Siegfried Nassuth en de Bijlmermeer

Afgelopen december waren wij een paar weken in Nederland. Net in die tijd kwam het boek De Betonnen Droom van Daan Dekker uit. Het gaat over de levensgeschiedenis van de stedenbouwkundige Siegfried Nassuth en over zijn levenswerk, de Bijlmermeer. Ik heb het boek meteen gekocht en met boven-gemiddelde interesse gelezen.

Ik voel me betrokken bij de Amsterdamse wijk Bijlmermeer. Ik heb er gewoond en ik was er actief in verschillende bewonersgroepen. Ik heb gewerkt voor het stadsdeelbestuur van Zuidoost (waar de Bijlmermeer onder valt). Daarvóór werkte ik bij de dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam, de organisatie waar het stedenbouwkundig ontwerp voor de Bijlmermeer is gemaakt. Ik heb ook met verschillende mensen, die in het boek worden genoemd, gewerkt.

In de tijd dat de bouw van de Bijlmermeer van start ging (eind jaren 1960), was er veel publiciteit over wat de Stad van de Toekomst werd genoemd. Ik las er over in Het Parool. Ik was onder de indruk van het ontwerp en de principes achter het ontwerp: strakke hoogbouw, een nadrukkelijke scheiding tussen het autoverkeer en de fietsers en voetgangers, parkeergarages, parkgroen en het metroviaduct. Ik zat toen op Spinozalyceum in Amsterdam. Ik hield op school spreekbeurten en schreef scripties over de Bijlmermeer. Vanuit Amstelveen, waar ik woonde, ging ik regelmatig op de fiets naar de Bijlmermeer om rond te kijken. Wat een verschil was dat met de huisjes, boompjes en beestjes in Amstelveen!

Toen ik op mij zelf wilde gaan wonen, kon ik een flat in de Bijlmermeer krijgen. Dat trok me wel. En dat was vooral uit praktische overwegingen. In die tijd moesten jongeren in Amstelveen 7 jaar op de wachtlijst voor een huis. Dus de keuze voor de Bijlmermeer was snel gemaakt.

Bij de dienst Ruimtelijke Ordening werkte ik als planologisch onderzoeker. Ik was daar lid van de zogenoemde fietsclub, een groep collega’s die het leuk vond om in hun vrije tijd gezamenlijk fietstochten te maken. Daan Dekker schrijft er over in zijn boek. Siegfried Nassuth fietste ook altijd mee en ik heb hem zo leren kennen. Ik vond het altijd een bijzonder aardige man. Van Siegfried heb ik er nooit iets over gehoord, maar via anderen wist ik dat hij was opgegroeid in het voormalig Nederlands Indië en dat hij als krijgsgevangene van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog aan de Birmaspoorlijn had gewerkt. Daan Dekker verhaalt uitgebreid over die tijd, waardoor ik nu een duidelijker beeld van Siegfried heb.

Bij de stadsdeelorganisatie van Zuidoost was ik onderzoeker en projectleider. Ik werkte o.m. aan projecten om de leegstand en de sociale problemen in de Bijlmermeer tegen te gaan. Die projecten hebben later geleid tot de groot-schalige vernieuwing van de Bijlmermeer, waarbij veel van de oorspronkelijke hoogbouwcomplexen zijn vervangen door meer traditionele bouwvormen.

Ondanks dat ik van het stedenbouwkundig ontwerp onder de indruk was, en er met plezier heb gewoond, heb ik toch altijd een dubbel gevoel bij de Bijlmermeer gehad.
Aspecten, zoals zoveel mogelijk mensen laten wonen in het groen en de scheiding van het autoverkeer van de rest, spraken me aan. Siegfried Nassuth en zijn ontwerpteam vonden dat niet alleen de rijken in Het Gooi en Aerdenhout in het groen mochten wonen. Dat moest ook voor de arbeiders en de mensen uit de middenklasse in de stad mogelijk zijn. En de opkomst van de auto in de jaren 1960 moest volgens de ontwerpers goed georganiseerd worden.
Daarentegen zag ik ook wat de Bijlmermeer minder aantrekkelijk maakte. Waarom zoveel (13.000) dezelfde woningen in één gelijke hoogbouwvorm? Waarom leek ieder stukje van de Bijlmermeer op al die andere stukjes, waardoor je snel verdwaald kon raken? De verkeersveiligheid was weliswaar goed geregeld, maar daarvoor kwamen problemen met de sociale veiligheid in de plaats. Op de fiets of lopend mocht je niet anders dan door het groen, waar nogal eens vervelende dingen gebeurden.
Ik weet dat in de oorspronkelijke ontwerpen van de Bijlmermeer meer variatie was en dat deze is verdwenen om redenen van geld en bouwefficiëntie. Maar ook met variatie was het om een zeer groot aantal woningen van hetzelfde type in overwegend dezelfde bouwvorm gegaan.

In het begin waren er veel enthousiaste reacties op het ontwerp van de Bijlmermeer. Bij de professionals uit de stedenbouw, in de pers, en ook bij mensen die op zoek waren naar een woning. Er waren best wat mensen, die bewust voor een huis in de Bijlmermeer kozen. Maar kennelijk bij lange na niet genoeg om alle woningen te vullen. Er ontstonden al snel verhuurproblemen, waardoor ook mensen die elders moeilijk aan de bak kwamen, voor een huis in de Bijlmermeer in aanmerking konden komen. Tot ook deze mensen allemaal aan een woning waren geholpen. Vanaf dat moment begon de leegstand op te lopen en was het duidelijk dat naar verhouding maar weinig mensen in de Bijlmermeer wilden wonen.

Voor wie was de Bijlmermeer nu bedoeld? In eerste instantie werd gedacht aan de mensen die uit de oude wijken weg moesten voor de stadsvernieuwing. Dat waren destijds heel goedkope woningen, waar mensen met een laag inkomen woonden. Toen bleek dat de huren van de Bijlmer flats voor deze mensen te hoog zouden worden, werd gekeken naar mensen uit de middenklasse in de Westelijke Tuinsteden. Als zij naar de Bijlmermeer zouden verhuizen, dan konden de mensen uit de oude wijken in hun huizen gaan wonen, was de redenering. Maar, dat gebeurde niet zoals het gemeentebestuur zich had voorgesteld. Tussen 1965 en 1995 verlieten weliswaar veel middenklassers de Tuinsteden, maar zij kozen voor een huis met een tuin in Amstelveen, Purmerend, Hoorn, Lelystad of Almere.

Voor het ontwerp van de Bijlmermeer is veel onderzoek gedaan. Dat was normatief onderzoek. Hoeveel woningen kan je in een bepaald type en vorm bouwen? Hoeveel mensen gaan daar wonen? Hoeveel groen past daarbij? Wat voor winkels en in hoeveel oppervlakten moeten er komen? Hoeveel scholen, hoe groot en van welk geloof? Met hoeveel parkeerplaatsen moeten we rekening houden? Hoe organiseren we het openbaar vervoer? En zo over nog veel meer van wat in een woonwijk hoort.

