tegenwoordig ook rijke zwarten en kleurlingen en er zijn nu ook arme blanken. In de blanke wijken wonen in deze tijd ook zwarten en kleurlingen, maar in de zwarte en kleurling wijken wonen nog nauwelijks blanken. Dat is wat toeristen zien.

twee landen in één land

Nu ik in Zuid-Afrika woon, ben ik deel van deze samenleving. Ik doe bood-schappen in de supermarkt, rij met mijn auto door het land, kom in shopping malls, loop door de straten van Kaapstad en Stellenbosch, loop met mijn hond, ga uit eten, ga naar voorstellingen, lees de kranten en de boeken van dit land. Dan zie ik dat die opgedeelde samenleving eigenlijk twee totaal verschillende landen in één land zijn. Je hebt het land van de blanken, die op een westerse manier leven. En je hebt het land van de zwarten, die op een Afrikaanse manier leven. De inwoners van die twee landen komen elkaar wel tegen. In de supermarkt, op de weg, in de shopping mall, op straat in Kaapstad en Stellen-bosch. Maar zij keren steeds weer terug naar hun eigen vertrouwde omgeving, waar ze met hun eigen mensen hun eigen cultuur beleven.

grote verschillen in inkomens

In Zuid-Afrika is het verschil tussen arm en rijk bijzonder groot. Je hebt naar verhouding veel miljonairs (gerekend naar euro’s). Daar tegenover staat de grote groep armen. Het zijn veel mensen zonder inkomen of met een kleine uitkering. De laaggeschoolden die werk hebben, verdienen maar 200 of 300 euro per maand, terwijl de salarissen voor de goed geschoolden in de middenklasse 2000 euro kunnen zijn.

Blanken zijn natuurlijk niet allemaal rijk. De meeste blanken horen tot de middenklasse. Zij moeten moeite doen om financieel rond te komen. Eigenlijk zoals dat in de hele westerse wereld momenteel het geval is. Maar dan hebben ze het, eenvoudig gezegd, toch nog tien maal zo goed als de arme zwarten en kleurlingen. Want die armen betalen voor hun boodschappen het zelfde als alle anderen. En door de hoge inflatie, aangewakkerd door de droogte van het afgelopen jaar, worden die boodschappen fors duurder.

veel zwarten willen bij andere zwarten wonen

Hoewel het merendeel van de zwarte Zuid-Afrikaanse bevolking arm is, zijn er die het sinds het eind van de apartheid wel goed hebben gekregen. Er zijn nu rijke zwarten en de zwarte middenklasse groeit. De armen hebben geen keuze waar ze willen wonen en blijven noodgedwongen in de townships. De rijke en middenklasse zwarten hebben wel een vrije woonplaatskeuze en daarin zie je opmerkelijke voorkeuren.

Een klein gedeelte koopt een huis in een voorheen exclusief blanke wijk. Maar veel van deze mensen laten een groot huis in hun township bouwen. Anderen verhuizen naar een nieuw project buiten de township, speciaal gericht op het zwarte marktsegment. Of, nog opvallender, er zijn zwarte zakenmensen die door de week in een appartement in de stad verblijven en in het weekend met familie en vrienden in hun huis in de township zijn. Al deze mensen zeggen zelf dat ze geen zin hebben om tussen die saaie blanken te zitten, die op een heel andere manier hun tijd doorbrengen dan zij.

cultuurverschillen

In zwarte woongebieden is het vrijwel altijd druk op straat. Mensen zoeken elkaar op, maken daar hun braai en delen het eten met de buurtgenoten. Blanken blijven in hun eigen tuin en maken braai met hun persoonlijke vrienden. De straat is vrijwel altijd uitgestorven.

Zwarten voetballen, blanken doen aan rugby, cricket en golf. Zwarten drinken bier, blanken wijn. Zelfs op de televisie zijn aparte programma’s voor zwart en blank. De zwarte programma’s in Zulu of Xhosa, de blanke programma’s in het Afrikaans. Al is het maar om aan de juiste taalverdeling te voldoen.

atypisch en verdeeld

In dit verhaal beschrijf ik waarom ik de Zuid-Afrikaanse samenleving als atypisch, anders dan in andere landen, waarneem. Maar ik zie een nog verder-gaande verdeling tussen zwart en blank dan in wonen en cultuur alleen. Daarover schrijf ik in mijn volgende blog.

