Was dat nu Bromsnor in Monty Python?

Soms kan bureaucratie heel vermakelijk zijn. Ik ben begonnen met de aanvraag van mijn permanente verblijfsvergunning in Zuid-Afrika. Om een persoonlijke explosie of erger, een implosie, te voorkomen, heb ik een bemiddelingsbureau in de hand genomen. Zij doen voor mij het duw- en trekwerk in de in dit gebeuren alom aanwezige bureaucratie. Kost uiteraard geld, maar doet me ook weer een stukje langer leven.

Meteen na het intake gesprek bij het bemiddelingsbureau word ik door hen naar het politiebureau gestuurd om een aanvraagformulier voor een bewijs van goed gedrag te halen. Nu denk je natuurlijk, dat de bemiddelaars dat wel voor mij kunnen doen, maar dat blijkt dus echt iets persoonlijks te zijn.

Ik loop naar het dichtst bijzijnde politiebureau. Ga via de hoofdingang naar binnen en kom tot mijn verbazing in een bijna leeg gangetje met alleen een paar stoelen tegen de muur. Geen balie, geen informatieborden. Er komt net een jongen (ik denk een student, we zijn in Stellenbosch) uit een andere gang aangelopen. Ik vraag hem waar je moet zijn voor een aanvraagformulier voor een bewijs van goed gedrag. Dan moet je hier op een van die stoelen wachten, dan komt er vanzelf iemand. Hij gaat zitten, ik ga zitten. Na mij komt er nog een Afrikaanse jongen binnen en daarna een vrouw (naar later blijkt) uit Zambia. Allemaal zitten we stilletjes te wachten.

Uit een van de andere gangen komt een oude politieofficier aangesjokt. Nu ja oud, ongeveer mijn leeftijd, maar dan zonder zichtbare levenslust. Een echte blanke afrikaander met borstelhaar en een hangsnor. Ik vermoed dat hij onder de voorkeursbehandeling voor zwarte mensen op een zijspoor is geraakt en nu tot zijn pensioen de tijd uitzit. Vrolijk is hij in ieder geval niet.

De politieofficier benadert ons in een volstrekt willekeurige volgorde. Als eerste vraagt hij aan de Afrikaanse jongen waarvoor hij komt. Het antwoord horen we niet, maar zal wel niet goed zijn, want de jongen wordt meteen weggestuurd. Dan de student, die mag doorlopen. Dan de Zambiaanse vrouw. Daar doet de politieman opvallend vriendelijk tegen. Zij mag ook doorlopen. Daarna is het mijn beurt.

Ik vertel de officier dat ik een bewijs van goed gedrag nodig heb in verband met immigratie. Hij vraagt waar ik woon. In Tulbagh. Oh, maar dit is Stellenbosch. Ja, dat weet ik. Wel, zegt hij nors, ik denk niet dat ze je kunnen helpen, maar loop maar door. Ik loop achter de student en de Zambiaanse aan.

We komen in een kamer om te betalen. Kan alleen contant. Het bedrag is 96 rand. We betalen alle drie met een briefje van 100 rand. Wisselgeld hebben ze niet, dus blijft er ergens 3 x 4 rand hangen. Ik vraag me af hoeveel mensen in een maand een bewijs van goed gedrag komen halen.

Na het betalen worden we naar een uitermate rommelige en smerige kamer gestuurd. En daar is Bromsnor weer. In die kamer worden van alle vingers inktafdrukken gemaakt. Bromsnor helpt je met het dopen van je vingers in de inkt en legt deze op een formulier. De inkt mag je dan weer met een zeer agressieve zeep van je vingers wassen.

Dan weer naar een andere kamer. Dat is de werkruimte van Bromsnor zelf. Een lekkere gezellige kamer met allemaal vermanende teksten aan de muur. Zoals (vrij vertaald): We hebben geen wisselgeld (dat wisten we dus al). Of op een koelkastje (weer vrij vertaald): Deze koelkast is eigendom van Officier Van der Merwe, dat geldt ook voor de inhoud. De Officieren Retief en Pretorius hebben van mij persoonlijk toestemming van deze koelkast gebruik te maken. Ik verzoek hen met klem deze koelkast te gebruiken alsof het hun eigendom is. Een fijne man, deze politieofficier.

Eén voor één worden we in deze kamer bevraagd door Bromsnor. Hij bekijkt je paspoort en vraagt of jij dat bent op die foto. Hij vraagt of je weleens iets verkeerds gedaan hebt, of weleens veroordeeld bent. Ik vraag me af of ooit iemand met nee op de foto en met ja op de andere vragen antwoordt.

Nadat ik aan de beurt ben geweest, mag ik gaan. Bromsnor dacht dat “ze” me niet zouden kunnen helpen. Maar “ze”, dat is hij zelf. En hij heeft me met al zijn nukken gewoon geholpen. Ik krijg het formulier mee, met de afdrukken van mijn vingers. Nu weet ik ook waarom ik persoonlijk het formulier moet ophalen. Ik breng het formulier naar het bemiddelingsbureau. Daar reageren ze verrast dat ik zo snel weer terug ben. Volgens mij ben ik anderhalf uur weggeweest. Het kan kennelijk dus erger. Was dat nu Bromsnor in Monty Python?

Sunny side up in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika schijnt vrijwel dagelijks de zon. Natuurlijk regent het wel eens, maar dat is hooguit een paar uur op een dag. En een enkele keer kan het een hele dag bewolkt zijn. Zon in overvloed dus. Dat is fijn als je uit Nederland komt. Daar geniet je iedere dag weer van. Maar met die zon kan je ook iets doen. Daar kan je werk van maken.

