Shacks een veel voorkomende woonvorm in townships in Zuid-Afrika

Ondanks dat de overheid er hard aan werkt om alle mensen in een fatsoenlijke huis te laten wonen, zijn er in de townships in Zuid-Afrika nog veel shacks. Dit zijn door de mensen zelf gebouwde huisjes van op straat gevonden spullen. De groei van de townships met overheidshuizen gaat sinds het einde van de apartheid in 1994 snel. Maar de groei van het aantal shacks lijkt een minstens even grote snelheid te hebben.

Shacks staan vooral in grote squater camps. Deze liggen aan de randen van de townships en bepalen daardoor het beeld daarvan. Als je met het vliegtuig in Kaapstad aankomt en je rijdt daarna vanaf de luchthaven over de snelweg, dan zijn de vele shacks langs de weg het eerste wat je ziet van Zuid-Afrika.

Behalve in squater camps zijn er ook shacks op achtererven van “gewone” huizen. De zogenoemde backyard shacks. Ze vormen voor de bewoners van die huizen een extra inkomstenbron. Sommigen zijn daarmee zo inventief dat er wel zes huishoudens wonen op een erf, dat door zijn omvang eigenlijk voor één huishouden is bedoeld.

In de meeste shacks is het wooncomfort laag. De ruimten zijn klein. In de winter is het er koud en nat door de vele gaten in muren en daken. Wind en regen hebben bijna vrij spel. De vloerbedekking ligt meestal gewoon op het zand. Directe aansluitingen op leidingen zijn er niet, waardoor gebruik moet worden gemaakt van publieke kranen, douches en toiletten.

De capaciteit van de riolering in een township is beperkt. Er is sprake van overgebruik, slecht onderhoud, veel gebreken, verstoppingen en overloop van riolen en publieke toiletten. Riolen en publieke toiletten zijn haarden van besmettelijke ziekten. De waterdruk is laag en er is dus weinig water per huishouden beschikbaar. Ook het aanbod van elektriciteit is te laag. Bovendien wordt door de bewoners van shacks illegaal stroom afgetapt van de openbare verlichtingspalen. Als gevolg van de door de jaren ontstane dichte bebouwing is het moeilijk om bij de leidingsystemen te komen voor verbeteringen.

De groei van townships is nog lang ten einde. De vraag naar woningen blijft veel groter dan het officiële aanbod. De creativiteit van de woningzoekenden en de inwoners van de townships om ruimte te vinden of te creëren voor nieuwe shacks is groot. Helaas kijken ze niet of de plek, waar ze bouwen, ook geschikt is voor woningen. De Kaapse Vlakte bijvoorbeeld, waar zo’n twee miljoen mensen in de townships van Kaapstad wonen, is een deltagebied voor veel rivieren en beken vanuit de omliggende bergen. Bij zware regenval zoekt het water zijn weg via dit gebied. De afvoercapaciteit is zwaar onvoldoende, waardoor er wateroverlast ontstaat. Straten en huizen raken ondergelopen met water. Regelmatig spoelen shacks weg onder druk van het watergeweld.

Shacks zullen volgens mij als woonvorm nog lang blijven bestaan. De toestroom van mensen naar de stad is in Zuid-Afrika nog erg groot. Bovendien kent ook Zuid-Afrika een vluchtelingeninstroom, vanuit de andere Afrikaanse landen. Deze mensen zijn de eerste jaren in dit land illegaal en zijn hoe dan ook aangewezen op de shacks.

En, heel opvallend, er zijn mensen die er bewust voor kiezen om in een shack te wonen. Omdat het goedkoop is, of omdat ze geheel naar eigen idee iets moois voor zich zelf kunnen bouwen. De shack op de foto, gekopieerd uit de Cape Times, is hiervan een voorbeeld. En ook Steven Otter, uit mijn vorige blog, koos als blanke er zelf voor om in een shack in township Khayelitsha te wonen. Hij schrijft er over in zijn boek Khayelitsha. Lezen? Tik de onderstreepte titel aan.

Een blanke woont erg naar zijn zin in zwart township Khayelitsha

Steven Otter woont met zijn Nederlandse vriendin in een grote kamer in het centrum van Kaapstad. Zij gaat op een gegeven moment terug naar Nederland. Steven studeert nog, hij volgt een opleiding tot journalist. Voor hem alleen is de kamer te duur. Hij gaat op zoek naar iets goedkopers. Een collega-journalist bij de krant, waar Steven stage loopt, woont in de zwarte township Khayelitsha. Hij vraagt of dat niet iets voor hem is. Steven denkt even na, realiseert zich zijn politiek correcte standpunten, en zegt: waarom eigenlijk niet?

Steven krijgt van zijn collega een adres en neemt de trein naar de Kaapse Vlakte. In dit gebied zijn alleen maar townships met in totaal zo’n 2 miljoen inwoners, grofweg voor de helft zwart en voor de helft kleurling. Een zwarte mevrouw in de trein vraagt Steven of hij niet in de verkeerde trein zit.

De verhuurder van de kamer ontvangt Steven en toont zich hulpvaardig. Hij vertelt wat van de naaste omgeving. Waar je water haalt, waar je naar de wc gaat, waar je boodschappen doet. Steven bekijkt de kamer. Het lijkt hem op het eerste gezicht wel wat, bovendien vlakbij het treinstation. Hij huurt de kamer voor 350 rand (€ 20) per maand.

In het boek Khayelitsha beschrijft Steven Otter zijn ervaringen in de township. Het zijn positieve en negatieve. Maar voor hem overheersen de positieve ervaringen. Al met al is het allemaal niet zo vreselijk als blanke Zuid-Afrikanen, waarvan de meeste nog nooit in een township zijn geweest, denken.