Veel overheidsgebouwen in Zuid-Afrika zien er niet uit en de ontvangst houdt niet over

In Nederland is er altijd gedoe over een nieuw te bouwen gemeentehuis of stadskantoor. Er zijn altijd mensen fel op tegen. Waarom? Zijn ze bang voor hun belastinggeld? Ik geef toe, ik ben niet onbevooroordeeld, maar het valt me op dat onder de tegenstanders mensen zijn, die zelf een mooie auto, een smartphone en een laptop van de zaak hebben. Natuurlijk hoeven overheids-gebouwen niet te spatten van de luxe en bijzondere architectuur. Maar wat ik in Zuid-Afrika in sommige plaatsen zie, toont het tegenovergestelde.

Het dorp waar wij wonen, Tulbagh, is deel van de gemeente Witzenberg. Voor mijn planologische werk moet ik naar het centrale dorp Ceres. De gemeentelijke planologen zitten in het gebouw voor de technische diensten. Ik maak via de telefoon een afspraak met één van hen.
Ik kom binnen in een halletje met een balie. De ambtenaren daar achter kijken even op als ik binnen kom en gaan vervolgens door met waarmee ze bezig zijn. Ik zeg op een luide toon dat ik een afspraak heb met Ryan van der Merwe. Dan kijkt één van de ambtenaren op en zegt dat hij hem net naar buiten zag gaan. Ik vraag of ook bekend is wanneer hij terug komt. Het antwoord is nee. Of ik maar even wil wachten. Hoewel ik toch echt met Ryan deze tijd heb afgesproken, ga ik maar op de kale houten bank zitten.
Ik kijk om mij heen. Nogal verveloos allemaal. Bladderende muren, kale plekken op het houtwerk. Oude inrichting ook. Na een half uur komt iemand binnen die Ryan moet zijn. Hij kijkt me verbaasd aan en zegt: Hebben wij een afspraak? Ik denk: wij hebben elkaar nog nooit gezien, toch reageer je zo op me, merkwaardig. Wij gaan naar zijn kleine werkkamer. Onderweg neemt Ryan een beker koffie uit de automaat mee, maar vraagt mij niets. Hij zit achter zijn bureau, ik er tegenover. Tussen ons in staat zijn computer waar we tijdens het gesprek beurtelings om heen kijken om elkaar toch zo nu en dan te kunnen zien. Overigens best een aardig gesprek. Maar, wat een ontvangst.

Dan de gemeente Swartland in Malmesbury. Ook hier telefonisch een afspraak gemaakt met de plaatselijke planoloog. Ik rijd met hulp van mijn TomTom naar de straat, waar het gemeentekantoor moet zijn. Ik kijk om me heen en zie verschillende grote gebouwen. Geen idee welke het is, er zijn geen bordjes te zien.
Er wordt aan de straat gewerkt en ik vraag aan de werkers of zij weten welk gebouw het gemeentekantoor is. De eerste verstaat mijn Engels niet, de tweede heeft net zijn rookpauze en verwijst me naar de derde werker. Die weet me het juiste gebouw aan te wijzen. Ik loop er heen en ga naar binnen door een grootse ingangspartij. Ik kom in een even grootse hal, waar helemaal niemand is. Vanuit de hal zie ik drie gangen. Op goed geluk loop ik er één in. Kom daar iemand tegen en vraag naar Alwyn Burger, die hij gelukkig blijkt te kennen. Ik moet die gang verder uit, aan het eind naar rechts, een trappenhuis in, één trap naar boven en dan bij een balie verder vragen.
Bij die balie is er verwarring over de kamer van Alwyn. Ze weten sowieso geen kamernummer, maar of de kamer nu links of rechts van de gang is, daar verschillen de meningen over. Ik loop verder en kijk op de naambordjes naast de deuren. En, ja hoor, ik vind hem.
Ook hier een weliswaar aardig gesprek, maar opnieuw met een computer er tussen en zonder iets te drinken. En ook dit gebouw doet verouderd aan en staat er verveloos bij.