Het staatselektriciteitsbedrijf van Zuid-Afrika, Eskom, heeft grote capaciteits-problemen. Na afloop van de apartheid is alle inwoners stroom aan huis beloofd. Terecht natuurlijk. Tijdens de apartheid waren de zwarte woongebieden van elektriciteit uitgesloten. Er wordt nu elektriciteit in die gebieden aangelegd. Een enorme klus, die na 20 jaar nog lang niet af is. Levering van stroom aan iedereen heeft prioriteit, waardoor er minder aandacht is voor de verouderde elektriciteitscentrales en deze met een ernstige onderhoudsachterstand kampen. Veel centrales draaien op steenkool en er is één kerncentrale van het type Tsjernobyl. Er komt een nieuwe grote en moderne elektriciteitscentrale, maar zoals bij bijna alle grote projecten in de wereld, vertraagt de bouw en lopen de bouwkosten op. De nieuwe centrale had al in werking moeten zijn, maar het kan nog een paar jaar duren voordat alles in bedrijf is.

Het meest opvallende effect van de capaciteitsproblemen zijn de gereguleerde stroomonderbrekingen, de zogenoemde load sheddings. Bijna dagelijks gaat in een aantal gemeenten voor ongeveer 2 uur de knop om. De volgende 2 uur zijn weer andere gemeenten aan de beurt. Hoewel je het load shedding schema voor je woonplaats op internet kan inzien, is het een lastig fenomeen. Op die momenten blijkt hoe afhankelijk je van elektriciteit bent geworden.

Toch gaan de Zuid-Afrikanen praktisch om met de load sheddings. Iedereen vindt het vervelend, maar is voorbereid. Computer op tijd uit en alle apparaten van de stand-by af om beschadiging bij de opstart te voorkomen. En even andere dingen gaan doen. Veel bedrijven en winkels hebben generatoren (op diesel…), dus kunnen doorgaan. Na afloop van de load shedding gaat het leven gewoon weer door, alsof er niets is gebeurd. Hoe anders was dat in Nederland, waar laatst het uitvallen van een energiecentrale het hele land in de war bracht. De storing was maar anderhalf uur in de morgen, maar ’s avonds had men er nog steeds last van!

In een land met zoveel zon ligt de oplossing voor de hand: solar energy. Dat kan op verschillende manieren. Eén wordt gevormd door solar power stations in de grote open gebieden van Zuid-Afrika. Daarvan is een aantal al gerealiseerd en in werking. Een andere vorm is opwekking van zonenergie aan huis, solar energy at home. Dat is nu populair aan het worden. Veel nog alleen voor warm water, de solar geysers, maar er zijn al verschillende voorbeelden van mensen die alle elektriciteit, die ze in huis nodig hebben, zelf met zonnepanelen opwekken. Zowel de solar power stations als de solar energy at home vragen om investeringen om het aan te leggen, maar leveren grote besparingen op ten opzichte van gebruik van fossiele brandstoffen. In beide vormen van energieopwekking met de zon heb ik werk te doen.

In tegenstelling tot de traditionele elektriciteitscentrales in Zuid-Afrika, die allemaal in eigendom van de staat zijn, zijn de solar power stations private initiatieven. Ze worden dan ook voor 100% met privaat geld gefinancierd. Voor het vinden van investeerders lever ik ondersteuning door het leggen van contacten in mijn netwerk in Zuid-Afrika en in Nederland.

Met installateurs van solar energy systems en andere betrokken bedrijven en instellingen ben ik in gesprek om een plan aan het maken om de aanleg van solar energy at home aantrekkelijk te maken. Wat speelt er zoal? Voor een huiseigenaar gaat het om een grote investering. Het betaalt zich vanzelf terug, omdat je niet meer maandelijks het tarief voor elektriciteit hoeft te voldoen, maar je moet het natuurlijk wel eerst voorschieten. Het is belangrijk om te weten welke type solar energy system voor jouw huis het beste is. Wie kan je daarin adviseren? Om een solar energy system te realiseren moet je veel papierwerk doen. De bureaucratie in Zuid-Afrika is groot en ondoorgrondelijk met een enorme formulierencultuur. Hoe ga je nu met deze vraagstukken om en hoe maak je het realisatieproces zo gemakkelijk mogelijk voor de consumenten? Ik onderzoek dat en probeer dat met anderen tot een werkend resultaat te brengen.

Het moment om van de zon werk te maken is nu. Sunny side up in Zuid-Afrika!

Interessante projecten tussen het ontdozen

We hebben ons definitieve huis in Zuid-Afrika betrokken. Dat betekent dat ook alle spullen er nu zijn. Wat we al naar onze tijdelijke huurwoning hadden laten brengen en alles wat in bobbeltjesplastic en dozen met de grote zeecontainer ons is nagestuurd. Gelukkig hoeft er niet meteen zoveel aan het huis te gebeuren. Het is goed onderhouden en alles staat nog netjes in de verf. In de woorden van de makelaar: we kunnen er zo in. En dat doen we voorlopig, ook al zijn er dingen die we graag anders willen.

Er zo in wil echter niet zeggen, dat alles maar op zijn plek gezet hoeft te worden en dat we na een dag als vanouds kunnen wonen. Nee, alles in bobbeltjesplastic moet daarvan worden ontdaan. En, de honderden dozen moeten worden leeggemaakt. Allemachtig, wat kan een mens toch veel verzamelen in zijn leven. We komen er opnieuw achter dat je voor een verhuizing het beste de leeftijd van 20 kan hebben, dan heb je nog niet zo veel. Het grote ontdozen kan dus beginnen!

En dat ontdozen kost tijd. Niet alleen omdat er zoveel dozen zijn, maar ook omdat het in het begin aan kastruimte ontbreekt. De slaapkamerkasten bijvoorbeeld zijn door de inpakkende verhuizers in Nederland uit elkaar gehaald en in pakketjes van (jawel) bobbeltjesplastic in de zeecontainer geladen. De onderdelen (schanieren, handvaten, schroeven en deuvels) zijn in aparte dozen gedaan. Het probleem is alleen dat alle kasten uit de verschillende slaapkamers op dezelfde manier zijn ingepakt en alles als bestemming “main bedroom” heeft gekregen. Na aankomst hadden we dus een puzzel op te lossen. Met een professionele timmerman uit ons nieuwe dorp krijgen we uiteindelijk alles weer in elkaar zoals het ooit was.