Steven gaat regelmatig naar een shebeen. Dat is een illegaal gedreven kroeg in een garage of een container. Daar schenken ze zelfgemaakte dranken. Met name het bier is berucht voor het hoge alcoholpercentage. Steven maakt er snel nieuwe vrienden. Eén van hen heet Nigger. Waarom heet je Nigger? Ik ben toch een nigger?

Door zijn nieuwe vrienden merkt Steven dat de inwoners van een township als Khayelitsha erg sociaal zijn. Zij helpen hem met werkelijk alles. Eten deel je altijd. Wie aan de beurt is om de drank in de shebeen te betalen, doet er nooit toe. Heb je meubels nodig voor je kamer? Wij onderhandelen wel voor je en brengen het bij je thuis.

Dat er veel criminaliteit is in een township, is natuurlijk wel vervelend. Als je van huis gaat, moet je alles van waarde meenemen. Beter is, om hoe dan ook geen waardevolle spullen te hebben. Steven loopt regelmatig ’s nachts op straat (als hij bijvoorbeeld van de shebeen komt). In zijn verhalen staat hij tenminste één keer onder schot.

De kamer van Steven blijkt slecht in elkaar te zitten. De muren en het dak zijn nogal dun en zitten vol met gaten. Hij moet overal emmers neerzetten als het regent. De wind waait vrijwel dagelijks door de kamer heen, wat vooral in de winter erg koud maakt. Als Steven op bed ligt, mag hij regelmatig meeluisteren naar de vrijpartijen van het stel in de kamer naast hem.

Steven beschrijft in zijn boek ook een aantal vermakelijke situaties. Hij is niet te beroerd om zichzelf daarin te betrekken. En hij vermijdt ook niet nogal intieme zaken. Een voorbeeld. Steven past zich in alles aan in wat de zwarte inwoners van Khayelitsha doen. Dus ook het eten. Dat bestaat veel uit bruine bonen en maïs, een nogal vast en zwaar op de maag liggend voedsel. En het veroorzaakt behoorlijk stinkende winden. Op een dag gaat Steven met een taxibusje naar Kaapstad. Deze busjes zijn gewoonlijk helemaal volgepakt. Als blanke ben je altijd de enige tussen de zwarten. Stevens darmen zijn weer druk bezig met het eten van de vorige dag. Steven probeert zich in te houden, maar dat lukt niet. Er ontsnapt een lange geluidloze, maar heel erg stinkende wind. Steven kijkt stoïcijns voor zich uit. Een grote dikke dame voor hem draait zich om en zegt tegen hem: “Het spijt me heel erg, maar sommigen van ons kennen echt geen manieren”.

Als Steven klaar is met zijn journalistenopleiding gaat hij naar zijn vriendin in Nederland. Hij gaat daar voor een Engelstalige krant werken. Steven huurt een benedenhuis in Utrecht. Hij ervaart een compleet tegengestelde situatie van wat hij daarvoor in Khayelitsha heeft meegemaakt.

Het eerste wat Steven opvalt is dat alle treinen en bussen op tijd rijden. Eigenlijk is alles volgens regeltjes georganiseerd. Drankjes in kroegen worden gezamen-lijk betaald, waarbij goed wordt opgelet wie aan de beurt is voor een rondje. En de mensen leven volgens een agenda. Een spontaan bezoek aan iemand wordt niet altijd op prijs gesteld. Ieder weekend maakt Steven, als een goed Zuid-Afrikaan, een braai in zijn achtertuin. Hij laat dat ook weten aan iedereen die hij kent. Voor hem is dat een uitnodiging om vooral langs te komen. Maar niemand komt zonder dat er een duidelijke afspraak over is. En, zijn bovenburen klagen over de barbecuelucht die hij verspreidt. Steven mist het wanordelijke, improvi-serende, tolerante en spontane van “zijn” township. Hij besluit om definitief terug te gaan naar Khayelitsha.

Een leuk geschreven boek over een interessante ervaring. Wil je het boek Kayelitsha ook lezen?

DA met nieuwe leider Maimane winnaar van verkiezingen in Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikanen hebben voor nieuwe gemeenteraden gekozen. De DA (Democratic Alliance) is één van de grote winnaars van de verkiezingen in Zuid-Afrika. De DA wint fors in de steden en scoort, behalve bij de traditionele aanhang van blanken en kleurlingen, bij de zwarte middenklasse. Een andere winnaar is de EFF (Economic Freedom Fighters), die arme zwarten in townships voor zich heeft kunnen winnen. Het ANC is de grote verliezer in de steden, op het platteland hebben ze niet of nauwelijks verloren. Landelijk is de aanhang van het ANC teruggelopen van 62% bij de laatste parlementsverkiezingen in 2014 naar 54% nu.

In zeven van de acht grote steden in Zuid-Afrika had het ANC tot afgelopen week de meerderheid. Deze is er in nog maar drie steden: eThekwini (Durban), Mangaung (Bloemfontein) en Buffalo City (East-London). In Johannesburg en Ekurhuleni (East-Rand) is het ANC nog wel de grootste partij. In Kaapstad had de DA al de meerderheid, die nu verder is gegroeid. In Tshwane (Pretoria) en Nelson Mandela Bay (Port Elizabeth) is de DA nu de grootste partij. In deze twee steden zullen waarschijnlijk coalities zonder het ANC worden gevormd. Met name in Nelson Mandela Bay is dat extra gevoelig voor het ANC vanwege de nieuwe naam van het gebied.