Helaas is er nooit onderzoek gedaan naar wie in een wijk als de Bijlmermeer wil wonen. Er zijn slechts aannamen gedaan: eerst de mensen met een laag inkomen uit de oude wijken en daarna de middenklassers uit de Westelijke Tuinsteden. Er werd gewoon van uitgegaan, dat de woningen toch wel vol kwamen, want dat was na de Tweede Wereldoorlog altijd overal het geval geweest. Onder invloed van een enorme woningnood. En die woningnood begon nu net aan het eind van de jaren 1960 minder te worden. Zeker voor mensen uit de middenklasse. Zij kwamen in de gelegenheid om zelf een woonplek te kiezen en niet afhankelijk te zijn van de wachtlijsten van gemeentelijke woningdiensten. Met hen kwam de massale keuze van mensen uit de middeninkomensgroepen voor een eengezinshuis met tuin op gang. Omdat in Amsterdam maar in beperkte mate in eengezinshuizen werd voorzien, koos men voor de forensenplaatsen buiten de stad.

Ook toen bleek dat de flats in de Bijlmermeer niet populair waren bij de beoogde doelgroep is naar mijn weten niet onderzocht waarom men wegbleef. Wat ik hierboven schrijf, over de verhuizingen van de middenklassers, is feitelijk gebeurd en wellicht duidelijker dan de uitkomst van welk onderzoek dan ook. Maar, als die mensen ook was gevraagd of ze buiten de stad gingen wonen omdat ze het huis-met-tuin in Amsterdam niet konden vinden of omdat er ook andere reden waren, had in het ontwerp van de Bijlmermeer wellicht nog bijgestuurd kunnen worden. In het begin van de jaren 1970 was daar nog alle gelegenheid voor. De Bijlmermeer had in die tijd nog een goede naam. Later zijn de sociale problemen ontstaan en snel groter geworden. Toen was het te laat en had heel Nederland zijn oordeel over de Bijlmermeer en wilden er nog maar weinig mensen uit vrije keuze wonen.

Helaas schenkt ook Daan Dekker in zijn boek nauwelijks aandacht aan het waarom van de verhuurproblemen en de leegstand in de Bijlmermeer in de periode vlak na 1970. Hij schrijft ergens dat het aanbod van de hoogbouwflats groter was dan de vraag, maar houdt het er bij. Ik vind dat jammer, omdat juist dit boek de gelegenheid bij uitstek was om antwoord te geven op die vraag.

Mijn punt van kritiek op het werk van Daan Dekker neemt niet weg dat ik het boek De Betonnen Droom met plezier heb gelezen. Daan heeft grondig onderzoek gedaan, tot in Indonesië en Thailand aan toe. De informatie die hij zo heeft verzameld is indrukwekkend. Als iemand, die eerst niet thuis was in planologie en stedenbouw, maar slechts bij toeval geïnteresseerd is geraakt in de Bijlmermeer, geeft hij een goede indruk hoe het met deze Amsterdamse wijk is vergaan. Van het ontwerp, via de bouw, tot aan (soms tot en met) de sloop. En het boek is goed geschreven. Non-fictie, maar het leest soms als een roman. Alleen dat onderzoek naar de verhuurproblemen. Daarover wil ik graag een keer met Daan bij een kop koffie van gedachten wisselen.

Tot slot. Wat heeft dit verhaal met Zuid-Afrika te maken? Helemaal niets. Ik vond het gewoon leuk om eens over iets anders te schrijven.

Waar is het leuker om te wonen? Zuid-Afrika of Nederland?

Als je in december voor het eerst in Nederland bent, lijkt het of het daar bijna altijd mistig en ietwat druilerig weer is. En dat er alleen maar kerstmuziek wordt gespeeld. Maar, dat is natuurlijk niet zo. En wij waren afgelopen december ook niet voor het eerst in Nederland. Sterker, we komen er vandaan.

Eerst mijn verontschuldigingen naar al die mensen, die niet wisten dat we er waren. Weet, dat als familie en vrienden horen dat je er bent, ze je ook allemaal willen zien. Dat is in een tijd van drie weken helaas niet te doen. Als je tenminste ook nog iets anders wilt dan familie en vrienden opzoeken. Maar weet ook dat de volgende keer, dat wij er zijn, anderen het weer niet weten. Dan kunnen jullie ons zomaar op bezoek krijgen.

Natuurlijk is het fijn om weer even in je eigen land te zijn. Als je vanuit een warm Zuid-Afrika komt en daar na een paar weken weer terugkeert, maakt het Nederlandse weer niet zoveel uit. Behalve dan, dat de helft van je koffer in beslag wordt genomen door een winterjas. En de muziek? Ach, ook in Zuid-Afrika luisteren en kijken we naar de Nederlandse radio en televisie. Dus die kerstmuziek zetten we ook hier geërgerd af.

In Nederland loop je gemakkelijk een museum binnen, er is altijd wel één in de buurt. Dat geldt ook voor het theater. Toen we nog in Nederland woonden, gingen we geregeld naar voorstellingen. Nu nooit meer. De afstanden zijn te groot, zeker als je in het donker moet rijden.

Het openbaar vervoer in Nederland is perfect. Treinen, metro’s, trams en bussen rijden zo goed als altijd op tijd, zijn modern en schoon. Met de ov-chipkaart stap je zo over van de ene bus op de andere metro. Alle kosten worden automatisch van je bankrekening afgeschreven. In Zuid-Afrika heb je dat allemaal niet of nauwelijks. Je doet hier alles met de auto, ook de ritjes die je in Nederland met de fiets zou doen.

Files vormen in Nederland één van de nationale hoogtepunten. Om met Herman Finkers te spreken: ik weet niet wat de mensen er aan vinden, ze staan er zelfs voor in de rij! Nu is het niet zo, dat Zuid-Afrika filevrij is. Ook op de toegangs-wegen naar Kaapstad kan je rustig één tot twee uur langzaam rijdend doorbrengen. Maar, buiten de grote steden is het filefenomeen onbekend.

Ik ben in Nederland bij verkeerscontroles nog nooit op mijn rijbewijs gecontro-leerd. Wel enkele keren op alcoholgebruik. In Zuid-Afrika wordt intensief gecontroleerd op het hebben van een rijbewijs, waarbij hele wegen worden geblokkeerd en iedereen keurig langs oom agent mag rijden. Alcoholcontroles heb ik hier nog niet mogen meemaken.

Het verkeer op de weg lijkt in Zuid-Afrika chaotischer dan in Nederland. Hier rijden nogal wat mensen met een dash camera om idiote manoeuvres te registeren (zoals je ze ook wel uit Rusland ziet). Maar hufterig rijden kunnen ze in Nederland ook. We zagen bijvoorbeeld op een snelweg met een rijbaan van vijf rijstroken iemand (kaal geschoren hoofd in een ouder type Golf) van de meest linkse strook diagonaal over de andere stroken naar de afslag gaan.

Kortom, waar is het nu leuker? Zuid-Afrika of Nederland? Bijna altijd mooi weer of gemakkelijk naar het theater kunnen? Weinig files of een perfect openbaar vervoer? Alles met de auto of ook met de fiets? Controle op je rijbewijsbezit of op je alcoholgebruik? Hufterige automobilisten of hufterige automobilisten? Wij weten het nog niet.

Criminaliteit in Zuid-Afrika volgens de boeken van Deon Meyer

De criminaliteit in Zuid-Afrika is van het harde soort. Er wordt veel met vuur- en steekwapens gewerkt. Hoewel je een vergunning nodig hebt, is de wapenhandel in Zuid-Afrika zo goed als vrij. Natuurlijk hebben veel mensen wapens zonder de vereiste vergunningen. En laten dat nu net de beroepscriminelen zijn. Het gevolg van al die wapens is natuurlijk een overmaat aan doden.