Naast het ontdozen willen we ook weer graag onze gewone werk oppakken. Het voordeel van het ontdozen is dat je huis steeds comfortabeler wordt en er leuker uit gaat zien. Maar werken geeft een welkome afwisseling: niet alleen thuis zijn, maar er ook op uit moeten; niet alleen stof opsnuiven, maar ook frisse lucht opdoen. En dan blijken er zomaar nieuwe interessante projecten tussen het ontdozen te ontstaan!

Zo heeft projectontwikkelaar Oscar serieuze plannen voor het bouwen van woningen voor ouderen met een laag inkomen. Deze mensen willen graag een huis in een veilige omgeving in de buurt van medische voorzieningen. Ze kijken daarvoor vooral in één van de dorpen rond Kaapstad. Om de investering voor de aankoop van de grond en de bouw van de huizen mogelijk te maken, zoekt Oscar financiers. Ik heb hem daarvoor in contact gebracht met een Nederlands onderneming. Dit bedrijf zoekt enerzijds naar startups en nieuwe initiatieven en anderzijds kijkt het naar de mogelijkheden voor financiering. En zij denken mee in de organisatie en structurering van het project.

Een ander project, waar Oscar aan werkt, is een database voor vastgoed. Het blijkt dat veel vastgoedeigenaren weinig weten van hun bezit. Je hebt het dan over de kleine eigenaren: zij hebben een gebouw of een kavel in bezit, hebben dat ooit gekocht als een investering en doen er even niets mee. Het gebouw kan in gebruik zijn, de kavel ligt er meestal ongebruikt bij. Veel eigenaren weten niet eens waar ze hun eigendomsbewijs hebben, laat staan dat ze weten wat er in staat. Alle verdere details van hun bezit, zoals maatvoering, beschikbare leidingen, kwaliteit van de grond, wat mag volgens het bestemmingsplan, marktwaarde van het object, is hun volslagen onbekend. Oscar biedt deze mensen aan om alles van hun vastgoed in kaart te brengen. Als dat is gebeurd vinden die vastgoedbezitters dat best handig: ze weten ineens wat ze hebben. Dan blijken ze bovendien open te staan voor wat ze verder met hun bezit kunnen. Als vanzelf vragen ze projectontwikkelaar Oscar hun hierbij te helpen. En hij schakelt zijn netwerk van specialisten in. Daar ben ik ook deel van.

Ik ben inmiddels met meer interessante projecten tussen het ontdozen bezig. Daarover meer in mijn volgende blog van eind maart

Dáár stelen ze alleen maar de onderdelen van je auto, hoor!

Ik heb op een morgen een vergadering in een kantoorgebouw in Bellville, één van de noordelijke suburbs van Kaapstad. Ik ben nog niet eerder in dat kantoor geweest.

Op de aanwijzingen van mijn TomTom rij ik de straat in, waar ik moet zijn, en zie schuin aan de overkant een groot parkeerterrein. Ik rijd er heen en moet wat rondjes draaien om een parkeerplaats te vinden. Meteen een aantal mannen om de auto heen, die mij beloven goed op mijn auto te zullen passen. Ik loop naar het kantoorgebouw.

Bij de balie vertel ik de portier waar ik mijn auto heb geparkeerd en vraag of dat okay is. Hij kijkt nogal geschrokken. Wat voor auto heeft u? Oh, die zijn heel populair, worden veel gestolen. Maar maakt u zich maar niet ongerust. Dáár stelen ze alleen maar de onderdelen van je auto, hoor!

Wat moet ik? Auto daar weghalen en ergens anders parkeren? Maar de vergadering begint al snel. Ik wil ook weer niet voor watje worden versleten. Dus, denk ik, het zal wel overdreven zijn. Ik laat die auto daar gewoon staan.

Aan het begin van de vergadering vraag ik toch maar aan wat mensen waar zij hun auto hebben geparkeerd. Allemaal op een andere plek, maar niemand op dat ene parkeerterrein. Ik ga er maar verder niet op door.

Maar kennelijk hebben mijn medevergaderaars wel door wat er achter mijn vraag zit. Meteen komen de meest gruwelijke verhalen over autodiefstal, tot aan carjackings toe. Ik heb het niet meer. Ik blijf de hele vergadering aan mijn arme auto denken. Ik zie alleen nog maar een onttakeld vehikel voor me: ruiten volledig weggeslagen, hele interieur er uit, motorkap eraf. En een paar man, die nog lekker met mijn auto bezig zijn.

Wat me het meest van deze vergadering is bij gebleven is een grote kaart van Bellville aan de wand, recht tegenover waar ik zit. Tot mijn schrik zie ik dat het parkeerterrein, waar mijn auto staat, pal naast het centrum van Bellville ligt. Daar ben ik nog niet zo lang geleden gerold en mijn doosje met visitekaartjes kwijt geraakt. Heb ik nog veel lachend over verteld, omdat de zakkenrollers het waarschijnlijk op mijn iPhone hadden gemunt. Tja, dat heb je als je overal maar op je TomTom heen rijdt! Je hebt dan ook helemaal geen oog meer voor de omgeving van waar je moet zijn. De zenuwen gieren nu door mijn keel.

De afronding van de vergadering neemt veel tijd. Er moet eerst nog een rondje worden gemaakt over wat iedereen van de gevoerde discussies vindt, het lijkt Nederland wel! Dan de datum voor de volgende vergadering: het lijkt wel uren te duren voor iedereen er zeker van is dat hij ook echt kan.

Als we eindelijk klaar zijn, roep ik dat ik snel naar een volgende afspraak moet en geen tijd meer heb om iedereen nog een handje te geven. Ik ren het kantoorgebouw uit, steek de straat over tussen het drukke verkeer door en kijk of ik mijn auto al zie staan. Ja, eindelijk, daar is hij! Ongeschonden en wel.