De belangrijkste redenen voor het verlies van het ANC in de verkiezingen in Zuid-Afrika zijn het slechte bestuur onder president Zuma, de € 20 miljoen kostende verbouwing van het huis van Zuma op kosten van de staat en de slechte levering van diensten in door het ANC bestuurde gemeenten. Bij het laatste gaat het om stroomuitvallen, onderbrekingen van waterlevering, verstopte rioleringen, achterstallig wegonderhoud, gebrekkige ophaal van huisvuil. De winnaars van de verkiezingen in Zuid-Afrika, DA en EFF, hebben de zwakke punten van het ANC in hun campagnes goed uitgebuit. Zij weten dat dit de mensen rechtstreeks aangaat en dat ze zich er kwaad om maken.

De DA wordt nu echt een bedreiging voor de hegemonie van het ANC. De meerderheid van de DA in Kaapstad en in de Western Cape Province werd door het ANC nog afgedaan als een kwestie van de blanken en de kleurlingen. Die maken daar immers de meerderheid van de bevolking uit. En in de ogen van de ANC’ers is de DA nog steeds een blanke partij. Inderdaad heeft de DA een blanke oorsprong en werd ze tot vorig jaar geleid door blanken. Maar een jaar geleden is Mmusi Maimane gekozen tot partijleider. Hij weet nu met een charismatische uitstraling in te breken bij de zwarte achterban van het ANC. Bij de laatste parlementsverkiezingen, toen hij nog geen partijleider was, kreeg hij van zwarte kiezers nog te horen dat ze hem persoonlijk wel vertrouwen maar niet zijn “witte” partij. Nu hij de voorman van de DA is, ligt dat dus kennelijk anders. Dat smaakt naar meer en Maimane zou ooit president van Zuid-Afrika kunnen worden. Misschien niet bij de eerstvolgende verkiezingen in Zuid-Afrika in 2019 voor het parlement. Daarvoor lijkt de sprong vanaf de nu gescoorde 27% wel erg groot. Maar in 2024? Maimane, geboren in 1980, is er nog jong genoeg voor.

Tot slot is er bij deze verkiezingen in Zuid-Afrika een opmerkelijke comeback. In Kwazulu-Natal is Mangosuthu Buthelezi en zijn IFP (Inkatha Freedom Party) terug van weggeweest. Als aanvoerder van de Zulu’s leidde Buthelezi de eerste jaren na de apartheid de regering van deze provincie. Door Zuma als Zulu in te zetten heeft het ANC in Kwazulu-Natal terrein veroverd op de IFP en op een gegeven moment Buthelezi opzij geschoven. Nu is de IFP de grootste geworden in de gemeenten in en rond Nkandla. Daar staat het huis van Zuma met de door de staat betaalde hoge verbouwingskosten.

ANC gaat in grote steden verliezen in verkiezingen in Zuid-Afrika

Woensdag 3 augustus a.s. zijn er gemeenteraadsverkiezingen in Zuid-Afrika. Het wordt spannend. Volgens de peilingen gaat het ANC zijn meerderheid kwijt raken in Johannesburg, Pretoria en Port Elizabeth. In Kaapstad was dat al eerder het geval. Alleen Durban zal waarschijnlijk, als enige van de vijf grote steden, een ANC meerderheid houden.

Als grote winnaar van de verkiezingen wordt de DA (Democratic Alliance) getipt. Deze partij is een voortzetting van de vroegere Progressive Party, die tijdens het apartheidsregime maar één vertegenwoordiger in het parlement had, Helen Suzman. Zij verzette zich toen binnen het parlement tegen de apartheid. Zij werd om die reden niet serieus genomen door de andere parlementsleden. Nu groeit de DA iedere verkiezing, bij de laatste parlementsverkiezingen in 2014 kregen ze 22% van de stemmen. In Kaapstad was de DA in bij de gemeenteraads-verkiezingen van 2006 al de grootste. In 2011 verkreeg ze de meerderheid. Een meerderheid lijkt in de andere steden er nog niet in te zitten. Maar met 40% in de peilingen kan de DA in die steden wel de grootste worden.

Een kat in het nauw maakt toch altijd maar weer rare sprongen. Zo ook het ANC. Afgelopen weekend kwam vanuit de partij de verzekering aan de kiezers om vooral niet op de leider van de partij te letten. Deze leider, president Zuma, staat al een tijdje ter discussie omdat hij last heeft van corruptie, fraude en nepotisme. Eigenlijk geeft hij geen leiding aan het land. Niet zo lang geleden zei hij zelfs tijdens een toespraak dat voor hem eerst hijzelf prioriteit heeft, dan zijn medeministers, dan het ANC en dan pas het land dat Zuid-Afrika heet. Op hem moeten we dus volgens zijn eigen partij niet te veel letten. Het gaat om al die hard werkende mensen in de gemeenteraden, daarop stemmen we nu volgens de ANC-leiding. Dat is waar, maar volgens mij werden al die gemeenteraads-leden eerder ook maar gekozen omdat het ANC toen zo populair was. Zeker toen de leider nog Mandela heette.

Een andere rare sprong van kat ANC in het nauw was de vorige maand. In enkele townships bij Pietermaritzburg in Kwazulu-Natal kwam ineens geen water meer uit de kraan. Nu waren er de afgelopen zomer watertekorten door de droogte. Met name in Kwazulu-Natal waren warenreservoirs opgedroogd. Maar inmiddels heeft het behoorlijk veel geregend, wardoor er weer voldoende water in de reservoirs staat. Maar in deze townships kwam er toch zomaar geen water uit de kraan. Uit onderzoek bleek dat de ANC-afdeling in dit gebied de water-toevoer had laten afsluiten. Ze vertelden doodleuk aan de inwoners dat het kwam door de droogte en dat het ANC zou zorgen voor schoon drinkwater, aangevoerd door tankwagens. Zo kon het ANC laten zien dat zij goed voor de mensen zorgt.