De meeste criminaliteit in Zuid-Afrika komt voor onder de zwarten en de kleurlingen. Daar vallen ook de meeste slachtoffers. Het bendegeweld onder deze bevolkingsgroepen is groot. Bij de zwarten blijft het meestal beperkt tot kleine weinig gestructureerde benden in hun eigen woonbuurt. De kleurlingen-criminaliteit is daarentegen goed georganiseerd. De benden kennen een sterke hiërarchie. De kleurlingbenden beheersen onder meer de drugsmarkt in Zuid-Afrika. Er zijn veel onderlinge bendeoorlogen, die op straat worden uitgevochten. Daardoor vallen ook veel slachtoffers onder toevallige voorbijgangers.

Maar wis de rol van de blanken niet uit in de criminaliteit in Zuid-Afrika. Zeker als het om ongewenst gebruik van wapens gaat. Een beroemd voorbeeld is Olympisch blade runner Oscar Pistorius, die ’s nachts zijn vriendin dwars door de wc-deur dood schiet. Of, minder bekend in Nederland, de jonge student die, na thuiskomst in de dure villawijk Kleine Zalze in Stellenbosch, zijn ouders en broer met een bijl om het leven helpt.

De criminaliteit in Zuid-Afrika lijkt dus een mooie bron voor thrillers. Er zijn dan ook de nodige schrijvers van dat genre in dit land. De bekendste van de Afrikaanstaligen is Deon Meyer. Zijn boeken zijn in 27 talen vertaald, waaronder in het Nederlands.

Deon Meyer geeft een realistisch beeld van de criminaliteit in Zuid-Afrika. Hij doet dat ook van de Zuid-Afrikaanse samenleving, die nogal gecompliceerd is. Gecompliceerd door de tot 1994 bestaande apartheid. De scheiding van toen, tussen blank, zwart en kleurling, bestaat nog steeds. Die scheiding is nu weliswaar niet meer door de staat opgelegd, maar bepaalt de samenleving nog steeds nadrukkelijk. Opvallende bijkomstigheid is wel, dat iedere bevolkings-groep de meeste van de criminele activiteiten uitoefent in de eigen omgeving.

De thrillers, die Deon Meyer in zijn boeken vertelt, lijken op het eerste gezicht veel op die van bijvoorbeeld de Scandinavische schrijvers. Het gaat om grof geweld, wapens, alcohol en drugs. Het gaat om politierechercheurs, privé detectives, persoonlijke lijfwachten en bendeleiders. Dat lijkt allemaal op elkaar. Maar het grote verschil tussen de verhalen van Deon Meyer en de Scandina-viërs zit in de structuur van de Zuid-Afrikaanse samenleving.

Het onderscheid in rassen, waarvan de hele samenleving is doordesemd, komt nadrukkelijk bij Deon Meyer naar voren. Daar waar blank, zwart en kleurling elkaar tegenkomen, schuurt het nogal eens. Of het nu (de) collega’s bij de politie zijn, of dat het nu criminelen zijn. Het gaat om irritaties tussen mensen van verschillende afkomst. Oud zeer, veel van generaties her, komt soms duidelijk naar boven. Deon Meyer neemt het mee in zijn verhalen.

Even terzijde. Thrillers spelen vrijwel altijd op een bestaande locatie af. Voor het verhaal is het belangrijk dat er concrete wijken en straten van een stad worden vermeld. Ik vind dat leuk, zeker als ik de stad uit het verhaal uit eigen ervaring redelijk tot goed ken. In mijn geval Amsterdam, Den Haag en Kaapstad. Ik kijk dan ook regelmatig op de kaart of het allemaal wel klopt wat de schrijver beschrijft. Soms blijken bepaalde aanduidingen inderdaad niet te kloppen. Vind ik dus leuk. Zal wel beroepsdeformatie van een planoloog zijn.

Ik lees de boeken van Deon Meyer sinds ik in Zuid-Afrika woon. Daarvoor had ik natuurlijk al van hem gehoord. Mijn oog was toen qua thrillers vooral gericht op Dan Brown, Stig Larsson en Jo Nesbo. Deon Meyer stond wel al op mijn lijstje, maar het was er nog niet van gekomen. Met, onder veel meer, de boeken van Deon Meyer leer ik nu de samenleving en daarmee de criminaliteit in Zuid-Afrika beter kennen.

Van Deon Meyer zijn 15 boeken verschenen. Van de boeken, die ik tot nu toe heb gelezen, springen voor mij twee er uit: Onzichtbaar en Spoor. De Zuid-Afrikaanse samenleving, zoals die nu is, wordt in zijn verschillende facetten in deze boeken goed beschreven. En natuurlijk de criminaliteit in Zuid-Afrika, die zo aanwezig is in deze samenleving. Twee aanraders.

Stroomuitval in Zuid-Afrika vindt men hier heel normaal

Ik ga in deze blog eens lekker klagen. Volgende keer weer iets leuks of wijs-neuserigs.

Zit je net voor de televisie voor iets dat je graag wilt zien. Plop! Televisie uit, alle apparaten uit, licht uit. Stikdonker. In een fractie van een seconde. Gelukkig ben je er al enigszins op ingesteld. Een zaklamp op de telefoon met behoorlijk wat lichtopbrengst bij de hand. En van alle kampeerspullen, die we bij vertrek uit Nederland hebben verkocht, hebben we de oplaadbare kampeerlamp achter-gehouden. Erg praktisch bij stroomuitval in Zuid-Afrika.

Tot voor een jaar geleden hadden we een periode van wat ze hier load sheddings noemen. Een geregelde stroomuitval in Zuid-Afrika vanwege het gebrek aan capaciteit en de slechte onderhoudstoestand van de elektriciteits-centrales. Op internet staat een schema, wanneer je als dorp of stadsdeel aan de beurt bent. Het duurt ongeveer twee uur. Niet leuk, maar je weet waar je aan toe bent en je kan je er op voorbereiden. Bijvoorbeeld je computer op tijd uit het stopcontact. En activiteiten gaan doen, waarbij je niet afhankelijk bent van elektriciteit. Wel een beetje lastig vandaag de dag, maar die activiteiten bestaan nog steeds. Met de hond gaan lopen, bijvoorbeeld.

De tijd van load sheddings, en dus de geregelde stroomuitval in Zuid-Afrika, is sinds een jaar voorbij. De directeur van Eskom, de staatsenergiemaatschappij van Zuid-Afrika, maakt dat bekend in een interview in de krant. Hij zegt daarin, dat hij alles weer op orde heeft gebracht. Het onderhoud van de centrales is weer op niveau. Er is een nieuwe centrale in gebruik genomen. Kolengestookt, dat weer wel. Dus zegt hij, alles doet het weer. Kort na dat interview wordt de man wegens corruptie ontslagen door de president van Zuid-Afrika. Die toch ook niet vies is van corruptie.