Ik ontdek dat de Kaapse humor erg lijkt op de Amsterdamse. Snel aanvoelen wat bij jou gevoelig ligt en je daarmee flink in de maling nemen. Met de vraag of je auto wel veilig staat, breng je de ander natuurlijk wel erg gemakkelijk voor een open doel. Als Amsterdammer herken ik het allemaal. Achteraf.

Ik kom nog regelmatig in dat kantoorgebouw in Bellville. Ik parkeer nu in de straat om de hoek, waar een parkeerwacht mijn auto bewaakt alsof het de zijne is. Ook in Amsterdam zit er altijd wel iets van waarheid in de grappen….

Verpakt in bobbeltjesplastic naar Zuid-Afrika

Het is nu zomervakantie in Zuid-Afrika. En dan ligt vrijwel alles plat, zoals in Frankrijk en Italië in augustus. Met dat verschil dat je in augustus in Parijs een kanon kunt afschieten zonder iemand te hoeven raken, maar dat Kaapstad in december is overbevolkt met toeristen.

In Kaapstad wordt trouwens iedere middag om 12 uur op Signal Hill een kanon afgeschoten. Dat is sinds 1836 om schepen op zee te helpen met het bepalen van het tijdsuur. Zover ik weet is er nog nooit iemand geraakt door het kanon. Dat komt overigens niet door een gebrek aan schietvaardigheid van de Zuid-Afrikanen, want de kranten hier berichten regelmatig van geslaagde schiet-partijen, maar dat ding staat nu eenmaal bovenop een berg.

Door de zomervakantie is er nu zakelijk weinig of niets te doen in Zuid-Afrika. Daarom doe ik in deze blog voor een keer een uitstapje naar Nederland. Het gaat nu niet zo zeer over mijn zakendoen, maar over de afronding van ons leven daar.

We hebben ons huis in Den Haag verkocht en op 1 december is de overdracht aan de nieuwe eigenaar. Hiervoor en om onze verhuizing naar Zuid-Afrika formeel te regelen zijn we voor vier weken naar Nederland gegaan. Die blijken we dus echt nodig te hebben.

Ik mopper in mijn blogs wel eens over de Zuid-Afrikaanse bureaucratie, maar ik weet nu dat Nederland er ook wat van kan. Het verschil in omgang hiermee is dat, hoewel ik redelijk goed Engels spreek, ik me toch in mijn eigen taal het beste kan uitdrukken. En uiteraard ken ik de Nederlandse samenleving veel beter dan de Zuid-Afrikaanse, waardoor je gemakkelijker met wat getrek en geduw dingen voor elkaar kunt krijgen.

Ik zit die vier weken vrijwel dagelijks uren aan de telefoon met allerlei bedrijven en instellingen. Aan het eind is bijna alles naar tevredenheid verlopen. Alleen de financiële instellingen, zeg maar zij die bovenop op je geld zitten, blijken niet erg van harte mee te werken.

Wij zijn nu emigranten en hebben dan ook een internationale verhuizing van onze inboedel. En die verhuizing is, wat men noemt, overzee. Dat betekent dat de verhuizing op een speciale wijze wordt geregeld. Eerst bivakkeert een paar dagen een groep verhuizers in je huis en pakt letterlijk alles in bobbeltjesplastic. Alles. De stoelen, de bank, de fietsen, de wasmachine, de computer, de televisie. Alles. En op de laatste dag wordt een grote zeecontainer de straat in gereden. Die container is zo’n 15 meter lang en kan voor het laden alleen aan de achterkant open. Die zetten ze dus maar bij de buren voor de deur.

Nu treft het dat onze verhuizing net in sinterklaastijd valt. Meer symbolisch kan het haast niet: de verhuizers vullen als witte pieten de container met pakjes van bobbeltjesplastic, de afvaart van Rotterdam is op 5 december… Alleen een sinterklaas ontbreekt.

Aan het eind van de dag wordt de container naar Rotterdam gereden, waar de heleboel wordt ingeklaard. De container wordt op een boot geplaatst, een paar dagen later is de afvaart. Eind december komt de boot, naar men zegt, veilig en wel in Kaapstad aan.

Het vervolg vanaf Kaapstad verschilt per verhuizing. Heb je al een huis, dan wordt de container daar heen gereden en voor de deur gelost. In ons geval echter, wordt er eerst nog overgepakt en tijdelijk opgeslagen bij de verhuizer. Wij krijgen ons definitieve huis pas in de loop van januari en hebben in ons tijdelijke huis te weinig ruimte om alles op te slaan. Bovendien blijf je dan aan het verhuizen.

Al met al is voor ons het einde van het vertrek uit Nederland in zicht. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. In de winter van 2013, struinend door de sneeuw, beginnen we concreet te praten over de mogelijkheid van Zuid-Afrika. Daarna krijgen de plannen steeds meer vorm, maken we meer en korter achter elkaar reisjes naar Zuid-Afrika. In de zomer van 2013 zetten we ons Haagse huis te koop. Daarna de papierwinkel van het terug krijgen van het Zuid-Afrikaans paspoort en het aanvragen van een verblijfsvergunning. De organisatie van het vertrek: verhuizing, verkoop via Marktplaats, katten mee in het vliegtuig, abonnementen en verzekeringen opzeggen. Het Bevolkingsregister en de Belastingdienst informeren. Het huren van tijdelijke huizen (we hebben het afgelopen jaar vijf huizen versleten). En dan, verpakt in bobbeltjesplastic naar Zuid-Afrika.

Efficiënte bureaucratie in Zuid-Afrika

Nee, dit is geen contradictio in terminis! Iedere organisatie heeft een vorm van bureaucratie. Je moet nu eenmaal onderling afspraken maken over hoe je bijvoorbeeld de administratie doet. Dat heet simpelweg bureaucratie. Het probleem is alleen, dat in sommige organisaties op zich eenvoudige afspraken zo ingewikkeld zijn geregeld dat, wanneer je ze nodig hebt, je irritatiegrens bijzonder laag blijkt te liggen. In de paar maanden, dat ik nu in Zuid-Afrika ben, heb ik al wat staaltjes meegemaakt, waarvan ik ook verteld heb. Nu heb ik eens een andere kant van de Zuid-Afrikaanse bureaucratie gezien.