Dan een tweetal ervaringen met politiebureaus. Dat heeft te maken met mijn verblijfsvergunning. Ik heb nog steeds een tijdelijke vergunning. De permanente is in aanvraag, maar neemt toch meer tijd dan me eerst was verteld. Dat ligt niet aan mij, maar aan de trage overheid. Nu moet ik, zolang ik geen permanente verblijfsvergunning heb, om het jaar bij een politiebureau langs voor de aanvraag van een verklaring van goed gedrag.
De eerste keer is in Stellenbosch, waar je in het politiebureau bij binnenkomst een toevallig langs komende politieagent moet vragen waar je moet zijn. Als je geluk hebt, heb je de juiste man of vrouw die je verder kan helpen. Dat heb ik, maar wat is die man nors!
De tweede keer is het politiebureau in Tulbagh. Wel een halletje, met alleraardigste agenten achter een balie. Deze staan me te woord zoals je mag verwachten. Eén agent neemt me mee naar het cellenblok, heel ouderwets met een grote bos sleutels. Ik moet daar heen om van alle tien mijn vingers en mijn handpalmen inktafdrukken te zetten. Na het zetten van de afdrukken, zitten je handen behoorlijk onder de inkt. Nu blijkt de zeep in het cellenblok verdwenen (gestolen door een gevangene?). Ik krijg een rol wc-papier in mijn handen gedrukt. Het resultaat is, dat de rol papier zwart is, maar mijn handen ook nog steeds. Ik mag vervolgens in het kantoorgedeelte van het bureau in de wc mijn handen wassen. Helaas, de zeepdispenser ligt uit elkaar. Toevallig komt er net een agent langs, die me vertelt dat ik mijn handen in de zeep in de dispenser moet dopen en zo mijn handen kan wassen. Wat ik doe, en dat werkt. Goed ontvangen, maar helaas in een oud en slecht onderhouden gebouw.

Dat het ook goed kan, laat Kaapstad zien met het Cape Town Civic Centre, waar het bestuur en een deel van de ambtenaren van de metropolitan zitten. Het gebouw, een 98 meter hoge betonkolos uit 1978, maakt indruk door het enorme portret van Mandela er op. Je komt binnen in een grote marmeren hal. Niet in de eerste plaats mooi, maar verzorgd (schoon en onderhouden). Je wordt keurig door een baliemedewerker begeleid naar de afdeling van je afspraak, waar je het gesprek in een vergaderkamer hebt. Of naar de bestuurder met wie je een overleg hebt. De stadsbestuurders (the Mayoral Committee) zetelen, bijna letterlijk, majestueus op de bovenste verdieping met zicht op de Tafelberg, de stad en de haven. Koffie, thee en water staan in het hele gebouw altijd klaar.

Had ik nu zomaar makelaar kunnen worden?

In de huizenbijlage van de Sunday Times: Do you hate your job? Become part of our success. We have a full time vacancy in your area and are looking to employ and train the right person. If you are prepared to put in hard work for a high income reward and looking for a fantastic new lifestyle. This could be your opportunity to do something you love. No experience necessary. Full training provided. De oproep is van makelaar Era Real Estate, het gaat om het kantoor in de kuststrook Blaauwberg bij Kaapstad. Ze zoeken een nieuwe makelaar. Hoewel Era uit Amerika komt, waar naar mijn idee overdrijving deel van het leven is, zet de advertentie me toch aan het denken.

Ik kijk altijd de huizenbijlagen van kranten door op de huizenadvertenties. Dat geldt trouwens ook voor huizensites. Het gaat me dan niet om te zien hoe mensen er bij wonen, maar wat voor huizen er in bepaalde steden, gebieden of landen op de markt zijn. En tegen welke prijzen. Dit doe ik al jaren en het heeft voor ons qua woningen nooit windeieren gelegd. Eén van de redenen waarom we zo vaak zijn verhuisd in de afgelopen 35 jaar. Het aspect wonen spreekt me aan. Ik heb dan ook meer keren in mijn leven overwogen om makelaar te worden, maar het kwam er nooit van. Waarom? Misschien door het niet altijd goede imago van een makelaar. Maar meer, omdat ik mijn planologische werk altijd leuk heb gevonden.

En dan kom ik op de tekst van de oproep. Haat ik mijn werk? Nee dus. Ik werk al meer dan 40 jaar met plezier in de ruimtelijke ordening. En dan: deel van een succes worden? Ja, dat lijkt me wel wat. Als dat succes inderdaad bestaat. Vervolgens: ben ik bereid om hard te werken voor een hoog inkomen en zoek ik een fantastische leefstijl? Ja en nee. Hard werken vind ik geen probleem. Evenmin tegen een hoog inkomen, al zal dat vast op commissiebasis gaan. Maar een fantastische leefstijl? Ligt er aan welke. Tenslotte bevalt onze wijze van leven. En dan de kans om iets te doen waar ik van hou. Dat doe ik dus al. De laatste zinnen blijven me het langst bij me hangen: geen ervaring nodig en een volledige opleiding.