In Zuid-Afrika wordt een huis aan het water een huis in het water

Knysna ligt in Zuid-Afrika aan de Gardenroute of de Tuinroete. Het is een mooi groen gebied aan de zuidkust van Zuid-Afrika, ongeveer 500km van Kaapstad. Het is er zo groen, omdat het er veel regent. De regen biedt gelegenheid tot uitbundige plantengroei, wat in Zuid-Afrika best bijzonder is. Na een regen-periode komt veel water via beken en rivieren van de achter de kust gelegen bergen, die hun weg via de gebieden rond Knysna naar zee vinden. Het kan er dan hard aan toegaan met het water. Bovendien is de zee aan dit kustgedeelte behoorlijk wild. Er zijn grote golfslagen en er is regelmatig sprake van storm-vloed. Het zeewater loopt dan de kust op. Dit water loopt niet altijd direct terug in zee, maar vormt dan lagunes.

De bewoners van Knysna weten natuurlijk van de effecten van het water vanuit de lucht, de bergen en de zee. Bij de bouw van nieuwe woningen wordt er goed rekening mee gehouden. Wie niet bekend is met deze situatie kan er snel achter komen. Zo is er een Australische projectontwikkelaar, die wel brood ziet in een luxe villapark aan een riviermonding bij Knysna.

De ontwikkelaar bouwt voor de verkoopcampagne een prachtige modelwoning. Zich bewust van het nabijgelegen water bouwt hij de villa op een terp. Dan kan het water er omheen, denkt hij. Je zou zeggen: slim bedacht.

Kort nadat de modelwoning klaar is, gaat het hard en langdurig regenen. Het gaat ook stormen. En, tijdens de regenval treedt er in de zee een stormvloed op. Een groot deel van het gebied, waar het villapark moet komen, komt onder water te staan. De modelwoning staat in een mum van tijd in het water. Deskundigen verwachten dat het water er voorlopig niet zal weglopen en dat het waarschijnlijk het begin is van een nieuwe lagune. De inwoners van Knysna noemen de modelwoning nu de Ark van Noach.

Uiteraard is er achteraf in Knysna veel discussie over hoe dit heeft kunnen gebeuren. De projectontwikkelaar stelt dat hij toestemming van de gemeente had om de modelwoning te bouwen. Hij zegt keurig te hebben gebouwd volgens de door hem overlegde plannen. Vanuit de gemeente is de reactie, dat de ontwikkelaar inderdaad een plan had ingediend. Men was in de veronderstelling dat de modelwoning op het hoger gelegen beboste gedeelte van het villapark zou worden gebouwd, maar dat het op het lager gelegen grasland is gebeurd. Juist het grasland is onder water gelopen, het beboste gedeelte is droog gebleven. Mensen van de milieubeweging in Knysna stellen dat er geen “environmental impact assessment” (milieu effect rapportage) voor het project is gehouden. De zaak is nu aangekaart bij het ministerie van milieu van Zuid-Afrika om te onderzoeken of de National Environmental Management Act (de wet op milieubeheer) is overtreden.

Is dit nu uniek voor Zuid-Afrika? Ik denk het niet. Maar wel leuk om over te schrijven.

Auto-industrie in Zuid-Afrika is voorbeeld voor de rest

Audi, BMW, Chevrolet, Ford, Mercedes, Nissan, Opel, Renault, Toyota en Volkswagen. Grote automerken, die fabrieken in Zuid-Afrika hebben. Ze produ-ceren voor de lokale Zuid-Afrikaanse markt, voor de andere Afrikaanse landen, maar ook voor de rest van de wereld. De auto, en veel daarvan met het stuur rechts, is een belangrijk exportproduct van Zuid-Afrika. De auto-industrie in Zuid-Afrika doet het goed.

De auto-industrie in Zuid-Afrika investeert in uitbreiding van de productie en creëert daarmee veel arbeidsplaatsen in een land, waar de werkloosheid hoog is. Het gaat om zowel laaggeschoold werk als werk voor technisch geschoolde mensen. En werkgelegenheid voor toeleverende en dienstverlenende bedrijven. De auto-industrie in Zuid-Afrika geldt als voorbeeld voor de rest van de economie.

De Zuid-Afrikaanse regering wil het aandeel van de maakindustrie in de economie verhogen en heeft daarvoor actieplannen. Om investeringen door particuliere bedrijven te bevorderen zijn er financiële tegemoetkomingen, zoals kortingen op handelstarieven en belastingen en subsidies op investeringen.

Anders dan in andere bedrijfssectoren stelt de auto-industrie in Zuid-Afrika zich actief op ten aanzien van het industriebeleid van de regering. De autofabrikanten hebben zich georganiseerd en presenteren zich als één gesprekspartner van de regering. Op deze manier is de auto-industrie in Zuid-Afrika een gezamenlijk project van overheid en bedrijfsleven. Het resultaat is de voortgaande groei van de productiecapaciteit van de auto-industrie in Zuid-Afrika. Maar ook, dat de auto-industrie in Zuid-Afrika het leeuwendeel van de beschikbare financiële ondersteuning toebedeeld krijgt.

En daarmee is meteen het nadeel van een voordeel genoemd. De auto-industrie in Zuid-Afrika is het voorbeeld voor de rest van de economie in het land, maar loopt ook ver voorop in de ontwikkeling.

Het gaat niet goed met de Zuid-Afrikaanse economie. Deze staat op de rand van een recessie, na jaren van hoge economische groei. De werkloosheid is hoog, gemiddeld 26% onder alle Zuid-Afrikanen en zelfs meer dan 40% onder zwarten, en stijgt naar verwachting de komende tijd nog. De nationale valuta, de rand, vermindert voortdurend in waarde: was deze vijf jaar geleden nog 10 cent van een euro, nu is het 6 cent. De inflatie gaat richting 10%.