Voor deelname aan een tender moet ik een zogenoemd Tax Clearance Certificate overleggen. De deadline van de tender is twee weken nadat me dit is verteld. Om aan het certificaat te komen, moet ik naar een kantoor van de SARS, de Zuid-Afrikaanse belastingdienst. Maar, krijg ik meteen te horen, je moet daarvoor eerst een Tax Reference Number aanvragen. Ik voel onmiddellijk mijn hart in elkaar krimpen: daar gaan we weer! De bureaucratie van Zuid-Afrika in. En, alweer, eerst een nummer aanvragen om te kunnen aanvragen wat je eigenlijk nodig hebt. Met het gedoe rond het aanvragen van een kenteken voor mijn auto nog vers in gedachten, ben ik er van overtuigd dat het nooit in twee weken kan lukken.

In de hoop dat hij me kan helpen, stuur ik een mail naar een accountant, die wij kennen. Ik leg hem uit waar het om gaat en dat ik er maar weinig tijd voor heb. Hij reageert meteen en vraagt om al die dingen, waar ze in de Zuid-Afrikaanse bureaucratie zo dol op zijn: kopieën van paspoort, verblijfsvergunning, huwelijksovereenkomst, huurcontract, bankgegevens, telefoonnummers (vast en mobiel) en e-mail adres. Dezelfde middag krijg ik via de SMS en de mail mijn Tax Reference Number.

Een dag later krijg ik een mail van de accountant met een doorgestuurde mail van SARS dat het Tax Clearance Certificate aan mij is toegekend. Het moet nog door iemand bij een SARS kantoor worden opgehaald. In mijn enthousiasme schrijf ik terug dat ik dat natuurlijk zelf zal doen.

Ik kijk op de website van SARS, waar het voor mij dichtst bijzijnde kantoor is. Ik kan kiezen uit Kaapstad, Bellville of Paarl. Kaapstad en Bellville is de grote stad en zullen wel erg druk zijn. Ik hoorde al van iemand dat hij in Kaapstad drie uur in de rij heeft moeten staan. Dus kies ik voor Paarl, een boerendorp.

De SARS website heeft bovendien een handige voorziening. Tijdens de openingsuren wordt vermeld hoeveel wachtenden er zijn en hoe groot de gemiddelde wachttijd per persoon is. Ik probeer een dag uit en zie gedurende dag een aantal van 20 tot 30 en een wachttijd van maximaal een uur. Dus ik probeer op een maandagmorgen het er op te wagen.

Ik rijd naar Paarl, naar de straat waar SARS is gevestigd en kom bij het kantoor net voor acht uur, de openingstijd. Daar staat toch een lange rij! Ik schat meer dan 50 mensen. Tja, op maandagmorgen, dat had je wel kunnen raden. Wat doe ik nu? Ik ga het toch maar proberen. Ik parkeer de auto en loop naar de rij. Ik zie dat de mensen een nummertje in hun hand hebben. Dat wil ik ook, de portier geeft ze af. Ik naar de portier, maar die zegt dat het kantoor net open gaat en dat ik me maar moet aansluiten bij de rij. Na een paar minuten ben ik binnen en meld me bij een mevrouw aan de balie. Die geeft me alsnog een nummer. Ik vraag hoe lang het kan duren. Oh, niet lang, neemt u maar plaats in de wachtruimte. Ik ga zitten tussen al die andere meer dan 50 mensen.

Op een monitor en via de luidsprekers wordt aangegeven welk nummer aan de beurt is en naar welke balie de bezitter van het nummer mag. Er zijn twaalf balies. De oproepen van de nummers gaan door elkaar heen. Bijvoorbeeld, 10 komt na 71 en dan volgt 44. Het blijkt dat de balies verschillende taken hebben. Opeens is mijn nummer aan de beurt en een paar minuten later heb ik mijn Tax Clearance Certificate. Al met al heb ik nog geen uur bij en in het kantoor van SARS doorgebracht.

Moraal van het verhaal: in Zuid-Afrika ben je binnen een dag als belastingbetaler geregistreerd, maar als je een kenteken voor je net aangeschafte auto nodig hebt, kan het minstens een maand duren.

Nu komen de verkeersboetes ook van het Traffic Departement, de dienst waar de auto’s worden geregistreerd. Ben benieuwd hoe lang het duurt voor ik mijn eerste verkeersboete in Zuid-Afrika heb.

Van hardlopen komt netwerken

We huren nu een huis op een wijnboerderij nabij Stellenbosch. Een klein huisje waar we de spullen, die we al uit Nederland hebben laten opsturen, nog wel kwijt kunnen. In afwachting van een groter huis, dat we willen kopen.

Ik mag tussen de wijngaarden mijn hardloopronden doen, twee tot drie keer in de week. Op een morgen loop ik een rondje en er komt een grote pick-up auto aan, in Zuid-Afrika noemen ze dat een Bakkie. De auto stopt en aan de bestuurderskant gaat het raampje naar beneden. Het is de CEO, in gewoon Nederlands de directeur, van de boerderij. Wat ik aan het doen ben. Tja, hardlopen.

Nu is het in werkelijkheid allemaal wat minder maffia film-achtig dan het zo lijkt. Ik had de man al eerder ontmoet en toen al een aardige small talk gehad. Dus ook nu hebben we het over de koetjes en de kalfjes op de boerderij (er lopen inderdaad koeien rond). Maar, ik had al eens ergens gehoord dat de man ook projectontwikkelaar is, dus ik vraag hem dat. Ja, dat is hij. Nou, zeg ik, ik ben planoloog. Kunnen we dan een keer afspreken? Dat vindt hij wel een leuk idee en geeft zijn kaartje. Ik mij weer verontschuldigen, want ja bij hardlopen heb je natuurlijk geen kaartjes bij je. Maar ik zal hem bellen voor een afspraak.