Ik zit nu in de laatste fase van mijn werkleven. Ik werk nu bijna vijf jaar voor mezelf. Financieel redden we het wel. Eigenlijk wil ik geen baan of vaste verbintenis meer. Maar toch nog de kans om een paar jaar makelaar te zijn? En daarvoor een opleiding mee te krijgen? Ik denk dat ik er mijn planologische interesses niet voor hoef in te leveren.

Ik wil niet meteen in het diepe springen door een sollicitatie op te sturen. Eerst maar eens een mailtje of ik wel de juiste man ben. Ik schrijf de kantoormanager dat ik geïnteresseerd ben in de vacature, dat ik wat te bieden heb, maar er ook zaken zijn waardoor ik wellicht minder geschikt ben voor deze betrekking. Ik woon nog maar twee jaar in Zuid-Afrika, ik ben niet zo jong meer en ik woon 110 km van Blaauwberg.

De kantoormanager antwoordt mij dat ik met mijn ervaringen een aantrekkelijke kandidaat ben. Een relatief korte woonduur in Zuid-Afrika en mijn leeftijd zijn geen probleem. Maar wonen in het werkgebied van zijn kantoor is een belangrijke eis. Hoewel ik geen bezwaar heb tegen een uur reistijd, schrijft de kantoormanager me dat klanten van je verwachten dat je ze ook op minder voor de hand liggende tijden (avond, zondag) een huis laat zien. Om daarvoor 220 km heen en weer te rijden is niet zo efficiënt. Dus ik heb maar afgezien van een sollicitatie, hoewel een makelaarstraining me erg leuk lijkt.

Had ik nu zomaar makelaar kunnen worden? Dream on, man!

Comfortabel en veilig openbaar vervoer kan ook in Zuid-Afrika

Op dit moment is het openbaar vervoer in Zuid-Afrika in zijn geheel genomen niet erg aantrekkelijk. De treinen zijn zwaar verouderd en slecht onderhouden. Uit sommige treinen zijn dingen gesloopt, die mensen in hun shack kunnen gebruiken. De treinen zijn in de spitsen overvol. En geloof me, veel overvoller dan de Nederlandse treinen. Mensen staan letterlijk tegen elkaar aan geplakt. Er is een groot gevoel van onveiligheid door zakkenrollerijen, grove handtastelijk-heden en gewelddadige vechtpartijen. Geregeld busvervoer tussen dorpen en steden bestaat niet. Daarvoor in de plaats heb je taxibusjes, die rijden als er voldoende vraag is. Er zijn veel ongelukken met deze busjes door de roekeloze rijstijl van de chauffeurs. Maar er zijn grote veranderingen gaande. En in positieve zin.

Sinds een paar jaar zijn er speciale treindiensten onder de naam Business Express. In de spitsuren worden treinen ingezet, die comfortabel en veilig zijn. Alles wat er normaal gesproken in hoort, is er ook. En er is meer, zoals goed zittende stoelen, gordijntjes tegen de zon, computeraansluitingen en veiligheids-personeel. En het onderhoud is zoals het hoort. Deze treinen rijden van enkele grote steden (zoals Kaapstad en Johannesburg) naar de forensenwoon-gebieden. Ook townships als Khayelitsha en Soweto hebben Business Expresses. Nadeel is wel dat er per spitsrichting maar één trein rijdt, wat de gebruikers nogal vastpint op hun werktijden.

Kaapstad heeft tegenwoordig een goed functionerende stadsbus: MyCity Bus. Het zijn moderne, comfortabele en goed onderhouden bussen. De bus heeft kenmerken van een metro: deels eigen banen, halten waar je door tourniquets en met een ov-chipkaart (jawel) binnenkomt en een vaste hoge frequentie. Het meest opvallende is dat iedereen –zwart, blank en gekleurd- gebruik maakt van de MyCity bus. Er zijn lijnen naar zowel townships als rijke voorsteden. Dat mengt zich vanzelf als de bus in het centrum van Kaapstad komt. Niemand ervaart dat als een probleem.