Dus gegeven de economische omstandigheden, wat de regering samen met de auto-industrie in Zuid-Afrika tot stand brengt, is een prestatie. Maar juist daar-door dreigt de maakindustrie in dit land eenzijdig te worden. De andere bedrijfs-sectoren moeten worden gestimuleerd om het voorbeeld van de autosector daadwerkelijk te volgen. Zich ook organiseren en in gesprek gaan met de overheid.

Geschrokken door de opdoemende recessie is de regering zich ook bewust van de effecten van de ontwikkeling van de auto-industrie. Er worden nu plannen ontwikkeld om de maakindustrie breder te maken dan de auto-industrie in Zuid-Afrika. En zo kan, naar iedereen hoopt, de economische groei weer terugkeren. Met meer banen en dus een daling van de werkloosheid.

Kleur schennen, bekennen, erkennen: Kleurling in Zuid-Afrika

Tijdens de apartheid maken de blanke overheersers zich in Zuid-Afrika schuldig aan kleur schennen: iedere bevolkingsgroep krijgt op grond van uiterlijke kenmerken (dus ras) zijn eigen plek in de samenleving toegewezen. Met het einde van de apartheid bekennen de regeerders kleur: volgens de wet is iedereen nu gelijk. Maar niet alle bevolkingsgroepen vinden dat de andere groepen alle kleur erkennen: de kleurling in Zuid-Afrika lijkt tussen zwart en wit in te vallen.

In de praktijk verloopt het leven in Zuid-Afrika nog steeds langs de lijnen tussen de drie grootste bevolkingsgroepen. Deze zijn gebaseerd op ras en afkomst: de zwarten, de kleurlingen en de blanken. De groepen wonen voor een groot gedeelte gescheiden van elkaar en leven in hun woongebieden volgens hun eigen cultuur. Het gemiddelde inkomen verschilt sterk per bevolkingsgroep; het minst verdient een zwart gezin, een kleurling gezin verdient twee keer meer dan een zwart gezin, een blank gezin heeft zes keer het inkomen van een zwart gezin en drie keer dat van een kleurling gezin.

De zwarten komen voort uit de oorspronkelijke Afrikaanse bevolkingsgroepen. De blanke heeft zijn oorsprong in Europa, voornamelijk Nederland en Engeland. De kleurling in Zuid-Afrika komt voort uit vermenging van blanken met mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst.

De zwarten vormen verreweg de grootste groep, 80% van de bevolking. Kleurling en blank zijn in omvang even groot, ieder 9% van de bevolking. De meeste kleurlingen wonen in de Western Cape Province (de Westkaap). Daar vormen ze ongeveer de helft van de bevolking, de zwarten een derde en de blanken een zesde.

De positie van de kleurling in Zuid-Afrika wisselt gedurende de geschiedenis van het land. Dan weer wat beter en dan weer wat minder, maar nooit echt geweldig. Kleurlingen hebben altijd een dienende rol voor de blanken gehad. En dat is voor een groot deel van de kleurlingen nog steeds zo.

De vrijheid van de kleurling in Zuid-Afrika was onder de blanke overheersing altijd relatief. In Kaapstad woonden kleurlingen in, wat we nu noemen, volks-wijken. Onder de group areas act, op het hoogtepunt van de apartheid, werd de kleurling in Zuid-Afrika massaal uit de stad naar speciaal voor zijn groep gebouwde townships op de Kaapse Vlakte gedeporteerd. Op boerderijen woonden de kleurlingarbeiders in kleine sobere erfwoningen. Onder lichte dwang van de boeren verhuisden de bewoners naar een township. De meeste kleurlingen wonen nog steeds in townships.

Tot 1930 hadden kleurlingen in de Westkaap vrij stemrecht. Er was ook een eigen politieke partij gericht op de belangen van de kleurling in Zuid-Afrika. Daarna mochten de kleurlingen alleen op blanke kandidaten stemmen, die hun belangen zouden vertegenwoordigen. Onder de Nationale partij, die de apart-heid in de wet vastlegde, verviel na 1948 alle stemrecht voor de kleurling in Zuid-Afrika. Pas in 1994, na het einde van de apartheid, kregen alle Zuid-Afrikanen vrij stemrecht.

Na de apartheid valt de kleurling in Zuid-Afrika maatschappelijk tussen het wal en het schip. De zwarten hebben, met hun grote meerderheid, de politieke macht. De blanken hebben, als minderheid, nog steeds de economische macht. Als het er op aankomt zijn zwart en blank zo pragmatisch om met elkaar dusdanig zaken te doen, dat zowel de politiek als de economie weer een tijdje door kan. Als groep hebben kleurlingen daarin nauwelijks aandeel.

Veel blanken beschouwen de kleurling in Zuid-Afrika nog steeds als iemand die voor hun het werk doet. Veel zwarten wantrouwen kleurlingen, omdat ze vinden dat ze te veel aan de blanke kant staan. Het bewijs vinden ze in het stemgedrag van kleurlingen. In meerderheid stemt de kleurling in Zuid-Afrika op de voorheen blanke partij DA, terwijl hij volgens veel zwarten eigenlijk om sociaalecono-mische redenen op het zwarte ANC zou moeten stemmen.

Hoewel de zwarten sociaaleconomisch gemiddeld nog steeds het minste af zijn van de drie grote Zuid-Afrikaanse bevolkingsgroepen, ontwikkelen zij zich sneller in positieve zin dan de kleurlingen. Dat zie je in cijfers voor inkomen, werk, opleiding en criminaliteit. Niet altijd even schokkende verschillen. Maar als deze ontwikkelingen zich doorzetten, dan kan de zwarte de kleurling sociaalecono-misch ooit inhalen. Natuurlijk is het alleen maar goed dat zwarte mensen er op vooruit gaan. Maar de kleurling in Zuid-Afrika zou toch minstens gelijk op moeten gaan en niet op, een steeds maar groeiende, achterstand mogen komen.

