Monty Python in Zuid-Afrika

Monty Python blijft leuk. Het is absurdisme ten top, maar altijd herkenbaar vanuit het gewone leven. De mooiste sketch vind ik nog altijd The Ministry of Silly Walks. Daar lopen alle ambtenaren, in pak en met bolhoed, er op een vreemde manier bij. Als er dan iemand binnen komt, die normaal lijkt te lopen, lacht iedereen hem uit.

Er staat me ook nog een sketch bij van een winkel, waar een klant iets bestelt. Het is geen probleem. Alle mensen van de winkel zijn even aardig tegen de klant en zijn, ondanks de drukte in de winkel, bereid om hem op alle mogelijke manieren behulpzaam te zijn. De klant kan over drie dagen het bestelde op komen halen. Na die drie dagen gaat de klant weer naar de winkel. Tot zijn verrassing ziet hij dat er allemaal andere mensen werken. Ze staan een beetje verveeld te kijken, want het is heel rustig in de winkel. En, ze zijn helemaal niet aardig en totaal niet geïnteresseerd in wat de klant wil. Heeft u iets besteld? Oh, nou daar weten wij niets van hoor. Eén van de winkelmensen kijkt snel in een mapje, maar zegt niets van een bestelling van deze klant te zien. Tja, wat nu? Dat weten we ook niet. De één na de ander haalt zijn schouders op. Kan ik het dan opnieuw bestellen? Maar u heeft toch al besteld? Ja, maar u zegt dat u dat niet kan vinden. Nou, laten we maar eerst rustig afwachten tot we zeker weten dat u niets besteld heeft. Maar, hoe lang duurt dat dan? Oh, dat kan best een maand duren. Een maand? Ja, want het is erg druk. De klant druipt zuchtend af.

Zoiets is mij in Zuid-Afrika overkomen. Ik heb een auto besteld, die een week later geleverd kan worden. Maar, om een kenteken voor de auto aan te kunnen vragen, moet ik eerst een traffic registration number aanvragen bij het Traffic Department. Deze regel geldt alleen voor mensen met een buitenlands paspoort, Zuid-Afrikanen kunnen meteen een kenteken aanvragen. Waarom dit verschil? Niemand die het me kan vertellen. Ik ga naar het Traffic Department in Stellenbosch en wordt vriendelijk te woord gestaan door een mevrouw achter de balie. Ik moet een formulier van vier pagina’s invullen en kopieën van mijn paspoort, verblijfsvergunning en rijbewijs bijvoegen.

Ik loop weer naar de balie om het formulier af te geven. De mevrouw vraagt of ik een “proof of address” heb. Dat komt meer voor in Zuid-Afrika, dat je moet aantonen waar je woont: een rekening, bankafschrift of iets dergelijks. Maar ja, vrijwel alles gaat tegenwoordig elektronisch. En, in die korte tijd dat we nog maar in Zuid-Afrika zijn, hebben we nog geen echte post gehad. Ik vertel dit aan de mevrouw achter de balie en ze vraagt of ik toevallig een huis huur. Ja, dat doen we. Dan mag u ook uw huurcontract achterlaten. Okay, maar je loopt natuurlijk niet de hele tijd met je huurcontract rond. En, achterlaten? Ach, gaat u het maar halen, dan maak ik er wel een kopie van. Dus naar huis op en neer. Aan de baliemevrouw vraag ik nog hoe lang de aanvraag gaat duren, want ik heb de auto besteld en bijna betaald. Twee tot drie werkdagen, maar als ik het urgent maak, zou u het vandaag al kunnen hebben. U wordt gebeld. Tevreden ga ik naar huis.

Drie dagen later heb ik nog geen telefoontje gehad en besluit om maar eens bij de Traffic Department langs te gaan. Ik kom daar binnen. En ja hoor, allemaal andere mensen. En inderdaad, helemaal niet aardig. De mevrouw, die nu achter de balie zit, zegt dat ik het maar aan een collega moet vragen en wijst naar een kamertje. Ik loop er heen en vraag aan de mevrouw daar of mijn nummer er al is, want die zou er toch na maximaal drie dagen zijn. Ze kijkt in een mapje en zegt: nee, ik zie niets. Ik zeg nog dat mijn aanvraag tot urgent was verklaard. Ja, zegt zij, dat zijn ze allemaal. Nee, het kan nog een maand duren, ze hebben het erg druk daar. Een maand? Ik probeer nog: ik heb de auto besteld, zolang zal de dealer hem echt niet aanhouden en ik rijd nu voor veel geld in een huurauto rond. Geen indruk, dus. Alleen maar schouderophalen. Met ingehouden woede vertrek ik maar weer.

Naar de dealer van de auto. Nu, dat hebben ze wel meer meegemaakt. Geen probleem, u krijgt een tijdelijk kenteken tot uw nummer is afgegeven. Dus kan ik op de afgesproken dag de auto komen ophalen, zonder kentekenplaten, maar met een papiertje achter de achterruit waarop met de hand een tijdelijk nummer is geschreven. Met als aardige bijkomstigheid dat dit niet te fotograferen is door de snelheidscamera’s. Maar, ik rijd natuurlijk nooit te hard.