Klap op de vuurpijl is de Gautrain in Gauteng. Een metrosysteem in de provincie rond Johannesburg en Tshwane (Pretoria). In 2010 is de eerste lijn opengesteld als deel van de voorzieningen voor het WK voetbal (de rode lijn op het kaartje). Toen werd nogal lacherig over die metrolijn gedaan. De Gautrain doet weliswaar de luchthaven van Johannesburg (OR Tambo) aan, maar komt bij geen van de stadions. Bovendien zag men de Gautrain als een speeltje van de elite: kijk, dat kunnen wij ook in Zuid-Afrika. Dit werd in de ogen van de critici bevestigd doordat de metrolijn loopt tussen woonwijken voor middengroepen en rijken, het zakengebied Sandton en de luchthaven.

Zoals iemand in de Sunday Times zei: “Dertig miljard Rand (toen € 3 miljard) weggeven aan ondernemers in Sandton, die op een vrijdagmiddag een uur extra hebben (de winst van een metrorit tegenover een autorit vanaf huis) om meer mensen te kunnen ontslaan. En vervolgens de Gautrain naar de luchthaven nemen om het weekend op Mauritius door te brengen.”

Gelukkig is de realiteit wat anders geworden. Het zijn vooral mensen uit de middengroepen uit alle bevolkingsgroepen, die de Gautrain gebruiken om van huis naar werk te gaan. En het zijn er best veel. In 2015 waren er dagelijks 63.000 reizigers en het aantal groeit. Ter vergelijking: voor de Amsterdamse Noordzuidlijn worden rond de 100.000 reizigers per dag verwacht. Dat is weliswaar 1,5 maal zoveel, maar de frequentie van de Gautrain (iedere tien minuten in de spits, ieder half uur daar buiten) is veel lager dan de Amsterdamse. En Nederland kent een veel grotere ov-traditie dan Zuid-Afrika. De Gautrain wordt in ieder geval als comfortabel en veilig ervaren. Wel is er veel kritiek op het weinig op tijd rijden.

Er zijn grootse plannen voor uitbreiding van de Gautrain met 4 nieuwe lijnen, die ook naar de townships zullen gaan. De Soweto-Mamelodi lijn, die verschillende townships zal aandoen, wordt als eerste aangelegd. In het kader van de voorbereiding van de uitbreiding hebben vertegenwoordigers van het vervoer-bedrijf metrosteden in Europa bezocht. Waaronder Londen. Op Heathrow vraagt de douanebeambte aan de directeur van Gautrain wat de reden van zijn bezoek aan Engeland is. Hij vertelt dat hij in Zuid-Afrika aan een nieuwe metro werkt en dat hij graag wil leren van de Londense ervaringen. En om meer te weten over het voeren van een betrouwbare dienstregeling. Wat? Zegt de douaneman. Je wilt leren van de Tube? Dan moet hij vreselijk lachen.

Hoewel het goed gaat met de Gautrain en het een bewijs is dat comfortabel en veilig openbaar vervoer in Zuid-Afrika kan, zijn er ook zaken die minder goed gaan. Het slecht op tijd rijden heb ik al genoemd. Een ander punt is de omgeving van de stations. Bij een aantal is dat een lege vlakte met lastig begaanbare paden om bij het station te komen. Invulling was aan de markt overgelaten, maar de markt heeft niet gereageerd. Nu worden door de overheid plannen ontwikkeld voor woningen en commerciële functies. Uitgangspunt is dat de Gautrain gevoed moet worden met mensen, die dichtbij een station wonen en bij een ander station werken. Daardoor wordt het aantal passagiers aanmerkelijk hoger. Veel hoogbouw en in een hoge dichtheid bij de metrostations. Een goed plan, denk ik, ook al heb je hierbij ook de markt nodig. Maar die kan worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door aantrekkelijke grondprijzen.

Een dagje Khayelitsha

Als je als blanke Zuid-Afrikaan er niet hoeft te zijn, kan het best zijn dat je nooit van je leven in een township komt. Townships zijn de merendeels door zwarte mensen bevolkte woongebieden bij de steden en dorpen in Zuid-Afrika. En veel blanken zijn er ook nog nooit geweest, met name in de Kaap. Daar lopen de belangrijke wegen keurig langs de townships, zodat je er niet eens doorheen hoeft te rijden.

Ik vind, als je in Zuid-Afrika woont, het niet kunnen dat je de townships alleen vanaf de snelweg kent. Daarom heb ik een tijdje geleden Hannes, mijn collega-planoloog in Kaapstad, gevraagd om mij een keer naar een township mee te nemen, als hij er toch voor zijn werk moet zijn. Dan heb je tenminste iets concreets te doen en voel je het minder als een veredelde manier van televisie kijken.