Er is verschil in groei van het huishoudeninkomen. Een zwart gezin verdient in 2011 gemiddeld 2,7x meer dan in 2001, een kleurling gezin in dezelfde periode 2,2x meer. De werkloosheid onder zwarten daalt tussen 1994 en 2014 van 43% naar 40%. Onder kleurlingen stijgt de werkloosheid juist, van 24% naar 28%.

Het schoolverzuim is in 2011 bij kleurlingen (33%) hoger dan bij zwarten (26%). Het percentage mensen, ouder dan 15 jaar, zonder enige schoolopleiding neemt zowel bij zwarten als bij kleurlingen sinds 1996 met 60% af. Van de mensen ouder dan 20 jaar, rondt in de periode van 1996 tot 2011 van de zwarten 2,5x meer mensen hun middelbare school af. Van de kleurlingen is dat 2x zoveel mensen. In dezelfde periode voltooit 2,3x meer zwarten een studie aan universiteit of hogeschool. Bij kleurlingen is dat 1,5x meer mensen. Opvallend is dat in 2011 relatief meer zwarten (8,6%) afstuderen dan kleurlingen (7,7%), terwijl dat in 1996 nog andersom is (respectievelijk 3,6% en 4,9%).

Het percentage moorden door en van kleurlingen, op de omvang van de bevolkingsgroep, is meer dan 2x zo hoog dan bij zwarten. Dit komt onder meer door de grotere aanwezigheid en macht van jeugdbenden in kleurling townships dan in zwarte townships. Maar de belangrijkste reden is dat indertijd kleurling-families van een relatief goede woonsituatie in Kaapstad onder wettelijke dwang zijn verhuisd naar veel slechtere woonomstandigheden in townships op de Kaapse Vlakte. De vorm en werkwijze van de huidige jeugdbenden is daarvan één van de gevolgen.

In volgende blogs zal ik onder meer verder ingaan op het leven, de taal en de identiteit van de kleurling in Zuid-Afrika.

Wachtrijmanegement in Zuid-Afrika

Voor mij is 30 juni een cruciale jaarlijks terugkerende datum. Dan moet ik de kentekenregistratie voor mijn auto vernieuwen. Daarvoor moet je ieder jaar naar de verkeersdienst van de gemeente waar het kenteken is geregistreerd. Ons postadres is in Stellenbosch, het kenteken daar begint met CL, gevolgd door een nummer. Ik moet dus naar Stellenbosch, waar de verkeersdienst als lastig bekend staat. Ik heb er al over geschreven toen ik mijn auto had gekocht, zie “Monty Python in Zuid-Afrika” d.d. 28 juli 2014.

Ik denk deze keer nog een probleem er bij te hebben. In Zuid-Afrika moet je voor heel veel dingen je legitimeren. Daarom hebben Zuid-Afrikanen een ID-kaart, die ze altijd bij zich hebben. Ik heb geen ID-kaart, omdat ik nu eenmaal geen Zuid-Afrikaan ben, en gebruik mijn paspoort als legitimatie. Maar, mijn tijdelijke verblijfsvergunning is twee dagen geleden verlopen. De verlenging ligt klaar, maar in Kaapstad. Ik hoor het net als ik op het punt sta om naar Stellenbosch te gaan voor de kentekenregistratie. Ik loop nu het risico dat de bevoegde ambtenaar van de verkeersdienst mijn paspoort bekijkt op mijn verblijfs-vergunning en om die reden mijn kenteken niet wil vernieuwen.

Ik kom in de lokettenzaal van de verkeersdienst en zie dat het nogal druk is. Ik meld me bij de ontvangstbalie en zeg waarvoor ik kom. De baliemevrouw vraagt of ik wel in Stellenbosch woon (hoe ziet zij dat nou?). Ik zeg dat mijn auto op een postbusadres staat geregistreerd. Ze kijkt me wat argwanend aan en tikt het kentekennummer in op de computer. Ik mag in de rij plaats nemen. En dan begint het feest van het wachtrijmanagement.

Je gaat op de laatste lege plaats van een lange rij stoelen zitten. Als aan de andere kant van de rij de langst wachtende opstaat om naar een vrijgekomen loket te gaan, schuift iedereen een plaats op. Op die manier moet je uiteindelijk aan de andere kant van de rij terecht komen. En ben je aan de beurt.

Maar er is nog een regel. Als je een oudere bent, dan mag je iedereen passeren en meteen naar het loket gaan dat vrij komt. Ik hoor dat en vraag meteen hoe oud je dan moet zijn. 65. Ai, ik ben nog veel te jong met mijn 62 jaar. Wachten dan maar en steeds een stoeltje opschuiven. En nog 3×365 nachtjes slapen.

Het gebeurt tijdens het wachten enkele keren dat iemand van de juiste leeftijd voorgaat. Eén mevrouw weet niet van de ouderdomsregel en gaat keurig in de rij zitten. Andere wachtenden zien dat en vertellen haar dat ze voor mag. Die mevrouw reageert eerst ongelovig, maar probeert het toch. Als zij meteen daarna is geholpen, is zij er helemaal uitgelaten van.

Maar, het kan ook anders. Eén echtpaar is duidelijk wel op de hoogte van de regel. Man en vrouw zijn casual, maar toch chique, aangekleed. Zij stralen ook duidelijk uit dat ze iets zijn, of waren, in Stellenbosch. Ik schat in een gepensioneerde professor met zijn vrouw. Mevrouw roept om de haverklap dat ze ouder dan 65 zijn en dus vóór mogen. Meneer heeft een blik van: ja, dat is zo. Ze wachten staande, zonder dat opvalt dat ze enig lichamelijk ouderdoms-verschijnsel hebben (behalve dan grijs haar en een gerimpeld gezicht). Als er een loket vrij komt, stormen ze naar voren om ieder ander maar voor te zijn. Door de rij gaat een zucht van ergernis. En in die rij zitten best wat mensen, die er lichamelijk minder aan toe lijken dan dit oude echtpaar.