Ondertussen gaat de stroomuitval in Zuid-Afrika gewoon door. Maar dan zonder schema of vooraankondiging. En niet een keer in de maand, maar soms zelfs meerdere keren per week. Dus ook vorige week, wanneer we net voor de televisie zitten. Na een uur gaan alle lichten weer aan. Ah, het doet het weer! Gauw de televisie aan, kunnen we nog een stukje journaal meepikken. Maar na vijf minuten gaat alles weer uit. Tja, het is donker, dus ze zullen wel op de verkeerde knop hebben gedrukt. Zo tegen twaalf uur vinden we het mooi geweest en gaan we naar bed. Net als we in bed stappen: plop, alles weer aan. Even wachten, het blijft aan! Maar ja, nu moet het donker zijn, want we willen slapen.

Gisteren, midden in een stuk dat ik aan het schrijven ben. Plop, computer uit. Kijk om me heen, ja alle apparaten zijn uit. Je vloekt even. Want, dit is slecht voor de computer. Waarom heb je anders zo’n uitgebreide afsluitprocedure? Het is nu nog licht, dus de juiste knop zal wel gemakkelijker te vinden zijn. En ja hoor, na een kwartier gaat alles weer aan. Om meteen weer uit te gaan. Toch niet de juiste knop? Ik denk het, want het duurt daarna twee uur voor er weer stroom is.

En vannacht was het weer raak. Daar heb je toch geen last van als je slaapt? Jawel. In de eerste plaats gaat de klok op de wekker uit en niet automatisch weer aan. En je moet eens weten hoeveel apparaten in huis een piepje afgeven als ze weer aangaan. Daar word je dus wakker van. En je kan niet eens zien hoe laat het is.

Kortom, heel irritant. Maar, het gekke is, in de lokale nieuwsbrief van ons dorp wordt er over van alles geklaagd. Het kan niet klein genoeg zijn, of mensen hebben het er over. Maar, over de stroomuitvallen lees je helemaal niets. Breng ik het ter sprake bij buren of zo, dan halen ze hun schouders op. Dat is nu eenmaal zo in dit land. En een beetje blanke, die de apartheid nog heeft meegemaakt, zal ook meteen zeggen dat deze regering het niet kan.

Het voordeel van de stroomuitval in Zuid-Afrika is wel, dat je veel boeken kan lezen. Mits je genoeg boeken op je iPad hebt staan. En je iPad is opgeladen, natuurlijk.

Inkomensverschillen in Zuid-Afrika zijn erg groot.

Ik verbaas me regelmatig over de enorme inkomensverschillen in Zuid-Afrika. Die verschillen zijn er met name tussen de bevolkingsgroepen. In 2011 is het gemiddelde bruto huishoudeninkomen per maand voor: blank € 3200, kleurling € 1200, zwart € 600. (3) In dat jaar is het gemiddelde bruto maaninkomen per huishouden in Zuid-Afrika € 1000, in Nederland € 4700. (4)

Ik ga in dit stuk er maar gemakshalve van uit dat iedereen met hetzelfde werk, dezelfde opleiding en dezelfde werkervaring evenveel verdient, ongeacht afkomst.

De belangrijkste oorzaak van de inkomensverschillen in Zuid-Afrika tussen de bevolkingsgroepen is het verschil in opleidingsniveau. Een groter aandeel van de blanken dan van de kleurlingen en de zwarten ronden hun middelbare school en universitaire studie succesvol af. Hier staat tegenover dat een groot aandeel van de kleurlingen en de zwarten ongeschoold is. Zij hebben ook hun lagere school niet afgemaakt. Bij blanken komt dat nauwelijks voor. Als ongeschoolden al aan werk komen, worden ze heel slecht betaald. Maandlonen van € 150 vormen geen uitzondering. Als je nooit hebt gewerkt, heb je geen uitkering, dus heb je geen inkomen.

Als wij in huis een klus hebben, komt er vrijwel altijd een ploeg van drie of vier mensen, waarbij volgens mij één, hooguit twee, voldoende zou zijn. Er is er dan één man om te vertellen wat de anderen moeten doen, één om het technische werk (bijvoorbeeld een loodgieter of een elektricien) te doen, één om het juiste gereedschap aan te geven en één om de rommel op te ruimen. Nu lijkt het of ik een karikatuur maak, maar dit is zoals het in Zuid-Afrika gaat. Voor de klus betaal je voor de hele ploeg een uurtarief van € 20, alles inbegrepen. De man die het werk verdeelt, is meestal de baas van het bedrijf. Hij strijkt ongetwijfeld een flink deel van het uurbedrag op. Dus het loon voor de andere mannen van de ploeg kan niet hoog zijn. Ook dit verklaart de grote inkomensverschillen in Zuid-Afrika.

Ik vraag Zuid-Afrikaanse ondernemers geregeld waarom er zoveel man op een klus moet. Met minder mensen voor hetzelfde uurtarief zouden die ook meer verdienen. Ja, maar nu hebben ze tenminste werk, is de reactie. Mijn Nederlandse liberale redenering is dan, als mensen meer verdienen, geven ze ook meer uit, waardoor weer werk ontstaat voor die anderen, die dan ook meer verdienen dan ze nu doen. Zij geven dan weer meer geld uit, en zie daar, er ontstaat zomaar een bloeiende economie met ook nog kleinere inkomens-verschillen in Zuid-Afrika. Misschien een beetje simpele redenering (waarin liberalen ook erg goed kunnen zijn, vind ik, en ben ik dus eigenlijk helemaal niet liberaal), maar op den duur zou het toch moeten werken. En daar zit nu net de kneep.

Als mijn redenering werkt, dan werkt dat pas op de langere termijn. Immers, eerst moeten mensen meer geld verdienen om meer uit te kunnen geven. Ondertussen zitten anderen werkloos en met een lage of geen uitkering thuis. De werkloosheid, die in Zuid-Afrika toch al ruim een derde van de beroeps-bevolking (en meer dan de helft van de jongeren) treft, wordt dan nog groter. Pas als door extra bestedingen nieuw werk ontstaat, zal de werkloosheid gaan dalen. Hoe lang duurt het, voor het zover is?

Daarom houden zoveel mensen vast aan het laag betaalde werk en dus aan de grote inkomensverschillen in Zuid-Afrika. Dan kunnen, zeggen zij, veel (onge-schoolde) mensen aan werk worden geholpen.

De regering heeft nu een programma lopen om voor ongeschoolde werklozen werk te creëren. Bedrijven worden financieel tegemoet gekomen als ze deze mensen in dienst nemen. Ze mogen dan een maandloon van € 100 aanhouden. Geen geringe bevordering van de inkomensverschillen in Zuid-Afrika, als je weet dat in de discussie over de invoering van een wettelijk minimumloon € 250 per maand als redelijk wordt gezien.

De president van Zuid-Afrika heeft een jaarsalaris van 3,3 miljoen rand, omgerekend is dat een maandsalaris van zo’n 18.000 euro. (5) Maar dit terzijde.
_________________________________________________________________

(1) In bijgaande afbeelding staan de jaarinkomens per huishouden in randen in 2011. De bron is de publicatie Income and Expenditure of Households 2010/2011 van Statistics South Africa (StatSA).
(2) Mensen van Indische en/of Aziatische afkomst maken sinds het einde van de apartheid qua inkomen een inhaalslag en zullen, naar verwachting, binnen enkele jaren gelijk staan aan de blanken. Bron: de hiervoor genoemde publicatie van StatSA.
(3) De inkomens heb ik in euro’s vermeld. In 2011 is één rand gelijk aan 0,10 euro. In 2016 is één rand gelijk aan 0,065 euro.
(4) De bron van het gemiddelde maandinkomen per huishouden in Nederland is de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
(5) De bron van het jaarsalaris van de president van Zuid-Afrika is de Sunday Times van 13 november 2016.