Thuis gekomen stuur ik de directeur van de boerderij eerst een e-mail met mijn contactgegevens en website adres. Hij stuurt me een mail terug dat het hem interessant lijkt om verder te praten en dat ik een afspraak kan maken. Dus een paar dagen later bel ik. Een week later hebben we een leuk gesprek.

Boschendal Wine Estate, waar wij wonen, wordt helemaal vernieuwd. Het is één van de oudste wijnboerderijen van Zuid-Afrika. Volgens de geschiedschrijving is de boerderij door de eerste Hugenoten, die naar Zuid-Afrika kwamen, ergens in de 17e eeuw begonnen. Het was ook ooit in bezit van Cecil Rhodes, die in Zuid-Afrika veel op zijn kerfstok had en ook Rhodesië (het huidige Zimbabwe) heeft gesticht. Een paar jaar geleden ging het bedrijfsmatig slecht met Boschendal. De wijnboerderij is verschillende keren van eigenaar gewisseld, waaronder buitenlandse hedge funds, wat de bedrijfsvoering niet ten goede is gekomen. Nu is het bedrijf weer in Zuid-Afrikaanse handen. Van een zeer bemiddelde familie, waarvan niemand de naam mag weten en handelt onder naam van een beheerstichting. Deze familie of stichting investeert nu in de vernieuwing van Boschendal.

Wijnbouw blijft de belangrijkste bedrijfsactiviteit van Boschendal. Daarnaast worden Angus koeien voor de vleesproductie gefokt, het vlees kan door particulieren op de boerderij worden gekocht. Boschendal wil zich open stellen voor het publiek. Je kan er, vanzelfsprekend, wijn proeven, er zijn verschillende typen restaurants, je kan er wandelen, fietsen en andere sporten doen. Oude personeelswoningen worden omgebouwd voor verhuur aan vakantiegangers en aan mensen die voor een langere tijd iets nodig hebben (mensen zoals wij).

Naast dit alles zijn er op Boschendal plannen voor een nieuw dorpje, waar een combinatie van bedrijven en woningen moet komen. Er is al een ontwerp gemaakt. Alleen weten ze nog niet voor wie ze kunnen gaan bouwen. Er moet nog een marktonderzoek worden gehouden: welke bedrijven zouden in dat dorpje kunnen komen en wat voor mensen zouden daar willen gaan wonen. De directeur vraagt me tijdens ons gesprek of ik dat wellicht zou kunnen doen. Ja, dat kan ik wel. Ik heb tenslotte ervaring met onderzoeken op het gebied van wonen en werken. De directeur van Boschendal vraagt me om een offerte.

Tegenwoordig heb ik bij het hardlopen een pakje visitekaartjes bij me. Maar ja, geen landarbeider of Angus koe die er in is geïnteresseerd. Maar toch: van hardlopen komt netwerken.

En dan, zie ik zo dat vliegtuig neerkomen

Ik was laatst bij iemand in Kaapstad, die zijn huis aan het verbouwen is. Het huis staat tegen de westkant van de Tygerberg. De eigenaar laat een garage, met een kamer en een groot balkon er op, aanbouwen. Het uitzicht vanaf het balkon is geweldig! Je kijkt naar de Tafelberg, kijkt uit over de Noordelijke Suburbs van Kaapstad en over de Townships in de Kaapse Vlakte. Toen ik daar zo stond te kijken, was er net een vliegtuig aan het landen naar de luchthaven van Kaapstad. Je kon hem helemaal volgen, zo’n vijf minuten lang. Nu ben ik best veel geland in Kaapstad en ken het dalen van achter het vliegtuigraampje: de suburbs, de townships, de Tafelberg en dan de landingsbaan. Nu zag ik het dus real live van buiten.

Voor mijn ogen nadert het vliegtuig langzaam de luchthaven, steeds verder zakkend. En dan, zie ik zo dat vliegtuig neerkomen op de landingsbaan en als een stipje weg taxiën naar het stationsgebouw van Cape Town Airport.

De luchthaven van Kaapstad is de laatste 20 jaar flink gegroeid. Waren er ooit alleen vluchten naar andere Zuid-Afrikaanse steden, nu kan je rechtstreeks naar verschillende steden in de wereld.

In de praktijk staat de luchthaven niet op zich zelf. Het is deel van een stedelijk systeem. Zonder stad was er geen luchthaven geweest. Maar, zonder luchthaven zou Kaapstad ook niet de stad zijn, die het nu is. Kaapstad is één van de populairste toeristische bestemmingen van Afrika. Het is een congresstad en een zakenstad. Er is een snelle groei van financiële en ICT bedrijven. Er is een grote zeehaven. Al deze functies en de luchthaven hebben belang bij elkaar.

Hoe kan je het systeem van luchthaven en stad zo verbeteren, dat Kaapstad als stad en als luchthavenbestemming nog aantrekkelijker wordt? Je probeert dan de verschillende onderdelen van het systeem met elkaar te verbinden: de luchthaven aan de oostkant, de binnenstad en de zeehaven aan de westkant en de zakencentra aan de noordkant van Kaapstad.

De Tafelberg ligt in het midden van alle kanten, wat het trouwens lastig maakt voor het leggen van goede verbindingen: je moet altijd om die berg heen. Een voorbeeld vormen de grote autowegen naar de binnenstad van Kaapstad. Die komen allemaal op één punt bij elkaar en lopen als één weg de stad in. Het is als een trechter, waarin alle auto’s samen komen en door een klein buisje verder moeten. Het gevolg kan je haast raden: één bijna stilstaande file, gevoed door meerdere files.

Het gaat er om, hoe verbind je de onderdelen van het stedelijk systeem van Kaapstad zo slim mogelijk met elkaar: via de autowegen, via de bus- en treinverbindingen, via dataverbindingen door kabels en door de lucht. Hoe stem je het vervoer van mensen en het transport van goederen zo goed mogelijk op elkaar af? Schiphol vormt daarin een goed voorbeeld. Er is een nauwgezette afstemming tussen de luchthaven Schiphol, de zeehavens van Amsterdam en Rotterdam en de zakencentra in de Randstad. De kantoren aan de Zuidas in Amsterdam, bijvoorbeeld, liggen maar 5 minuten met de trein van het stationsgebouw van Schiphol. Ook hebben zich op en rond Schiphol verschillende datacentra gevestigd. Dit is een uitvloeisel van de investeringen in ICT voorzieningen, essentieel voor het functioneren van een, wat ze noemen, aerotropolis systeem.