Omdat het druk is en het nogal lang lijkt te gaan duren, bedenkt de baliemevrouw dat het goed is om de rij op te splitsen. De kentekenvernieuwers vraagt ze om op een andere rij stoelen te gaan zitten. Deze mensen worden dan aan één speciaal loket geholpen. Het valt me al op dat er veel meer mensen zijn die hun kenteken komen vernieuwen, dan mensen voor andere zaken. Het komt er op neer dat de vernieuwers nog maar één loket tot hun beschikking hebben en de rest vier loketten. De rij van niet-vernieuwers is dan ook snel opgelost, terwijl de vernieuwers zitten te wachten. De baliemevrouw ziet dat ook en vraagt de vernieuwers om weer in de oude rij plaats te nemen. Het wachten duurt nu langer dan als er geen splitsing was geweest.

Al met al valt de tijd, die ik bij de verkeersdienst doorbreng, mee. Ongeveer drie kwartier. Ik heb het weer voor een jaar kunnen regelen. Oh, en ik ben helemaal niet om mijn legitimatie gevraagd.

Het andere Zuid-Afrika

Toen ik op weg was om in Zuid-Afrika te gaan wonen, zag ik in het vliegtuig de film City of Violence, gebaseerd op het boek Zulu van Caryl Férey. Veel hard geweld. Ik dacht, ach het is een verhaal, de praktijk zal wel meevallen. Niet dus.

Inmiddels heb ik het een en ander gelezen over het geweld van Zuid-Afrikaanse benden in de zwarte en kleurling townships, en ik weet nu wel beter. Daarom geeft het boek Zulu, en daarmee dus de film City of Violence, de waarheid weer van het andere Zuid-Afrika. Het Zuid-Afrika, dat de meeste toeristen niet zien en er daardoor absoluut geen weet van hebben. Het werkgebied van een bende is de township, waar de leden vandaan komen. Maar als ze je moeten hebben, ook als je een blanke bent buiten de township, dan zullen ze je krijgen ook. En dat overleef je veelal niet. Hoewel geen enkele dood leuk is, is dat onder Zuid-Afrikaanse criminaliteit haast onbeschrijfelijk. Zulu beschrijft dat wel. Zo erg, dat je af en toe moet stoppen met lezen, van afschuw of om je voor te stellen wat er nu eigenlijk gebeurt.

Het verhaal speelt zich af in Kaapstad en begint met een brute moord op een blanke jonge vrouw. Hoofdpersoon van het verhaal is een zwarte rechercheur van de politie. Hij onderzoekt de moord met zijn naaste medewerkers. Gedurende het onderzoek worden meer mensen, blank en zwart, op een zelfde wijze als de eerste vrouw vermoord. Tijdens een onderzoek treft het recherche-team op één van de Kaapse stranden “bij toeval” leden van een bende uit township Khayelitsha. Er ontstaat letterlijk een slachtpartij tussen de politie-mannen en de gangsters. Stukje bij beetje komt de rechercheur met zijn team bij de kern van de achtergrond van de moordpartijen. Het blijkt om een geraffineerd drugsexperiment te gaan. Het lukt de rechercheur de bende compleet uit te roeien, maar hij betaalt er wel een hoge prijs voor.

Het boek beschrijft van een aantal mensen in het verhaal de persoonlijke achter-gronden en geeft daarmee een stuk geschiedenis van Zuid-Afrika weer, tijdens en na de apartheid. Zulu gaat helaas nauwelijks in op het waarom van het bestaan van de benden in de townships. Het boek beschrijft weliswaar de door de benden beheerste drugshandel en het type drugsgebruik, maar waarom zijn die zo groot? Dat komt door de enorme armoede, werkloosheid en slechte leefomstandigheden in grote delen van de townships, maar daar schrijft het boek niet over.

Wel gaat het boek uitgebreid in op wetenschappelijke achtergronden van bepaalde drugs en de werkwijze van de bende die daarmee bezig is. Naar mijn mening wat te veel en het gaat niet altijd om onmisbare informatie voor het verhaal.

Al met al vind ik het boek Zulu van Caryl Férey een goed en spannend verhaal, waarbij ik wat kritiek heb op de weergave van enkele feitelijke zaken. Ook de op het boek Zulu gebaseerde film City of Violence is zeer de moeite van het zien waard.

In één of meer van mijn volgende blogs zal ik verder ingaan op de bende-criminaliteit in de townships van Kaapstad.

Verdeling tussen zwart en blank in Zuid-Afrika

Naast scheiding in woongebieden in Zuid-Afrika, waarover ik mijn vorige blog schrijf, zijn er in dit land meer zaken al dan niet bewust verdeeld tussen zwart en blank.

zwart is dominant in bestuur en overheid

Het zwarte ANC heeft landelijk de meerderheid van de stemmen (meer dan 60%). In Kaapstad en de Western Cape provincie is de van oorsprong blanke, maar nu gemengde, DA de grootste (net meer dan 50% van de stemmen). In alle andere steden en provincies heeft het ANC de meerderheid.