Gaat Zuma nu echt aftreden als president van Zuid-Afrika?

Jacob Zuma is zeer omstreden als president van Zuid-Afrika. Hij heeft veel last van corruptie, fraude, machtsmisbruik en nepotisme. Ik noem een aantal voor-vallen in de afgelopen tien jaar.

Al als vice-president, onder zijn voorganger Thabo Mbeki, moet Jacob Zuma in 2007 aftreden vanwege een groot aantal corruptieaanklachten tegen hem. Op dat moment laat hij het er niet bij zitten en gebruikt zijn machtsbasis binnen het ANC. Nog in hetzelfde jaar laat Zuma zich door het ANC-congres kiezen tot presidentskandidaat voor de verkiezingen van 2009. En passant zorgt hij er nog voor dat Mbeki nog vóór het aflopen van zijn zittingstermijn van het ANC (in meerderheid in het parlement) moet aftreden als president van Zuid-Afrika. Als Zuma in 2009 eenmaal president van Zuid-Afrika is, worden alle onderzoeken naar aanklachten tegen hem stop gezet.

In Pretoria heeft de president de beschikking over een ambtswoning. Zuma verblijft liever in zijn eigen dorp Nkandla in Kwazulu-Natal. Daar bezit hij een villacomplex om onderdak te bieden aan hemzelf, zijn 5 vrouwen en hun 20 kinderen. Nu hij president van Zuid-Afrika is, vindt Jacob Zuma dat dit complex moet worden aangepast aan zijn nieuwe status. Er wordt op kosten van de staat voor een bedrag van € 20 miljoen verbouwd. Omdat de oppositie in het parlement, en met hen veel burgers, dit niet begrijpen, komt er een onderzoek door de public protector.

De public protector is door het parlement aangesteld om onderzoek te doen naar gemelde misstanden. De functie is vergelijkbaar met de nationale ombudsman in Nederland, maar heeft verdergaande bevoegdheden. De uitkomsten en de aanbevelingen van het onderzoek hebben een wettelijke status en moeten worden uitgevoerd.

Public protector Thuli Madonsela komt tot de conclusie dat financiering van de verbouwingen in Nkandla op kosten van de staat ongeoorloofd is en stelt dat de president van Zuid-Afrika het geld moet terugbetalen. Jacob Zuma reageert niet op het rapport. De oppositie (DA en EFF) vindt uiteraard dat hij wel moet reageren en stelt dat in het parlement aan de orde. Het ANC blokkeert ieder debat over dit punt. Vervolgens klagen DA en EFF de president van Zuid-Afrika aan bij de rechtbank om hem te dwingen tot terugbetalen. De rechter beslist dat hij dat inderdaad moet doen. Zuma gaat er niet op in. DA en EFF eisen daarop het aftreden van de president. Het ANC, in het parlement in de meerderheid, stemt tegen.

Eind 2015 dwingt de president van Zuid-Afrika de minister van financiën, Nhlanhla Nene, tot aftreden. Hij geeft daarvoor geen duidelijke reden. Nene wordt alom gewaardeerd als een goed minister van financiën. Voor hem in de plaats komt Des van Rooyen. Hij is tot dan een backbencher in het parlement, vrijwel niemand heeft eerder van hem gehoord. De rand, de valuta van Zuid-Afrika, daalt onmiddellijk zo’n 15% in waarde. Maar, al na vier dagen maakt Des van Rooyen plaats voor Pravin Gordhan. Deze was al eerder een gewaardeerd minister van financiën. Gordhan maakt meteen duidelijk dat Zuma het geld, besteed in Nkandla, moet terugbetalen. De rand leeft weer op.

Afgelopen oktober wordt door een speciale opsporingsdienst van de regering een aanklacht tegen Pravin Gordhan ingediend. Hij heeft in een vorige functie, als directeur van de belastingdienst, onderzoek laten doen naar de financiële praktijken van mensen, waarvan (tenminste) het vermoeden van corruptie bestaat. Eén van hen is ene Jacob Zuma.

Veel mensen zijn bang dat Pravin Gordhan moet aftreden als minister van financiën. De waarde van de rand maakt opnieuw een duikeling. Maar Gordhan krijgt veel steun. Uit het bedrijfsleven, van de vakbonden, vanuit de politiek. Niet alleen van de oppositiepartijen, maar ook van veel ANC’ers. Waaronder verschil-lende ministers en zelfs vice-president Cyril Ramaphosa. Dit verzwakt de positie van Jacob Zuma als president van Zuid-Afrika. Hij wordt opgeroepen tot aftreden. Daar gaat hij (nog) niet op in. Wel wordt een dag vóór de rechtszitting de aanklacht tegen Pravin Gordhan ingetrokken. Gordhan blijft en de waarde van de rand stijgt weer.

Er zijn al een tijdje hardnekkige geruchten, maar het is nu duidelijk dat op de achtergrond een in Zuid-Afrika wonende Indische zakenfamilie, Gupta, de lijntjes met de regering stevig in handen heeft. Zij bepalen zo ongeveer wat het regeringsbeleid is en wie er wel of niet minister mag zijn. Jacob Zuma is persoonlijk bevriend met de broers Gupta. Kinderen van Zuma leiden Gupta-bedrijven. Andere kinderen van Zuma worden gefêteerd met mooie kleren en dure auto’s. Zuma overlegt regelmatig persoonlijk ten huize van Gupta over regeringszaken.

Eind 2015 wordt de positie van de minister van financiën bij de Gupta’s besproken. Enkele ANC-ers worden verzocht langs te komen. Zij krijgen de vraag of ze minister van financiën willen worden om Nhlanhla Nene te vervangen. De meeste weigeren, maar Des van Rooyen stemt toe. Omdat zijn financiële kennis niet erg groot is, zal hij begeleiding vanuit de Gupta-bedrijven krijgen.

Ook de bemoeienissen van de Gupta familie worden bij de public protector aanhangig gemaakt. Thuli Madonsela doet uitgebreid onderzoek door middel van interviews met betrokkenen. Iedereen is volgens de wet verplicht tot medewerking, dus ook de president van Zuid-Afrika. Toeval of niet, in oktober 2016 loopt de termijn van Madonsela als public protector af. Zij wil haar onderzoek nog vóór haar terugtreden aan het parlement aanbieden. Jacob Zuma houdt dat als president van Zuid-Afrika tegen. Hij dient een verzoek in bij de rechtbank. Thuli Madonsela vertrekt als public protector zonder dat zij haar onderzoeksrapport heeft kunnen publiceren. Maar, de rechter beslist kort daarna dat de resultaten van het onderzoek wel openbaar mogen zijn. Het rapport bevestigt de relatie van Zuma met de familie Gupta. Opnieuw een ernstige verzwakking van de positie van de president van Zuid-Afrika.

In de straten van Pretoria, Johannesburg en Kaapstad zijn nu demonstraties onder het motto “Zuma must fall”. DA en EFF eisen opnieuw het aftreden van Jacob Zuma als president van Zuid-Afrika. Een grote groep binnen het ANC wil nu ook dat Zuma aftreedt, maar er zijn nog steeds ANC-ers die vinden dat er nauwelijks iets aan de hand is. Een parlementair debat over deze zaak moet nog plaats vinden.