Met een groepje van projectontwikkelaars, planologen en marktdeskundigen zijn we begonnen met een onderzoek naar de mogelijkheden van een aerotropolis systeem in Kaapstad. Ons voordeel is dat we zowel Zuid-Afrikaanse als Nederlandse kennis op luchthavengebied in de groep hebben. We hebben al gesproken met twee wethouders (members of the mayoral committee) van Kaapstad en met bestuurders van ontwikkelingsbedrijven van de verschillende Kaapse zakencentra. Ook zijn er contacten met ACSA, het overheidsbedrijf voor de Zuid-Afrikaanse luchthavens. Op basis van de gesprekken en contacten kunnen we stellen dat er draagvlak is voor een aerotropolis in Kaapstad.

We zijn nu een voorstel aan het schrijven voor een haalbaarheidsstudie van een Kaapse aerotropolis. Met dit voorstel willen we geld gaan regelen om de haalbaarheidsstudie, en alles wat daarvan het vervolg en gevolg kan zijn, mogelijk te maken. De gevoerde gesprekken stemmen ons optimistisch. Maar ja, eerst doen en dan geloven.

Maar toen waren mijn visitekaartjes gerold

Ik liep op een vrijdagmiddag door het centrum van Bellville, een suburb van Kaapstad. Dit centrum is in de loop van de tijd overgenomen door vluchtelingen uit Oost Afrika, vooral uit Somalië. Zij handelen daar in allerlei spullen, op straat en in gehuurde winkelruimten. Verblijf en handel zijn illegaal, maar worden allebei door de overheid oogluikend toegestaan. Het centrum heeft de bijnaam Little Somalia. Ik liep daar rond met mijn fototoestel om mijn nek, waadoor ik ineens weer op een toerist leek. Twee mannen liepen tegen me aan en ik voelde opeens vingers in mijn broekzak. Ik liet mijn camera los en sloeg mijn handen op mijn broekzakken. Weg waren de mannen. Ik voelde in mijn zakken: mijn telefoons, huis- en autosleutels, portemonnee en pasjesmap waren er nog. En mijn fototoestel was ook nog om mijn nek blijven hangen. Ik was opgelucht.

Maar toen waren mijn visitekaartjes gerold. Ik had ze in een doosje in mijn broekzak. De vingers hadden dat er uit gepikt. Nu was ik blij. Ze hadden mijn visitekaartjes! Zouden ze die over de markt verspreiden? Stiekem hoopte ik dat, en dat mensen me zouden bellen om me misschien wel een opdracht te geven. Dat is nog niet gebeurd.

Ik liep daar wel voor concreet werk. Ik werd rondgeleid in Bellville door Hannes om te zien wat er zoal gaande is. Hannes en ik gaan samenwerken. We zijn allebei planoloog, maar hebben ieder onze eigen achtergrond. Hannes is Zuid-Afrikaan en heeft zijn kennis en ervaring opgedaan in Zuid-Afrika. Ik heb dat in Nederland. Wij vullen elkaar aan. In en rond Bellville liggen voor ons mooie kansen voor interessante projecten.

Er zijn tal van initiatieven in de Kaap-regio, waarbij wordt ingezet op samenwerking tussen Zuid-Afrikanen en Nederlanders. Er wordt dan vooral gelet op inbreng van kennis vanuit Nederland die nog niet of onvoldoende in Zuid-Afrika wordt toegepast. Het Nederlandse Consulaat in Kaapstad is daarin een belangrijke initiator. Zo wordt nu onder de naam Co Create SA gelegenheid geboden om projecten in te dienen, waarin sprake is van een Zuid-Afrikaans/Nederlandse samenwerking op planologisch gebied. Hannes en ik gaan een project indienen.

Bij ons project gaat het om een oud waterreservoir, dat al 30 jaar ongebruikt is en daardoor droog staat. Het reservoir ligt open, gaat 5m in de grond, heeft een diameter van 53m en is 2200m2 groot. Het reservoir ligt midden in een woonbuurt van Bellville, maar wel naast een maatschappelijke voorziening, Straatwerk, waar gehandicapten en daklozen worden opgevangen. Straatwerk heeft behoefte aan meer ruimte, wat in het reservoir kan worden gevonden. Een deel van het reservoir kan worden bestemd voor commerciële verhuur van kantoorruimte, waaraan in deze omgeving ook behoefte is. Met de verhuur kan geld worden verdiend voor de financiering van het project. Met eenvoudige maatregelen kan het nieuwe gebouw tot stand worden gebracht: een goede afdekvloer, enkele tussenwanden en een dak. Het dak komt op maaiveldhoogte, waardoor geen uitzicht van omwonenden wordt weggenomen. Het ontwerp van het dak kan bijzonder worden. Qua vorm en materiaalgebruik: glas en zonnepanelen.

Het project ligt in een belangrijk ontwikkelgebied van Kaapstad: Tygerberg Valley. Dit moet een tweede centrum van Kaapstad worden en staat onder verantwoordelijkheid van de Greater Tygerberg Partnership (GTP), een samenwerking van de gemeente en verschillende bedrijven en instellingen.

Om het reservoirproject tot stand te brengen hebben we al contact met het GTP, een Zuid Afrikaanse projectontwikkelaar en Nederlandse architecten. Met de ontwikkelaar en de architecten wordt de inbreng vanuit beide landen in de samenwerking nog eens versterkt.