Zuid-Afrika kent nog ouderwets veel staatsbedrijven, zoals: het elektriciteits-bedrijf, het waterbedrijf, de telefoonmaatschappij, de vliegmaatschappij, het openbaar vervoer, het postkantoor, radio- en televisiestations, theaters. In totaal zijn er ongeveer 130 staatsbedrijven. Alle worden geleid door zwarte mensen, allemaal aangesteld door de regering. In de praktijk maken de staatsbedrijven deel uit van de overheid.

blank is dominant in het bedrijfsleven

Het bedrijfsleven bestaat voor een groot gedeelte uit bedrijven die in blank bezit zijn. Zij stammen nog veel vanuit de apartheidsperiode. Daarnaast is er sprake van groei van door zwarte mensen opgerichte bedrijven. Er zijn bovendien nogal wat buitenlandse bedrijven, die investeren in de Zuid-Afrikaanse economie. Grote autofabriekanten als Volkswagen, Ford, BMW, Mercedes en Toyota breiden de komende jaren hun productiecapaciteit fors uit.

Veel bedrijven worden door blanken geleid, maar ook steeds meer door zwarten. Het particuliere Zuid-Afrikaanse bedrijfsleven doet het over het algemeen goed. Het zijn efficiënt georganiseerde en winstgevende bedrijven.

functioneren van de overheid

In tegenstelling tot particuliere bedrijven zijn de staatsbedrijven veelal bureau-cratische bolwerken. Ze zijn weinig efficiënt georganiseerd, er worden baantjes vergeven, er is sprake van corruptie en er moet geld bij van de regering.

De president en zijn ministers hebben last van corruptie, fraude en nepotisme en lijken nogal eens met de waarheid te spelen. Het zelfde geldt voor menig ANC bestuurder van provincies en gemeenten. Veel van de infrastructuur is door enorme onderhoudsachterstanden in een belabberde staat: grote gaten in auto-wegen, lekkende pijpen in het watersysteem, veel onderbrekingen van de stroomvoorziening. Opvallend is dat de door de DA bestuurde Western Cape minder problemen met de infrastructuur kent. De meeste wegen liggen er goed bij.

politie en criminaliteit

Het land heeft een politieapparaat dat zijn belangrijkste taak, bescherming van de veiligheid van de burgers, niet aankan.

In grote delen van de townships, met name in de arme buurten, maken jeugdbenden de dienst uit. De slechte leefomstandigheden met structurele armoede, grote werkloosheid, slechte gezondheidzorg, een hoog percentage schoolverlaters, kleine huizen met grote gezinnen (veel zonder aanwezige vader), dichte bebouwing, achterstallig onderhoud aan huizen, straten en plantsoenen, drugshandel en drugsgebruik maken dat veel tieners zich tot de benden voelen aangetrokken. Daar hebben ze de aandacht die ze zoeken en de familie die hun geborgenheid geeft. Daar kunnen ze geld verdienen voor mooie kleren en smartphones. Daar krijgen ze aanzien als ze iemand kunnen ombrengen. En dat gaat met grof geweld.

De politie is niet in staat om het fenomeen van de jeugdbenden te doorbreken. Zij hebben daar niet de middelen voor. Zij hebben wel in woord de steun van de politiek, maar niet in daad. Bovendien zijn er politiemensen, die graag bijverdienen door met jeugdbenden samen te werken. De benden zelfs van wapens te voorzien, die eerder bij anderen in beslag zijn genomen.

Ondanks dat ze het niet aankan, gaat wel de grootste aandacht van de politie uit naar de veiligheid in de townships. Dit heeft tot gevolg dat in andere woongebieden de particuliere beveiligingsindustrie enorm actief is. Vrijwel ieder huis is beveiligd met hekwerk en alarminstallaties en verbonden met een alarm-centrale. Je ziet in die gebieden regelmatig surveillance auto’s van beveiligings-bedrijven rondrijden. En haast vanzelfsprekend zijn deze bedrijven onder leiding en in eigendom van blanken.

kleurling in Zuid-Afrika

Mijn verhaal in deze en mijn vorige blog gaat vooral over het verschil tussen blank en zwart in Zuid-Afrika. Af en toe noem ik de kleurling. In de verdeling tussen zwart en blank valt de kleurling er tussenin. Op enkele uitzonderingen na hebben kleurlingen weinig te zeggen en zij voelen zich onzeker over hun plek in de samenleving. Zoals ze zelf zeggen: vroeger niet wit genoeg, nu niet zwart genoeg. Ik noem twee voorbeelden.

Onder het blanke apartheidsregime hadden kleurlingen iets meer rechten dan zwarten, maar werden evengoed verbannen naar de townships. In het nieuwe democratische Zuid-Afrika stemt een grote meerderheid van de kleurlingen op de DA, (in de ogen van veel zwarten nog steeds een blanke partij), wat met name door ANC-ers op luide toon als heulen met de oude vijand wordt genoemd.

De problemen van de kleurlingen zijn echter minstens zo groot als van de zwarten. Armoede, lage inkomens, veel schoolverlaters (dus een gemiddeld laag opleidingsniveau), slechte woonomstandigheden, drugsproblemen, jeugd-benden. Natuurlijk, ook onder de kleurlingen zijn er mensen die het goed doen. Een bekend voorbeeld is de komiek Trevor Noah, die tegenwoordig de Amerikaanse New Daily Show presenteert. Maar het merendeel heeft het nakijken en voelt zich achtergesteld bij de andere bevolkingsgroepen van Zuid-Afrika.

onderzoek naar positie van kleurlingen

In wat ik waarneem in de Zuid-Afrikaanse samenleving en in de verdeling tussen zwart en blank intrigeert me de positie van kleurlingen. Juist omdat verreweg de meeste blanken in staat zijn om goed voor zich zelf te zorgen. En, hoewel de meerderheid van de zwarten ontegenzeglijk veel sociaaleconomische problemen kent, hebben zij alle aandacht van de overheid. En dat laatste lijken de kleurlingen te missen. Ik doe dan ook onderzoek naar de positie van kleurlingen in Zuid-Afrika en ga daarover publiceren.