Wordt vervolgd.

Verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika. Een merkwaardig proces. Blijven we nu voor altijd?

Als wij ruim twee jaar geleden in Zuid-Afrika gaan wonen, ga ik al snel rond-vragen hoeveel tijd er nodig is om een definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika aan te vragen. Ongeveer een jaar, hoor ik van bijna iedereen: van Neder-landers met recente ervaring en van professionals die je kunnen ondersteunen bij de aanvraag.

Mijn tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika loopt tot juli 2016. Dus ik denk dat ik in april 2015 op tijd aan de procedure begin. Omdat er onderweg van alles mis kan gaan, zoals het zoek raken of het domweg op een bureau blijven liggen van documenten, laat ik me ondersteunen door een professioneel bureau. Zij doen dan voor mij de verzendingen en het duw- en trekwerk binnen de Zuid-Afrikaanse bureaucratie.

Alles wat ik al in Nederland heb gedaan voor de aanvraag van een tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika, moet nu weer gebeuren: een geboorte-bewijs van de gemeente waar je bent geboren (Amsterdam dus, in mijn geval), een bewijs van goed gedrag (zowel in Zuid-Afrika als in Nederland), een verklaring van goede gezondheid (van je huisarts), een radiologisch onderzoek (in een ziekenhuis). Na drie maanden is alles voor elkaar en mag ik naar het kantoor van Home Affairs in Kaapstad om de aanvraag voor mijn verblijfs-vergunning voor Zuid-Afrika persoonlijk in te dienen. Om een lange rij en wachttijd te vermijden, is er de mogelijkheid om dat op afspraak in een Premium Room te doen. Kost R 500 of € 30. Omdat ik nu eenmaal een hekel heb aan rijen en wachttijden, doe ik dat. Maar wie zie je daar? Allemaal blanke mensen. In de rij zie je alleen maar zwarte mensen. Ik dacht toch echt dat de apartheid voorbij was. Ik realiseer me dat ik aan dit onderscheid meewerk, domweg omdat ik het me kan veroorloven.

Als de aanvraag is ingediend, krijg je een tracking nummer. Je kan dan op de website van Home Affairs volgen hoe je aanvraag verloopt. Nu, dat valt tegen. Heel lang zie ik de volgende boodschap: Application has been forwarded to the Department of Home Affairs for adjudication on 20-Jul-2015. Op die datum gaan ook de acht tot tien maanden in. Maar, de boodschap op internet verandert niet.

In maart 2016 ga ik maar eens informeren bij mijn professionele ondersteuner. Als ik naar zijn kantoor bel, is hij er niet. Een collega staat me te woord en vertelt me dat de aanvraagtijd voor een verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika vijftien (15) maanden is. Ik reageer geschrokken en zeg dat me altijd anders is verteld. Dan is het veranderd, zegt ze doodgemoedereerd. Ik vraag aan haar de collega, die mij zegt te ondersteunen, te vragen om mij terug te bellen.

De ondersteuner belt terug. Ik ben inmiddels over de schrik heen en zeg hem, dat hij me best op de hoogte had kunnen stellen van de bijna verdubbeling van de afgiftetijd. En, dat ik nu in de problemen kom, omdat mijn tijdelijke vergunning al in juni afloopt en dat wij kort daarna voor vakantie naar het buitenland gaan. Hij zegt sorry en stelt me voor een nieuwe tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika aan te vragen. Okay, dat moet dan maar.

Dan weer het hele circus van bewijs van goed gedrag (ja, ook weer van Nederland, waar ik al bijna twee jaar weg ben), gezondheidsverklaring en radio-logisch onderzoek. Alleen het geboortebewijs hoeft niet, want dat hebben ze al. Als het niet is zoek geraakt, denk ik bij mezelf. Weer naar Kaapstad voor de persoonlijke indiening van de aanvraag. En, oh wonder, snel daarna heb ik mijn nieuwe tijdelijke verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika. Ik mag weer twee jaar blijven.

Maar voorlopig staat voor de aanvraag van definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika de oude boodschap. En ineens verandert er iets op internet: Appli-cation has been forwarded to the Department of Home Affairs for adjudication on 10/18/2016. De tekst is hetzelfde, maar de datum is anders. Hebben ze er nu vijftien maanden over gedaan om de aanvraag het kantoor in Kaapstad uit te krijgen? Ik weer bellen met mijn ondersteuner. Is dit nieuws? Ja, dat betekent dat ze er mee bezig zijn. Oh, en dan? Dan kan het snel gaan.

Zomaar, twee dagen later is de internetboodschap een heel andere : Adjudicated Application has been received at Visa Facilitation Centre on 10/20/20 and is ready for collection. Dus weer gebeld met mijn ondersteuner. Ja, je kan je definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika gaan halen. Weet wel dat Home Affairs veel fouten maakt. Het kan zomaar zijn dat ze in Kaapstad er helemaal niets van weten. Maar, zegt hij nog geruststellend, alle problemen zijn er om opgelost te worden. Dus we komen er altijd wel uit. En, oh ja, Home Affairs in Kaapstad is verhuisd en je kan voor afhalen alleen nog maar tussen twee en vier uur in de middag terecht.

Ik probeer op tijd (vóór twee uur) bij het nieuwe kantoor van Home Affairs in Kaapstad te zijn. Als ik de straat inloop, zie ik een lange rij. Ik vraag aan een vriendelijk kijkende meneer of deze rij voor Home Affairs is. Hij zegt ja, het is dan een kwartier voor openingstijd. Moet ik toch nog in een rij staan en wachttijd ondergaan. Het eerstvolgende uur staan we op straat te wachten. Ik heb geluk met die vriendelijke meneer. Hij woont in Namibië, waar we net op vakantie zijn geweest. Al wachtend staan we gezellig te praten.

Op een gegeven moment komt een ambtenaar naar buiten en geeft iedereen een nummer. Ik heb 46. Na weer een tijdje mogen we in kleine groepen naar binnen. De groepen zijn zo groot als het aantal mensen dat in een lift past (tegen elkaar aan). De lift gaat slechts één verdieping naar boven (achteraf zie ik dat er ook een brede trap is). We gaan naar een zaal, waar we op volgorde van de gegeven nummers moeten zitten. Dat geeft nog veel gepraat en geloop. Dan blijkt dat iemand anders ook nummer 46 heeft. Hoe kan dat, vraagt een ambtenaar aan mij. Dat heeft een collega van je gedaan, antwoord ik hem. Ik vraag me af of ik nu de verblijfsvergunning van die ander ga krijgen. Home Affairs maakt tenslotte veel fouten, zegt mijn ondersteuner. Ik zie dat de man een paspoort met Arabische tekens op de voorkant heeft.

Als iedereen op volgorde van nummer zit, gaan we weer in liftgrote groepen verder. Naar de 5e verdieping dit keer. Een zaal in, we gaan zitten, en meteen weer naar een andere zaal (waarom, geen idee). In die zaal moeten we weer op nummervolgorde zitten. Degene met het laagste nummer is aan de beurt. De rest schuift steeds een stoel op, tot je vanzelf aan de beurt bent.