We gaan naar Khayelitsha. Eén van de townships op de Kaapse Vlakte, het gebied ten oosten van Kaapstad. In het Xhosa betekent Khayelitsha “nieuw huis”. Er wonen ongeveer 400.000 mensen, waarvan maar zo’n 300 blanken.

Zoals bij zoveel townships, wordt het beeld van Khayelitsha in de eerste plaats bepaald door de shacks (krotten) aan de rand van het woongebied. Hier wonen de allerarmsten. Zij staan op de wachtlijst voor een nieuw huis, of kunnen zich domweg geen betaald huis veroorloven. De Zuid-Afrikaanse overheid heeft al veel huizen in de townships gebouwd, maar na 20 jaar is de wachtlijst nog lang.

Shacks vormen een economisch fenomeen in townships. Oorspronkelijk worden shacks van door de mensen zelf verzameld afval gebouwd: stukken hout en golfplaten. Maar er is inmiddels ook een handel rond shacks ontstaan. In Khayelitsha zie ik op straat van alles te koop. Een nieuw ogende golfplaten constructie, die nog moet worden afgebouwd met ramen en deuren. Of een oude vrachtcontainer en een oude winkelkiosk, die naar eigen idee kunnen worden verbouwd. Er staat zelfs een gebruikte shack te koop. Of ze ook voor je thuis bezorgen, weet ik niet.

Naast een hele grote groep armen kent Khayelitsha ook een groeiende middenklasse. Dit is een deel van de mensen die in door de overheid gebouwde huizen wonen. Deze mensen hebben werk, dus geregelde inkomsten. De overheid bouwt een basishuis met de belangrijkste voorzieningen (stromend water, elektriciteit, sanitair) op een stukje grond. De bewoners mogen de huizen daarop uitbreiden, als ze dat willen. Sommigen gebruiken de grond voor een tuin (sier of moes). Private ontwikkeling is in townships inmiddels in opkomst. De markt van koopwoningen is daar booming. Dit geeft aan dat de zwarte middenklasse groeit, in omvang en in inkomen.

Rijken zijn er ook in Khayelitsha. Zij zijn eigenlijk alleen in de weekeinden in de township. Door de week wonen ze in appartementen in Kaapstad zelf, voor hun werk. In het weekend komen ze naar hun hometown om met hun familie en vrienden te zijn. In hun villa’s, want die zijn er ook in townships.

Hannes verzorgt voor de ontwikkelaar van een nieuw winkelcentrum de bouw-vergunningen en moet daarvoor op het gemeentekantoor in Khayelitsha zijn. We worden verwezen naar een ruimte met een balie in het midden en stoelen langs de muren. Op de stoelen zitten mensen op hun beurt te wachten. Wij komen als enige blanken binnen. Direct staan er mensen op om ons te laten zitten. Maar dat willen wij natuurlijk niet. De sfeer is heel aangenaam. Tijdens het wachten heb je met verschillende mensen een praatje. De rij stoelen is van het opschuifprincipe. Als de stoel, van de eerstvolgende die aan de beurt is, leeg komt, staat iedereen op en schuift één stoel op. Heel amusant om te zien.

Het valt me op dat de balie volledig open is, dus zonder afschermende wand tussen ambtenaar en burger. Ik reageer verbaasd naar Hannes. Ik vertel hem dat in Nederland veel publieke balies zijn beschermd met glaswanden. Gebeurt er dan nooit wat, vraag ik hem. Nee zegt hij, op zijn beurt verbaasd.

Als we klaar zijn bij de balie, gaan we naar een andere ruimte om de leges te betalen. Dat is even wat anders. Daar is een raam in één van de wanden met kogelwerend glas en een klein luikje er in. Er staat een man in uniform en met een geweer naast. Ook hier weer rijen stoelen langs de muren, met dezelfde mensen die we daarvoor in de balieruimte zagen.

Een dagje Khayelitsha. Een dag in een township rondkijken. Ik vind dat ik mij als inwoner van Zuid-Afrika niet mag beperken tot wat ik in mijn eigen omgeving zie. En natuurlijk heeft het ook mijn beroepsmatige belangstelling. Ook in Nederland loop ik regelmatig door wat “de mindere buurten” worden genoemd. En dat is volgens mij wat anders dan in een toerbus gaan zitten en uit de ramen turen. Dat vind ik net televisie kijken.