Dat is Zuid-Afrika. Een regelgeving tot soms in het absurde: Eerst een nummer moeten aanvragen om daarna een ander nummer te kunnen aanvragen. Het waarom heeft niemand me kunnen vertellen. En een ambtelijke organisatie die je af en toe aan Monty Python doet denken. Maar, als je denkt dat het daardoor weleens lang kan gaan duren, is er altijd wel iemand met een noodoplossing waardoor je toch snel kan hebben wat je wilt.

Het begin is er!

1 juli 2014 is voor mij de datum van het begin van mijn Zuid-Afrikaanse loopbaan. En, het begin is er! Ik heb al een redelijk groot netwerk, dat bestaat uit contacten in Nederland en in de omgeving van Kaapstad. En, daar komen al concrete projecten uit. Ik heb in ieder geval één offerteverzoek, uitzicht op een opdracht en enkele verzoeken tot medewerking aan project startups.

De basis voor mijn Zuid-Afrikaanse netwerk is gelegd in april 2013. Toen werden onze ideeën om naar Zuid-Afrika te verhuizen steeds concreter. Tijdens een verblijf van ruim twee weken heb ik mijn eerste contacten gelegd, aangereikt door Christoff, een vriend van mijn zwager en een civiel-ingenieur. Cnristoff stelde mij Tinus, eigenaar van een planologisch bureau in Kaapstad, en Hannes, zelfstandig projectmanager in Kaapstad, voor. Met beide had ik goede gesprekken.

Terug in Nederland ben ik gaan werken aan mijn netwerk voor werk in Zuid-Afrika. Ik ben lid geworden van SANEC, een netwerkorganisatie voor bedrijven uit Nederland en zuidelijk Afrika. Daar heb ik behoorlijk baat bij gehad. Ik ben in contact gekomen met Nederlandse ondernemers die al zaken doen in Zuid-Afrika.

In februari 2014 gaan we vier weken naar Stellenbosch. Dan begint mijn Kaapse netwerk vorm te krijgen. Hannes neemt me een dag mee naar township Khayelitsha, wat indruk maakt. Ik ontmoet Dawid Botha, wethouder van Stellenbosch, en Carinus, oud-profwielrenner. Beide ijveren in Stellenbosch voor een verbetering van de fietsvoorzieningen. Dawid wil in de zomer, als deel van zijn vakantie, wat voorbeelden in Nederland gaan bekijken. Ik help hem aan een contact in Amsterdam.

In maart zijn we weer thuis. Ik maak dan vooral reclame voor mijn ondernemingsplannen in Zuid-Afrika. Dat doet wonderen. Ik krijg van verschillende kanten de opmerking: “ Als je daar heen gaat, wil ik wel met je praten wat je daar voor ons kan doen.” Ik krijg weer nieuwe contacten, o.m. met Gerbren. Met hem bespreek ik het idee om Nederlandse bedrijven, die vestiging in Zuid-Afrika overwegen, te begeleiden door de eisen en regelgeving die daar aan hen worden opgelegd. We spreken af dit idee concreet te gaan uitwerken.

Ik kom ook Bas tegen, bij een bijeenkomst van SANEC. Ook hij en zijn vrouw hebben concrete plannen om in Zuid-Afrika te gaan wonen. Het klikt, want later belt Bas met het voorstel om met de vrouwen er bij nader kennis te maken en de ervaringen met de verhuisplannen uit te wisselen. Hoewel Bas en ik in verschillende sectoren werken, denken we wel dat we met onze achtergronden elkaar kunnen aanvullen in Zuid-Afrika.

In april weer in Zuid-Afrika. Het netwerk daar breidt zich gestaag uit. Nieuwe contacten, nieuwe mogelijkheden. Maar ook de al gelegde contacten onderhoud ik. Met Hannes bespreek ik de mogelijkheden om te gaan samenwerken. Hoewel ik veel ervaring heb in de Nederlandse ruimtelijke ordening, heb ik dat niet in Zuid-Afrika. Hannes kan me bijpraten over wat er rond Kaapstad speelt en waar je op moet letten. Omgekeerd kan ik hem tippen over Nederlandse initiatieven in Zuid-Afrika.

Terug in Nederland, in mei en juni, gaan we de verhuizing naar Zuid-Afrika voorbereiden. Maar, nu bekend is wat ik ga doen, blijft ook hier het netwerk voor Zuid-Afrika groeien. Ik krijg o.m. contact met een architectenbureau, dat al een tijdje probeert om een vestiging in Zuid-Afrika op te zetten. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat een vertegenwoordiging daar een en ander makkelijker zou maken. Zij vragen zich af of ik die rol zou kunnen vervullen. Ik sta er in ieder geval voor open en stel voor, als ik eenmaal in de Kaap ben, om de mogelijkheden daarvoor verder te onderzoeken.

En nu ben ik er dus: in Zuid-Afrika, in Stellenbosch vlakbij Kaapstad. Zoals ik deze blog begon, het begin is er. Bovendien val ik met mijn neus in de boter door een groot evenement, georganiseerd door het Nederlands Consulaat in Kaapstad. Het is het Department of Design, waar verschillende presentaties worden gehouden in het kader van planologie, ontwerp en bouwen. In ieder geval een mooie gelegenheid om mijn netwerk weer verder uit te bouwen.