Ik krijg mijn definitieve verblijfsvergunning voor Zuid-Afrika. En, het is ook de mijne! Dus niet van die ander met nummer 46. Twee uur nadat ik in de rij op straat ben gaan staan, mag ik weer naar buiten. Nu staat op de website van Home Affairs: Adjudicated application has been collected on 10/25/2016.

Na een merkwaardig verlopen proces heb ik nu mijn definitieve verblijfs-vergunning voor Zuid-Afrika. We mogen nu voor altijd in Zuid-Afrika blijven. Maar, doen we dat ook? Dat weten we nog niet. Dat hangt af van wat in de komende tijd gaat gebeuren. Dan besluiten we of we blijven of terug gaan naar Nederland. Misschien verdelen we wel onze tijd over de twee landen. Ach, het is alweer een maand volop zomer hier, en dat blijft zo tot april of mei. Dat is één van de aantrekkelijke kanten van Zuid-Afrika. Maar ik heb wel het gevoel dat het in Nederland allemaal wat efficiënter gaat. We zien wel.

De ouderwetse winkel in Zuid-Afrika: het bestaat nog

Als je in Zuid-Afrika een elektronisch of een huishoudelijk apparaat nodig hebt, dan kan je bij Game terecht. Een keten van elektronica winkels, zoals in Nederland Mediamarkt. En lage prijzen. Maar je hebt ook nog de ouderwetse winkel in Zuid-Afrika, die lijkt op die van de tv serie “Are You Being Served?”.

Wij willen een vrieskast kopen en gaan daarvoor naar Tafelberg Furnishers. Een ouderwetse winkel in Zuid-Afrika volgepakt met stoelen en banken, van het meest afschuwelijke ontwerp, bedden, kasten, tafels, koffiezetapparaten, was-machines en koelkasten. En nog veel meer, wat met de inrichting van je huis te maken heeft. Wij hebben er al eerder een koelkast en een vaatwasser gekocht. Dat beviel, want de verkopers hebben verstand van zaken en de prijzen zijn vrijwel gelijk aan die van Game.

We lopen de ouderwetse winkel in Zuid-Afrika binnen en gaan eerst naar de afdeling met kleine huishoudelijke apparaten. Wij zoeken voor vrienden in Nederland een broodsnijmachine. Eén die je met de hand bedient. Meteen komt er een verkoopster op ons af, die vraagt of ze ons kan helpen. Niet meteen, antwoorden we. Maar, misschien kan ze ons vertellen of de handbediende broodsnijmachines nog bestaan. Nee, maar ze heeft wel een elektrische vleessnijmachine. Wij zoeken iets om brood te snijden, maar laat maar zien wat u heeft. De verkoopster haalt een machine, die nog in de doos zit. Ze wil de doos open maken. Nee, zeggen wij, doe maar niet. We zien het zo wel en we maken wel foto’s om naar onze vrienden te sturen. Het is echter geen probleem voor haar, ze maakt de doos al open. Als hij open is, zeg ik nog eens dat dit wel erg veel moeite is, want we zijn niet van plan om nu zo’n apparaat te kopen. Maar de verkoopster gaat gewoon door. Ik maak nog een foto van het apparaat zelf. We bedanken de verkoopster voor de moeite. Zij bedankt ons en pakt de vleessnijmachine weer zorgvuldig in.

We lopen naar de afdeling witgoed, zoals het deel met grote huishoudelijke apparaten in een ouderwetse winkel in Zuid-Afrika ongetwijfeld zal heten. Opnieuw komt een verkoper aangesneld. Kan ik u helpen? Ja, wij zoeken een vrieskist. Hij brengt ons naar een rij vrieskisten van Devy. Nooit van gehoord? Ik ook niet voordat we in Zuid-Afrika woonden. Devy is een grote Zuid-Afrikaanse fabrikant van huishoudelijke apparaten. Gewoon rechttoe-rechtaan spul van een goede kwaliteit. Eén vrieskist is afgeprijsd vanwege het prijzencarnaval van Tafelberg Furnishers. Hij lijkt voor ons de juiste en we kopen hem. Kopen? Ja, maar dan moet je eerst nog langs de administratie.

De verkoper loopt met ons naar één van de bureaus, die verspreid over deze ouderwetse winkel in Zuid-Afrika staan. Wij mogen tegenover de verkoper zitten. Hij neemt plaats achter de computer en vraagt allerlei privé gegevens aan ons: naam, adres, telefoonnummer, naam bank, e-mailadres, enz. Hij tikt het allemaal in, maakt een A4-print en loopt met ons naar de kassier. Daar betalen we met pinpas (jawel, ze zijn ook nog modern). En dan, het prijzencarnaval.

Eerst mag ik een lootje trekken. Daarop staat dat ik aan het grote prijzenrad mag draaien (wat zou er op de andere lootjes staan?). Onze prijs: keuze uit de rij van product 1. Dat is wat prullaria. We kiezen een door de zon oplaadbaar terras-lampje (hadden we al net gekocht, maar goed: nu hebben we er twee).

Als we klaar zijn, lopen we naar de uitgang van deze ouderwetse winkel in Zuid-Afrika en daar staat onze zojuist gekochte vrieskist al klaar om achterin de auto te laden. De vriezer heeft ons 2700 rand of 175 euro gekost. Hetzelfde als bij Game en slechts de helft van een vergelijkbaar merk bij Mediamarkt.

Het bestaat nog: de ouderwetse winkel in Zuid-Afrika.

Platteland van Zuid-Afrika beter voor persoonlijke ontwikkeling dan stad?

In de Zuid-Afrikaanse Sunday Times stond laatst een interessant artikel, ge-schreven door Albert Thembinkosi Modi, hoogleraar aan de Universiteit van Kwazulu-Natal. Modi stelt dat het opgroeien op het platteland van Zuid-Afrika beter is voor de persoonlijke ontwikkeling dan in de stad. Voorwaarde is wel, dat de dorpsbewoners weer zelfvoorzienend worden. Modi vindt dat de regering van Zuid-Afrika daarvoor de economische ontwikkeling dient te stimuleren.

Modi is geboren en getogen in een agrarische gemeenschap in Transkei, nu de Eastern Cape. Die gemeenschap werd in zijn jeugd geleid door vrouwen. Dat was al volgens de gemeenschapstraditie, maar tijdens de apartheid werd dit nog versterkt. De meeste van de mannen werkten en woonden toen in de grote steden van Zuid-Afrika. Modi’s moeder was één van de leidende vrouwen in zijn dorp. We spreken over de periode van de 70-er en 80-er jaren van de vorige eeuw.

Geen van de vrouwen in het dorp van Modi was ooit naar school geweest. Zij konden dan ook niet lezen of schrijven. Zij waren daarentegen wel heel goed in organiseren en wisten wat belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Zij werkten aan een hechte gemeenschap van families, zorgden voor gezond en veilig voedsel, en wisten hoe goede huizen te bouwen.

Vrouwen uit agrarische gemeenschappen, als die van Modi, waren trots op wie ze waren. Ze hadden geen uitkeringen. Zij leefden op een duurzame manier en konden zo in hun levensonderhoud voorzien. Modi kreeg als kind drie maaltijden per dag, bereid van wat de boerderijen in zijn dorp voortbrachten. Zijn moeder hield kippen, geiten en varkens. In de weekenden ging zij naar zee om vis te vangen. Dus vlees en vis kwam uit eigen huis. Groenten kwamen van de andere families.