Ik heb er zin in. Het is een manier van werken, die me aanspreekt. Niet alleen netwerken, contacten leggen en hopen dat er iemand belt voor een klus. Behalve als ze je kaartjes hebben gejat, dan mogen ze bellen als ze werk voor me hebben. Maar, ook zelf initiatieven nemen. Rond kijken en zien of er nog iets ongebruikt bij ligt en er een plan voor maken. En, daarbij wel je netwerk gebruiken voor de aanvullende expertise, zoals een beslissingsinstantie, een ontwikkelaar en een architect. Ik houd jullie op de hoogte.

Monty Python in Zuid-Afrika

Monty Python blijft leuk. Het is absurdisme ten top, maar altijd herkenbaar vanuit het gewone leven. De mooiste sketch vind ik nog altijd The Ministry of Silly Walks. Daar lopen alle ambtenaren, in pak en met bolhoed, er op een vreemde manier bij. Als er dan iemand binnen komt, die normaal lijkt te lopen, lacht iedereen hem uit.

Er staat me ook nog een sketch bij van een winkel, waar een klant iets bestelt. Het is geen probleem. Alle mensen van de winkel zijn even aardig tegen de klant en zijn, ondanks de drukte in de winkel, bereid om hem op alle mogelijke manieren behulpzaam te zijn. De klant kan over drie dagen het bestelde op komen halen. Na die drie dagen gaat de klant weer naar de winkel. Tot zijn verrassing ziet hij dat er allemaal andere mensen werken. Ze staan een beetje verveeld te kijken, want het is heel rustig in de winkel. En, ze zijn helemaal niet aardig en totaal niet geïnteresseerd in wat de klant wil. Heeft u iets besteld? Oh, nou daar weten wij niets van hoor. Eén van de winkelmensen kijkt snel in een mapje, maar zegt niets van een bestelling van deze klant te zien. Tja, wat nu? Dat weten we ook niet. De één na de ander haalt zijn schouders op. Kan ik het dan opnieuw bestellen? Maar u heeft toch al besteld? Ja, maar u zegt dat u dat niet kan vinden. Nou, laten we maar eerst rustig afwachten tot we zeker weten dat u niets besteld heeft. Maar, hoe lang duurt dat dan? Oh, dat kan best een maand duren. Een maand? Ja, want het is erg druk. De klant druipt zuchtend af.

Zoiets is mij in Zuid-Afrika overkomen. Ik heb een auto besteld, die een week later geleverd kan worden. Maar, om een kenteken voor de auto aan te kunnen vragen, moet ik eerst een traffic registration number aanvragen bij het Traffic Department. Deze regel geldt alleen voor mensen met een buitenlands paspoort, Zuid-Afrikanen kunnen meteen een kenteken aanvragen. Waarom dit verschil? Niemand die het me kan vertellen. Ik ga naar het Traffic Department in Stellenbosch en wordt vriendelijk te woord gestaan door een mevrouw achter de balie. Ik moet een formulier van vier pagina’s invullen en kopieën van mijn paspoort, verblijfsvergunning en rijbewijs bijvoegen.

Ik loop weer naar de balie om het formulier af te geven. De mevrouw vraagt of ik een “proof of address” heb. Dat komt meer voor in Zuid-Afrika, dat je moet aantonen waar je woont: een rekening, bankafschrift of iets dergelijks. Maar ja, vrijwel alles gaat tegenwoordig elektronisch. En, in die korte tijd dat we nog maar in Zuid-Afrika zijn, hebben we nog geen echte post gehad. Ik vertel dit aan de mevrouw achter de balie en ze vraagt of ik toevallig een huis huur. Ja, dat doen we. Dan mag u ook uw huurcontract achterlaten. Okay, maar je loopt natuurlijk niet de hele tijd met je huurcontract rond. En, achterlaten? Ach, gaat u het maar halen, dan maak ik er wel een kopie van. Dus naar huis op en neer. Aan de baliemevrouw vraag ik nog hoe lang de aanvraag gaat duren, want ik heb de auto besteld en bijna betaald. Twee tot drie werkdagen, maar als ik het urgent maak, zou u het vandaag al kunnen hebben. U wordt gebeld. Tevreden ga ik naar huis.

Drie dagen later heb ik nog geen telefoontje gehad en besluit om maar eens bij de Traffic Department langs te gaan. Ik kom daar binnen. En ja hoor, allemaal andere mensen. En inderdaad, helemaal niet aardig. De mevrouw, die nu achter de balie zit, zegt dat ik het maar aan een collega moet vragen en wijst naar een kamertje. Ik loop er heen en vraag aan de mevrouw daar of mijn nummer er al is, want die zou er toch na maximaal drie dagen zijn. Ze kijkt in een mapje en zegt: nee, ik zie niets. Ik zeg nog dat mijn aanvraag tot urgent was verklaard. Ja, zegt zij, dat zijn ze allemaal. Nee, het kan nog een maand duren, ze hebben het erg druk daar. Een maand? Ik probeer nog: ik heb de auto besteld, zolang zal de dealer hem echt niet aanhouden en ik rijd nu voor veel geld in een huurauto rond. Geen indruk, dus. Alleen maar schouderophalen. Met ingehouden woede vertrek ik maar weer.

Naar de dealer van de auto. Nu, dat hebben ze wel meer meegemaakt. Geen probleem, u krijgt een tijdelijk kenteken tot uw nummer is afgegeven. Dus kan ik op de afgesproken dag de auto komen ophalen, zonder kentekenplaten, maar met een papiertje achter de achterruit waarop met de hand een tijdelijk nummer is geschreven. Met als aardige bijkomstigheid dat dit niet te fotograferen is door de snelheidscamera’s. Maar, ik rijd natuurlijk nooit te hard.

Dat is Zuid-Afrika. Een regelgeving tot soms in het absurde: Eerst een nummer moeten aanvragen om daarna een ander nummer te kunnen aanvragen. Het waarom heeft niemand me kunnen vertellen. En een ambtelijke organisatie die je af en toe aan Monty Python doet denken. Maar, als je denkt dat het daardoor weleens lang kan gaan duren, is er altijd wel iemand met een noodoplossing waardoor je toch snel kan hebben wat je wilt.