De vrouwen brachten hun kinderen morele waarden bij en zij verzekerden zich er van dat alle kinderen altijd op school waren en de school ook afmaakten. Mede hierdoor kwam Modi met hoge cijfers van school. Hij kreeg van de regering van Transkei een beurs om te gaan studeren. Volgens Modi stond hij daarin niet alleen. Hij stelt dat veel goed opgeleide Zuid-Afrikanen zijn voortgekomen uit agrarische gemeenschappen.

Nu, ongeveer 30 jaar later, is de situatie op het platteland van Zuid-Afrika een heel andere. Tegenwoordig wordt het platteland van Zuid-Afrika geassocieerd met armoede en honger. De duurzame wijze van leven, zoals Modi in zijn jeugd kende, bestaat nauwelijks meer. Mensen kopen hun eten in de supermarkt. Omdat er nauwelijks werk is, leven veel mensen van een uitkering. Er is een grote migratiestroom naar grote steden als Kaapstad, Johannesburg en Durban. Mensen denken het daar beter te krijgen.

Wie naar de stad verhuist, komt terecht in een squater camp van een township. De mensen leven daar qua gezondheid en veiligheid onder veel slechtere omstandigheden dan in hun oude dorpsgemeenschappen. Bovendien is de kans op werk klein, mede omdat de mensen niet de juiste opleiding hebben. Het niveau van onderwijs op het platteland van Zuid-Afrika is tegenwoordig veel lager dan in de steden.

Modi vraagt zich af of deze ontwikkeling niet kan worden omgedraaid. Volgens hem zijn de omstandigheden op het platteland van Zuid-Afrika nog steeds dusdanig dat mensen in een duurzaam levensonderhoud kunnen voorzien. Modi pleit bij de regering voor een beleid om de economische ontwikkeling van het platteland van Zuid-Afrika te stimuleren. Dit komt de mensen zelf ten goede, is goed voor de landelijke economie en is aantrekkelijk voor het toerisme.

Modi is zijn moeder dankbaar voor wat zij voor hem heeft gedaan. Hij heeft het tenslotte tot professor gebracht. Alleen begrijpt zijn moeder niet dat haar zoon professor is.

Lekke band in Namibië: de oplossing is als een schouwspel

Namibië is een geweldige vakantiebestemming voor wie van rondreizen houdt. Je ziet bijzondere woestijnlandschappen. Ideaal voor de kilometervreter. Wij leggen binnen Namibië zo’n 4200 km af. Daarbij komen nog de twee keer 600 km van ons huis naar de grens van Zuid-Afrika en Namibië. In totaal rijden we in 20 dagen 5400 km.

Ondanks dat Namibië vooral uit woestijn van zand en steen bestaat, is er een enorme variatie aan landschappen. Zandduinen van honderden meters hoog. Eindeloze vlakten, zowel op zeeniveau als op hoogten van meer dan 1000 m. Bergen, die als puisten uit het platte land omhoog schieten. In enkele van die bergen zijn oude muurschilderingen van vroegere Afrikaanse volken bewaard gebleven. Veel verschillende boomsoorten, waaronder kokerbomen.

En er zijn wilde dieren in Namibië. In reservaten, maar naar het schijnt ook vrij rondlopend. Langs de wegen staan in ieder geval gevarendriehoeken met daarop o.m. getekend: olifanten, elanden en buffels. Die zien we helaas geen van alle buiten de reservaten. Wel koeien, schapen en geiten. Die waarschuw-ende borden kloppen in ons geval dus wel.

Binnen het grote wildreservaat van Namibië, Etosha, kunnen we de door ons gewilde wilde dieren wel bekijken, zoals: olifanten, buffels, wildebeesten, zebra’s, vogels in allerlei maten en kleuren, dik-diks, impala’s en springbokken. Volgens de reisboeken moeten de leeuwen in Etosha voor het oprapen liggen. Helaas, we zien er geen een. Maar de andere wel vertoonde dieren compen-seren dat ruimschoots.

Namibië is een droog land. Nog meer dan Zuid-Afrika heeft het te lijden van de droogte als gevolg van El Niño. Al drie jaar is er geen regen gevallen. We kruizen veel rivieren. In geen enkele rivier zien we water. Alleen maar droge beddingen. Waar reservoirs voor drinkwater zouden moeten zijn, zie je slechts de droge zandbodems.

Alleen de belangrijke doorgaande verkeerswegen in Namibië zijn geasfalteerd. Alle andere wegen hebben een verharding van gravel, grind of zout. Dat betekent oplettend en voorzichtig rijden. Dat je daar alleen met 4×4 auto’s kan rijden, zoals de reisorganisaties beweren, is onzin. Dat zeggen ze alleen maar om dat type auto’s voor veel geld te kunnen verhuren. Een tweewiel aangedre-ven auto is voldoende, waarbij het wel handig is als hij hoog op zijn wielen staat. Het risico van lekke banden door scherpe stenen is wel groot. Voor alle typen auto’s.

Ook wij vallen een keer in de prijzen van het lekkebandenfeest van Namibië. Eigenlijk al heel snel, zodra we op de eerste gravelweg van onze rondrit zijn. Eerst baal je, want waarom al zo snel? Maar dan speelt zich het volgende schouwspel af.
Wij krijgen het reservewiel, dat achter onder de auto hangt, niet los. Het blijkt bevestigd met een slotje, waarvan ik de sleutel nooit heb meegekregen. Stom, maar dat kan gebeuren als je een auto tweedehands koopt.
Hoewel we langs een stille weg staan, komen net twee Zuid-Afrikaanse Toyota Prado’s op hoge snelheid aangereden. Ik stop ze en vraag of ze iets hebben om het slot open te breken. Er stappen vijf mannen uit de auto’s. Ze kijken even naar de lekke band en naar de bevestiging van het reservewiel. Ze roepen elkaar wat korte zinnen toe. Eén van hun auto’s wordt naast de onze gereden. Er wordt gereedschap en een compressorpomp uitgeladen. De mannen gaan aan de slag.
Wiel met lekke band er af. Slotje van reservewiel gebroken. Wielen omgeruid. Geprobeerd lekke band met een soort silicone te plakken. Zijn er niet zeker van dat het is gelukt, dus reservewiel moet maar worden gebruikt als een echt wiel. Alle gereedschap en pomp weer ingeladen. En wij alleen maar toekijken. Ze willen niet dat we helpen.
Dan blijkt er nog een vrouw van één van de mannen in een auto te zitten. Ze komt er alsnog vrolijk bij. Verontschuldigend zegt ze: ben ik gewend met deze vijf alfamannen en blijf dan maar even uit de buurt. We bieden nog iets te drinken aan, maar dat wordt afgeslagen. De vrouw wijst veelbetekenend naar hun volgepakte auto’s.
Wij bedanken de mannen voor het werk. We nemen afscheid en de twee Prado’s scheuren weer net zo hard weg als ze zijn gekomen. En wij rijden in ons eigen tempo verder over de tot wasbord vervormde gravelweg.

Toevallig (nou ja toevallig…) is er in ieder dorp in Namibië, hoe klein ook, een bandenreparatieplek. Ze staan daar meteen voor je klaar. Binnen een half uur en voor maar € 7,50 is de klus geklaard.

Gelukkig is het deze reis door Namibië bij deze ene lekke band gebleven.